Hoeveel krijgsmacht durft de EU te delen?

Vandaag komen in Amsterdam de Europese ministers van Defensie bijeen. De Nederlandse minister Jeanine Hennis, jarenlang euro parlementariër, is groot voorstander van Europese samenwerking. Hoe ver kan die gaan?

Defensieminister Jeanine Hennis en haar Duitse ambtgenoot Ursula von der Leyen tekenen donderdag aan boord van bevoorradingsschip Karel Doorman in Amsterdam een akkoord over meer samenwerking op zee. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Wie zoekt naar enthousiasme over Europese samenwerking, komt onder hoge militairen aan zijn trekken. Neem de Duitse generaal-majoor Chris Badia. Op de vliegbasis Eindhoven is hij commandant van het European Air Transport Command (EATC), een in stilte gegroeid samenwerkingsverband van zeven Europese landen. Badia glimt van trots als hij verhaalt over de 220 militaire vrachtvliegtuigen die onder zijn organisatie vallen en over de hele wereld vliegen; voor transport van materieel, manschappen of voor humanitaire bijstand. Vanuit een doodstille controlekamer voert een internationaal team de regie over alle vluchtbewegingen.

Het idee is simpel: door al die vliegtuigen te 'poolen' beschikt ieder land over aanzienlijk meer capaciteit dan bij gebruik van uitsluitend eigen toestellen. Maar om die stap te zetten, moet denken in nationaliteiten wel worden losgelaten - anders lukt het niet een Nederlands toestel met een Franse crew voor Duitsland naar Afghanistan te laten vliegen.

Afgesproken is dat landen die over een periode van vijf jaar meer dan gemiddeld andermans toestellen gebruiken, de anderen daarvoor een vergoeding moeten betalen. 'Maar tot nu toe heeft niemand hoeven te betalen', zegt Badia. Enthousiast vertelt hij over 8.500 vluchten per jaar, goed voor 300 duizend passagiers, en over de gestage groei van zijn organisatie tot ruim tweehonderd man: 'We zijn in 2010 begonnen met vier landen: Nederland, Duitsland, Frankrijk en België. Daar zijn eerst Spanje en Luxemburg bijgekomen en sinds 1 januari ook Italië. Onze toestellen zijn gezamenlijk goed voor 60 procent van de gehele Europese militaire transportcapaciteit.'

Samenwerken op zee

De Nederlandse en Duitse strijdkrachten gaan nauwer samenwerken op zee. Het Seebataillon van de Duitse marine wordt geïntegreerd in de Nederlandse marine. Het bataljon omvat zo’n achthonderd man. De Duitsers varen bepaalde perioden mee op de Karel Doorman. Door die inbreng kan het bevoorradingsschip in de vaart blijven, stelt het ministerie van Defensie, die in de samenwerking een bevestiging ziet van ‘de voortrekkersrol van Nederland en Duitsland op het gebied van Europese defensiesamenwerking.’

Beeld de Volkskrant

EATC geldt daarmee als hét schoolvoorbeeld van wat Europese defensiesamenwerking vermag - Badia wordt vaak uitgenodigd zijn succesverhaal uit de doeken te doen. Maar denk niet dat het eenvoudig is, waarschuwt hij. 'Iedereen heeft het er tegenwoordig over dat er veel instabiliteit rond Europa is en dat wij daar wat aan moeten doen. Maar concreet wordt het daarna zelden. Wil je Europese projecten van de grond krijgen, dan moet je aan een aantal voorwaarden voldoen: de bereidheid soevereiniteit af te staan; onderling vertrouwen; en een financiële prikkel tot samenwerking.' Zijn die voorwaarden verenigd, dan gaat het nog niet snel: 'Alleen al tussen het bedenken van het concept in 1999 en de eerste uitvoeringsplannen zat acht jaar', zegt hij, met nadruk op het getal.

'Als er ooit een tijd is geweest om stappen op het vlak van Europese samenwerking te zetten, dan is het nu wel', meent luitenant-generaal Jan Broeks, militaire vertegenwoordiger voor Nederland bij de EU. Europese legers hebben allemaal te maken gekregen met bezuinigingen en daardoor zijn er gebreken ontstaan. 'We hebben bijvoorbeeld duidelijk te weinig tankvliegtuigen (voor het bijtanken van vliegtuigen in de lucht, red.) en zijn daar zwaar afhankelijk van de Amerikanen', zegt Broeks. Dat is riskant, nu de Verenigde Staten vinden dat Europa zijn eigen defensieve taken veel meer moet gaan waarnemen.

'Samenwerking is voor Europa geen keuze, maar een noodzaak. Daardoor kunnen we zaken die we belangrijk vinden overeind houden', zegt Broeks. Hoe die samenwerking tot stand te brengen? 'Je moet het in ieder geval niet proberen met 28 EU-landen, want dat wordt niks. Een kleine groep is beter.' Ook hij is daarom blij met een 'van onderop' gegroeid samenwerkingsverband als EATC.

Soevereiniteit

Bij denktank Clingendael toont defensie-expert Margriet Drent zich wat wetenschappelijk afstandelijker dan beide topmilitairen. Maar ook zij vindt EATC een fraai voorbeeld van wat er met Europese samenwerking bereikt kan worden. En ziet nog veel meer mogelijkheden. 'Denk aan wat landmachten kunnen doen op het vlak van poolen van vrachtauto's, de opslag van voorraden en de verplaatsing van grondtroepen. Je kunt het je ook voorstellen bij schepen en helikopters. De prikkel om het te doen is dan telkens: als land alleen heb je een tekort en daarin kun je via de anderen voorzien.'

Lastiger wordt het wanneer 'gevechtscapaciteit' in het geding komt. 'Een buitenlandse generaal leiding laten geven aan je eigen troepen, dat heeft grotere consequenties voor soevereiniteit', zegt Drent. 'Natuurlijk gebeurt dat al wel in NAVO-verband, maar een land moet daar wel iedere keer toestemming voor geven.' Een van de meest vergaande voorbeelden van structurele samenwerking is de Nederlandse Luchtmobiele Brigade, die onderdeel uitmaakt van de Duitse Division Schnelle Kräfte. 'Op papier is er sprake van volledige integratie. Maar Nederland heeft wel bedongen dat de brigade er ook weer uit kan worden teruggetrokken.' Dat tekent voor Drent de onwil om volledig de controle op te geven: 'Geen enkel land kan het militair nog alleen, maar toch wensen ze allemaal een schijnsoevereiniteit op te houden.'

De militaire drang naar samenwerking en efficiency wordt zo door politieke angst voor controleverlies begrensd. Een wrang voorbeeld van waar dat toe kan leiden, vormen de 'EU-Battlegroups', van zo'n 1.500 militairen elk. Die bestaan al sinds 2007, maar Europese politici wisten nooit overeenstemming te bereiken over hun inzet. 'Dat blijft het soevereine besluit van de deelnemende landen', aldus Drent. In haar ogen is dit project van Europese brigades een 'doodgeboren kind' gebleken en 'een zorgwekkend symptoom van de Europese verdeeldheid.'

Ministers van defensie van Duitsland en Nederland, Ursula von der Leyen en Jeanine Hennis inspecteren de wacht aan boord van de Karel Doorman, het bevoorradingsschip van de Marine. Beeld Guus Dubbelman/de Volkskrant

Een Europees leger waarover in de jaren negentig nog hardop werd gedroomd, gaat er zeker niet komen. Minister Hennis beseft dat ten volle, net zoals zij niet gelooft in een Europees hoofdkwartier. 'Daar ga ik echt niet op inzetten, want daar is helemaal geen draagvlak voor. Maar Europese samenwerking is wel de weg voorwaarts. De Amerikanen eisen dat ook van ons', zo sprak ze onlangs, op bezoek in het Nationaal Militair Museum in Soesterberg.

Bij die gelegenheid temperde ze nadrukkelijk al te hoge verwachtingen over het Nederlandse EU-voorzitterschap. De regie op defensievlak ligt bij de Italiaanse Federica Mogherini, de vicepresident van de Europese Commissie. Die werkt aan een Europese strategienota. Hennis hoopt vooral dat die zo snel mogelijk tot daden leidt: 'Het is belangrijk dat de EU niet verkrampt of verlamt. Dus moeten we geen discussies over soevereiniteit gaan voeren, of over 'meer of minder' Europa. In Europa is er op defensiegebied een sterke neiging in termen van 'grand designs' te denken. Maar het enige wat werkt, is zo pragmatisch mogelijk te werk te gaan.'

VS geeft vier keer zo veel uit in Europa

Spijtbetuigingen over eerdere bezuinigingen op Defensie in diverse toonaarden en goede voornemens om meer aan veiligheid uit te geven: dat was de teneur op een discussiebijeenkomst in het Haagse Nieuwspoort woensdagavond, waar op uitnodiging van het Montesquieu Instituut defensie-woordvoerders uit de Tweede Kamer en defensie-experts met elkaar in debat gingen. Europa zal zelf meer ‘de kastanjes uit het vuur moeten halen’, nu de VS zich terugtrekken, klonk het. Maar dat betoog ging wel voorbij aan wat Clingendael-expert Dick Zandee ‘heel belangrijk’ nieuws uit de VS noemt: de verviervoudiging van de Amerikaanse uitgaven aan het ‘European Reassurance Initiative’. Dat initiatief werd geboren na de Russische invasie van de Krim om landen als Polen en de Baltische staten te overtuigen van NAVO-bescherming tegen Rusland. Deze week werd duidelijk dat de Amerikanen niet willen wachten op Europese toezeggingen - zij gaan hun uitgaven aan het initiatief verhogen van 780 miljoen tot 3,4 miljard dollar. ‘Een sterk signaal aan Rusland’, meent Zandee, maar hij twijfelt of dit ertoe zal leiden, zoals de VS willen, dat Europese landen nu ook extra stappen gaan zetten. In de voorbije jaren hadden Europese landen nog weleens de neiging ‘achterover te leunen omdat de Amerikanen toch wel het werk deden’. Mogelijk gaat dat weer gebeuren. Zandee denkt en hoopt dat het dit keer anders loopt vanwege de toegenomen dreiging in zowel het oosten als het zuiden van Europa: ‘De trend naar meer investeren in defensie lijkt me onbreekbaar’.


Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.