'Hoe werkt dat hier in Hilversum?'

Na de wittebroodsweken ervaart het nieuwe centrale gezag in Hilversum de eerste tegenstand van de omroepverenigingen. En dat terwijl in de komende maanden twee klippen opdoemen die het publieke bestel moet zien te omzeilen....

FOKKE OBBEMA

ONLANGS bracht oud-VPRO-directeur Hans van Beers, sinds 1 februari de hoogste man voor programma's bij de publieke omroep, een bezoekje aan TROS-voorzitter Karel van Doodewaerd. Een ogenschijnlijk triviale kwestie kwam ter sprake: mag Bob Bremer, de netcoördinator van Nederland 2, in het komend televisieseizoen op vrijdag, een TROS-avond, ook een natuurserie van de EO uitzenden?

Van Doodewaerd verzet zich fel tegen dit plan. De TROS-voorzitter vindt dat de EO niet op zijn avond thuishoort en beroept zich op een afspraak met Bremer. Het nieuwe centrale gezag, bestaand uit de raad van bestuur en de netcoördinatoren van Nederland 1, 2 en 3, ziet dat anders. Dat gezelschap wil een 'Masterplan' voor de drie zenders bedenken, wat het einde kan betekenen voor de 'vaste avonden' van de omroepen. Die zullen de afloop van het conflict met argusogen volgen.

Met deze schermutseling komt een einde aan de wittebroodsweken voor de nieuwe raad van bestuur, die op 1 februari aantrad en naast Van Beers bestaat uit oud-D66-fractievoorzitter Gerrit-Jan Wolffensperger; de derde bestuurder (signalement: een vrouw met verstand van financiën) is, pijnlijk genoeg, nog altijd niet gevonden. Over het leidende duo zijn de geluiden overwegend positief. Van Beers heeft een onorthodoxe stijl die als verfrissend wordt ervaren, terwijl Wolffensperger ('Hoe werkt dat hier in Hilversum?') opvalt door leergierigheid.

De beslechting van het TROS-conflict wordt een van de eerste precedenten in de nog onbesliste krachtmeting tussen de raad van bestuur en de omroepen. De vernieuwde Mediawet veroordeelt beide partijen tot samenwerking, maar geeft ook aan dat het centraal gezag moet worden versterkt, wat ten koste van de omroepen gaat. Die machtsverschuiving moet plaatsvinden in een periode waarin de omroepen alle reden hebben vol onzekerheid de toekomst in te blikken.

Wolffensperger en Van Beers hebben hun plannen nog niet bekendgemaakt, maar voor hun omgeving is al duidelijk dat zij een schoktherapie voor de omroepen willen vermijden. Zo zullen zij geen gebruik maken van een gevreesd wapen dat de wetgever hen heeft aangereikt: het aankopen van programma's. In principe mag programmabaas Van Beers voor circa honderd miljoen gulden, 10 procent van de totale inkomsten van de publieke omroep, zelf bestellen. Iedere gulden die hij daaraan uitgeeft, gaat ten koste van de omroepen.

De spanningen die dat zou oproepen, komen de raad van bestuur nu niet uit. Eensgezindheid in Hilversum staat voorop, want het bestel staat voor de klus met de omroepen te laveren langs twee gevaarlijke klippen: de verkiezingen en het verlies van de omroepgegevens. Beide bedreigen de fundamenten van het bestel.

Over wat er na de verkiezingen van 6 mei allemaal kan gebeuren buigen zich momenteel in Hilversum drie werkgroepen. De grote politieke partijen hebben duidelijk gemaakt dat zij minder commerciële invloed op het bestel willen, bijvoorbeeld door een van de drie netten reclamevrij te maken. Ook wil de VVD het debat over de omvang (drie tv-stations en vijf radiokanalen) oprakelen. In Hilversum worden daarom sombere rekensommen gemaakt die aantonen hoe desastreus een teruglopend marktaandeel uitpakt. Als tegenoffensief wordt uitbreiding gepropageerd. Andere publieke omroepen in Europa krijgen er ook kanalen bij (voor kunst, voor jongeren etcetera), dus waarom zou dat hier niet kunnen? Mondt dat pleidooi uit in handhaving van de status quo, dan zal Hilversum al tevreden zijn.

Die gedroomde passage in het regeerakkoord komt er alleen indien de omroepen bereid zijn concessies aan de politiek te doen, weten omroepbestuurders. 'We zullen voor handhaving van de status quo een prijs moeten betalen', verzucht een van hen. En een ander: 'We zullen in Den Haag moeten aantonen dat we bezig zijn de drie netten op orde te krijgen.'

Wat voor de een orde is, is voor een ander een onaanvaardbare vrijheidsbeperking. Hoe voorzichtig ook gebracht, de initiatieven van het centrale gezag zullen de omroepen al snel pijn doen. Met alle risico's voor de Hilversumse eenheid vandien. Zo zien de centrale stuurders gesponsorde programma's als een bedreiging voor goede relaties met Den Haag. De politiek is er niet van gecharmeerd, omdat het onderscheid tussen publieke omroep en commerciëlen erdoor vervaagt. Dus zou het een aardige geste zijn vrijwillig van sponsoring af te zien. Maar zo'n standpunt van de raad van bestuur zou wel een klap in het gezicht zijn van omroepen als de TROS en de KRO. Die willen juist via sponsorinkomsten minder afhankelijk worden van de Haagse geldstroom.

Een ander plan is de concentratie van kinderprogramma's op één zender. Nu nog zenden Nederland 1, 2 en 3 tussen vier en zeven uur 's avonds elk een uurtje uit. Op dat tijdstip weet het Belgische Ketnet veel Nederlandse kinderen te boeien met een urenlang durend programma. Wat ligt er meer voor de hand dan op een van de zenders ook zo'n kinderblok te maken? Daarvoor is voor Hilversumse begrippen een revolutie nodig. Wolffensperger cum suis zouden dan bjvoorbeeld de omroepen van Nederland 1 en 2 zo ver moeten krijgen dat ze hun programma's aan het derde net afstaan. En dat wordt door omroepen gezien als het voorportaal van hun schrikbeeld: hun degradatie tot producenten van programma's die zij vervolgens, na een interventie van hogere machten, ergens op Nederland 1, 2 of 3 terugvinden. Die vrees is niet irreëel, want die ondergeschikte positie is het logische eindpunt van de installatie van een centraal gezag. Om de omroepen naar dat eindpunt te loodsen, zullen Wolffensperger en Van Beers de omroepen zoveel mogelijk gerust moeten stellen over hun voortbestaan.

Langs geheel andere weg is over dat voortbestaan juist vorige maand een schaduw gevallen. Toen deed de mededingsautoriteit NMa een uitspraak die in Hilversum hard is aangekomen. De NOS maakt misbruik van zijn economische machtspositie door de programmagegevens van de omroepen niet te verkopen, stelde de NMa. Daarmee zette de kartelinstantie de bijl aan een van de wortels van het bestel, want het is via hun gidsen dat de omroepen leden aan zich binden. En via het ledental wordt zendtijd verkregen.

De omroepgidsen kunnen straks echt een klap krijgen, zo heeft een intern KRO-onderzoek al uitgewezen. Alleen al in het eerste jaar zou bijna de helft van de lezers van de Mikro Gids verdwijnen. Uiteraard kan de NOS nog een langdurig juridisch gevecht aangaan, maar duidelijk is dat deze tijdbom vroeg of laat afgaat. Politiek en omroepen boorden twee jaar geleden het plan van omroepverkiezingen, een alternatief voor zendtijd op basis van ledental, eendrachtig de grond in. Het toenmalige NOS-bestuur liet daarop weten andere alternatieven te bedenken om daar vervolgens nooit meer op terug te komen.

Ook die klus wacht de raad van bestuur, naast uiteraard het in het gareel houden van TROS-voorzitter Van Doodewaerd. Die heeft toegezegd niet meer voortdurend te zullen roepen dat zijn omroep zich niet lekker voelt in het bestel. 'Dan moet je maar commercieel gaan', hield Van Beers hem voor, wetend dat de TROS voor die stap altijd heeft teruggedeinsd. En dus zal ook de TROS aan samenwerking moeten geloven. Hoe ver dat van die omroep afstaat, tonen wekelijks de TROS-omroepsters. Die vertellen wel dat de TROS er over zes dagen weer is, maar niet welk EO-programma er enkele minuten later volgt. Wolffensperger en Van Beers hebben nog een lange weg te gaan.

Fokke Obbema

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden