Hoed u voor de inpeperaars

Wat u nog zou moeten zien, lezen of luisteren volgens (inter)nationale grootheden. Aflevering 2: Owen Schumacher, meester van de typetjes in hoogsteigen persoon.

Owen Schumacher (46): 'We werken nu aan een serie over hoe iedereen z'n leventje verfraait op Facebook. Zo'n gescheiden vader die op pappadag zijn kind van school haalt, dat waarschijnlijk helemaal geen zin heeft in een dagje met pappa. Maar dan komen toch die beschrijvingen en de foto's over de bijzondere tijd die ze samen hebben doorgebracht. Dat ze zo gezellig hebben gebarbecued. En dat het zo goed klikt met pappa's nieuwe vriendin. En dat je dat kunt liken. Nogal treurig allemaal.'


Het is tijd voor trends voor Schumacher en Paul Groot, de makers van Koefnoen. De nieuwe reeks met acht afleveringen van het satirische tv-programma begint pas op 31 augustus - dat zal ook de honderdste uitzending zijn - maar ruwweg een derde wordt nu al gedraaid. Onderwerpen die meer de tijdgeest vangen dan de actualiteit van de week die vooraf ging.


Op de lijst die Schumacher ter oriëntatie opstuurt, domineert het beeld. 'Beeld heeft nu eenmaal het meeste invloed op wat we maken. Ik pak zelf ook eerder een dvd dan een boek. Beeld zegt meer iets over een bepaalde tijd. Goede romans zijn tijdlozer, die hebben meer eeuwigheidswaarde.'


De leidraad in zijn keuzen: 'Ik houd van kunstenaars die steeds maar op zoek gaan naar wat ze nog meer in zich hebben. Je treft dat heel goed aan in het museum van Pablo Picasso in Parijs. Hij jatte ook schaamteloos, maar toch voel je bijna zaal na zaal een ontwikkeling. Dit is achter de rug, wat is de volgende stap die ik kan maken? En dat volkomen onafhankelijk, zonder rekening te houden met wat het publiek van hem verwacht, wars van de heersende smaak. Zo krijg je goede kunst.'


A. The Great Dictator (1940), Charlie Chaplin.

'Als jongetje vond ik Comedy Capers leuk. Alleen al die stem van Maarten van Rooijen: 'En nu, uit de studio's van Mack Sennet.' Geen idee wie of wat het was, Mack Sennet, maar het klonk magisch. Slapstick, taarten smijten, glijpartijen, ik hield er wel van. Maar Charlie Chaplin was mijn held. Tot mijn 15de hingen zijn posters op mijn kamer. Hij droeg zo'n gestreepte tuinbroek, die wilde ik ook. Hij speelde de underdog, een eenzaam, wat poëtisch en dromerig mannetje die het telkens opnam tegen de grote, boze wereld. Er zat wel iets van herkenning in. Eenzaam was ik niet, maar het kleinste en magerste jongetje van de klas was ik wel.


'In The Great Dictator zitten prachtige scènes. Chaplin als Hitler die Mussolini ontmoet, waarna ze gaan dansen met ballonnen als wereldbollen. Chaplin die als het joodse kappertje op de plek van de dictator belandt, een sentimentele speech over liefde en vrede houdt en de menigte achter zich krijgt, hetzelfde publiek dat eerder het gebral tegen joden had toegejuicht.


'Ik had als kind wel in de gaten dat het ook ergens over ging, dat hier een gevaarlijke man werd neergezet, terwijl het engagement toch betrekkelijk mild is. De boodschap is niet snoeihard. Je ziet geen hakenkruis, bijvoorbeeld. Er is een bijzondere vorm gekozen om commentaar te leveren. Dat spreekt me aan. Iedereen die je probeert in te peperen hoe het zit, moet je wantrouwen als de pest. Het is veel interessanter als er twijfel wordt gezaaid: klopt dit eigenlijk wel, is er geen andere kant aan? Hier neemt iemand zichzelf wel heel serieus. Dat moet je doorprikken. Dat streven we met ons programma ook na.'


