Analyse

Hoe werd Nederland een belastingparadijs (en hoe komen we er vanaf)?

Nederland ligt internationaal steeds meer onder vuur als belastingparadijs. Hoe heeft het zover kunnen komen en hoe profiteren bedrijven ervan? ‘Nederland is gewoon het grootste doorsluisland, ga daar maar vanuit.’

Wilco Dekker en Tom Kreling
De Zuidas in Amsterdam, het centrum van de fincanciële industrie in Nederland. Beeld Freek van ven Bergh / de Volkskrant
De Zuidas in Amsterdam, het centrum van de fincanciële industrie in Nederland.Beeld Freek van ven Bergh / de Volkskrant

Is Nederland een belastingparadijs? Geen sprake van, zei de nieuwe CDA-staatssecretaris voor fiscale zaken Marnix van Rij drie weken geleden stellig, na zijn kennismakingsgesprek met premier Mark Rutte. ‘Nee, Nederland is geen belastingparadijs, dat wil ik hier nadrukkelijk gezegd hebben.’ Dat terwijl er talloze rapporten liggen die de rol van Nederland als fiscaal toevluchtsoord en centrum voor geldschuiven door multinationals beschrijven, en hekelen.

‘Voor fiscalisten is een belastingparadijs palmen, zon, nul belastingheffing en geen informatie-uitwisseling. Dat is Nederland niet’, zegt hoogleraar Jan Vleggeert, hoofd van de afdeling belastingrecht van de Universiteit Leiden. ‘Maar als je er met andere ogen naar kijkt, zijn we wél een belastingparadijs voor grote bedrijven. Die kunnen via Nederland belasting ontwijken.’

Vanwege die rol als draaischijf voor rijke bedrijven – ten koste van andere landen, die belastinginkomsten mislopen – ligt Nederland de laatste jaren steeds meer onder vuur. De internationale reputatie staat op het spel. Hoe heeft het zover kunnen komen met het kleine en ogenschijnlijk keurige landje aan de Noordzee?

Thuisbasis

Voor het antwoord op die vraag moeten we kijken wat Nederland is, zegt Vleggeert: een kleine, open economie, sterk gericht op internationale handel en van oudsher – tot recentelijk in elk geval – de thuisbasis van multinationals als Shell, Unilever en de Steenkolen Handels Vereniging, de SHV. Om de economie te stimuleren wordt, vooral na de Tweede Wereldoorlog als het land weer opgebouwd moet worden, hard gewerkt aan een systeem van afspraken en regels om internationale handelsbarrières zo veel mogelijk te slechten.

Zo komen er (belasting)verdragen met een reeks landen. Voor de Tweede Wereldoorlog is al geregeld dat een moederbedrijf en dochters niet dubbel belasting hoefden te betalen: de deelnemingsvrijstelling, vooral belangrijk voor de multinationals, maar ook een uitgelezen mogelijkheid om met geldstromen te schuiven.

Eind jaren zestig, begin jaren zeventig wordt zo ontdekt dat er meer kan: als je internationale handel kunt faciliteren, kun je dat ook met geldstromen. ‘Fiscalisten gaan de mogelijkheden zien en geleidelijk steeds verder uitbreiden’, zegt Vleggeert, die drie jaar geleden onderzoek deed naar de rol van Nederland als belastingparadijs. ‘Grote bedrijven konden, om ze naar Nederland te halen, hier afspraken maken over hun fiscale positie, zogeheten rulings, waar niemand zicht op had.’

De hele financiële industrie die daaromheen is ontstaan van adviseurs, advocaten en fiscalisten – zeg maar de Amsterdamse Zuidas – is dus eigenlijk ‘een bij-effect’ geweest van de soepele nationale regels en de vele gunstige internationale verdragen die we hebben, stelt de hoogleraar.

In de jaren zeventig en tachtig klinkt er maatschappelijk gemopper. Zo wordt in de Kamer het ‘prostitueren van ons belastingstelsel’ met de Antillenroute gehekeld. Maar in de liberale jaren negentig wordt de wereldeconomie steeds groter en internationaler, en de Nederlandse financiële industrie bloeit mee. Onder meer met brievenbusfirma’s: lege hulzen zonder personeel of echte activiteiten, alleen opgezet om belasting te ontwijken.

Uit onderzoek van de Commissie doorstroomvennootschappen vorig jaar, op verzoek van onder anderen Kamerlid Pieter Omtzigt, blijkt dat Nederland in 2019 nog 12.400 van zulke brievenbusfirma’s telt, waar jaarlijks 170 miljard euro doorheen gaat. De belastingopbrengsten (650 miljoen euro) en het aantal banen (vierduizend) zijn te verwaarlozen, de internationale reputatieschade steeds minder.

Doorsluisland

Vaak als Nederland wordt aangesproken op het feit dat het een belastingparadijs is, is de reactie defensief: het mag allemaal volgens de regels en als wij het niet doen, doet een ander het wel. Uit onderzoeken blijkt dat Nederland op diverse terreinen van belastingontwijking ver voorop loopt. ‘Nederland is gewoon het grootste doorsluisland, ga daar maar vanuit’, zegt Henk Willem Smits, (mede-)auteur van het boek Het Belastingparadijs.

Keerpunt in de discussie is de kredietcrisis van 2008. In de nasleep daarvan worden banken en bedrijven gered en betalen burgers de prijs van de bezuinigingen. ‘In 2012, 2013 begon het echt te schuren. Waarom hoefden bedrijven geen belasting te betalen en waren burgers de klos?’, zegt Smits. ‘Onder meer het CDA maakte toen de draai: er moest iets gebeuren.’

In de jaren daarna wordt de internationale druk verder opgevoerd. Voorjaar 2016 komen de Panama Papers naar buiten, een grote verzameling gelekte vertrouwelijke documenten van ‘zakelijk dienstverlener’ Mossack Fonseca. Die veroorzaken een internationaal schandaal over belastingontwijking door een reeks prominente personen en bedrijven. De Oeso komt met een internationaal minimumtarief van 15 procent winstbelasting voor bedrijven. En de Europese Commissie presenteert vorige maand – zonder Nederland rechtstreeks te noemen – een plan om brievenbusfirma’s op te sporen en aan te pakken. En in Nederland zelf wordt, na het aantreden van staatssecretaris Hans Vijlbrief begin 2020, voor het eerst echt werk gemaakt van de aanpak van belastingontwijking via Nederland, al moet er volgens de Commissie doorstroomvennootschappen nog veel meer gebeuren.

‘Die aanpak van brievenbussen moeten we afwachten. Dat moet nog allemaal geïmplementeerd worden. Maar zo’n minimumtarief gaat het straks lastiger maken voor grote bedrijven om belasting te ontwijken’, zegt hoogleraar Jan Vleggeert. Auteur Smits: ‘Je ziet nu iets gebeuren. Onder meer de Amerikaanse supermarktreus Walmart heeft zijn brievenbus hier onlangs voor een groot deel leeggehaald.’

Is het eind van belastingparadijs Nederland in zicht? Wellicht, maar een mogelijk praktisch probleem is nu dat Marnix van Rij, die Nederland toch al geen belastingparadijs vindt, de komende tijd al zijn aandacht moet richten op een heel ander dossier: de reparatie van de spaartaks. Die is afgelopen week door de Hoge Raad illegaal verklaard. ‘Dat is voor mij de grootste prioriteit’, zei de staatssecretaris deze week.

WAT IS EEN ‘DUBBELE SANDWICH’ OF EEN ‘SPAARPOT OP ZEE’?

Nederland staat onder groeiende druk om belastingontwijking aan te pakken. Wat zijn de constructies, van welke bedrijven, en wat wordt er al aan gedaan?

Ikea en de fictieve aftrekposten

Het is makkelijker om met je ogen dicht een Billy-boekenkast van Ikea in elkaar te zetten, dan met je ogen open de fiscale structuur van de Zweedse meubeltoko te doorgronden. Begin jaren tachtig verhuisde oprichter Ingvar Kamprad zijn bedrijf op papier naar Nederland om te profiteren van de fiscale mogelijkheden.

Met de Nederlandse fiscus werden in de jaren daarna afspraken gemaakt, zogeheten rulings. Een van die afspraken betrof het onderbrengen van de rechten van het merk Ikea in een Nederlandse vennootschap. Dat gebeurde eind 2011. Voor de aankoop van de merkrechten moest de Nederlandse vennootschap maar liefst 9 miljard euro betalen.

Het geld voor die fikse aankoop kwam van het moederbedrijf in Liechtenstein, dat dik 5,3 miljard leende tegen een rentetarief van 6 procent. Die rente hoefde overigens niet betaald te worden, want er was een aflossingsvrije lening overeengekomen. Maar die papieren rente van honderden miljoenen per jaar kon Ikea in Nederland wel van de belastbare winst aftrekken. De overige 3,6 miljard euro van de aankoopsom voor het merkrecht kreeg Ikea Nederland van het moederbedrijf in Liechtenstein in de vorm van een soort gift, een informele kapitaalstorting.

Naast de renteaftrek ging Ikea Nederland ook afschrijven op het gekochte merkenrecht, wat ook een aftrekpost voor de belasting opleverde. Maar omdat dit merkenrecht deels was verkregen met een informele kapitaalstorting, betrof het een zogeheten fictieve aftrekpost. De regels voor dit informeel kapitaal zijn in 2019 door de Nederlandse overheid aangescherpt. Daarnaast is de rentebetaling die bedrijven mogen aftrekken van de belastbare winst inmiddels fiks beperkt, waardoor er nog maximaal 1 miljoen euro aan rentelasten mag worden afgetrokken.

Google en de dubbele sandwich

Het was decennialang het kroonjuweel van het Nederlandse fiscaal beleid, de bronbelasting op royalties, dividend en rentebetalingen. Of beter gezegd, het gebrek er aan. Nederland hief jarenlang geen bronbelasting en werd zo een doorvoerhaven van royalties, die eindigden in een land dat helemaal geen belasting hief, zoals Bermuda of de Britse Maagdeneilanden.

In 2021 heeft Nederland deze mogelijkheid de nek omgedraaid en een bronbelasting ingevoerd. Daarmee, zo schreef de overheid, hoopt Nederland zichzelf ‘minder aantrekkelijk’ te maken als doorstroomland.

Grootgebruiker van deze fiscale constructie was tot 2020 techbedrijf Google. Het pompte inkomsten rond via Ierland, Nederland en uiteindelijk Bermuda, via een constructie die bekend is als de ‘double Irish, Dutch sandwich’. Want de merkrechten van Google waren ondergebracht op Bermuda. Royalty’s zijn vergoedingen voor gebruik van intellectueel eigendom, zoals auteursrechten of patenten. Hoe hoog die vergoedingen moesten zijn, was de inzet van een rondje onderhandelen met de Nederlandse fiscus. Waarna er uiteindelijk een ruling uitrolde.

Zo moest Google Ierland van de miljarden aan omzet die binnenkwamen een fikse vergoeding betalen aan Bermuda voor het gebruik van het intellectuele eigendom van het zoekbedrijf. Om te voorkomen dat er in Ierland bronbelasting moest worden betaald over deze royaltybetalingen, werd er een Nederlandse vennootschap tussen geschoven, zodat de royalties onbelast naar Bermuda verdwenen. Want Nederland hief immers geen bronbelasting. In acht jaar tijd verdween er zo rond de 128 miljard euro naar belastingparadijs Bermuda.

Nike en de spaarpot op zee

Jarenlang werden Amerikaanse bedrijven fiscaal naar Nederland gelokt met de zogeheten commanditaire vennootschap (cv). De regering maakte zelf reclame voor dit fiscale handigheidje. De structuur werd ook wel een ‘spaarpot op zee’ genoemd. Een van de bekendste gebruikers hiervan is sportkledingfabrikant Nike.

In 2020 werd deze fiscale truc, een ‘hybride mismatch’ in fiscalistenjargon, onder druk van de Europese Unie om zeep geholpen. Het sportmerk Nike had de fiscale structuur zo ingericht dat de omzet van het bedrijf buiten de Verenigde Staten bijna in zijn geheel bij de Nederlandse vennootschappen belandde. Vanuit die bv’s werden rente, royalties en winstuitkering vrijwel onbelast doorgesluisd naar de Nederlandse cv van Nike: de cv/bv-constructie.

En daar zat de crux. Volgens het Nederlandse recht was de cv niet belastingplichtig, nee, dat waren de vennoten van de cv. En die zaten in Amerika. Maar omdat het geld in een Nederlandse cv zat, bemoeide de Amerikaanse fiscus zich er ook niet mee. Zo werd er nergens belasting geheven en belandden de winsten van de Amerikaanse bedrijven in een soort fiscaal niemandsland, de spaarpot op zee.

Daar bleef de winst staan, om het op een fiscaal gunstig moment uit te keren aan de aandeelhouders, of – uiteraard ook op belastingtechnisch aantrekkelijke wijze – aan te wenden voor leningen of investeringen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden