Hoed u voor het waakkonijn

Het aantal wandelaars in Nederland stijgt snel. Het aanbod aan wandelclubs en wandelroutes groeit navenant. Geen paadje meer of het is wel opgenomen in een slobberspoor, struinroute, pietepeuterpad of pelgrimstocht....

We willen allemaal terug naar de natuur, alleen niet lopend', verzuchtte onlangs iemand in een bericht in de internet-nieuwsgroep NL.Wandel. Het kan niet anders of dat moet als een grap zijn bedoeld. Dat precies het omgekeerde het geval is, laat zich immers gemakkelijk vaststellen. Want hoewel exacte gegevens over het aantal regelmatige wandelaars in Nederland niet voorhanden zijn, mag op grond van tientallen andere aanwijzingen gerust worden beweerd dat er daar ineens heel veel van zijn: van die 'weeskinderen van de Romantiek', zoals schrijver Gerrit Jan Zwier de moderne wandelaars vorig jaar in nrc Handelsblad typeerde.

Ook collega-auteur Koos van Zomeren constateerde het in een interview met het wandeltijdschrift Op Lemen Voeten, zes jaar geleden, al verwonderd op zijn 'eigen' Hollandse Kade bij Woerden: 'Toen ik hier in '76 begon te wandelen, was het echt een uitzondering als ik iemand tegenkwam. Nu kun je hier op een vrij normale wandeling, dus niet op zondagmiddag, in één uur twintig mensen tegenkomen.'

'Twintig' - het eerste getal in dit verhaal is gevallen. Het zal er niet bij blijven, al was het maar omdat de getallen in dit verband zo sprekend en verbazingwekkend zijn. Een eerste willekeurige greep in de knapzak van Neder land-wandelland levert zo veel ongelooflijke cijfers op, dat een buitenlander licht zou kunnen geloven dat iedereen hier voor zijn plezier zeven dagen per week wandelt. En dat ons daarbij, hoe zou het anders kunnen, een grond gebied ter beschikking staat van, zeg, half Europa.

Ga maar na: tussen Groningen en Limburg, en van oost naar west, lopen inmiddels duizenden al dan niet gemarkeerde wandelroutes. Daartoe behoren bijvoorbeeld de 1200 wandeltochten van regionale en plaatselijke verenigingen, 300 wandeltochten van dagblad Trouw, 33 Lange Afstand-Wandelpaden (law's) van elk ten minste honderd kilometer en 6000 kilometer in totaal, 50 On Track- en 8 Toeractief-tochten uit het pakket van de anwb, 87 provinciale, 7 regionale 'voetwijzers' en 14 'wandelwijzers' van Op Lemen Voeten, 46 ns-wandeldagtochten, 18 wandelingen van de Nederlandse Wandelsport Bond, 5 Groene Hart-wandelroutes, 39 natuurwandeltochten van boswachter Pieter Paul van Laake, 5 boerenvalleiroutes in Gelderland, 32 kuierroutes door Overijssel, een Kamper-uienroute, een palingroute en tientallen paaltjesroutes van streek-vvv's, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

Enfin, wie beseft dat alleen al de deelnemers aan de vier dagen durende Voetpadendagen in september konden kiezen uit 250 trajecten over 107 nieuwe routes, samengesteld door 100 verschillende organisaties, zal begrijpen dat het te ver voert om hier naar een integraal overzicht van wandelingen te streven. Duidelijk mag zijn dat er kennelijk een grote markt voor is, en dat de behoefte om het landschap al wandelend telkens weer op een andere manier te 'beleven' en te 'ontdekken' vooralsnog onverzadigd is.

Want lopend teruggaan naar de natuur is één ding, wandelen met een toegevoegde 'beleveniswaarde' een ander. Er zijn derhalve struinroutes, laarzenroutes, een kruutmoesroute, slobbersporen, pietepeuterpaden, wandelroutes voor rolstoelrijders (bij Kootwijk, op de Veluwe), een blindenroute met brailleborden, pelgrimsroutes, een heerlijkheidspad, meerdaagsen, trekvogelpaden en kloostertrajecten. Zelfs de korenwolf heeft al een tocht op zijn naam gebracht.

Verwacht niet dat dergelijke exercities in een land als Nederland per definitie over gebaande paden gaan, want die veronderstelling mist dus letterlijk grond. We hebben binnen onze grenzen onder meer knuppelpaden, keerweren, treilpaden, schansen, koningswegen, herderspaden, erfdienstbaarheden, galgenpaden, dodenpaden, ommetjes, achterommetjes, houthakkerspaden, notwegen, heirbanen, zandslagen en dreven.

Daar komen dan stukje bij beetje ook nog eens duizenden kilometers aan schouwpaden langs de dijken bij, aangezien ook de waterschappen die ze beheren er stilaan van overtuigd raken dat wandelen in hun 'publieks-profiel' past. Alsook de paden die over landbouw- en veeteeltpercelen lopen: boeren krijgen tegenwoordig subsidie als ze bereid zijn wandelaars op hun terrein door te laten, en de economisch in het nauw zittende sector staat niet meer langer afwijzend tegenover die bijverdienste.

De stapsgewijze openstelling van de schouw- en boerenpaden past helemaal in de mode die in wandelaarsjargon 'onthekking' heet en waarvoor de hele wandellobby, in 1998 verenigd in de landelijke Stichting Wandelplatform-law, zich nu sterk maakt. De onderhandelingen om de Veluwe te onthekken en de wildcorridors voor wandelaars toegankelijk te maken zijn in een vergevorderd stadium, zoals het er tevens naar uitziet dat op termijn de uiterwaarden in het wandelpadennet kunnen worden opgenomen.

Tegelijkertijd laat ook de achterban zich niet onbetuigd in het onthekken. De wandelaarsverenigingen Te Voet in Haastrecht en Nemo in Amsterdam hebben zich in het vinden en behouden van de vrije doorgang op het onverharde voetpad gespecialiseerd. Dankzij de inspanningen van Nemo bestaat er nu een landelijk Meldpunt Voetpaden. Wandelaars die hun weg afgesneden weten door al dan niet terecht opgeworpen afrasteringen of verbodsborden, kunnen de hulp van het meldpunt inroepen. Dat wordt bemand door vasthoudende types: zo duurt de juridische strijd om als vrij mens over het door de gemeente Holten afgesloten Scheperspad te kunnen lopen, al sinds de jaren zeventig.

Nemo, dat haar wortels heeft in de Amsterdamse kraakbeweging en trots het parool 'Wandelaar er is geen weg, al wandelend wordt de weg gebaand' voert, werd in 1988 opgericht door Vincent Rottier en Peter Spruijt. De eerste wandeling van de vereniging in september van dat jaar bracht acht deelnemers naar de IJsseloevers bij Hattem en leverde genoeg 'paaltjes'-ergernis op om jaren vooruit te kunnen. Nog altijd doet de als kunsthistoricus en politicoloog geschoolde Rottier (46) op de Nemo-wandelingen die hij begeleidt aan een 'microscopisch stuk je scholing' wanneer zijn groep op een hek of een verbodsbord stuit. 'Vergis je niet, er zijn een hoop mensen bang voor die dingen, hoor. Dat zit er diep in. Zelfs als ze een konijn zien, zijn ze al geneigd te veronderstellen dat het een waakkonijn moet zijn.'

Aan de andere kant wil hij ook wel toegeven dat het onthekken steevast 'gezeik' en vijandigheid van de tegenpartij oplevert. Beambten, boeren, villa-eigenaren, bezitters van tweede-huisjes: als je wandelt langs de rand van Nederland kom je wat de bevolking betreft ook écht de rand tegen, bedoelt Rottier maar te zeggen. 'Hoe fatsoenlijk je je ook gedraagt, de problemen komen altijd wel. We zoeken nu zelf wel wat minder extreme routes uit. Want als je honderd problemen op een wandeling hebt gehad, dan zijn je deelnemers kapot en voelen ze zich ook voor een karretje gespannen.'

Het heeft de bloei van Nemo evenwel niet in de weg gestaan. De vereniging telt 1500 leden en organiseerde in 1999 alleen al in Nederland (er is ook een uitvalsbasis in Polen) 104 wandelingen. De klantenkring bestaat zowel uit bijstandsgerechtigden als uit leden met hogere inkomens, en afgezien van de gedeelde inzet voor onthekt-wandelen en kleinschaligheid is Nemo een wandelclub als alle andere. De 'activistische ketelmuziek' die ooit door een eigen lid aan de vereniging werd toegeschreven, is verstomd. Rottier: 'Ja, waar praten wij onderweg over? Bla bla. Social talk. Over het weer, de vakantie, over de soep die we op onze wandelingen voorgeschoteld krijgen. We zijn gewoon. Vroeger waren we nog mordicus tegen paaltjeswandelingen. Mensen die ze volgden, stuitten bij ons op vol strekt onbegrip. Nu bepalen we niet meer wat mensen mogen lopen. Iedereen moet het voor zichzelf weten.'

De hoogste graad van indivueel wandelen in groepsverband is wellicht al bereikt door de Wandelpool in Haarlem, die in 1992 na een advertentie in de Volkskrant het licht zag en een instant-succes bleek. Wandelliefhebbers in de pool weten zich officieel alleen met elkaar verbonden doordat ze allen abonnee zijn van de tweemaandelijkse Nieuwsbrief, waarin ze elkaar hun gezelschap op wandeltochten aanbieden.

Top-aanbieding in de laatste editie van de uitgave zijn vier door abonnee Peter Penders uitgezette bedevaarten in Brabant. 'Pelgrimeren' is het ultieme wandelen voor een groeiend aantal naar spiritualiteit zoekende wandelaars. De 'persoonlijke invulling' van zo'n aloude heils- of boetegang is in het new age-tijdperk weids geformuleerd. De enige voorwaarden die aan belangstellenden van de Brabantse tochten worden gesteld, zijn dat er onderweg respect is voor elkaars beweegredenen om mee te lopen, en dat iedereen een gevoel van bezinning in zichzelf toelaat. En, o ja: 'Dit kan het best worden bereikt door in stilte te lopen', schrijft organisator Penders. 'Onwennig, maar wie daarvoor openstaat zal het als iets zeer bijzonders ervaren.'

De animo in de Wandelpool voor het lopen van bedevaarten en tochten met namen als 'De monniken achter na', 'De Pontische rododendron staat in bloei' en 'Rondwaren over de geest' mag blijken uit de jaarcijfers 1996-1999 van huis-statisticus Rudolf in hetzelfde nummer van de Nieuwsbrief.

Het aantal abonnees steeg in die periode van 816 tot 3013. Het aantal organisatoren dat in het blad wandelingen aanbood, verviervoudigde tot 210, en het aantal wandelingen zelf explodeerde: van 170 naar 791 stuks. Favoriete bestemming was Gelderland met 172 tochten, de ideale wandeldag is en blijft de zondag, en het gemiddelde aantal deelnemers per wandeling ligt rond de negen personen.

Behalve via de Nieuwsbrief en al wandelend, kunnen deelnemers in de Wandelpool ook op een eigen internet-site met elkaar communiceren. Wandelaars die een 'maatje' zoeken om samen naar Santiago de Compostela of de honderd kilometer lange Dodentocht in België te lopen, vinden er elkaar. Maar ook de voor- en tegenstanders in de discussie of het waar en bezwaarlijk is wat 'Mieke' in de Nieuwsbrief heeft beweerd, namelijk dat er zo veel 'hunkerende types' met Wandel pool-tochten meegaan.

'Mijn ervaring na een kleine honderd keer meelopen', schreef 'Aad' op 11 augustus, 'is dat er heel weinig mannen deelnemen, en als ze deelnemen heb ik ze nog nooit hinderlijk hunkerend aangetroffen. Ik schaam mij er niet voor dat ik vaak een "verborgen agenda" heb. Waar kun je als alleenstaande man beter een alleenstaande vrouw in ontspannen sfeer ontmoeten dan op een wandeling bij de Wandelpool?'

Iemand als 'Wilma' deelt die positieve grondhouding: 'Ik heb diverse keren een stel getroffen dat elkaar bij een wandeling had ontmoet. Een hele leuke bijkomstigheid van de Wandelpool, die naar ik hoop mij ook eens zal overkomen en die je niet belachelijk moet maken.'

Over internet gesproken: wie zich in de wirwar van routes en tochten in Nederland niet direct een voorstelling kan maken van de 'soort' wandelaars die van al die trajecten gebruikmaken, doet er misschien verstandig aan eerst eens te beginnen met een virtuele dwaaltocht over het web.

Daar leer je snel genoeg of je in potentie een groepswandelaar bent, en zo ja: van welk slag. Of je je aangetrokken voelt tot de missie van de Centurion Vereniging Nederland ('Een Centurion is een wandelaar die binnen 24 uur 160.928 km heeft gelopen'). Of je je thuis voelt in de kringen van de Friese Lange Afstand Lopers flal) die zichzelf bekers, medailles, houten schildjes dan wel wandborden uitreiken. Of je in humor en kilometers denkt mee te kunnen met de Ollandse Lange Afstand Tippelaars (olat, tevens voor snelwandelaars). Of je ontvankelijk bent voor de belevenissen van de 'Brabantse pelgrim' Ignaas Brekelmans, die in de nieuwsbrief-Pelgrimspad verhaalt 'over zijn wandelingen met de ezellin Saartje'. Of je je herkent in de onverharde idealen van De Rugzaklopers (230 leden). Of dat je liever wandelt temidden van je eigen lotgenoten: bij de Potige Dames (voor lesbo- en bi-wandelaars) of in de gelederen van de Stichting Mannen Natuurlijk Nederland (voor homo's).

Uiteraard bevinden de hierboven genoemde clubs zich enigszins aan de randen van het Nederlandse wandelspectrum en zijn er voor de intredende wandelaar voorzichtiger keuzes te maken. Nederland-wandelland laat zich categoraal grofweg onderverdelen in: prestatiegericht, cultuur-historisch gericht, natuurgericht, en intermenselijk dan wel op 'persoonlijke herschepping' gericht. Van gehakketak onderling is nauwelijks sprake. Uitvallen als die van wandelaar en journalist Gerard van Westerloo (intermenselijk) in 1993 in zijn boek Voetreiziger naar wandelaar/journalist Henk Raaff (deze zou de lezer in zijn wandelreportages reeds op pagina één met diens 'fascistische menselijke natuur' om de oren meppen), zijn zeldzaam.

Net zo zeldzaam is een wandel-survival-type als leraar Rop Douwes. Be geleid door een heuse navigator volbracht hij een Rondje Nederland van tweeduizend kilometer in 101 dag-etappes. De weerslag daarvan werd deze zomer uitgegeven bij Nijgh & Van Ditmar en heeft niets van de pastorale braafheid die de meeste wandellectuur kenmerkt. Al shaggies draaiend en vloekend ('Kutmuggen', 'Godsalle jezus wat een klotenzooi') baant Douwes zich een weg door een polderjungle, in zijn ogen bevolkt door vaak schaapachtige autochtonen en doorkruist door 'de stresskoppen' van het massa-toerisme.

Betrekkelijk zeldzaam ten slotte zijn ook de heel oude wandelclubs, die nog uit het tijdperk stammen waarin er geuniformeerd en met de 'benenwagen' opuit werd getrokken. Ronald van der Meer uit Gouda leidt nog zo'n vereniging, Door Eendracht Sterk in Gouda. Onder andere door te werven in eigen familiekring telt het ledenbestand nu weer zo'n 25 lopers. Twee maal per jaar, met Pasen en met Sinterklaas, worden ze op een eigen tocht vergast, alle andere keren kiezen ze uit een bestaande. De versnaperingen onder weg en de andere verenigingskosten worden betaald uit de opbrengsten van het ophalen van oud papier.

Terug naar de cijfers. De laatste keer dat het cbs de populariteit van het wandelen in kaart bracht, was in 1996. Ruim eenderde van de dagtochten die indertijd in landelijk gebied werden gemaakt, ging toen te voet, met fietsen (23 procent) als tweede activiteit. Vergeleken met fietsen was wandelen iets meer een vrouwenaangelegenheid: 54 versus 42 procent, en de tochten die lopend werden ondernomen, bedroegen gemiddeld twee ... drie uur. Een gemarkeerd Lange Afstands-Wandelpad of een deel daarvan, vormde daarbij 800 duizend keer de route.

Uit gegevens van het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij blijkt voorts dat iedere wandelaar in Nederland rond die onderzoeksperiode gemiddeld ongeveer 223 vierkante meter toegankelijk bos- en natuurgebied ter beschikking stond. Wandelen in Zuid-Holland was met 16 vierkante meter vrije natuur per persoon de minst aantrekkelijke optie, wandelen in Gelderland met 437 vierkante meter p.p. de beste. Aanvullend onderzoek van het ministerie leert dan ook nog dat een op de drie managers zijn of haar 'creatieve ideeën' pleegt op te doen 'bij een bezoek aan de natuur'.

Kan het nog mooier? Dat kan. Want de echte grote doorbraak van het wandelen in Nederland moet feitelijk nog komen. Volgens de Stichting Wandel platform-law zijn de nu actieve wandelaars slechts voorlopers in een ontwikkeling die straks nog veel grotere bevolkingsgroepen op de been zal brengen. Daarin gaan we, voorspelt Henk Dikker Hupkes van het platform, de Verenigde Staten achterna, waar het wandelen volledig is geïncorporeerd in de health-trend en aldus tot de alledaagse gezondheidsrituelen is gaan behoren.

Het zal een ontnuchterend effect hebben op de eerder genoemde 'wees kinderen' van Gerrit Jan Zwier, die wandelen om de illusie van de arcadische natuur te verwerven en te behouden. 'Prachtig allemaal hoor, die romantische en spirituele motieven waar mee we nu in Nederland nog wandelen', zegt Dikker Hupkes, 'maar uiteindelijk wordt het hier ook veel meer down-to-earth. We krijgen steeds meer goede redenen om te wandelen. Lopen zal meer worden gezien als een van zelfspre kend middel van transport. We zullen vaker lopen omdat we ons nadrukkelijker realiseren dat het goed voor ons is. En we zullen ook steeds dichter bij huis lopen, omdat we stilaan gaan beseffen dat het mal is om eerst in de file naar een natuurterrein te staan om pas daarna te kunnen wandelen.'

Wandelaars zoeken zich in toenemende mate liever al vanaf de voordeur een weg naar buiten. En een tocht van vijf tot tien kilometer kan dan volstaan, mits daar zoiets als een 'groene buitenervaring' bij zou kunnen zijn inbegrepen. Vandaar ook dat het Wan del platform zich niet meer alleen wil richten op het ontsluiten van nieuwe landschappelijke gebieden voor wandelaars. Weliswaar zijn er nog 'witte plekken' genoeg in de Lopikerwaard, de Hoekse Waard, in Zeeland en Noord- Holland, maar zeker zo belangrijk voor het wandelen worden de directe verbindingen tussen de stedelijke omgeving en de ommelanden. De stadsranden waar tot nu toe sportvelden, villaparken, bedrijfsterreinen, rondwegen, en andere infrastructurele en recrea tie ve voorzieningen zijn gedacht, maar weinig of geen wandelpaden.

De stichting Op Lemen Voeten, die deel uitmaakt van het Wandelplatform, heeft het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voorgesteld een stedenbouwkundig handboek op te stellen waarin zo'n urbaan wandellandschap vanaf de tekentafel gestalte kan krijgen. Daar naast is van het platform zelf vorige maand een boekje verschenen waarin praktische oplossingen worden aangedragen voor wandelknelpunten rond zeventien Neder land se gemeenten.

Laat daar trouwens nog niet mee zijn beweerd dat de wandellobby al een onwrikbaar stevige poot aan de grond heeft bij de overheid, want daarvoor stuit de belangenbehartiging toch nog te vaak op onbegrip. Onverhard wandelen onthardt ook tussen de oren, luidt een wandelaarsgezegde. Maar die wijsheid is in Den Haag en in de provinciehuizen nog geen gemeengoed. Er zullen nog heel wat hogere ambtenaren en managers voor creatieve ideeën de hei op moeten, wil er bijvoorbeeld een halt kunnen worden toegeroepen aan wat ze bij het Wandel plat form de 'fietspalisering' van Nederland noemen.

'De wil om nieuwe paden aan te leggen of open te stellen, is er. Maar dan moet het wel weer een pad zijn waar ook fietsers, skaters, mountainbikers en rolstoelers overheen kunnen. En dus wordt het geasfalteerd. Voor wandelaars verliest het daarmee uiteraard onmiddellijk aan belevingswaarde. Wat dat betreft, hebben we nog een hele weg te gaan', zegt Henk Dikker Hupkes.

Hij weet zich op die weg in de rug gedekt door de honderdduizenden enthousiaste wandelaars die naar marketing-maatstaven in dertig jaar tijd van de spreekwoordelijke 'loslopende bosneukers' evolueerden in een interessante, kapitaalkrachtige doelgroep voor wie wandelen een op maat geleverde feel good-ervaring dient te zijn. Als dagactiviteit genereert het wandelen circa 373 miljoen gulden aan bestedingen, meldt het jaarverslag 1998-1999 van het Wandelplatform, en naar verwacht zal de economische betekenis ervan flink toenemen als ook de 'nieuwe gezonde senioren' uit de snel naderen de Grijze Golf zich in de rijen aansluiten.

De 'ervarings'-industrie is er klaar voor. Natuurmonumenten heeft zo al 'struinnatuur' in de aanbieding. Een dagje zorgeloos verdwalen op een terrein zonder bordjes en routepaaltjes, en met hooguit een waakkonijn om een oogje in het zeil te houden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden