Hoeveel transparantie kan een formatie verdragen?

Na een week vol ophef over vergeten herinneringen en de vage status van memo’s zwelt de roep om meer politieke transparantie aan. Maar kan dat wel, in een land waar over alles onderhandeld moet worden?

Nederland,Den Haag, 15-6-2017. Foto Maarten Hartman. Kabinetsformatie. Emile Roemer SP. Bij informateur Tjeenk Willink. Achter de drie witte ramen in het midden vinden de gesprekken plaats. Journalisten bevragen Roemer na zijn gesprek.

Natuurlijk ging het memodebat deze week over geloofwaardigheid en vertrouwen. Zeker, het ging ook over nut en noodzaak van de dividendbelasting. Maar daaronder ging een andere kwestie schuil: hoe transparant kan de politiek eigenlijk zijn, met name rond een kabinetsformatie? Hoeveel openheid kan dat proces verdragen?

Premier Rutte gaf in het debat een voorbeeld van de dilemma’s die daarbij spelen. Stel, een partij wordt tijdens de formatie geconfronteerd met een moeilijk standpunt van een ander, zei hij, niet geheel toevallig in antwoord op vragen van Jesse Klaver van GroenLinks. Dan kan die partij opties laten uitwerken die nogal afwijken van het eigen verkiezingsprogramma. ‘Kom je er uiteindelijk samen niet uit, dan wil je toch niet dat die opties alsnog naar buiten komen?’ Klaver bestreed de stelling niet.

Weer zo’n handige redenering van de minister-president om zijn straatje schoon te vegen, dachten velen in de Kamer. Ongetwijfeld is dat element aanwezig. Tegelijk is het aannemelijk dat Rutte zich wel degelijk zorgen maakt. ‘Het maakt ons functioneren onmogelijk als je over ieder contact dat je hebt bevraagd kunt worden’, zei hij vorig jaar al in het debat over het regeerakkoord.

Een formatie in daglicht?

Als geen ander weet Rutte hoe in de versnipperende Nederlandse politiek almaar meer partijen nodig zijn voor politieke besluiten. Over alles moet nou eenmaal  worden onderhandeld. De politieke arena is gevuld met veel kleine en middelgrote partijen die, wanneer ze gaan regeren, onvermijdelijk veel van hun programma moeten inleveren. Hoe pijnlijk dat proces kan zijn, verwoordde ChristenUnie-Kamerlid Eppo Bruins: de dividendbelasting voelt als een meloen die moet worden doorgeslikt. Helpt het als de buitenwacht deelgenoot wordt gemaakt van dat proces?

In 1978 verscheen Dagboek van een onderhandelaar van Ed van Thijn. Een geruchtmakend boek, omdat de toenmalige fractievoorzitter van de PvdA daarin tot in detail uit de doeken deed hoe de poging een tweede kabinet-Den Uyl te vormen, kon mislukken. Een zo openhartig inkijkje in een kabinetsformatie was ons niet eerder vergund. Ook tijdens het onderhandelingsproces was die formatie transparanter dan elke andere, maar die transparantie droeg juist in hoge mate bij aan het groeiende wantrouwen tussen de coalitiepartners in spe.

‘Wij zijn aanvankelijk te ver gegaan in onze openheid’, zegt Van Thijn nu, terugblikkend. ‘De pers mee laten kijken, dat bleek niet te werken.’ Desondanks is openheid voor hem nog steeds het leidende beginsel: ‘Anders wordt het achterkamertjespolitiek.’ Hij noemt de formatie de achilleshiel van de politiek. ‘Maar ook die moet het daglicht kunnen verdragen.’

Nieuwe achterkamertjes

Buiten het Binnenhof groeit de roep om transparantie. En niet geheel vergeefs.  Sinds de dagen van Van Thijn zijn voor veel Haagse processen afspraken gemaakt over de mate van transparantie. Wetsvoorstellen worden voorzien van een lobbyparagraaf, waarin wordt vermeld met wie gesproken is. Internetconsultatie maakt het vervolgens iedereen mogelijk op een wetsvoorstel te reageren. Sociale media en tv-camera’s in de Tweede Kamer halen de besluitvorming dichterbij.

Tegelijk blijft het schuren met de Haagse mores, waarin politici graag hun kaarten tegen de borst houden. De politiek reageert dan ook op al die met de mond beleden openheid door op te zoek te gaan naar achterkamertjes die wat verder uit het zicht liggen. Zo zijn de overdrachtsdossiers die de gaande ministers voor hun opvolgers samenstellen al decennia openbaar. Toen journalisten eind vorige eeuw die dossiers als nieuwsbron ontdekten, werd de inhoud aangepast. Heikele onderwerpen staan er doorgaans niet meer in, die worden langs informele kanalen overgebracht. 

Nog zo’n voorbeeld: bij D66 zijn de fractievergaderingen van oudsher officieel openbaar toegankelijk, in de praktijk weet de partij altijd wel een reden waarom pottenkijkers nu even niet gewenst zijn.  In de dagen van Pim Fortuyn werd het wekelijkse Torentjesoverleg – waarin de Paarse coalitie achter gesloten deuren de lijnen uitzette – demonstratief afgeschaft: de politiek zou uit de achterkamer komen. In de praktijk is er gewoon weer wekelijks coalitieberaad, op andere locaties rond het Binnenhof.  En liefst zonder veel aandacht van de pers. 

Rond de kabinetsformatie is de vertrouwelijkheid maximaal – denk aan de nietszeggende persconferenties van informateur  Edith Schippers, of aan de dagelijkse dooddoeners van de onderhandelaars. Na de formatie maken we alles openbaar, beloofde Rutte toen de formatie op zijn einde liep. Een belofte die alleen op de ingekomen stukken bleek te slaan: lobbybrieven waarvan de inhoud doorgaans al bekend was. Alle andere notities en voorstellen bleven geheim, ongeacht hun afkomst.

Vrije gedachtevorming

Veel fractieleiders bleken tijdens het memodebat  te worstelen met de roep om transparantie. Ook hun mailboxen stroomden immers vol met klachten van kiezers over de taferelen van deze week. Wat moet wanneer rond de formatie openbaar worden gemaakt, vroeg  VVD’er Klaas Dijkhoff zich af, zonder met een antwoord te komen. Gert-Jan Segers (CU) gaf een begin van een antwoord. ‘Als alles openbaar wordt, is vrije gedachtevorming onmogelijk en kan het land niet worden bestuurd.’ D66-leider Pechtold bracht een schifting aan: openbaarheid is goed, maar niet onbeperkt. ‘Een partijanalyse is geen officieel formatiestuk.’

De vraag is nu of dat precaire proces van formeren zich leent voor openbaarheid. ‘Als ambtenaren weten dat hun advies openbaar wordt, krijg je kramp en zal er meer mondeling gebeuren’, zegt Niek Jan van Kesteren, die als voormalig directeur van werkgeverskoepel VNO-NCW veel onderhandelingservaring opdeed en nu CDA-senator is. ‘Het gaat om de vrijmoedigheid van de adviezen. Met een black box rond de formatie bescherm je partijen. Met name voor afhakers is het erg wanneer notities op straat komen.’

Dat is de verdediging die Rutte van meet af aan had moeten aanhouden, vindt hij inmiddels zelf. Hij had  in het najaar consequenter moeten zijn tegenover de oppositie: ‘Jazeker, er is tijdens de formatie veel gesproken over het afschaffen van de dividendbelasting, ook op basis van stukken, die ik overigens niet met u ga delen.’

Minder informatie had de zaak in dit geval minder troebel gemaakt, concludeerden ook zijn coalitiepartners eensgezind. Alleen al daarom is de kans klein dat het bij de volgende formatie heel anders zal gaan.

----

Meer transparantie 

Meer transparantie was de reden dat D66 en GroenLinks al in 2016 het initiatiefvoorstel voor de Wet Open Overheid (WOO) indienden. Wordt de WOO van kracht, dan is het voor ministers, de Kamer en semipublieke overheden moeilijker openbaarmaking van informatie te weigeren. De wet wacht alleen nog steeds op behandeling in de Eerste Kamer. Dat komt mede door hardnekkig verzet van topambtenaren. Over transparantie rond de kabinetsformatie doet het wetsvoorstel geen uitspraken. 

Dit schreven we eerder over dividendbelasting 

Het kabinet kan de dividendbelasting natuurlijk ook gewoon handhaven

Het was geen verheffende week op het Binnenhof. Dagenlange politieke ­ophef en tien uur debat over de omstreden afschaffing van de dividend­belasting eindigden ronduit onbevredigend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.