ANALYSEANDERHALVEMETERSAMENLEVING

Hoe ziet de anderhalvemetersamenleving eruit? De dilemma’s van de luchtvaart tot het onderwijs

Drie vrouwen zitten op gepaste afstand van elkaar in drie stoelen op de Neude in Utrecht.Beeld Hollandse Hoogte / Erik van 't Woud

Als Nederland weer op gang komt, dan zal dat in de anderhalvemetereconomie zijn, of zelfs in de anderhalvemeter­samenleving. Hoe kan die eruitzien, van luchtvaart via horeca tot onderwijs? 

Luchtvaart: de bemanning kan helaas geen eten brengen

Hoe houd je anderhalve ­meter afstand tot anderen in een ruimte waarin je voor de uitbraak van het coronavirus al op elkaars lip zat? Vliegen wordt er hoe dan ook niet leuker op in de anderhalvemetereconomie. Laat staan nog rendabel voor de luchtvaartmaatschappijen, die stoelen en inkomsten mislopen uit extra diensten.

Social distancing in een vliegtuig is onmogelijk, tenzij de reiziger zich de luxe van een business- of firstclassticket kan veroorloven. In de economy class is de stoelbreedte ­gemiddeld 42 centimeter. Passagiers zitten daardoor met hun hoofden nog maar een kleine halve meter van elkaar. Ook de ruimte tussen je ­medereizigers voor en achter je slinkt. De seat pitch – de afstand tussen de hoofdsteunen – is gemiddeld 80 centimeter.

Er zijn twee oplossingen. De ene is: stoelen eruit slopen. De tweede: minder passagiers en ze verder uit elkaar zetten. Die laatste maatregelen worden op dit moment al toegepast door bijvoorbeeld Lufthansa, dat de stoel tussen twee passagiers in dezelfde rij vrij laat. KLM laat alleen nog koppels en gezinnen naast of bij elkaar zitten.

Cabinepersoneel kan moeilijk anderhalve meter afstand houden tot de passagiers. Vandaar dat luchtvaartmaatschappijen de service aan boord hebben teruggeschroefd, om de kans op besmetting zo veel mogelijk te voorkomen. De bemanning serveert geen versnaperingen of warme maaltijden meer. Bij het instappen ligt er een maaltijdpakket op je stoel klaar. 

Peter van Ammelrooy 

Sportscholen: geen groepslessen meer

De sportscholen willen op korte termijn weer open. Algemeen directeur Ronald Wouters van Branchevereniging NL Actief schreef een brief aan verschillende ministers om daarvoor te pleiten. Juist in deze tijd dragen sportscholen bij aan een gezonde leefstijl en een betere weerstand, stelt Wouters. Hij benadrukt wel de noodzaak van maatregelen om veilig te kunnen sporten. Dus geen groepslessen meer voor sportscholen en fitnesscentra, het voortdurend desinfecteren van de apparaten en verplicht reserveren voor klanten die willen sporten.

Pim Lexmond, eigenaar van vier sportscholen in Zeeuws-Vlaanderen, denkt dat het eenvoudig is die maatregelen door te voeren. ‘Als we alle apparaten uit elkaar zetten en een maximum aantal mensen naar binnen laten, denk ik dat het niet moeilijk zal zijn anderhalve meter afstand te bewaren.’ Voor zijn bedrijf is het van groot belang dat Lexmonds klanten weer kunnen sporten. Het overgrote deel is vooralsnog loyaal en betaalt het abonnement door. ‘Maar als we nog een paar maanden dichtblijven, zal die groep steeds kleiner worden. Als ik mijn klanten maar een beetje perspectief kan geven.’ 

David van Meggelen

Podia en pretparken: de dansgroep kan moeilijk uit elkaar blijven 

Bij theaters en poppodia lijkt afstand houden minder eenvoudig. ‘We denken voortdurend na over hoe wij ons publiek straks weer op een veilige manier welkom kunnen heten’, zegt Cees Debets, directeur theater bij Het Nationale Theater in Den Haag. ‘We kunnen de zaal zo indelen dat het publiek op anderhalve meter van elkaar zit, maar daarmee ben je er nog niet. Bij dansvoorstellingen en optredens van orkesten is de onderlinge anderhalve meter afstand bijvoorbeeld geen optie. We staan voor een lastig vraagstuk.’

Bij poppodium Paradiso leven evenmin concrete plannen. Misschien komt er een kleinschalig evenement na 1 juni – als evenementen met honderd mensen weer zouden mogen. Jurry Oortwijn, hoofd marketing en publiciteit bij Paradiso denkt niet dat feesten-op-anderhalve-meter passen bij het karakter van de popzaal. ‘Wel kunnen we optredens van pianisten of lezingen van wetenschappers organiseren, waarbij bezoekers zitplaatsen krijgen op anderhalve meter van elkaar.’

Pretparken kunnen misschien weer open voor een kleine groep bezoekers. Voorzitter Kees Klesman van CVE, de branchevereniging van de 21  grootste dagattracties van Nederland zoals de Efteling, Artis en de Keukenhof: ‘Voor ouders die massaal thuis zitten met hun kinderen zou een dagje pretpark een uitkomst zijn, mits dat op een veilige manier kan.’ Zou een maximum aantal bezoekers per attractiepark worden ingesteld, dan zouden die vooraf kunnen reserveren. ‘Daarbij moeten we wel kijken naar het kostenplaatje. De parken zullen meer personeel nodig hebben om de regels te handhaven en met minder bezoekers, worden je kosten per bezoeker dus hoger.’’ 

David van Meggelen

Werkvloer: de kantoortuin krijgt het nog zwaar

In de herfst met een doos tissues onder de arm en Fisherman’s Friends in de zak collega’s aansteken in de kantoortuin, dat gaat volgens Fleur van Bruggen van Unilever niet meer gebeuren. Als deze crisis één ding duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat je zelfs bij de geringste verkoudheid moet thuisblijven, stelt ze. De afgelopen weken hebben bovendien uitgewezen dat het vanuit huis prima werken is, zegt Wim Pullen, directeur van het Center for People and Buildings. Al verlangen we allemaal ongetwijfeld ook weer terug naar kantoor.

Daar zal het nog een hele klus worden om de anderhalve meter afstand te bewaren. Werkgevers hebben zo beknibbeld op ruimte dat er per werkende nog zo’n 0,7 werkplek over is, stelt Pullen. En die plek bevindt zich dan meestal ook nog eens in een aaneengesloten blok bureaus op zo’n 120 centimeter afstand van zes andere collega’s, waar ook weer zo’n blok naast staat. Met z’n allen tegelijk aan het werk en afstand bewaren, lijkt daarmee op veel plekken onmogelijk.

Volgens Wendel Post van Arbo Unie zouden we daarom de gelegenheid moeten aangrijpen om de kantoortuin opnieuw te evalueren. Die intensieve vorm van menshouderij werd al vaker aangewezen als oorzaak van werkstress en productiviteitsverlies. ‘Misschien is dit wel het laatste zetje en gaan we weer terug naar de oude cellenkantoren.’

Dan zijn we er volgens Toby Ellson van Ernst & Young nog niet, want hoe zit het dan met de kantine en lift? ‘In een pand met meer dan twintig verdiepingen kun je niet met de trap. En met meer dan duizend man op kantoor, kun je niet alleen in de lift. Ik vraag me af of het realistisch is om onder zulke omstandigheden aan het werk te gaan.’ 

Marieke de Ruiter

Horeca: U kunt uw bord ophalen bij de keuken

Terwijl veel restaurants er het beste van proberen te maken met afhaalmenu’s of door de zaak te schilderen, denken ze al voorzichtig na over de anderhalvemetereconomie. Meer afstand tussen de gasten? Alleen tafeltjes-voor-twee? Voorlopig geen groepen of kwetsbare, oudere gasten? De klanten zelf hun borden laten ophalen bij de keuken?

‘Tja, de kok heeft toch ook aan die borden gezeten’, zegt Michel Groenenberg, eigenaar van café/bistro Jules in Den Haag. ‘Iedereen wordt creatief, je hoort van alles. Maar het klinkt allemaal weinig aantrekkelijk.’

Als het helemaal vol zit bij Jules – terras, bistro en bovenzaal – dan is er plek voor 120 gasten. ‘Ik kan het publiek een beetje spreiden. Bij mooi weer kunnen er nog vijf kleine tafels voor de gevel en misschien mag ik van de gemeente twee parkeerplaatsen gebruiken voor een extra terras. Dat helpt in de zomer.’

Koninklijke Horeca Nederland wil ‘op alle fronten meedenken’ over hoe de horeca straks weer open kan, maar er ligt volgens een woordvoerder nog niets concreets. ‘De anderhalvemetereconomie zal voor ons moeilijk te implementeren zijn. De volksgezondheid staat voorop, dus opengaan moet altijd verantwoord zijn.’

Het wordt sowieso een voorzichtige opstart, denkt Groenenberg van bistro Jules. ‘Het partijenseizoen zou nu beginnen, maar dat valt in het water. En ik blijf straks liever twee weken langer dicht dan dat ik moet gaan klooien met de regels. Helemaal als we daarna toch wéér dicht zouden moeten.’ 

Bart Dirks

Supermarkten: noodgedwongen al ervaringsdeskundige

De anderhalvemeterregel was voor de supermarkt en de klant even wennen, maar met vallen en opstaan is de branche noodgedwongen ervaringsdeskundige geworden. Door het ingevoerde deurbeleid is er een beperkt aantal klanten in de winkel en buiten wordt op gepaste afstand gewacht tot men naar binnen mag. Waar mogelijk zorgt het verplichte winkelwagentje voor afstand van de andere klanten, hoewel vaak een mandje ook wordt toegestaan. Plexiglas zorgt voor afstand tussen de kassamedewerker en de klant.

‘In het begin was het even zoeken, maar na wat opstarttijd horen we nu goede geluiden’, vertelt de woordvoerder van brancheorganisatie Centraal Bureau Levensmiddelenhandel (CBL). Ook Albert Heijn is tevreden met het effect van de maatregelen. ‘Ik merk dat mensen minder vaak in de winkel zijn en doelgerichter boodschappen doen’, laat de woordvoerder van de grootste supermarktketen weten. ‘Vooralsnog zijn de maatregelen goed te managen.’

Ook als de ‘intelligente lockdown’ voorbij is, kunnen bepaalde maatregelen nog tijdelijk worden gehandhaafd. ‘We verwachten dat de anderhalvemeterregel niet zomaar verdwijnt en dat supermarkten nog wel even op deze voet doorgaan’, aldus de woordvoerder van het CBL.

Volgens de brancheorganisatie zijn de klantenstromen nu goed gespreid. ‘We blijven oproepen niet tegelijk en vooral alleen naar de supermarkt te komen.’ Nu veel mensen nog thuis zitten worden de boodschappen vaker overdag gedaan. Het is afwachten of de spreiding zo zal blijven als een einde komt aan het thuiswerken. 

Ciska Schippers

Onderwijs: een leraar zo oud als oma voor de klas

De anderhalvemeterregel handhaven in een kleuterklas? ‘Dat gaat hem niet worden’, zegt leerkracht Jan van de Ven van Lerarencollectief, een beroepsorganisatie voor leraren. ‘In groep 6 niezen ze misschien in hun elleboog, in groep 2 zitten de kinderen nog de hele dag met een vinger in hun neus.’

Als er één sector is die de regering zo snel mogelijk weer zou willen openen, is het zonder meer het lager onderwijs. Het ministerie van Onderwijs overlegt met schoolbesturen, schoolleiders en andere relevante partijen hoe dat zou kunnen. Wanneer mogen de leerlingen weer komen? Mogen ouders dan nog de school in? Hoe geef je les als kinderen anderhalve meter afstand moeten houden? Is het verstandig om de meester van 63 voor de klas te zetten, of de juf met diabetes?

Concrete scenario’s liggen er nog niet, zegt voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders. Haar organisatie peilt onder schoolleiders hoe zij de herstart voor zich zien. Eerst de bovenbouw, dan de onderbouw? De ene helft van de klas de ene dag en de andere helft de andere dag, zodat de lokalen niet zo druk zijn? ‘Wat werkt en wat haalbaar is, zal per school verschillen’, zegt Van Haren. ‘Een generieke maatregel past hier niet.’

Veel zal afhangen van een RIVM-onderzoek waaruit moet blijken hoe makkelijk kinderen het coronavirus kunnen overdragen. Minister Arie Slob (Onderwijs) wilde erop wachten voordat hij zou besluiten de scholen weer te openen. Ook de PO-Raad van basisschoolbesturen noemt dat onderzoek ‘leidend’ bij de keuze om de schooldeuren weer te openen.

‘Als de risico’s niet duidelijk zijn’, zegt Jan van de Ven, ‘zal er enorm veel weerstand komen van het lerarenkorps om weer open te gaan. Veel leraren zijn ouder dan vijftig. Het kan toch niet dat we tegen kinderen zeggen dat ze nu even niet naar opa en oma mogen, maar dat opa en oma wel voor de klas staan?’ 

Rik Kuiper

Openbaar vervoer: de treinen zitten al snel weer te vol

In trein, bus en tram is de anderhalvemetereconomie al ruim drie weken staande praktijk. Het ov is vitaal en moet dus rijden, zij het met veel lagere capaciteit. Trams (normaal maximaal 150 reizigers) en stadsbussen (maximaal 50) kunnen met inachtneming van het afstandscriterium nog geen kwart van het aantal passagiers vervoeren.

Dat gaat praktisch gesproken doorgaans goed, omdat het aantal reizigers minder is dan 10 procent van normaal. Economisch gezien is de situatie voor veel ov-bedrijven een ramp. Om zo min mogelijk lege stoelen rond te rijden, zijn de bedrijven constant bezig vervoersstromen te monitoren. Zodra een trambestuurder ziet dat er te veel klandizie is, krijgt de collega van de gereedstaande lege tram een seintje.

In die dag-tot-daghectiek is weinig tijd om na te denken over de consequenties van een geleidelijke versoepeling van de coronaregels, blijkt uit een rondgang langs de ov-bedrijven. Woordvoerders voorspellen wel dat de grenzen van de capaciteit al snel bereikt zullen worden als de scholen en universiteiten weer opengaan en het anderhalvemetercriterium van kracht zou blijven. Meer materieel? Dat is er niet. Veel meer bestuurders? Die zijn nu al lastig te vinden? Deurbeleid? Dat kent de NS niet.

De enige oplossing waarvoor de ov-wereld nog kansen ziet, is er een die ook vaak werd genoemd toen het grootste vervoersprobleem nog overvolle spitstreinen waren: spreid passagiers over de dag. Als bedrijven en onderwijsinstellingen veel minder strak kantooruren zouden aanhouden, zal de 1,5 meter in het ov minder snel tot problemen leiden

Marcel van Lieshout

Lees meer

Nederland na de lockdown: ‘Dit wordt het grootste experiment dat we ooit hebben gedaan’
Premier Rutte waarschuwt dat versoepeling van de lockdown stap voor stap zal gaan. Epidemiologen studeren hard op die stappen. Wat zij zeker weten: ‘Het wordt niet meer hetzelfde als in januari.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden