Hoezo jeugdsentiment

Het was een weekend vol nostalgie met concerten van artiesten die daar al dan niet succesvol aan trachtten te ontsnappen en gisteravond op BBC 2 de aftrap van een als serie aangekondigde reeks programmas over de 80's.

Ik heb er van genoten.

Eerst even de concerten. Ineens had ik heel veel zin om Paul Weller te gaan zien. Hij speelde donderdag en vrijdag in een uitverkochte Melkweg. Zijn laatste plaat Wake Up The Nation doet me weinig, wat vooral komt door de lelijke, gecomprimeerde productie. Die vorige plaat van hem vond ik goed, maar heb ik ook al een jaar niet meer gedraaid dus hoe goed vind ik die 22 Dreams eigenlijk?

Trouwens: hoe goed vind ik alle platen die hij na Stanley Road uitbracht? Ik kan zonder, zo weet ik zeker. Als ik zin heb in Paul Weller dan draai ik....

Nee, niet alleen de Jam. Ik heb ook nog altijd een zwak voor de platen Cafe Bleu (1984) en Our Favorite Shop (1985) die hij met Style Council maakte. En hoewel ik Stanley Road (1995) net iets te onevenwichtig vind, hou ik nog altijd van Wild Wood (1993).

Die jaren 1993-1995 waren solo volgens mij ook zijn beste jaren. Ik zag hem in november 1994 in Paradiso en dat optreden staat nog in mijn geheugen gegrifd als een van de mooiste concerten ooit. Uit die periode stamt ook de live cd Live Wood die ik van harte aanbeveel.

Het swingde toen, er zat soul in de band en vooral ook in Weller zelf. In de Melkweg vrijdag hoorde ik hem vooral rocken, met een vebeten stem waar maar geen soul door wilde sijpelen.

Ja, het viel me dus tegen. Ik stoorde me aan de dorre sound, en aan het gegeven dat hij zijn beste soloplaten volledig negeerde. Ja, Shout To The Top van Style Council kwam voorbij, maar ik miste Mick Talbot. En natuurlijk waren er de tegenwoordig gebruikelijke paar Jam liedjes. Pretty Green en Start, allebei van de beste Jam plaat Sound Affects! uit 1980.

Too little, too late.

Wel grappig al die Engelsen om me heen voor wie Weller in Amsterdam een weekendje uit is. Al jaren hoor ik hetzelfde gebrul om 'Town Called Malice' om me heen.

Nou net een liedje dat ik niet hoefde te horen maar gewoon een Shadow Of The Sun, Wild Wood of You Do Something To Me, daar was ik toch wel een beetje gelukkig van geworden.

Dat werk van Heavy Soul en latere albums, daar heb ik niet zo veel mee. Het siert hem dat hij vooral bij het meest recente deel uit zijn loopbaan wil stilstaan. Met nostalgie heeft hij ook nooit veel op gehad. Maar wees dan consequent denk ik dan en laat die vreugdeloze versies van die paar oude liedjes ook achterwege.

Hoe Weller wel vurig klonk zag ik zaterdagnacht op de BBC in een uitzending over notabene Guitar Heroes. Weinig heldendaden in In The City, maar wat een vuur, wat een enthousiasme. Er stond nog iets op het spel. Nu al lang niet meer. Weller is alle muziekstijlen machtig en schiet op zijn laatste platen langs allerlei stijlen. Helaas, 't boeit me niet meer.

Een avond later zag ik in de Heineken Music Hall zijn generatiegenoten Madness precies het tegenovergestelde doen: het heden ontkennen en teveel in nostalgie blijven hangen.

Ik ben dol op de hitsingles die Madness in de vroege jaren tachtig produceerde. Hun Divine Madness is een van mijn favioriete singles compilaties. Het gaat me niet eens om hun hits uit de ska-tijd als One Step Beyond of Nightboat To Cairo. Zouden ze die niet spelen, dan had ik nog een leuke avond als ze maar Shut Up, The Sun And The Rain en It Must Be Love spelen. En natuurlijk Embarrassment.


Dat deden ze, zoals ze dat ook vorig jaar op Pinkpop deden. Maar Madness leek te vergeten dat ze vorig jaar hun meest complete album uit hun loopbaan maakten, en zelfs een van de beste Britpopplaten van de laatste jaren. The Liberty Of Norton Folgate bevat alles wat ik zo goed vind aan Madness. Opgewekte popdeuntjes, gedreven door dat luchtige spel van Mike Barson. Verhalende teksten over gewone Britten in archaïsch Engeland. Madness in Ray Davies-land, zo klinkt de band op The Liberty Of Norton Folgate.

Ik vond dat ze de plaat in de HMH te kort deden, bovendien zongen Suggs en Chas slecht en ergerde ik me toch een beetje aan die kinderachtige zonnenbrillen. Vond ik dertig jaar geleden ook stoer. Maar nu?

Madness dacht dat ze voor een stel 16jarigen speelden en gingen er te veel van uit dat de 46 jarigen zich allemaal weer even 16 wilden voelen.

Nostalgie werkt het best als er ook een link naar de actualiteit wordt gelegd, en dat verzuimde Madness.

Wel genoten van het publiek trouwens. Groepjes (gewezen) skinheads vonden elkaar naar jaren weer en hadden hun Dr. Martins weer opgepoetst en hadden nieuwe Ben Sherman shirts aangetrokken.

Die fez in de merchandise was nieuw volgens mij. Toen ik binnenkwam dacht ik even dat de Sons Of The Desert hun interesse van Laurel & Hardy naar de Nutty Boys hadden verlegd. Zelf had ik namelijk ooit ook zo'n fez, maar dan van de Laurel & Hardy fanclub, de enige fanclub waar ik ooit lid van geweest ben.

Madness was leuk maar Pinkpop beviel me beter.

Maar die vroege jaren tachtig, daar was ik verder nog niet mee klaar. Het mooiste moest gisteren nog komen in het gedramatiseerde verhaal over Culture Club. Worried About The Boy dat de BBC gisteren uitzond was alleen al geweldig vanwege de soundtrack (Siouxsie, Kraftwerk, Bow Wow Wow). Er werd ook schitterend in geacteerd. De mannen die Boy George en Malcolm McLaren speelden, deden dat echt knap. En ik vernam ook dingen die ik niet wist.

Dat Boy George een relatie had met Kirk Brandon bijvoorbeeld, voordat beiden hun eigen band hadden (Culture Club en Theatre Of Hate).

Leuk ook de details die klopten zoals Brandon met inderdaad het eerste Theatre Of Hate singletje in zijn handen, Legion als ik me niet vergis, dat ik ook nog ergens heb liggen.

Ook goed, die sfeer in de Blitz en vooral de kraakpanden.

Er wordt veel op de jaren tachtig afgegeven maar de excentriciteit die Londense pop in die tijd kenmerkte mag nog altijd uniek heten.

Ik bedoel: we kunnen allemaal wel moeilijk doen over die ene Lady Gaga nu: in Londen woonden er alleen in het kraakpand van Boy George al een stuk of 5 die er excentrieker uitzagen. En ook meer betere liedjes schreven, voeg ik er maar aan toe.

Want een nummer als Do You Really Want To Hurt Me was indertijd echt uniek. Een popliedje dat op de 12-inch nog met een fijne reggaedub vervolgd werd, zoals we dat nog niet eerder hadden gehoord. Culture Club was niet alleen door het excentrieke uiterlijk van de zanger uniek, en daarin waren ze toen al belangrijker dan Lady Gaga nu, over wie je geen stukje kunt lezen zonder dat de naam Madonna valt.

Prachtige film, die ik zo weer zou kunnen zien. Maar er was vannacht meer aan jeugdsentiment voor mij, namelijk een docu over Soft Cell. Geweldig hoe dit duo met de toen 17 jarige Stevo als manager de popwereld verblijdde. Stevo werd in deze al weer tien jaar oude docu in een soort van wc geïnterviewd, en zijn anekdotes over hoe hij bijvoorbeeld de Amerikaanse legende Seymour Stein wist in te palmen waren prachtig.

Dat soort mensen zou de popmuziek nu ook wel weer kunnen gebruiken. Geen rekenaars maar echte mavericks.

Maar wij journalisten begrijpen er ook niks van, zo maakte Marc Almond nog duidelijk. Was de pers zuinig over het debuut, de tweede plaat waar geen enkele hit vanaf zou komen The Art Of Falling Apart (1982) werd unaniem geprezen.

Goede plaat, vind ik nog altijd. Maar het zijn toch de singles van Soft Cell die ik het liefste hoor. Tuurlijk, Tainted Love maar ook Torch, Bedsitter en Say Hello, Wave Goodbye.

Nee, die vroege jaren tachtig waren zo slecht nog niet ook al zou iemand als Morrissey met de dag bozer worden op alle 'plastic' muziek die hem omringde, en in zijn Smiths bewust geen synthesizer opnemen. Dat werd in die tijd, 1983, echt als subversief statement gezien.

Vanavond krijgen we op de BBC nog een docu over het album Penthouse & Pavement van Heaven 17, uit 1981. Te veel eer? Wie weet, maar ik zit klaar.

En dan is het morgen ook nog eens 30 jaar geleden dat Ian Curtis overleed.

Nee met die jaren 80 ben ik nog niet klaar.

Laat niemand meer zeggen dat de jaren negentig beter waren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden