Hoezo, misbruik van arme landen?

De langdurige stilte aan het front van de voorstanders van globalisering is eindelijk verbroken. Drie auteurs en drie boeken met een verfrissend geluid....

Jarenlang hebben miljoenen demonstranten, duizenden kritische ontwikkelingsorganisaties en een handjevol mediagenieke auteurs als Naomi Klein (No Logo) en Noreena Hertz (The Silent Takeover) de toon gezet in het globaliseringsdebat. Multinationals, de Wereldhandelsorganisatie of andere voorstanders van globalisering leken nauwelijks behoefte te hebben om zich te verdedigen tegen de karaktermoord die er op hen werd gepleegd. En misschien was dat ook niet nodig. Want de hegemonie, die hoeft zich niet te verdedigen; de hegemonie, die doet gewoon wat zij wil.

Jagdish Bhagwati, Martin Wolf en Sebastian Mallaby verbreken de stilte in het kamp van de voorstanders. Zij zijn misschien niet de eersten die in de bres springen voor globalisering, maar vooralsnog wel de meest vooraanstaanden. Bhagwati is hoogleraar internationale economie aan de Columbia University in New York; Wolf is spraakmakend commentator van de Britse zakenkrant Financial Times; en Mallaby schreef, voor hij overstapte naar de Washington Post, voor het Britse weekblad The Economist.

De titels die Bhagwati en Wolf aan hun boeken meegaven, laten aan duidelijkheid niets te wensen over: respectievelijk In Defense of Globalization en Why Globalization Works. Beide auteurs beklagen zich erover dat globalisering een zondebok is geworden voor misstanden die helemaal niets te maken hebben met internationale handelsstromen, buitenlandse investeringen of het doen en laten van multinationals. Het derde boek, The World's Banker, is in de eerste plaats een - zeer geslaagde - biografie van James Wolfensohn, scheidend president van de Wereldbank. Vooral de vele anekdotes (bijvoorbeeld over de geit die Wolfensohn cadeau krijgt van president Alpha Oumar Konaré tijdens een bezoek aan Mali; Wolfensohn koestert de geit, maar kan hem niet meenemen in het vliegtuig naar Washington en vertrouwt hem toe aan zijn lokale werknemers; die durven hem pas later te vertellen dat een dorpje op het platteland het beest heeft gebruikt voor een feestelijke barbecue) maken The World's Banker zeer lezenswaardig. Het boek is echter ook een apologie van de bank, die sinds eind jaren tachtig een belangrijk doelwit vormt van andersglobalisten.

Alledrie de auteurs scheppen er genoegen in de argumenten van andersglobalisten één voor één de nek om te draaien. Schandalig dat een design jasje dat in het rijke Westen voor 150 euro in de winkel hangt, gemaakt wordt door een arbeidster in Bangladesh die zestig uur per week werkt en 75 cent per uur verdient? Bhagwati kan er niet wakker van liggen. In ieder geval ziet hij er geen bewijs in dat de rijke landen de armen uitbuiten. Vrouwen die lange werkweken maken, doen dat immers vaak vrijwillig - ze willen snel zoveel mogelijk geld bij elkaar sparen en vervolgens terugkeren naar het platteland waar ze vandaan kwamen. Volgens zowel Bhagwati als Wolf betalen multinationals in ontwikkelingslanden bovendien minstens 10 procent meer loon dan lokale bedrijven. Het echte probleem is dan ook niet dat multinationals zich schuldig maken aan uitbuiting, maar dat zij de armste landen (vooral in Afrika) links laten liggen omdat er simpelweg niets te winnen valt.

De Wereldbank investeert te veel in grote dammen of pijpleidingen en zet daardoor milieu en mensenrechten onder druk? De bank moet zich juist niet op de kop laten zitten door de milieuactivisten en meer infrastructuur financieren, betoogt Mallaby. Want dat is waar haar 'klanten', de ontwikkelingslanden die geld lenen van de bank in Washington, om vragen.

Globalisering werkt ongelijkheid op wereldschaal in de hand? Sinds 1980 is de ongelijkheid tussen landen juist afgenomen, schrijft Wolf. Bovendien daalde het percentage van de wereldbevolking dat in diepe armoede leeft, de afgelopen twee eeuwen vrijwel continu.

'Het jammerlijke is niet dat er te veel globalisering is geweest, maar juist te weinig', luidt zijn conclusie dan ook. De twee andere auteurs onderschrijven die conclusie impliciet. Volgens Bhagwati is vrijhandel de enige serieuze optie om armoede te bestrijden, economische groei te versnellen en de honderden miljoenen werklozen in ontwikkelingslanden aan een baan te helpen. Kijk maar naar China en India. Leefde begin jaren zeventig nog 11 procent van alle armen in Afrika en 76 procent in Azië, tegenwoordig zijn de verhoudingen omgekeerd. En dat komt doordat zij onderdeel zijn geworden van de wereldeconomie. Natuurlijk hebben niet alle inwoners van ontwikkelingslanden een fantastisch leven, maar het vergaat hun in elk geval beter dan in een wereld zonder globalisering. Wat Wolf betreft is het onzinnig om hun lot met dat van burgers in het rijke Westen te vergelijken.

En passant krijgen de ontwikkelingsorganisaties er flink van langs. 'Oxfam (een internationale ontwikkelingsorganisatie waarbij ook de Nederlandse Novib is aangesloten, OV) weet een beetje, maar niet genoeg, over handelsbeleid', schrijft Bhagwati. Wolf wijst erop dat Greenpeace niet noodzakelijkerwijs democratischer is dan Shell. Kritische organisaties mogen er zijn voor de goede zaak, ze moeten ook steun weten te mobiliseren en fondsen kunnen werven. Daarbij kan het weleens gebeuren dat milieuproblemen, zoals in het geval van de Brent Spar, worden overdreven.

Mallaby brandmerkt de milieuorganisatie International Rivers Network om dezelfde reden als de 'Berkeley maffia' - naar de linkse universiteitsstad Berkeley, waar de organisatie is gevestigd. Een ander punt van kritiek is dat sommige zogenaamd kritische clubs tegen de belangen van ontwikkelingslanden in lobbyen. Bijvoorbeeld als het gaat om arbeidswetgeving: hoe strikter de arbeidsregels, hoe groter de kans dat ondernemingen het hazenpad kiezen en de economische groei dus vertraagt. Toen supermarkt Walmart na een campagne van links Amerika zijn kleding niet langer uit Bangladesh haalde, kostte dat duizenden werknemers daar hun baan. Voor sommigen was prostitutie het enige alternatief.

De bijdrage die de auteurs aan het globaliseringsdebat leveren, is na de stilte in het kamp van de voorstanders ronduit verfrissend. Hun argumenten, die vooral bij Wolf en Bhagwati met een ruime hoeveelheid cijfers worden onderbouwd, zullen veel lezers dwingen hun mening althans gedeeltelijk te herzien. Ze maken duidelijk dat de pamfletten, rapporten en slogans van de andersglobalisten niet zonder meer voor waar mogen worden aangenomen.

Tegelijkertijd kunnen de auteurs niet verhullen dat globalisering in haar huidige vorm onrechtvaardig is. Wolf schrijft bijvoorbeeld dat rijke landen hypocriet zijn: ze willen dat ontwikkelingslanden liberaliseren, maar houden zelf hun handelsbarrières in stand. Ook voor het Internationaal Monetair Fonds heeft Wolf geen goed woord over. Dat beging 'catastrofale blunders' door opkomende economieën te adviseren kapitaal vrijelijk het land in en uit te laten stromen. Wolfs oordeel: het IMF is een 'kortzichtige, bekrompen, arrogante, veeleisende, incompetente' instelling.

In Mallaby's relaas is de Wereldbank een instelling die van de ene rage in het ontwikkelingsdenken overstapt op de andere. In de jaren zeventig moest er vooral gegroeid worden. In de jaren tachtig zou infrastructuur ontwikkelingslanden op het rechte pad helpen. Als Wolfensohn, die tot dan toe als grootbankier actief was op Wall Street, in de jaren negentig aan de macht komt, verschijnt er weer een andere agenda: ontwikkeling van onderaf, waarbij de armen zelf moeten aangeven hoe zij hun problemen denken op te lossen. Een kleine tien jaar en vele tirades van Wolfensohn later (The World's Banker schildert Wolfensohn af als een renaissanceman die van alle markten thuis is, maar managementtalent heeft hij niet) keren de grote infrastructuurprojecten terug. Erg consistent gaat het er bij de Wereldbank niet aan toe, laat Mallaby overtuigend zien.

Bhagwati, ten slotte, loopt weg met de Wereldhandelsorganisatie in Genève, maar kan er tegelijkertijd niet omheen te erkennen hoe oneerlijk het daar toegaat. Bijvoorbeeld: arme landen zullen het niet in hun hoofd halen een handelsdispuut te beginnen tegen de 'hegemonische machten' - lees: de Verenigde Staten en de Europese Unie - omdat die eenvoudig vergeldingsmaatregelen kunnen treffen, bijvoorbeeld door ontwikkelingshulp terug te schroeven. Soms is het moeilijk te begrijpen dat de auteurs, ondanks de misstanden die zij zelf impliciet onderkennen, zo enthousiast zijn over de huidige globalisering.

Of er veel andersglobalisten na het lezen van deze boeken zullen overlopen naar het andere kamp, valt te betwijfelen. Vooral omdat de betweterige toon die de auteurs aanslaan, eerder polariserend dan verzoenend zal werken. Alsof zij de onafhankelijke scheidsrechters zijn die het debat kunnen beslechten. Toch geeft Bhagwati de goede lezer te verstaan dat de wetenschap niet de waarheid in pacht heeft. De cijfers over de positieve effecten van handelsliberalisering bijvoorbeeld, waarmee onderzoekers de publieke opinie op de hand van de Wereldhandelsorganisatie proberen te krijgen, blijken op drijfzand gebaseerd: de modellen spreken elkaar tegen.

Het is dan ook niet verstandig van Wolf en Bhagwati om het globaliseringsdebat op cijfers en wetenschappelijke argumenten te willen winnen (Wolfs boek bevat de ene tabel na de andere). Hun benadering is leerzaam, maar brengt het gevaar met zich mee dat de globalisering een in cijfers gehulde abstractie blijft. De andersglobalisten weten veel jongeren en journalisten van hun gelijk te overtuigen, constateert ook Bhagwati met tegenzin, doordat zij het ene na het andere slachtoffer van de globalisering beeldend over het voetlicht brengen. In retorisch opzicht kunnen de voorstanders van globalisering dus nog wat van hun tegenstanders opsteken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden