Hoeveel bezoekers kan een tempel eigenlijk aan?

AMSTERDAM - Cultureel erfgoed is vaak kwetsbaar en niet berekend op massa's bezoekers. Maar kan het toeristengeld niet ook bijdragen aan het behoud ervan? Deel 3 in de serie Toerisme, Zegen of Vloek?

Tempel in CambodjaBeeld afp

Tegen twee uur in de middag lijken de sluizen open te gaan: touringcars en tuktuks spuien massa's toeristen bij de ingang van Angkor Wat, duizenden tegelijk. Ook in de ochtend was het druk bij de 12de eeuwse tempelstad, maar het aantal bezoekers lijkt opeens te verdriedubbelen.
Het is de zon, zegt een Duitse reisleider. Veel toeristenroutes langs de historische complexen in de Angkorregio, die zo'n 400 vierkante kilometer beslaat, zijn zo uitgestippeld 'dat de zon altijd goed staat voor foto's'.
De vijver is de eerste halteplaats. Een perfecte fotostop: de torens van Angkor Wat weerspiegelen in het water en er is ruimte om grote gezelschappen te fotograferen met de tempel op de achtergrond. Koreanen maken plaats voor Chinezen, en die voor Fransen, voor Amerikanen, voor Japanners, voor andere Koreanen.

Na de fotosessie volgt een wandeling langs de meer dan twee kilometer lange tempelreliëfs. Op die muren trekken zandstenen legers ten strijde, er kijken de Khmerkoningen van 900 jaar geleden naar het strijdgewoel, daar mengen goden zich met stervelingen en lopen olifanten en paarden voorbij, er wervelt een reusachtige slang, en de apsara's, de halfgodinnen, dansen hun erotische dans.

Dagenlang kun je je verdiepen in de verhalen op de muren. De meeste toeristen nemen er maar een paar uur voor; er moeten meerdere tempels worden afgewerkt op één dag. Als de zon die avond ondergaat in Angkor - fotomomentje - heeft de kassa 10 duizend bezoekers geregistreerd.
Later werd professor Pottier directeur in Cambodja van EFEO, het Franse archeologische onderzoeksinstituut voor het Verre Oosten. Intussen ook, staat Angkor op de Werelderfgoedlijst van Unesco en ontvangt meer dan twee miljoen toeristen per jaar; om precies te zijn 2.125.465 in 2008 en dat was alweer een verdubbeling sinds 2004. Pottier grinnikt. 'In de jaren negentig gingen we uit van mogelijkheden voor wat we noemden een beperkt cultureel toerisme.' Het toerisme in Angkor werd de motor van de hulpafhankelijke Cambodjaanse economie. Maar hoeveel bezoekers kan een kwetsbare historische attractie aan?

Het is vrij logisch dat ontwikkelingslanden inkomsten willen genereren met hun cultureel erfgoed, maar een scepticus zou zeggen dat toerisme daardoor juist een noodzakelijk kwaad is', meent Rik Ponne, die acht jaar voor de Unesco in Zuidoost-Azië werkte. 'Wereldwijd gezien zijn er weinig goede voorbeelden van een uitgebalanceerd beleid. In landen met cultureel erfgoed wordt vaak wel geld vrijgemaakt voor onderhoud en exploitatie, maar dat wordt lang niet altijd goed besteed, of het is onvoldoende. Men stelt bijvoorbeeld geen maximum aan het aantal bezoekers, spreiding van toeristen wordt niet bevorderd en de beschermende maatregelen volstaan niet. Toerisme wordt in zulke gevallen een melkkoe.'

'Omdat Angkor door de oorlog relatief laat - in de loop van de jaren negentig - is ontsloten voor bezoekers, zou Cambodja geleerd kunnen hebben van andere landen. 'Was het maar waar', zegt Daniel de Gruiter. Als toeristisch-productontwikkelaar in de hoofdstad Phnom Penh zag hij wat er misging. 'Angkor werd overrompeld door de massa's. Iedereen mocht overal aanzitten en op klimmen. Pas enkele jaren geleden zijn maatregelen genomen: hekken en andere beschermende maatregelen bij kwetsbare delen, prullenbakken, bewaking en aanwijzingen voor goed gedrag.'

Cambodja zit in een leerfase, meent De Gruiter. De gidsen die zijn opgeleid door het ministerie van Toerisme 'weten veel van de geschiedenis, maar nog weinig van toeristengedrag'. 'Cambodjanen hebben gratis toegang tot Angkor, dat verlaagt de drempel. Afval wordt soms lukraak weggegooid en er is geen oog voor duurzaamheid en voor de kwetsbaarheid van monumenten en natuur. Overal in Azië zie je dat uitgerekend het binnenlandse of regionale toerisme het meest schadelijk is - een gevolg van een gebrek aan educatie en voorlichting. '

Voor de oude Khmerstad Angkor Tom krioelen busjes, tuktuks en olifanten door elkaar bij het afleveren van hun passagiers. Onder het oog van glimlachende goden en koningen beklimmen bezoekers de trappen van de ruw-verweerde Khmermonumenten. In de gangen, op de oude terrassen, tegen de muurreliefs: toeristen. Een balustrade gedragen door beelden van stenen wachters zit vol bezoekers. Ze worden door een bewaker beleefd gewezen op het bordje met een niet-op-de-balustrade-zitten-pictogram. Achter diens rug tikt een gids met een paraplu die als aanwijsstok fungeert tegen een negenhonderd jaar oud muurreliëf.

De buitenlandse kritiek wekt irritatie bij Mey Maradi, adunct-directeur van de Apasara Autoriteit in Siem Reap. De overheidsorganisatie is verantwoordelijk voor alles wat heeft te maken met Angkor en opereert als een schaduwministerie. 'We hebben geleerd van andere landen en van buitenlandse organisaties die hier werkzaam zijn. We hanteren strikte regels.' Studies hebben volgens hem uitgewezen dat de sites niet overbelast worden.

'Veel kritiek wordt geuit door mensen met te weinig kennis. Ze registreren alleen wat ze zien. Het ontgaat hen wat we doen om bijvoorbeeld het grondwater op peil te houden en het landschap te onderhouden.' Op de vraag welk percentage van de toeristendollars wordt besteed aan onderhoud en restauratie, verwijst hij naar het ministerie van Financiën. Maar daar kan niemand het antwoord geven.
Sinds 1992 kijkt de Unesco mee over de schouders van de Cambodjaanse overheid. In dat jaar werd Angkor op de Werelderfgoedlijst geplaatst, een toeristische aanbeveling met stip, maar ook een status met verplichtingen. De VN-organisatie stelt het maken van een alomvattend exploitatieplan verplicht voor alle monumenten op de lijst, waarin ook de directe omgeving van de site wordt betrokken. Zo werd in de afgelopen jaren na een dringend advies van de Unesco de aanleg van een groot resort bij de Victoria Falls stilgelegd alsook de bouw van een hoge flat in de buurt van de Keulse kathedraal: het zou het zicht verstoren.

'De meeste overheden weten dat ze de kip met de gouden eieren slachten als ze niet goed zorgen voor hun erfgoed', zegt Unesco-adjunct-directeur Kishore Rao vanuit het hoofdkantoor in Geneve. 'In het beschermde deel van Angkor zijn geen grote problemen met toerisme. Problemen ontstaan vaak net buiten de sites en de bufferzones eromheen. In Siem Reap zie je hetzelfde gebeuren als in Aguas Calientes, de Peruaanse stad bij Machu Picchu. Hotels, bars en winkelcentra schieten als paddestoelen uit de grond. Er is sprake van een ongecontroleerde urbanisatie.' Dit kan consequenties hebben voor onder meer de logistiek en het grondwaterpeil, waardoor ook de historische sites gevaar kunnen lopen.

Siem Reap, een kwartier per tuktuk van Angkor Wat, biedt inderdaad de aanblik van een hedendaagse frontier-stad waar onlangs goud is gevonden. Overal nieuwe hotels, soms lukraak neergezet aan onverharde paden. Eenvoudige volkswijken grenzen aan straten met neonverlichting en restaurants. Een van de hoofdstraten verandert tijdens elke regenbui in een modderbaan.

Meestal zijn overheden gevoelig voor aanmaningen van de Unesco, volgens Rao. 'Als we de indruk hebben dat de sites op wat voor manier dan ook worden bedreigd, gaan we onderzoek doen. Voordat een site op de lijst van bedreigde monumenten komt, geven we adviezen en een waarschuwing. Meestal helpt dat.' Slechts twee keer werd een monument verwijderd van de lijst waarop 911 wereldmonumenten staan.

Door schade en schande wijs geworden én onder internationale druk beperkte een land als Peru het aantal bezoekers van Inca-stad Machu Picchu. Een deel van het farao-erfgoed in Egypte is alleen onder begeleiding te zien. In Frankrijk werd de grot van Lascaux met zijn beroemde rotstekeningen al in 1963 gesloten voor publiek; toeristen kunnen alleen een driedimensionale kopie bekijken.
Pottier: 'Maar vergeet niet dat toerisme ook goede ontwikkelingen bevordert, zoals een betere infrastructuur, en dat goede expoitatie internationale fondsen voor onderhoud en restauratie aan trekt.'

Het is voor veel overheden de paradox van het massatoerisme: cultureel erfgoed moet tegelijkertijd worden gepromoot en beschermd. De Duitse steenconservator dr. Hans Leisen, die restauratieprojecten leidt in onder meer Egypte en Cambodja, wijst er op 'dat de middeleeuwse monumenten in Europa er ook nog staan'. 'Overal waar hordes opdoemen is sprake van slijtage, maar hoeveel bezoekers kan de Keulse Dom hebben of het Vaticaan?! Moeilijk te zeggen. In Keulen verdienen vooral de horeca en de middenstand aan de Dom, de particuliere bedrijven. In een ontwikkelingsland is dat meestal niet anders, maar daar zijn overheden niet altijd in staat tot regulering .'

De maatregelen in Angkor zijn onder internationale druk tot stand gekomen, zegt hij. 'Aanvankelijk werd een vast bedrag van de entreegelden besteed aan de site, terwijl het toerisme onevenredig bleef groeien. Het heeft moeite gekost de overheid ertoe te bewegen een percentage van de inkomsten aan Angkor te besteden. Gelukkig ziet men het belang in van deze investeringen.'

Kishore Rao van de Unesco benadrukt dat ook de lokale bevolking moet worden betrokken in de toeristische ontwikkeling. 'Zij wonen vaak al eeuwen op zo'n plek, lang voordat de toeristen kwamen. De Galapagos-eilanden zijn in dit geval een voorbeeld van hoe het niet moet. In de toeristenindustrie werken veel illegale immigranten. De lokale bevolking wordt daardoor onverschillig voor het eigen erfgoed.' In Cambodja vloeit volgens hulporganisaties veel geld weg naar buitenlandse investeerders in toerisme en deelt de bevolking te weinig in de opbrengsten.
Tegen vijven in de middag is het rustiger in Angkor Wat. De dalende zon tekent het wereldberoemde silhouet scherp tegen de hemel. Aan de zijkant van het complex snijdt een bewoner wat gras en stopt het in een plastic zak achterop zijn brommertje. Tussen de pilaren aan de achterkant van de tempel kijkt een politieagent toe hoe de laatste toeristen vertrekken. 'Speciale toeristenpolitie?', vragen we. 'Jazeker', zegt hij. Wijzend op zijn glimmende badge: 'Kopen? Tien dollar. Mooi souvenir!'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden