Hoeveel beesten passen er nog in het Brabantse land?

Vandaag moeten Provinciale Staten regels vaststellen voor 'een zorgvuldige veehouderij' in Brabant. Maar de bewoners zijn er klaar mee. 'De afspraken zijn boterzacht.'

SINT HUBERT - Als we van het woonhuis van Wim Verbruggen in Sint Hubert naar Wanroij rijden, doemen net buiten het dorp al snel de eerste veehouderijen op. Binnen de dorpskom staat zelfs een oude varkensstal, die in het kader van een overgangsregeling nog enkele jaren overlast voor omwonenden mag veroorzaken. 'Die herken je aan die grote toeters op het dak, voor de ventilatie', zegt Verbruggen (59), bestuurslid van de milieuvereniging Land van Cuijk. 'Die ouwe hokken stinken het meest.'


Verderop rijgen de intensieve veehouderijen zich aaneen: grote lange loodsen met silo's en luchtwasinstallaties. 'Hier zit een varkensbedrijf dat ook aan mestverwerking doet. Die vijf groene koepels zijn mestvergisters', gebaart Verbruggen vanuit de auto. 'Daar zit een varkensbedrijf met drie silo's mestopslag. Daarachter zitten nertsen, ernaast koeien. Hier zitten kippen. Dit koeienbedrijf mag uitbreiden. Daar in de verte zie je het kerktorentje van Rijkevoort - daar staan nog veel meer grote bedrijfsloodsen vol beesten.'


Welkom in de Peelregio, het grensgebied tussen Noord-Brabant en Limburg dat volgens de actiegroep MensDier&Peel 'de allerhoogste veedichtheid van Europa' heeft. Hier wonen 620 duizend mensen en 32 miljoen kippen, varkens, runderen, geiten en nertsen. Gemeente Boekel spant de kroon met 5.253 varkens per km2. Verbruggen laat een kaart van het gebied zien, vol met rode stippen rond kleine stroken groen en grijs: 'Waar geen natuurgebied of dorp ligt, staan alleen maar intensieve veehouderijen.'


Genoeg is genoeg, vindt ook Jeanne Stoks (60) uit Boekel, secretaris van MensDier&Peel. Zij was een van de stuwende krachten achter het burgerinitiatief Megastallen Nee, dat vier jaar geleden zowaar leidde tot een Brabants verbod op de bouw van stallen met een oppervlakte van meer dan anderhalve hectare. Dat was weliswaar 'een historisch besluit' van Provinciale Staten, maar dat heeft verder niets gedaan aan de hoge veedichtheid in de regio.


'Sterker nog, de varkensstapel is de laatste jaren alleen maar gegroeid', aldus Stoks. 'Grote varkensboeren kopen de dierrechten op van boeren die ermee stoppen en worden steeds groter. Ze hebben soms wel tien bedrijven op verschillende plekken. Elk individueel bedrijf kan misschien wel aan de milieuregels voldoen, maar de overlast voor de omgeving is niet minder geworden.'


Het blijft schipperen op het Brabantse platteland, tussen de economische belangen van de veeboeren en de leefbaarheid voor de bewoners. Die botsing is al decennia oud, maar is verscherpt sinds de varkenspestepidemie van 1997. In reactie op die crisis kwam er een reconstructieplan: veebedrijven moesten weg uit dorpen en natuurgebieden, maar konden uitbreiden in zogenoemde 'landbouwontwikkelingsgebieden', zoals in de Peel, de Kempen (onder Eindhoven) en delen van de Baronie (bij Breda).


Toen kwam er maatschappelijk verzet tegen de megastallen in de ontwikkelingsgebieden en deed de provincie die stallen in de ban. Maar er kwamen uitzonderingsregels voor veeboeren die al uitbreidingen hadden gepland. Vervolgens probeerde de provincie in overleg met boerenorganisatie ZLTO, de Brabantse Milieufederatie (BMF) en andere partners afspraken te maken over een duurzame veehouderij.


Dat Brabantse 'polderoverleg' leidde vorige maand tot een akkoord, dat al meteen door de twee belangrijkste kemphanen (ZLTO en BMF) verschillend werd geïnterpreteerd. Volgens de BMF betekent het akkoord dat er in de overbelaste gebieden in de Peel, Kempen en Baronie geen dieren bijkomen. Volgens de ZLTO is uitbreiding van de veestapel niet uitgesloten, indien de boeren zich aan de regels houden en de overlast afneemt.


Het akkoord over 'een zorgvuldige veehouderij in 2020' wordt vrijdag besproken in Provinciale Staten. Het dient als handvat voor de vaststelling van de Verordening Ruimte. Actie- en bewonersgroepen hebben demonstraties aangekondigd voor het provinciehuis. Ze vinden de afspraken 'boterzacht'.


'Je leest in dat akkoord alles over urgentie- en impactgebieden, over verbeterplannen en een dialoog tussen boeren en burgers, maar er staat niets in over aantallen dieren', zegt Verbruggen. 'Dat is knap van de ZLTO: ze hebben het weer voor elkaar gekregen dat het aantal dieren niet ter discussie staat. Daarom houden wij onze boodschap simpel: Brabant leefbaar, minder beesten.'


De ZLTO zegt in een reactie dat je 'milieu, welzijn en gezondheid niet moet sturen met een generieke krimp van de veestapel, maar door vernieuwing van bedrijven'. En over de overbelaste gebieden: 'Netto komen daar geen dieren bij, maar wellicht wel per diersoort.'


Volgens de provincie moeten boeren geld kunnen verdienen, maar wel 'in balans met de omgeving'. Ze moeten voldoen aan de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij (BZV), die strenger is dan de wettelijke milieuwetgeving. Als ze willen uitbreiden, zijn ze ook verplicht 'de dialoog met omwonenden aan te gaan'.


Die verplichte dialoog noemt Verbruggen een wassen neus. 'Daar zit de boer dan, met zijn milieuvergunningenadviseur, de veevoederfabrikant en de bank. Allemaal jasjes en dasjes. En daar zit je als gewone burger tegenover. Dan zeg je als bewoner: ik wil die nieuwe stal niet, het stinkt hier al genoeg. Dan zegt de boer: ik doe het toch, want het is mijn broodwinning en ik voldoe aan alle milieuregels.'


Tegenstanders vrezen dat de overlast alleen maar zal toenemen. Zo geldt sinds 1 januari de nieuwe mestwetgeving, waardoor een deel van de mest lokaal moet worden verwerkt. 'We hebben berekend dat alleen al in de Peelregio 61 mestfabrieken van 100 duizend ton nodig zullen zijn', aldus Verbruggen. 'Ze stinken, zien er gruwelijk lelijk uit en veroorzaken een af- en aanrijden van mestwagens.'


Bovendien wordt in 2015 het systeem van Europese melkquota afgeschaft, waardoor boeren niet meer gebonden zijn aan productieplafonds. Naar verwachting zal de melkveestapel daardoor flink gaan toenemen, ook in Brabant. Stoks: 'Het allerbelangrijkste is dat die enorme hoeveelheid dieren enorme gezondheidsrisico's inhouden. Bij de Q-koortsepidemie zijn tientallen mensen overleden. Ook mensen in steden zijn ziek geworden. Dat kan zomaar weer gebeuren. De infectiedruk is met zoveel dieren opeengepakt in een klein gebied gewoon te groot. Tegen die tikkende tijdbom is maar één antwoord mogelijk: het aantal dieren moet omlaag, punt.'


Volgens viroloog Ab Osterhaus is die bezorgdheid voor de volksgezondheid niet ongegrond. In het Brabants Dagblad zegt hij deze week dat zelfs een grieppandemie, veroorzaakt door een gemuteerd dierlijk virus dat overspringt naar de mens, 'niet ondenkbaar is'. Osterhaus: 'De aanwezigheid van miljoenen dieren in een relatief klein gebied levert een extra risico op.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden