Hoedt u voor de waan van de dag

Leeftijdsgrenzen in het strafrecht berusten op psychologie van de koude grond. Maar Gerard Spong zou het inconsistent vinden als ze op die grond in het ene geval wordt geschrapt en in het andere fanatiek wordt gehandhaafd....

IN het redactioneel commentaar van de Volkskrant van 7 april wordt gesteld dat de politieke besluitvorming over de strafbaarheid van kinderen telkenmale gebaseerd was op psychologie van de koude grond. Kinderen onder de twaalf kunnen, aldus dit commentaar, wel degelijk moreel besef en notie van schuld hebben, zo goed als die bij oudere criminelen kunnen ontbreken. Daarom zou het niet onzinnig zijn om geen leeftijdsgrens te hanteren.

Het bedrijven van psychologie en voor mijn part ook psychologie van de koude grond is in het strafrecht zo oud als de wereld. Ons huidige kinderstrafrecht is voorts zoals beroemde strafrechtsgeleerden opmerkten (Hazewinkel, Suringa, Remmelink) moeilijk te begrijpen, wanneer het niet geplaatst wordt tegen zijn historische achtergrond. Zo gold in het Romeinse recht dat kinderen jonger dan zeven jaar (infantes) niet werden gestraft. In het Germaanse recht werd, zoals dat toen heette, de vrede niet verbroken door een strafbaar feit begaan door een kind jonger dan twaalf jaar.

In vrijwel alle rechtstelsels neemt men sinds de grijze oudheid aan dat voor opzet, een delictsbestanddeel voor de meeste misdrijven, een oordeel des onderscheids noodzakelijk is.

Dit laatste nu geeft in de historische ontwikkeling een grillig beeld. In een iets minder grijze oudheid, te weten in de kinderstrafwet van 1901 werd de onderste leeftijdsgrens van 12 jaar geschrapt, waarna deze in 1965 weer werd ingevoerd. Ook in de herziene kinderstrafwetgeving van 1994 werd deze grens gehandhaafd. Deze laatste wetgeving werd voorbereid door de toenmalige president van de rechtbank te Assen, mr. Anneveldt, en wie zijn rapporten leest kan hem bezwaarlijk verwijten lichtvaardig te werk te zijn gegaan.

Nu kan natuurlijk niet worden uitgesloten dat ook hij en zijn commissieleden psychologie van de koude grond hebben bedreven. In dit verband moet evenwel opgemerkt worden dat de deskundigen onderling ook van mening verschillen. In een in 1991 aan de Vrije Universiteit verdedigd proefschrift 'Leeftijdsgrenzen in het strafrecht, bezien vanuit de ontwikkelingspsychologie', betoogt mevrouw Bol dat het vastleggen van een ondergrens in het jeugdstrafrecht onwenselijk is.

Een gezaghebbend deskundige aan dezelfde VU, prof. Doek, merkte in 1996 echter op: 'Het middel van het strafrecht is wel erg zwaar voor een kind van tien of elf jaar'.

Het is ook van belang te onderkennen dat de leeftijdsgrens van twaalf jaar niet alleen geldt met betrekking tot het ontstaan van strafrechtelijke aansprakelijkheid, maar ook met betrekking tot het genieten van specifieke strafrechtelijke bescherming. Seksuele gemeenschap met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren wordt met een even zwaar strafmaximum bedreigd als verkrachting, te weten twaalf jaar.

Daarnaast genieten jeugdigen tot zestien jaar speciale strafrechtelijke bescherming ten aanzien van zedendelicten. Ik wil best aannemen dat al die leeftijdsgrenzen gebaseerd zijn op het bedrijven van psychologie van de koude grond.

Ons strafrecht heeft ook bij de straftoemeting niet zelden daarvan te lijden. Maar het zou wat slordig en inconsistent staan op die grond de ene leeftijdsgrens te schrappen en de andere fanatiek te handhaven.

Voor het meten met twee maten mag in het strafrecht geen plaats zijn. Als men de jeugdige als een volwaardig justitiabele meent te moeten benaderen en hem/haar bijgevolg van geval tot geval bezien strafrechtelijk aansprakelijk wil kunnen houden, ondergraaft men daarmee tegelijkertijd de ratio van de strafrechtelijke bescherming ten aanzien van zedendelicten. De mate van strafrechtelijke toerekenbaarheid is in zijn algemeenheid immers omgekeerd evenredig aan de mate van strafrechtelijke bescherming van kwetsbare personen.

Bij die bescherming heeft de rechter overigens niet willen weten van een beoordeling van de bescherming van geval tot geval. Zo kreeg een verdachte, die beweerde dat de meisjes waarmee hij ontucht had bedreven er uitzagen als volwassen vrouwen en hem een hogere leeftijd hadden opgegeven, te horen dat dat niet uitmaakte omdat de leeftijdsgrens een zogeheten geobjectiveerd delictsbestanddeel was.

Dit houdt in dat wetgever en rechter terwille van het doel van de bescherming en de rechtszekerheid een grens hebben getrokken. Aangezien veel grenzen in het leven berusten op willekeur, met dien verstande dat er soms in meer of mindere mate sprake is van slecht of goed beredeneerde willekeur, verdient het aanbeveling om de leeftijdsgrens van twaalf jaar reeds op die grond in het strafrecht te handhaven en ons niet te laten meeslepen door de waan van de dag.

Gerard Spong is advocaat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden