Hoe zoet klonk het 'Nou! Niet doen!' in mijn oren

Aflappen. Het klinkt als een vreselijke straf, en dat is het ook. De jongetjes die het overkomt, worden op het schoolplein ingesloten door mijn dochter en haar vriendinnetjes....

Philippe Remarque

Arm jongetje. Nog een leven voor zich, en nu al zo worden geconfronteerd met het onweerlegbare feit dat mannen zich geen raad weten met de liefde.

Ik heb het zelf beleefd op de lagere school. De beelden zweven dezer dagen weer akelig scherp voor mijn geestesoog, dat ik toch doorgaans uit voorzorg half geloken laat. Eén van de voorrechten van het ouderschap is nu eenmaal dat je je eigen jeugd herbeleeft. Maar dat blijft helaas niet beperkt tot die eindeloze zomerdagen aan een Frans riviertje of het onredelijke verlangen naar het moment dat de Donald Duck in de brievenbus valt. Ook de zeperds gaan op herhaling.

Zoals mijn bijna-liefdesgeschiedenis met Michelle Beukenkamp. We waren acht, ik een dromer en zij een droom: blond, bevallig en met flapoortjes die door haar sluike haar heen staken. Et Dieu créa la meisje. Ik maakte haar het hof door haar flink te stompen. Had ze een extra mooi jasje of jurkje aan, dan kneep ik haar nog wat harder dan anders. Hoe zoet klonk het 'Nou! Niet doen!' in mijn oren. Mijn vriendjes deden het ook. Michelles armen moeten blauw zijn geweest. Zwijgend doch eensgezind kalkten wij met krijt beledigende teksten op de stoep voor haar huis. We zeiden het nooit tegen elkaar. Maar ik wist honderd procent zeker dat de anderen ook aan haar dachten als ze in hun jongensbedje lagen en buiten de vogels hoorden fluiten in de lenteavond.

Veel beter wordt het niet, bij de jongens. Altijd blijven ze verlangen, en altijd blijven ze in verzet tegen de tedere gevoelens, die gelukzalige vijanden. 'En wat doen de jongens als ze een meisje gevangen hebben genomen?' vraag ik mijn dochter. 'Niks. Ze willen niet eens kussen', zegt ze verbaasd.

Ik zeg maar niet dat ze het dolgraag willen. En dat als ze oud genoeg zijn om dat te beseffen, ze een puistenkop hebben. En dat ze, als ze eindelijk een keer een meisje kussen, nog steeds moeten stompen. 'Ik ben er nog niet aan toe.' 'Ik wil mijn vrijheid niet kwijt.' 'Eigenlijk ben ik in mijn hart altijd een jongetje van acht gebleven.'

Precies, sukkel. Dat is nou juist de reden dat je nog steeds wordt afgelapt, grommend achter je krant, dat betrouwbare schild tegen gewenste aandacht van vrouwen.

De jongens genieten alle vrijheid nu de conventies zijn verdwenen. Moest een man vroeger op zekere leeftijd met een kist sigaren om de hand van iemands dochter vragen, tegenwoordig kan hij eindeloos blijven beweren dat hij 'er nog niet aan toe'

is, en iedereen neemt het serieus. Het jongetje hoeft geen meneer meer te worden, dit is tenslotte het tijdperk van de grijsaard op gympen. Als hij al is overgehaald tot een bruiloft, blijft hij 'mijn vriendin' zeggen als hij over zijn vrouw spreekt. En die vrouw maar wachten, hopend dat hij straks haar laatste ei wél wil bevruchten.

Ik zal het mijn dochter nu nog niet vertellen, maar het is al met al beter zo'n man niet zelf te laten beslissen. Tegen de tijd dat hij 'er aan toe' is, ben jij alweer rijp voor de pil van Drion. Neem het heft in eigen handen en doe alsof er iets is misgegaan bij de anticonceptie. Hij zal dolblij zijn, net als de jongetjes die worden afgelapt. Als hij een keer alleen onderweg is met de baby, beseft hij plotseling dat er voorgoed iemand bij hem hoort, en vindt dat niet eens beangstigend. Zie je wel, ze worden wel een keer volwassen. Het duurt alleen wat langer dan bij de meisjes. Ongeveer dertig jaar.

Michelle, ik weet niet wat er van je is geworden, maar het spijt me van die blauwe plekken. Ik zal het nooit meer doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden