Hoe WFH zijn ziel verkocht aan de duivel

Verzweeg W.F. Hermans zijn aanmelding bij de Kultuurkamer, in 1942? Of was het verdringing?

'Op 9 april 1943, een paar dagen voor de Duitsers een loyaliteitsverklaring van de studenten eisten als ze verder wilden studeren, deed ik kandidaatsexamen.' Aldus Willem Frederik Hermans, in zijn Fotobiografie. 'Ik tekende de loyaliteitsverklaring niet en liet mij ook niet naar Duitsland transporteren om dwangarbeider te worden.' Hier is geen woord van gelogen. Hermans had niet zozeer gelogen, hij had iets belangrijks verzwegen.

Er is veel gespeculeerd over het moment waarop Willem Frederik Hermans schrijver is geworden. Sommigen wezen op zijn ongelukkige jeugd, zoals bekend 'de goudmijn van een schrijver'. Anderen veronderstelden dat de oorlog hem het levensgevoel en de thematiek van zijn schrijverschap bracht. Nog concreter was de veronderstelling dat de zelfmoord van zijn zuster, aan het begin van de oorlog, bepalend was voor zijn verdere bestaan als schrijver. In allemaal schuilt iets waars, maar de hoogste waarheid vertrouwde hij toe aan een dagboekje uit 1949: 'De enige conclusie waartoe ik na elk avontuur (welk ook) altijd weer kom, is dat ik een romanschrijver ben, anders niet.'

Hermans was bij wijze van spreken al schrijver op de kleuterschool (die hij niet bezocht). Hij was het op de middelbare school en hij was het in de oorlog. Hij studeerde, zeker, en hij deed duizend andere dingen, maar als het erop aankwam was hij ook toen al alleen maar schrijver. Hij was in ieder geval solidair met niemand, hooguit met zichzelf. Daar kwam bij dat hij zich niet zo heel erg druk hoefde te maken, want in de zomer van 1941 werd hij assistent van de hoogleraar fysische geografie en dat leverde in ieder geval enige protectie bij de Arbeitseinsatz. Eenmaal bevorderd tot tweede assistent was hij zelfs ambtenaar en tekende hij een verklaring die vrijwel woordelijk overeenkwam met de loyaliteitsverklaring voor studenten.

Toch dook hij bij de eerste razzia's onder studenten een paar weken onder bij zijn 'oom', de heer P.C. Meyners te Hilversum. Aan die oom P.C. schreef hij op 15 april 1943: 'Voor mij persoonlijk is de kwestie van tekenen voorlopig niet urgent. Ten eerste is het aantal fysisch geografen zo gering, dat ik in ieder geval wel binnen een eventuele numerus clausus zou vallen, ook als ik pas na de vastgestelde termijn zou tekenen. Verder is de fysische geografie zo weinig 'kriegswichtig' dat het vak wel helemaal van het programma zal verdwijnen. Tekenen zou dan verspilde loyaliteit zijn.'

'Verspilde loyaliteit', hier is iemand aan het woord die zijn betrekkingen met de bezetter nauwkeurig afbakende.

Veel later, in een brief aan Frans Janssen, vertelde hij dat hij zich eigenlijk betrekkelijk veilig voelde, omdat hij 'een brandweerzegel' in zijn persoonsbewijs had. 'Dat zegel betekende niets, want de erbij behorende ausweis had ik niet, maar bij controle van het persoonsbewijs is er nooit naar gevraagd.' Bewaard heeft Hermans dat persoonsbewijs niet en dat is jammer, want er is met grote waarschijnlijkheid aan te nemen dat Hermans inderdaad een zegel had, maar dan niet van de brandweer maar van een ietwat andere organisatie. Als dat zo is, dan is ook het ontbreken van de bijbehorende ausweis verklaard.

Om deze ietwat cryptische opmerkingen te begrijpen, moeten we een jaar terug in de oorlog en in het leven van Hermans. Leuk was het leven niet, maar dat was vooral Privatsache.

Lees verder op pagina 3.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden