Hoera, het is crisis in de zorg

Betere en goedkopere zorg. Sommige gemeenten lukt dat ondanks - of misschien wel dankzij - draconische bezuinigingen. Hoe kregen ze dat voor elkaar?

Vroeger had Chara een batterij hulpverleners over zich heen gekregen. Ga maar na: in een klein kamertje in een door alcoholisten bewoond anti-kraakpand, trof de politie deze jonge moeder aan, met haar 5-jarig zoontje. De politie meldde dat bij Jeugdzorg. Chara had te maken kunnen krijgen met Bureau Jeugdzorg, met de woningcorporatie en met allerlei organisaties die zich specifiek op het zoontje zouden richten.


Maar zo is het niet gegaan. De stevige, 23-jarige vrouw zit tevreden in de woonkamer van haar net betrokken flatwoning in Apeldoorn. De meubels heeft ze geregeld via een vriendin, net als zij van Arubaanse afkomst.


Haar zoontje Miguel rent lachend door de woonkamer. Minder vaak is hij boos en druk. Hulpverleenster Marjan Altena van het Apeldoornse Centrum voor Jeugd en Gezin is tevreden. Miguel krijgt extra taalles. Moeder speelt meer met hem en hij kijkt minder tv. 'We kwamen erachter dat de boosheid van Miguel een reden had. Hij heeft tot zijn derde jaar op Aruba alleen maar Papiaments gesproken. In Nederland raakte hij gefrustreerd omdat hij graag wil vertellen, maar de woorden daarvoor niet had.'


Altena heeft destijds samen met Chara - niet haar echte naam - een 'gezinsplan' gemaakt. Daarin schreven ze op: Wat gaat er goed? Waarover maak je je zorgen? Wat gaan we doen om dat te verbeteren? Het mapje is inmiddels vol.


Veel hulporganisaties die samenwerken en één hulpverlener die het overzicht heeft, zoals hier: dat is nieuw. Het systeem met de naam CJG4Kracht blijkt, na ruim een jaar, efficiënter, minder bureaucratisch en goedkoper: de hulpverleners zijn er sneller bij, de gezinsleden doen meer zelf en in 40 procent van de gevallen blijken lichtere vormen van hulp afdoende. De geholpen gezinnen hebben bovendien het gevoel dat er meer naar ze wordt geluisterd.


Eén gezin, één plan. Het is vaak geroepen. Vooral als er tientallen hulpverlenende instanties bij een gezin kwamen en het toch was misgegaan. Maar pas nu lijkt het te gebeuren. Oorzaak: de aankondiging dat de gemeenten per 2015 verantwoordelijk worden voor zowat alle vormen van jeugdzorg, nu nog versnipperd over provincies, Rijk en gemeenten.


Het is de grootste decentralisatieoperatie ooit en het kabinet zet de vaart erin. Het is aan de gemeenten om uit te dokteren hoe ze deze taken met minder geld gaan uitvoeren.


Schop

Er zijn grote zorgen. Veel gemeenten hebben hun zaken nog niet op orde. Maar de operatie leidt ook tot daadkracht en creativiteit. Het moet doelmatiger, anders kan de gemeente het niet meer betalen. Op veel plaatsen in het land wordt nu geëxperimenteerd.


Bijvoorbeeld in de Jeugdzorg. 'Het oude systeem heeft gefaald', zegt adviseur en pedagoog Peter Cuyvers. Hij bracht voor het ministerie van Volksgezondheid vorig jaar de kosten in kaart van de tientallen hulpverleners per probleemgezin: soms voor meer dan een ton per jaar. Sommige instanties waren volgens Cuyvers al bezig om gezamenlijk efficiënter te werken. Maar te veel hadden er financieel baat bij hun eigen eiland te behouden met dure klanten. 'Pas door de decentralisatie hebben ze een schop onder hun kont gekregen.'


'Het besef dat het beter kan, was er al. De komende decentralisatie gaf ons een enorme push', erkent manager Saskia Blom van het Apeldoornse Centrum voor Jeugd en Gezin.


'Organisaties die niet willen samenwerken, kunnen hun subsidie verliezen', zegt wethouder Paul Blokhuis (ChristenUnie).


Moeder Chara : 'Zonder Marjan was het minder goed gelopen. Ik was blij dat zij kwam en niet Bureau Jeugdzorg. Die halen je kind bij je weg, toch?'


Altena: 'We betuttelen minder, vragen ook: wie zijn er betrokken bij jou? Chara heeft bijvoorbeeld een oudere, wijze zus, die haar bijstaat.' En: 'In het oude systeem had het zomaar gekund dat Miguel het label ADHD opgeplakt had gekregen als er niet was gezocht naar de oorzaak van zijn frustratie.'


Het Apeldoornse Centrum voor Jeugd en Gezin krijgt bezoek uit het hele land. Overal zijn gemeenten bezig de jeugdzorg efficiënter in te richten. Bijvoorbeeld met zogeheten buurtteams of wijkteams, waarin ook meerdere instanties samenwerken. Wethouder Blokhuis zegt tegen de inwoners: 'We moeten bezuinigen, jullie gaan het voelen.' Maar hij spreekt ook van 'de zegen van de crisis'. 'Vroeger hadden we bakken met geld. Toen was nadenken niet nodig. Nu wel.'


In Apeldoorn geldt dat extra, omdat de gemeente door verkeerd uitgevallen grondaankopen vlak voor de crisis, er financieel beroerd voorstaat. Bij de jeugdzorg is de bezuiniging van 15 procent haalbaar, zegt Blokhuis, ook omdat deze plaatsvindt in drie stappen. Over de andere decentralisaties is de wethouder minder optimistisch. Op de post persoonlijke begeleiding en dagbesteding uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning gaat er 'boemklap' in één keer 25 procent van af, dat noemt Blokhuis 'onverantwoord'. 'Gemeenten willen niet aan het eind van het jaar tegen schrijnende gevallen moeten zeggen: sorry het geld is op.'


Schrikbeeld

Maar ook daar ziet de wethouder voorbeelden van efficiencywinst. 'Twee autistische jongens kregen allebei betaalde hulp bij het doen van hun boodschappen omdat ze zelf de supermarkt niet in durfden. Tot bleek dat ze het wel zelf kunnen als ze met z'n tweeën gaan.'


Sommige gemeenten dralen met de pijnlijke beslissingen - veel nieuwe stadsbesturen hebben na de verkiezingen de welhaast onmogelijke taak het allemaal te regelen voor 2015 begint. Andere gemeenten zijn voortvarend aan de slag. Bijvoorbeeld met het hervormen van de huishoudelijke hulp, die met 40 procent minder af moet.


Rotterdam loopt voorop, daar is al 25 procent bespaard. Een thuiszorgaanbieder stuurt per seniorenflat een team dat er alle woningen schoonmaakt, in plaats van dat er tientallen verschillende huishoudelijke hulpen elk hun eigen klant in de flat bedienen. Een andere thuiszorgaanbieder zet vrijwilligers in, die boodschappen doen, wassen, strijken en ramen lappen.


'Nederland is het enige land waar het schoonmaken van een huis als zorg wordt beschouwd en wordt betaald door de overheid', zegt de Zwolse wethouder Erik Dannenberg (CDA). Het zijn volgens hem de bewoners van blanke, sociaal vaardige wijken, die het meest profiteren van de AWBZ. 'Zij weten hulp aan te vragen. Als ik vier dikke auto's voor de deur zie staan, denk ik: waarom betaalt de overheid voor die mensen de huishoudelijke hulp?'


Dannenberg onderhandelde namens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten met het kabinet over de decentralisaties. 'De bezuinigingen zijn snoeihard en de voorbereidingstijd is te kort voor deze grote transformatie', zegt hij. Maar ook: 'De gemeenten kunnen de zorg beter en goedkoper uitvoeren.'


In de oude Jeugdzorg en AWBZ zaten volgens hem 'perverse prikkels', waardoor de kosten uit de hand liepen. 'Hoe zwaarder je de problematiek benoemde en hoe langer je erover deed, hoe meer geld je kreeg.'


Zwolle vraagt nu aan ouderen: hoe zit het met je netwerk, kunnen de volwassen kinderen niet ook wat doen? Na een paar gesprekken blijkt dat wel degelijk bespreekbaar, zegt Dannenberg. 'Dan komt het ene kind op vrijdagmiddag boodschappen doen, en het andere komt een keer stofzuigen. Mantelzorg wordt nooit verplicht: het moet uit je hart komen.'


Kom bij Dannenberg niet aan met het volgens hem eenzijdige schrikbeeld van de eenzame bejaarde die al zijn hulp verliest. Van de honderdvijftig nieuwe klanten in Zwolle met wie gesprekken zijn gevoerd, bleken er maar twee zo weinig netwerk te hebben dat alle hulp door professionals moest worden geboden. 'De overheid lost niet langer alles op. Die tijd is voorbij en het geld is er niet. Het is toch raar dat je heel je leven alles wat wielen heeft, zelf koopt, en als je ouder bent een scootmobiel krijgt van de overheid? Voor de mensen die het echt nodig hebben, moet de overheid wel een vangnet blijven bieden.'


Om de hulp vanaf 2015 dichter bij de mensen te organiseren, richten steeds meer gemeenten - Utrecht, Leeuwarden, Almere, Amsterdam - wijkteams of buurtteams op. In Utrecht, waar ze er voorjaar 2012 mee begonnen zijn, is de effectiviteit inmiddels bewezen.


Uit een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut blijkt dat de buurtteams er gezinnen met problemen beter en zo'n 25 procent goedkoper helpen dan in het oude systeem. Er zijn minder organisaties betrokken en de gezinnen zijn vaker tevreden. Ook daar is het uitgangspunt: Eén gezin, één hulpverlener, één plan; laagdrempeliger en minder bureaucratie. Utrecht krijgt veel nieuwsgierige gemeenten over de vloer, die de kunst willen afkijken.


Wijkteams bestaan uit professionals met verschillende specialismen; bijvoorbeeld werknemers van jeugdzorg en deskundigen op het gebied van verstandelijke beperkingen of psychische problemen. Zij zitten met elkaar op een centraal punt in de wijk.


Tante

De hulpverleners nieuwe stijl ergeren zich aan het doemscenario dat tegenstanders van de overheveling van Jeugdzorg naar de gemeente schetsen: dat een ambtenaar die van toeten noch blazen weet aan de keukentafel beslist over de hulp. 'In de wijkteams zitten professionals die de beoordeling maken', zegt Rianne Ruiter van het wijkteam Zuilen. Zij werkt zelf bij de organisatie MEE, voor hulp aan mensen met een verstandelijke beperking.


'Ik leer de wijk goed kennen', zegt ze. Ze vertelt dat ze op huisbezoek was geweest bij een gezin dat ruzie had met de overburen. 'Dan word ik benieuwd: hoe zit het met de overburen. Kort daarna werd ook dat gezin in de straat bij ons aangemeld. Toen wist ik al dat er wat speelde.'


Dat het wijkteam eerder praat met het netwerk van een gezin, werpt volgens haar vruchten af. 'Van een kind wordt bijvoorbeeld gemeld dat hij continu te laat komt op school. Toen ik een tante van die jongen daarover sprak vertelde ze ons: dat komt omdat zijn vader 's ochtends zijn roes aan het uitslapen is. Bij een eerste huisbezoek waren we daar niet achtergekomen, want dan is de vader nuchter. De tante brengt nu het kind regelmatig naar school.'


Krista Eijsackers van het wijkteam Ondiep, vanuit Jeugdzorgorganisatie Timon: 'We zitten minder op kantoor, er is minder bureaucratie. We wachten niet af na een aanmelding , maar gaan er meteen op af. Door die snelle manier van handelen voorkomen we erger.'


WAAR HET WEL PIJN DOET

geen zicht

Kleine gemeenten moeten samenwerken om de nieuwe taken uit te voeren. Deze samenwerkingsverbanden zijn niet overal op orde. De democratische controle is bovendien gebrekkig, omdat de afzonderlijke gemeenteraden geen zicht hebben op de besluitvorming.


ongelijkheid

De ene gemeente is rijker dan de andere, en bovendien maken de stadsbesturen verschillende keuzes. Het is mogelijk dat een hulpbehoevende in de ene gemeente wel en in de andere niet wordt geholpen.


ontslagen

In de Thuiszorg zullen tienduizenden ontslagen vallen. Ook in andere zorgsectoren verliezen veel mensen hun baan door de bezuinigingen.


niet of minder

Gemeenten kunnen niet iedereen helpen met minder geld. Gehandicapten kunnen hun dagbesteding verliezen, van sommige ouderen wordt het huis niet of minder vaak schoongemaakt en een voor een deel van de werkzoekenden is geen geld meer om hen naar werk te begeleiden.


geld

Arme gemeenten, veelal aan de randen van Nederland, Groningen en Limburg, dreigen in financiële problemen te komen. Ze hebben relatief veel inwoners in de sociale werkvoorziening, waarvoor ze geen extra geld meer krijgen. Ook vergrijsde gemeenten vrezen tekorten.


tijd

Gemeenten verkeren nog in onzekerheid over de budgetten die ze krijgen. Veel gemeenten hebben de beslissingen over de bezuinigingen doorgeschoven tot na de gemeenteraadsverkiezingen. De voorbereidingstijd is dan te krap.


______________


Het Rijk draagt in 2015 een ongekend groot aantal taken over aan de gemeenten maar geeft de gemeenten minder geld om deze uit te voeren.

Waar gaat het om?

De Wet Maarschappelijke Ondersteuning: 3,8 miljard euro. Bezuiniging: ongeveer 25 procent. Gemeenten gaan een aantal taken uit de AWBZ uitvoeren als ondersteuning en begeleiding van hulpbehoevenden. Op dagbesteding wordt 25 procent gekort.

Voor de huishoudelijke verzorging, die al in pakket van gemeente zat, krijgen de gemeenten nog maar 950 miljoen euro, 40 procent minder dan voorheen. De wet moet nog door de Tweede Kamer.

De Jeugdwet: 3,5 miljard, bezuiniging 15 procent, in drie jaarlijkse stappen. Alle vormen van jeugdzorg vallen onder de gemeente. Nu zijn ze nog verdeeld over de gemeenten, provincies en het Rijk. De wet is net door de Eerste Kamer.

De Participatiewet: 3,2 miljard. De gemeenten worden ook verantwoordelijk voor de jonggehandicapten, een groep die voorheen een Wajonguitkering kreeg van het Rijk. De sociale werkplaatsen nemen niemand meer aan. Er is aanzienlijk minder geld voor begeleiding naar werk. De wet moet nog door de Eerste Kamer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden