Hof handhaaft straffen 'Zes van Breda'

Het gerechtshof in Den Haag heeft de 'Zes van Breda' opnieuw schuldig bevonden. Waar velen woensdag speculeerden over vrijspraak in de zevende herzieningszaak van deze eeuw, oordeelde het hof anders: het werd de eerste herziening waarin de straf wordt gehandhaafd.

Advocaat mr. Geert-Jan Knoops (tweede van rechts) in de rechtbank. Bijna 21 jaar na hun veroordeling voor de moord op 'Oma Mok' is een nieuw inhoudelijk proces bij het gerechtshof in Den Haag tegen de zogenoemde Zes van Breda gestart. Het gaat om het herzieningsproces dat de Hoge Raad in 2012 heeft bevolen. Beeld ANP

Het gerechtshof in Den Haag houdt de zes veroordeelden nog steeds verantwoordelijk voor de moord op 'oma Mok' van Chinees restaurant Peacock, in 1993 in Breda. Deze moordzaak werd eind 2012, na 21 jaar, onder grote media­belangstelling heropend.

De Hoge Raad oordeelde in dat jaar dat ontlastend bewijs aan de rechters is onthouden. Twee getuigen die in de nacht van de moord urenlang in het bushokje tegenover het Chinees restaurant zaten te kletsen, hebben destijds bij de politie verklaard dat hen 'niets bijzonders is opgevallen'.
Die verklaring stond haaks op de vechtpartij die zich buiten en binnen zou hebben voorgedaan, en op het wachten van vrouwen in een auto bij het restaurant. Maar die verklaring bleef buiten het strafdossier. Hadden de rechters dit geweten, dan hadden ze de zes verdachten mogelijk niet veroordeeld, stelt de Hoge Raad.

In plaats daarvan kregen de 'Zes van Breda' destijds celstraffen tot 2 jaar (de drie vrouwen) en 10 jaar (de drie mannen). Ze zouden allemaal (mede-) schuldig zijn aan het beramen en plegen van de roofmoord op de 56-jarige Mok Mui Cheung. 'Oma Mok' werd op 4 juli 1993 dood gevonden door de koks op de vloer van het Chinese restaurant waarvan haar zoon de eigenaar is. Ze was mishandeld en gewurgd. Een gokkast bleek te zijn leeggehaald en haar juwelen waren gestolen.

De zes veroordeelden, destijds 17 tot 20 jaar oud, hebben hun straf uitgezeten. De mannen hebben altijd ontkend. Eén van hen, Abdeslam T., strijdt sinds zijn vrijlating voor eerherstel. Hij ging met zijn dossier naar het project Gerede Twijfel van de Vrije Universiteit, dat oordeelde dat ontlastende verklaringen buiten het dossier waren gehouden en dat de bekentenissen van de vrouwen dermate verschillend en inconsistent zijn, dat een rechter ze niet serieus zou moeten nemen. Forensisch bewijs voor de moord ontbreekt.

Rechters Gaakeer, voorzitter de Vries en Kuijer (VLNR) van het gerechtshof tijdens de uitspraak in de zaak Zes van Breda Beeld anp

Alibi's

Vervolgens kwam de CEAS, een commissie die afgesloten strafzaken doorlicht, tot hetzelfde oordeel. Voor het eerst diende een procureur-generaal van het Openbaar Ministerie zelf een herzieningsverzoek in bij de Hoge Raad. Datzelfde Openbaar Ministerie hield tijdens de procesgang bij monde van aanklager Winfried Korver vol dat de zes toch schuldig zijn. Het hof in Den Haag geeft hem daarin gelijk. Het rekent het twee van de drie vrouwen zwaar aan dat ze pas in een heel laat stadium, namelijk pas tijdens de herziening, meldden dat hun bekentenissen onder druk van de politie zouden zijn afgelegd, en dat ze aanvankelijk niet aan een herziening wilden meewerken.

Ook de alibi's worden van tafel geveegd. Een van de mannen zou in de nacht van de moord bij een vrouw zijn geweest. Omdat die vrouw later zijn echtgenote werd, wordt aan die verklaring weinig waarde gehecht. Een ander zou die nacht bij zijn ouders hebben gelogeerd, maar dat is volgens het hof aantoonbaar niet waar. Bovendien zijn familieleden en vrienden van de veroordeelden door het hof ondervraagd, en enkelen van hen hebben nieuwe, belastende verklaringen afgelegd.

Er is destijds op de gokkast een bloeddruppel gevonden waarvan op basis van moderne dna-technieken nu is vastgesteld dat die van een Aziatische of Oceanische man afkomstig is. Maar omdat niet zeker is dat deze bloeddruppel met de moord te maken heeft, is ook dit 'novum' van tafel geveegd. Vermoedelijk, oordeelt het hof, behoort het bloed toe aan een van de personeelsleden van het restaurant. Ook hebben twee veroordeelden destijds brieven gestuurd naar kennissen, die het hof als belastend beoordeelt.

Alle zes veroordeelden gaan in cassatie. Hun advocaten, Geert-Jan Knoops en Joost Loevendie, vinden dat hun argumenten te makkelijk terzijde zijn geschoven. 'Een ongelooflijke tegenvaller, hier is geen recht geschied', zegt Knoops. ­'Eigenlijk zegt het hof: als ­iemand pas heel laat een verklaring intrekt, moet die verklaring dus wel juist zijn. Dat is een gevaarlijke redenering. Er zijn bewijzen te over waarin verdachten in hun eigen valse verklaring gingen geloven, kijk naar de twee van de Puttense moordzaak.'
'Ik leg me hier niet bij neer', zei Jane van H. huilend na afloop van de zitting. Zij heeft de andere vijf bij herhaling excuses aangeboden dat ze een valse verklaring tegen hen zou hebben afgelegd.

Vijf vragen

Wie zijn de 'Zes van Breda'? Waarom komt de zaak opnieuw aan het licht? Vijf vragen over de geruchtmakende moordzaak.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.