B. Singin' in the rain (1952), met Gene Kelly

'Het is in wezen een ontzettend tuttige film, maar ik kan erg genieten van een groep mensen die precies gelijk iets ingewikkelds doen en het eruit laten zien alsof het geen moeite kost. Tapfilms zijn op het randje van kitsch, en soms erover, maar het is ook good oldfashioned showbizz.


'Ik vond het zo fascinerend dat ik op mijn 15de op tapdansen ben gegaan, als enige jongetje tussen dames van middelbare leeftijd. En zaterdag gewoon weer naar voetbal, waar ik natuurlijk wel verzweeg dat ik woensdag bij tapdansen was.


'Tapdansen oogt als bijna nonchalant een instrument bespelen. Ik dacht: dat kan ik ook. In het tweede jaar ben ik gestopt. Ik beheers een paar basispasjes. De eerste maanden kom je echt niet verder dan poppop, poppop, poppop met je voet. Eindeloos. Je hebt echt jaren nodig om te komen tot prrrt, prrrt, prrrtur de prrrt - en dan ook nog de handen in je zakken houden. Dat duurde me te lang. Ik wilde sneller succes, denk ik.'


C. Some Like it Hot (1959), Billy Wilder

'Dit is een fijne klucht, met een goed plot. Geestig en vrolijk, maar ook flauw en melig. Ook wel op het randje, soms. Mannen in vrouwenkleren, seksuele toespelingen; allemaal heel gewaagd voor die tijd. Aftasten van grenzen voegt vaak wel iets toe aan een productie. Het mag soms wel ongemakkelijk voelen. Maar alleen maar beuken leidt ook tot gewenning, net zoals alleen maar pleasen snel verveelt.


'In Koefnoen letten we altijd op afwisseling: het kan heel toegankelijk zijn, maar er zijn ook scènes waarbij je je kunt afvragen of ze wel zo geschikt zijn voor primetime zaterdagavond, Nederland 1. Je weet ook niet altijd wanneer je iemand kwetst. Ja, als het over godsdienst gaat, worden mensen snel boos. De paus had een keer iets merkwaardigs over moslims gezegd en we hebben naar aanleiding daarvan het verhoorfragment in Basic Instinct nagespeeld. Als hij net als Sharon Stone de benen over elkaar slaat, brandt er licht in zijn kruis. Dan weet je dat er aanstoot aan wordt genomen. Maar we worden ook verrast. We hadden een scène met een wat onaangename vrouw die Paul speelt, Guurtje, die een gesprek voert met Job Cohen, terwijl diens vrouw er in een rolstoel bij zit. Het gaat over haar, maar zij wordt zelf straal genegeerd. We lieten zien dat politici steeds meer worden gedwongen iets van hun privéleven prijs te geven en dat mensen vaak praten over in plaats van tegen iemand die iets heeft. Maar veel kijkers dachten dat we gehandicapten belachelijk maakten. Dat was ons punt helemaal niet.


'Ik heb heel lang gedacht dat in Some Like it Hot een goede theatervoorstelling zat. Nu ontdekte ik laatst dat er al een variant bestaat: Some Like it Hotter. Marilyn Monroe, Tony Curtis en Jack Lemmon zitten in het hiernamaals, vangen zojuist overleden bewonderaars van de film op en spelen scènes na. Ik heb het script gelezen. Misschien is het interessant er in Nederland iets mee te gaan doen.'


D. The Goon Show (1951-1960), BBC

'De Britse familie van mijn moeder nam elpees mee van The Goon Show, een radioprogramma met Harry Secombe en Peter Sellers, maar vooral van Spike Milligan, die voor Monty Python een grote inspiratiebron zou worden. Ik begreep het niet precies - ik ben niet tweetalig opgevoed -, maar uit het uitbundige lachen van mijn moeder maakte ik op dat het heel grappig was. Er zat publiek bij, er waren typetjes, er klonken allerlei Britse accenten door elkaar heen, het was ook een parodie op radioprogramma's. Wat zo aanstekelijk werkte, was dat je de lol hoorde en de vrijheid voelde waarmee het gemaakt was. Zo werkt het ook in stand-upcomedy. Je moet niet uitstralen dat er nu iets komt dat jullie vast en zeker heel erg leuk gaan vinden, nee, het publiek moet kunnen zien dat je er veel plezier in hebt om het te vertellen. Dan wordt het nooit pijnlijk.


'Radio is nog wel een liefde van me, het laat veel aan de verbeelding over. Je kunt een stoeptegel laten praten. Ik heb twee jaar Spijkers met koppen voor de radio gedaan en het plezierige was dat er een directe lijn zat tussen het idee en de uitvoering. Je hoeft je bijvoorbeeld niet af te vragen of de persoon die je uitbeeldt wel lijkt. Het was ook wel prettig dat je achter de microfoon meteen hoorde of het publiek het leuk vond. Bij tv gooi je iets over de heg en je hebt verder eigenlijk geen idee hoe het aanslaat. We hebben met Koefnoen in de studio ook met publiek gewerkt. Maar wat we daar deden was toch minder dan de filmpjes die we maakten. Het leverde te weinig op. Als onszelf zijn we veel grijzer dan onze types. Je kunt het minder uitvergroten. Met een pruik op durven we meer.'


E. Matilda, the musical (2010), Roald Dahl

'Ik had het boek al aan mijn kinderen voorgelezen. Het gaat over een meisje dat opgroeit in een plat en ordinair gezin, dat alleen kennis opdoet van de tv, terwijl zij er zelf van houdt in de boeken te verdwalen. Op school heeft ze te maken met een vreselijke onderwijzeres. Een tiran, een vreselijk wijf, in de musical gespeeld door een boom van een kerel. Intens gemeen, ze pakt de kinderen bij hun vlechten en slingert ze de rondte in. Het is erg grappig, een beetje moralistisch ook, met een donkere kant, zoals altijd bij Dahl.


'Ik heb de musical gezien met mijn kinderen in Londen, daar draait hij al twee jaar op West End. De liedteksten zijn van Tim Minchin, die al eerder satirische liedjes had geschreven. Het is een beetje wordplay, in Nederland al gauw een taboe, maar als het slim gebeurt, kan het heel mooi zijn. Mijn dochters gingen in elk geval helemaal mee in het verhaal. Het is echt een hart onder de riem voor het boekenlezende kind.'


F. Twee meisjes (1995) Raymond van het Groenewoud

'Ik hou van zijn melancholie. Maar ik hou ook van de ironie, die ook in zijn nummers zit. Emoties tonen, maar daar ook om kunnen lachen. Dat zit niet in Twee Meisjes, hoor. Dat is alleen maar poëtisch. Twee meisjes op een strand, ze lezen modebladen, ze kijken in het rond, ze dromen van een prins. Heel eenvoudig, heel puur. Bij hem proef ik altijd dat hij iets maakt omdat hij bij zichzelf de noodzaak voelt. Of het commercieel is of niet, dat maakt hem niks uit. Soms is hij in de mode, dan weer een hele tijd niet. Wat zou het?


'In muziek zoek ik altijd wel de melancholie. Billie Holiday, Maarten van Roozendaal, Astor Piazzolla. Dat voel je in je buik, dat is een goede graadmeter. Ik vind muziek niet iets voor de achtergrond. Ik hoorde iemand een keer zeggen: ik hou zo van jazz, want daar kun je zo lekker doorheen praten. Daar kan ik echt kwaad om worden.


'Met pop heb ik niet veel. Ik heb bij bandjes snel het idee dat ze bandje spelen. Daar kan ik niet zo goed in meegaan. Seks, drugs en rock 'n' roll, dat vond ik altijd een beetje ... kinderachtig. Maak gewoon iets moois, denk ik dan. Ik heb later wel een soort inhaalslag gemaakt, maar het is nu eenmaal zo dat wat je ruwweg tussen je 13de en 22ste goed vindt, wel zo'n beetje de toon zet. Bij mij was dat drs. P. of Wim Sonneveld, anderen van mijn leeftijd waren bezig met The Cure, Simple Minds of U2.


'Klassiek heb ik van huis nauwelijks meegekregen. Twee van mijn dochters zitten op vioolles, dan ga je naar concerten en uitvoeringen. Eerst had ik het idee dat je als buitenstaander er niet zo over kon oordelen, dat je eerst kenner moet zijn. Nu denk ik daar anders over. Het raakt je of het raakt je niet. Maak het niet gewichtiger dan nodig is.'


G. Het Gala van het Gouden Hoofd (1984), Kees van Kooten en Wim de Bie

'Als het gaat over invloeden, mogen zij niet ontbreken. Dit was een opname in een studio met publiek. De vader van een vriend van mij had kaartjes bemachtigd. Wat er precies voorbij kwam, weet ik niet eens meer, het zal wel een persiflage op de kitsch van al die gala's zijn geweest. Maar alleen al het gevoel er dichtbij te zijn, dat was geweldig. Normaal was er nooit iemand bij de opnames, dit was iets eenmaligs. Mijn overbuurjongen en ik hadden al op 8-jarige leeftijd het Koot en Bie-fanclubblad opgericht, we hadden alpinopetten en mattenkloppers.


'Van Kooten en De Bie en wij worden veel met elkaar vergeleken, maar ik voel me daar niet erg gemakkelijk onder. Zij waren in hun tijd echte smaakbepalers. Nu is er zo'n woud aan zenders, columnisten, opiniestukken; zo bepalend kun je niet meer zijn, als ik dat al zou willen. De wereld was ook eenvoudiger. Je had links en rechts en Van Kooten en De Bie waren de stem van weldenkend links Nederland. Dat wil je nu niet meer zijn, toch? We koesteren de onafhankelijkheid. Ik geloof niet dat we voor eigen parochie preken. Ik krijg nu wel eens reacties van mensen van wie ik niet verwacht dat ze naar ons kijken. Een vuilnisman vroeg pas nog wanneer we weer beginnen. Ik zag jullie Nick en Simon, ik kan niet wachten!


'We hebben natuurlijk wel de satire gemeen. Onderuit halen van alles wat meer pretenties heeft dan het verdient. Poeha doorprikken is leuk en nuttig - je verandert natuurlijk niks, maar de satire is wel een ventiel voor onvrede of ergernis. En Van Kooten en De Bie gebruikten ook al typetjes en imitaties, zij het dat laatste veel minder dan wij. Maar in hun tijd speelde het Bekende Nederlanderschap nog niet zo. Wij kondigen elk seizoen ook aan minder imitaties te zullen gebruiken, maar dat lukt steeds niet. Imitaties zijn gewoon succesvoller, over het algemeen. En ze zijn nuttig voor de kortste weg naar het commentaar. Je hoeft niet meer uit te leggen wie het zijn. Misschien moeten we maar ophouden telkens aan te kondigen dat we er minder gaan doen. Maar als Kees van Kooten, die hier in de buurt woont, me in het voorbijgaan zegt dat hij wel twee of drie keer mijn Bart Chabot heeft teruggekeken, ja, dan zweef ik wel een tijdje over straat.'


H. Life of Brian (1979), Monty Python

'Eigenlijk is de film voor Monty Python atypisch, want het is zowaar een vertelling. In Life of Brian durven ze een verhaal dat voor veel mensen van grote waarde is, in een heel ander daglicht te stellen. Je hebt die scène, waarin Graham Chapman als Brian voor het raam de menigte toespreekt. You don't need to follow me, you're all individuals! Dan antwoordt iemand: I'm not. Dat is de sleutelzin. Mensen willen ergens achteraan kunnen lopen. Iemand anders had ook de Messias kunnen zijn. De kern van Python is volgens mij dat het hele slimme mannen zijn die heel kinderachtig durven doen. Het kon altijd sillier. Dat maakt het zo onweerstaanbaar.'


I. Live in concert (1979), Richard Pryor

'Er zijn meer registraties van zijn optredens, maar deze vind ik de beste. Het is niet zolang nadat hij een hartaanval heeft gehad. Raoul Heertje, Arthur Umbgrove en ik waren in Dallas voor een workshop stand-upcomedy. Daar zagen we voor het eerst deze tape. Er zat veel black pride in, veel niggers en motherfuckers - en dan te bedenken dat hij eerst een brave Bill Cosby-epigoon was. Hij was er niet meer op uit om te pleasen. Nee, het was: hé, ik ben Richard Pryor.


'Het was ook een goede acteur. Hoe hij aan alles een stem gaf; hij laat op een gegeven moment zelfs zijn hart aan het woord. Wat? Dacht jij ermee weg te komen, door te leven zoals je leeft? Door al dat spék te eten? Hij laat zijn hond tegen hem aan ouwehoeren, of zelfs zijn pijp die hij gebruikte voor het freebasen (cocaïne gebruiken, red.).


'En daar zaten wij dan, met z'n allen grappen aan het bedenken. We wisten wel dat het vooral 'eigen' moest zijn, maar zó eigen, dat kende ik nog niet. Ik zou het niet durven. Daarom ben ik uiteindelijk ook gestopt met standuppen, geloof ik. Ik spéélde de stoerdere versie van mezelf. Als het goed is, moet je kunnen zeggen: welkom in de wereld die Owen Schumacher heet. Dat kon ik niet, ik wilde het niet. Het was voor mij interessanter, mooier en ook wel veiliger om een andere vorm te gebruiken. De vorm met de pruik, ja.'


J. Gesloten winkelpanden (2013), Joost van den Broek

'Een beeld kan het begin zijn van een scène. Joost had een collage gemaakt van foto's met leegstaande winkels. Je gaat je gelijk afvragen welke wereld daar achter heeft gezeten. Wie werkten er? Wat ging er mis? Maar je ziet tegelijkertijd ook de belofte van een nieuw begin. Paul en ik hebben aan Jan Boerstoel gevraagd of hij daar een lied over wilde maken. Over een witgoedhandelaar, dat is wel zo makkelijk als er ergens de stekker uit is gegaan.


'Joost heeft ons ook wel eens gefotografeerd, het is helemaal niet glamorous geworden, maar heel puur, bijna ouderwets op het moment gericht. We hebben weer publiciteitsfoto's nodig, we hebben aan hem gedacht, maar dan worden dat in elk geval geen foto's waarvan je denkt: ha, dat wordt lachen, straks. Maar misschien is dat juist wel spannend.'


K. Emmaüsgangers (1937), Han van Meegeren

'Ik heb nu eenmaal een fascinatie voor vervalsers. Het is mij vooral te doen om het onderuit halen van het snob appeal: omdat een werk is aangeraakt door dat ene genie, wordt het ineens een veelvoud meer waard. Dat is toch vreemd. Maakt het wat uit als het beeld niet afwijkt?


'Han van Meegeren richtte zich vooral op Johannes Vermeer, hij wist dat in diens oeuvre een religieuze afbeelding ontbrak. De kenners hunkerden ernaar. Van Meegeren draaide ze een loer. Hij vond een nieuwe methode om craquelé te veroorzaken. Hij mengde bakeliet door de olieverf, waardoor die snel hardde. Daarna rolde hij het doek op, waardoor je barstjes kreeg. Daar strooide hij weer stof uit oude kerken in. Je kunt zeggen wat je wil, maar het was toch vakmanschap. En die zogenaamde kenners trapten erin. Het heeft toch iets sympathieks. Je ondergraaft een systeem, je toont de gebakken lucht aan. Welbeschouwd zijn wij daar met Koefnoen ook mee bezig.'


CV

Owen Schumacher (1967) groeit op in Hilversum. Op zijn 17de doet hij auditie voor de Kleinkunstacademie, maar hij wordt afgewezen. Hij gaat in Amsterdam rechten studeren, waarna hij werkt als jurist, maar ook als stand-upcomedian bij Comedytrain. Ook verschijnt hij in het satirische tv-programma Kopspijkers, waar hij BN'ers als Gerrit Zalm en Jan Peter Balkenende persifleert. In 2004 begint hij met Paul Groot het tv-programma Koefnoen. Ze winnen er de Zilveren Nipkowschijf mee. In 2012 maakt Schumacher de documentaireserie Nep! over vervalsingen en imitaties.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.