Hoe wordt het afkicken van onze halve eeuw Groningse gasverslaving betaald?

Minister Wiebes arriveert bij het dorpshuis van Zeerijp na de zware beving van januari dit jaar. Beeld ANP

‘Dat zien we wel.’ Zeldzaam laconiek is premier Mark Rutte over het missen van enkele miljarden euro’s aan Groningse gasopbrengst. Uiterlijk in 2030 is de gaskraan in Groningen helemaal dicht. En dat dat geld kost? ‘Ach, dat zij dan zo’, zei Rutte donderdagmiddag na afloop van kabinetsberaad.

Hij bleek zijn tijdelijke desinteresse voor overheidsfinanciën geoefend te hebben met zijn ministers Wiebes (Economische Zaken en Klimaat) en Hoekstra (Financiën). Die legden donderdag plots hetzelfde dedain voor geld aan de dag toen het om gemiste Groningse gasinkomsten ging. Er zat een communicatie-ideetje achter: we moeten naar de Groningers uitstralen dat hun veiligheid en welbehagen belangrijker is dan al het geld in de wereld. ‘Ik heb voor ze gevochten’, zei Wiebes.

Ondenkbaar dat wijlen Ruud Lubbers dertig jaar geleden ‘dat zien we wel’ zou zeggen over het belang van het Groningse gasveld voor de schatkist en de economie. Van elke 5 gulden die de staat toen ontving, kwam er 1 uit Groningen. De politiek was vanaf het kabinet Den Uyl (1973) tot Rutte II (2016) verslaafd aan het gasgeld. De welvaartstaat met alle (later weer dichtgemetselde) sociale openeinderegelingen is er mede mee opgebouwd. Financiële crises zijn ermee bezworen, hardere bezuinigingen voorkomen. De Betuweroute en een Hogesnelheidslijn zijn ermee betaald.

De Groningse gasbel zit in de Canon van Nederland. Circa 300 miljard euro leverde die op – bijna de helft van de economie van nu. In 1960 opperde minister De Pous van Economische Zaken de onzekere, maar zeker eindige gasopbrengst in een spaarfonds te stoppen. Was dat advies gevolgd dan had Nederland volgens de Algemene Rekenkamer nu een spaarpot gehad die evenveel miljarden oplevert als een Gronings topjaar.

Wat voor politiek Den Haag resteert, is de vraag: hoe wordt het afkicken van onze halve eeuw Groningse gasverslaving betaald? 

De Groningse gasopbrengsten staan de komende vier jaar voor circa 1,5 miljard op de begroting. De eerste jaren zullen de werkelijke inkomsten voor de schatkist circa de helft minder zijn, om uiteindelijk helemaal te verdampen. Er zijn grofweg drie manieren om het gat te vullen dat het teruglopende gasgeld in de begroting slaat: meer belasting heffen, bezuinigen of de staatsschuld vergroten.

Staatsschuld laten oplopen

De staatsschuld is net onder de Europese norm van 60 procent van het bbp gedoken, daarmee is het nog ver verwijderd van de 45 procent in 2007. De staatsschuld laten oplopen gaat tegen de trend in en verzwakt de positie van Nederland in de eurozone als het land dat het goede voorbeeld geeft aan vooral zuidelijke landen, die ruim boven de 60-procentsnorm zitten.

Bezuinigen

Bezuinigen is evenmin denkbaar. Dit kabinet deed al de plechtige belofte niet te zullen bezuinigen, wetende dat de gasinkomsten minder zouden worden. Bovendien is het electoraal een moeilijk verhaal: alle coalitiepartijen hamerden er in hun verkiezingscampagnes van 2017 op dat de tijd van megabezuinigingen van de VVD/PvdA-coalitie Rutte II voorbij was.

Belastingen 

Blijft de grootste inkomstenbron voor de staat over: de belastingen. Dat het kabinet met een ordinaire belastingverhoging het gemiste Groningse gasgeld compenseert, is moeilijk voorstelbaar. De komende jaren gaat de inkomstenbelasting juist omlaag. 

Waar het kabinet op hoopt, is dat de forse economische groei de belastinginkomsten hoger laat uitkomen dan begroot. Dat is niet een totaal wilde gok: in goede economische jaren schatten kabinetten de belastinginkomsten wel vaker te laag in. In slechte jaren overigens te hoog.

Maar met meer belasting betalen is de burger er nog niet. Er moet een fabriek worden gebouwd om buitenlands gas geschikt te maken voor Nederlandse kooktoestellen en gasketels. Kosten: 500 miljoen. Ook verandert Nederland de komende jaren van gasexporteur in –importeur, en import is meestal duurder dan eigen waar. Tot slot leggen de bedrijven die moeten investeren om te kunnen omschakelen naar ander gas of een andere energiebron die rekening bij de consument neer.

Daarom waarschuwde 'gasminister' Wiebes al: 'Alles komt uiteindelijk bij ons terecht, want wij zijn de betalende huishoudens en burgers.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.