HOE WORD IK SURINAMER

De in Amsterdam opgegroeide journalist Iwan Brave keerde onlangs terug in zijn geboorteland Suriname..

IWAN BRAVE

Regelmatig lees je in de Surinaamse krant dat een verdachte op de vlucht is neergeschoten, zwaar gewond is of zelfs gedood. Dit nadat de politie waarschuwingsschoten heeft gelost. Gezien de onverschillige reacties van iedereen blijkt het hier een normale gang van zaken te zijn. Iets waar ik met mijn verstand niet bij kan, vooral omdat het veelal gaat om mensen die uit armoede stelen of pogingen daartoe doen.

Op een dag is het weer raak en blijkt het stelen van een blikje worst de aanleiding te zijn. Ik besluit het voorval als kapstok te gebruiken voor een artikel over buitenproportioneel politiegeweld. Dit wordt mij echter van alle kanten afgeraden, want Latour - zoals de buurt heet waar het schietincident heeft plaatsgevonden - is het 'Sodom en Gomorra' en iedere vreemdeling die zich er begeeft, wordt steevast beroofd.

Als een gewaarschuwd man begin ik bij de politiepost in Latour. Tijdens het gesprek met een inspecteur laat ik mijn plan 'de politie eens flink aan de tand te voelen' al gauw varen. Tegenover me zit een wanhopige officier van een zwaar onderbezet en slecht uitgerust korps, dat vecht tegen de bierkaai. In Latour worden soms zo'n twintig berovingen per week gepleegd.

'We beschikken niet zoals in Amsterdam over vervoer en communicatiemiddelen', zegt de inspecteur, die uitlegt dat hierin ook de keus ligt voor het neerschieten van verdachten in plaats van het verspreiden van een signalement. 'Je weet niet of ze gewapend zijn. Onze dagcel wordt niet voor niets ''hel'' genoemd.' Ik ga niet in op zijn uitnodiging er een kijkje te nemen. Eerder al ben ik geconfronteerd met de mensonterende situaties van dagcellen, waar het naar zweet en urine stinkt en wel twintig man opeen gepakt zit. Over de dagcel gevuld met 'alleen Creolen', zegt de inspecteur: 'Als we er een Hindostaan bij opsluiten, dan is het alsof je een stuk vlees tussen piranha's gooit.'

Een onderinspecteur rijdt me naar het terrein waar het schietincident zich heeft afgespeeld. Als we ons midden in de wijk bevinden, word ik stil van het ons omringende verval en de armoede. Niet eerder heb ik zo de sociaal-economische diepte waarin Suriname is verdwenen, mogen ervaren. Totaal kapotte straten met voornamelijk houten krotten en roestige golfzinkplaten als schuttingen. De verstopte 'trenches' zijn gevuld met stinkend, stilstaand water. Het gras is overal veel te hoog en op de vuilstortplaatsen vertonen ratten een verontrustend tam gedrag.

Als kleuter heb ik in Latour gewoond. Waarschijnlijk heb ik daarom extra moeite met het beeld van schaarsgeklede kinderen die zich - onwetend van wat er in de wereld te halen valt - op blote voeten over de modderige erven begeven. Dat ik later in het rijke Westen ben opgegroeid, lijkt niet meer dan willekeur van het lot. In de wijk heerst het paars van de vlaggen van Bouterses partij NDP, als noodsignaal van mensen die letterlijk verzuipen als het regent.

'Stille getuigen', zegt de politieman over de geknakte stengels in het twee meter hoge onkruid waar de verdachte is overleden. Al gauw komt een delegatie aanzetten. Ook de moeder van het slachtoffer is erbij. 'Ze hebben mijn enige zoon vermoord', zegt ze hartverscheurend huilend. Even later verliest ze het bewustzijn en ligt ze in het gras.

De onderinspecteur tilt haar samen met omstanders in de auto. Als hij vraagt of ik meega, besluit ik achter te blijven tussen een nog aangeslagen en boze menigte. Als ik vertel dat ik journalist ben, verdwijnt de vijandige sfeer en komen de verhalen los. Een vrouw vertelt hoe ze door het gras had gezien dat de verdachte eerst in de arm werd geschoten en daarna in de boeien werd geslagen. Nadat de overvallen leverancier van het blik worst had bevestigd dat hij de dader was, zou de agent een serie fatale schoten van dichtbij hebben gelost.

'Wat zo'n pijn deed, was dat hij daarna als een beest op het erf werd gesleept', zegt ze. De jongeman, Pele was zijn bijnaam, heeft nog gesmeekt voor zijn leven. Volgens de omstanders stond nog helemaal niet vast dat hij inderdaad de dief van het blik was.

Pele blijkt het zestiende slachtoffer - het tweede met dodelijke afloop - van een 'schietgrage agent met weinig woorden'. Voor zijn vorige daad - daarbij schoot hij zijn magazijn leeg op een weerloze verdachte - kreeg hij een voorwaardelijke celstraf opgelegd en een, nog steeds lopende, proeftijd van drie jaar. Zijn slachtoffers zijn voornamelijk Creolen. 'Hij is naar de politie gegaan om mensen neer te schieten, en vooral Creolen', wist een van de omstanders te melden.

Verder maak ik uit gesprekken met (criminele) slachtoffers op dat agenten verdachten de dood in het vooruitzicht stellen en soms, in een poging tot liquidatie, op de arrestant blijven schieten als deze al zwaargewond op de grond ligt. Anderen tonen mij ongevraagd afschuwelijke littekens op hun lichaam, veroorzaakt door kogels van wetshandhavers. Het artikel dat ik naderhand schrijf, gaat over buitensporig politiegeweld in het algemeen. Een commissaris die ruim aan het woord komt over de onderbezetting van zijn korps, wil daar echter niet alle schuld op afschuiven. 'Ons korps is de afspiegeling van een gewelddadiger wordende samenleving', concludeert hij.

Als ik mijn artikel heb ingeleverd, krijg ik enkele dagen later van de hoofdredacteur te horen dat hij de komende vier weken niet tot plaatsing overgaat, vanwege de presidentsverkiezing die naar zijn mening 'te etnisch' wordt uitgespeeld. Mijn stuk zou 'nog meer etnische spanningen' kunnen veroorzaken.

Mijn voorstel om alle zinnen en passages over racisme te schrappen, brengt hem niet op andere gedachten. Vreemd, want de commissaris is heel duidelijk over het racisme in zijn korps en de samenleving: 'We doen onvoldoende om dit probleem bespreekbaar te maken; terwijl we het ontwijken, groeit het.' En voor deze commissaris was ik nog wel gewaarschuwd, vanwege zijn Hindostaanse afkomst. Mij was verzekerd dat hij dit alles 'in alle toonaarden' zou ontkennen.

Ik moet vaststellen dat mijn geboorteland is verworden tot een rechteloze staat. Na deze anticlimax voelde ik nog dezelfde dag een lichte koorts opkomen. Ik zie het als reactie op het verwerkingsproces. De argumenten van de hoofdredacteur trek ik niet zozeer in twijfel, maar in een week heb ik te veel ellende moeten zien en aanhoren om ze als eigenlijk te accepteren. Al mijn aantekeningen heb ik aangeboden aan de mensenrechtenorganisatie Moiwana '96. Dat is het minste wat ik kan doen voor mensen die zich niet realiseren dat ze kunnen opkomen voor hun grondrechten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden