Hoelang nog moet Irak lijden?

Zo heftig als het debat was over Kosovo, zo stil is het al geruime tijd rond Irak. Toch zijn daar, zo stelt Joris Luyendijk, ten gevolge van de westerse sancties al meer slachtoffers gevallen dan in alle recente oorlogen bij elkaar....

OF HET nu een 'columnistenoorlog' moet heten of niet, duidelijk is dat de gemoederen in Nederland over het conflict in Kosovo hoog zijn opgelopen. Dit is logisch want ons land vocht mee in een oorlog, in een oorlog vallen doden en daarover heb je jezelf rekenschap te geven.

Het is daarom zo opmerkelijk dat er een vrijwel algehele stilte heerst over dat andere internationale conflict waarbij Nederland partij is, namelijk de sancties tegen Irak. En dat terwijl die sancties al negen jaar een slachting aanrichten van werkelijk monstrueuze proporties.

Over het precieze aantal lopen de schattingen uiteen. Volgens het Iraakse bewind is het dodental de twee miljoen inmiddels gepasseerd, terwijl de Verenigde Naties door vergelijkingen tussen de kindersterfte vóór de sancties en erna, uitkomen op zeshonderdduizend slachtoffers. Laten we de VN-cijfers volgen. Zeshonderdduizend doden, dat is meer dan de slachtoffers van de oorlogen in Algerije, Tsjetsjenië, Bosnië en Kosovo bij elkaar. Als u deze pagina omslaat, is er weer iemand bezweken. En dan betreft dit getal alleen nog de kinderen.

De gangbare verdediging in het Westen van de sanctie-politiek stoelt op twee poten. De eerste luidt dat Saddam Hussein een onberekenbare, meedogenloze en expansieve dictator is die er in het verleden niet voor terugschrok om zijn eigen onderdanen te vergassen. Daarom moet hij koste wat het kost van zijn massavernietigingswapens worden ontdaan. Tot hij daaraan volledig en onverkort heeft meegewerkt, moeten de sancties, de zwaarste die ooit in de moderne geschiedenis aan een land zijn opgelegd, worden gehandhaafd.

De tweede poot van de legitimering van de Westerse sanctie-politiek vormt het 'voedsel-voor-olie' programma, waarbij Irak sinds 1995 humanitaire goederen ruilt voor olie. Als Saddam Hussein dit programma conscentieus zou uitvoeren, benadrukt het Pentagon, dan krijgt de Irakese bevolking voldoende voedsel en medicijnen.

En hier zit hem nu de tegenstrijdigheid. De sancties worden gerechtvaardigd met het argument dat Hussein een monster is, maar van dit monster wordt wel verwacht dat hij de voedsel- en medicijnuitdelingen eerlijk laat verlopen. Aldus legt het Westen het lot van de Iraakse bevolking in de handen van een leider van wie het Westen tegelijk stelt dat het een moordenaar is.

Het is volgende maand negen jaar geleden dat de sancties tegen Irak werden ingesteld en de vraag is gerechtvaardigd: hoeveel Irakezen zullen nog sterven aan de sancties? Vijfhonderdduizend, een miljoen? Drie? Zes? Hoeveel is te veel? De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Madeline Albright heeft geen last van haar geweten. Zij stelde onlangs dat 'het massale lijden van de Iraakse bevolking door de sancties de prijs waard is' om Saddam Hussein 'te stoppen'.

Misschien heeft ze gelijk. Saddam Hussein heeft zich inderdaad een bloeddorstig beest betoond wiens wreedheid en liefde voor ondoordachte militaire avonturen zijn weerga in het Midden-Oosten niet kent en hopelijk nooit zal kennen. Maar dit gezegd hebbend, is het bij de beoordeling van de noodzaak tot handhaving van de sancties interessant eens een aantal Amerikaanse beweringen van de laatste negen jaar inzake Irak tegen het licht te houden.

Zo liggen er de beschuldigingen uit Bagdad dat tijdens de vijf weken durende bombardementen in het kader van de operatie Desert Storm in 1991 honderden burgerdoelen, al dan niet per ongeluk, zijn geraakt. Destijds werd deze aantijging afgedaan als propaganda, het Westen voerde immers precisie-bombardementen uit met smart bombs. Sinds de voltreffers op vluchtelingenkonvooien in Kosovo weet de wereld hoe nauwkeurig die bombardementen zijn.

Dan was er de Iraakse claim dat in Zuid-Irak sprake was van een mini-kernramp als gevolg van tijdens de Golfoorlog daar achtergelaten Amerikaanse bommen en granaten waarin veramd uranium is verwerkt. Propaganda, luidde opnieuw lange tijd het oordeel. Inmiddels kennen ook Amerikaanse veteranen het 'Golfsyndroom'.

Ten slotte heeft Irak altijd gezegd dat het de Amerikanen helemaal niet gaat om de ontmanteling van Iraks massavernietigingswapens, maar om het wegkrijgen van Saddam Hussein. En dat Amerika met het oog daarop bereid is de sancties desnoods tot in het oneindige te rekken. Met hetzelfde doel heeft de VS volgens Bagdad leden van het VN-wapeninspectieteam UNSCOM aangezet tot spionage in Irak.

Jarenlang werden ook deze beweringen hoofdschuddend afgedaan als een zwak voorwendsel van Irak om UNSCOM te dwarsbomen. Maar inmiddels hebben de oud-UNSCOM medewerker Scott Ritter alsmede VN secretaris-generaal Kofi Annan toegegeven dat UNSCOM inderdaad heeft gespioneerd, onder meer om informatie te vergaren op grond waarvan Amerika en Groot-Brittannië in december de doelen uitkozen voor de vier dagen durende operatie Desert Fox.

Het feit dat de Verenigde Staten inzake Irak in de laatste negen jaar herhaaldelijk hebben gelogen of de waarheid verdraaid, maakt Saddam natuurlijk geen haar beter. En het is al helemaal geen argument om dus maar de sancties op te heffen, zoals veel Arabische commentatoren en sommige linkse critici in het Westen verkondigen.

Maar dergelijke onthullingen over de juistheid van bepaalde Iraakse beschuldigingen zouden wel tot voorzichtigheid moeten stemmen wanneer het aankomt op het beoordelen van nieuwe beweringen uit het Witte Huis inzake de sancties. Bijvoorbeeld als weer wordt verzekerd dat Saddam Hussein bij opheffing van de sancties opnieuw een bedreiging zal vormen voor zijn buren, en dat er geen alternatieven bestaan voor de sancties.

Hoe terecht is de vanzelfsprekendheid waarmee de sancties in het Westen lijken te worden geaccepteerd als een noodzakelijk kwaad? Er is geen simpel antwoord op deze vraag, zoals er ook geen eenvoudig uit te schrijven recept bestaat ter leniging van de crisis in Irak. Maar wat opvalt is dat de vraag zo weinig wordt gesteld, terwijl het er een is van leven en dood, en ook Nederland verantwoordelijkheid draagt voor het voortduren van de sancties.

Mocht ondanks de hierboven opgemerkte tegenstrijdigheden worden geconcludeerd dat het sanctiewapen inzake Irak inderdaad een legitiem instrument is voor internationale politiek - zelfs als dit het creperen inhoudt van inmiddels ruim een half miljoen kinderen - laat dan in ieder geval niemand zeggen dat we het niet hebben geweten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.