Hoe we meer mensen kerken laten bewonderen? Gewoon, door ze 'musea' te noemen

Voor het Grootste Museum van Nederland leggen elf kerken en twee synagogen hun schatten bloot

Een simpele vraag ligt ten grondslag aan de wording van het Grootste Museum van Nederland: waarom gaan Hollanders op vakantie wél maar thuis nooit een gebedshuis binnen? Kerken, groot en klein, verenigt u!

De Sint-Janskerk in Gouda. Foto Marcel Wogram

Het best bewaarde geheim van Nederland bevindt zich ten zuidoosten van Nijmegen. Neem de Profetenlaan en sla af ter hoogte van de Romeinse Herberg ('Waar U de Hemelse Koek naar authentiek recept kunt proeven'). Daar, tussen het gebladerte van de Monseigneur Suyslaan, rijst een fata morgana op in roomwit pleisterwerk.

Het gebouw heeft, zeker in het gedeelte achter de façade, de mollige gedaante van een moskee, maar is een rooms-katholieke kerk en sinds een paar maanden ook museum. Sterker nog, de Cenakelkerk mag een pronkstuk heten in wat sinds een aantal maanden heet: Het Grootste Museum van Nederland (GMvNL).

Onder die noemer leggen elf kerken en twee synagogen, van Maastricht tot het Groningse Krewerd, hun schatten bloot.

Het GMvNL is een idee van het Utrechtse museum Catharijneconvent en vloeit voort uit een logische vraag die alleen nog even gesteld moest worden. Waarom loopt de Nederlander in het buitenland wél een gebedshuis binnen, maar doet hij dat in eigen land niet? Misschien lukt het door het etiket 'museum' op kerken en synagogen te plakken. Over drie jaar wordt bekeken of het project dusdanig aanslaat dat het uitgebreid kan worden.

De Cenakelkerk in Heilig Landstichting (Nijmegen) Foto Marcel Wogram

Pastor Herwi Rikhof, een rijzige man met professorale baard, begint zijn rondleiding door de Cenakelkerk in de pastorie. Daar staat in een hoekje de bijzondere stoel ('Zit buitengewoon ongemakkelijk') van grondlegger Arnold Suys.

Ruim een eeuw geleden besloot deze kapelaan Suys, geïnspireerd door zijn reizen naar de bron van het christendom, het heilig land na te bouwen in Gelderland. De Heilig Landstichting, zoals dit stukje Midden-Oosten bij Nijmegen ging heten, moest een bestemming voor de West-Europese pelgrim worden.

De Cenakelkerk is een van de weinige tastbare herinneringen aan de stoutmoedige fantasieën van Arnold Suys. De kerk ontleent zijn naam aan de locatie van het Laatste Avondmaal, dat als een reusachtig mozaïek boven de ingang hangt. Rikhof wijst op de afwijkende opstelling met een staande Jezus en zijn liggende volgelingen. Links in de hoek maakt Judas, de verrader van het stel, zich uit de voeten.

De regionale beeldhouwer en schilder Piet Gerrits, door Rikhof omschreven als een totaalkunstenaar, is verantwoordelijk voor het mozaïek. Sterker nog, hij is voor zo'n beetje alles verantwoordelijk in de Heilig Landstichting. Zijn hand schuilt ook in die curieuze zetel van kapelaan Suys. Op weg naar de kerk houdt Herwi Rikhof halt bij de meterkast. Zelfs de deur daarvan is een verwijzing naar het heilige land.

Gerrits maakte van de Cenakelkerk een oriëntaalse bonbonnière van glorieuze proporties. Het Bijbelse verhaal spat in exotische kleuren van de muren. Rikhof kan de eerste reactie van bezoekers in drie letters samenvatten: wow.

De Cenakelkerk in Heilig Landstichting (Nijmegen). Foto Marcel Wogram

Voor de katholieke parochie van de Heilig Landstichting, dat als dorp voortleeft, doet de kerk nog altijd dienst. Oud-premier Dries van Agt, een plaatselijke prominent, behoort tot de kerkgangers.

Toch zei Rikhof meteen ja op het verzoek de Cenakelkerk op te nemen in het Grootste Museum van Nederland. 'Ik heb er wel meteen bij gezegd dat ik er geen uitvaart of koorrepetitie voor laat schrappen.'

Herwi Rikhof ziet in het GMvNL een (hernieuwde) kennismaking met het geloof. Bezoekers zijn voor hem moderne pelgrims. 'Veel mensen komen ook terug omdat ze de eerste keer helemaal overweldigd worden.'

De Cenakelkerk in Heilig Landstichting (Nijmegen). Foto Marcel Wogram

Op een sombere maandagmiddag, ergens tussen kwart voor twee en twee uur, meldt de zon zich in Gouda. Net lang genoeg om het gewenste effect te hebben in de Sint-Jan. Zonlicht spat veelkleurig uiteen in de gebrandschilderde ramen van de Goudse kerk.

Gouda is in zekere zin de bakermat van het Grootste Museum van Nederland. De Sint-Janskerk fungeert op doordeweekse dagen al jarenlang als museum. De Goudse Glazen, de glas-in-loodramen waarmee de kerk internationale faam verwierf, trekken veel bezoekers. Samen met de twee synagogen is de Sint-Jan ook de enige vleugel van het GMvNL waar entree wordt geheven.

De Sint-Janskerk in Gouda. Foto Arjan Bronkhorst

Van alle deelnemende gebedshuizen heeft de Sint-Jan in museaal opzicht ook het meest te bieden. Na een verwoestende brand in de 16de eeuw besloten de beheerders iets bijzonders te maken van de herbouw. In 72 reusachtige voorstellingen op glas wordt de geschiedenis van Nederland verbeeld.

De Spaanse overheersing is nog zichtbaar op afbeeldingen van koning Filips II en de door hem aangestelde landvoogdes Margaretha van Parma. Schuin tegenover Filips II duikt de gebrandschilderde Willem van Oranje al op in een heldhaftige pose.

De Beeldenstorm van 1566 heeft de schatten van de Sint-Jan ongemoeid gelaten. Maar de langste kerk van Nederland (123 meter) is sinds de Reformatie wel in protestantse handen en dat bleef niet zonder gevolgen. Rondom de kansel staan kerkbanken gegroepeerd; ze vormen op die manier een protestantse nederzetting in een katholiek bouwwerk.

De Sint-Janskerk in Gouda. Foto Arjan Bronkhorst

Het Grootste Museum van Nederland wil vooral de grote verscheidenheid van het religieuze leven in Nederland uitdrukken, zowel in geloofsrichting als in geografie. Naast de indrukwekkende gebedshuizen van de grote stad dus ook aandacht voor kleinschalige dorpskerken.

Daarvoor kon de keuzecommissie terecht in Groningen, dat een grote rijkdom aan religieus erfgoed bezit. Wie door de noordelijke helft van de provincie rijdt, ziet overal kerktorens uit het laagland te voorschijn prikken.

Op initiatief van oud-studenten van de Rijksuniversiteit Groningen zijn deze protestantse bakens behouden gebleven. Zij richtten een halve eeuw geleden de stichting Oude Groninger Kerken op. Die stichting heeft nu 86 kerken en twee synagogen onder haar hoede. Het beheer wordt uitbesteed aan plaatselijke commissies die een maatschappelijke betekenis voor de gebouwen moeten bedenken.

Monumentale betekenis

Wel kerken en synagogen in het Grootste Museum van Nederland. Geen moskeeën of tempels. Is dat gek? Nee, dat is het niet, want het was het onderzoek voor het boek Kerkinterieurs in Nederland, uitgegeven door museum Catharijneconvent, dat de wetenschappelijke basis vormde voor de selectie van gebouwen die samen het Grootste Museum van Nederland moesten gaan worden. Bovendien, zegt projectleider Boukje Schaap, werd de keuze voor de elf kerken en twee synagogen bepaald door hun monumentale betekenis. 'De islamitische cultuur is relatief nieuw in Nederland. Die monumentale betekenis ontbreekt dus nog.'

In Krewerd, een dorp ten westen van Delfzijl, functioneert de Mariakerk als multifunctioneel anker in een gemeenschap van nog geen honderd inwoners. Kerkdiensten zijn verleden tijd. Maar in september werd wel begonnen met een reeks meditaties, nota bene onder leiding van een dominee die toevallig in Krewerd woont.

De Groningse vleugel van het Grootste Museum van Nederland wordt gevormd door vier kerken. Ook bij die keuze stond verscheidenheid voorop. Zo is de Adelskerk in Midwolde vooral interessant door het stempel dat een adellijke familie, rijk geworden met turfwinning, erop heeft gedrukt.

Meest in het oog springt een grafmonument van de bekende beeldhouwer Rombout Verhulst. Het is een eerbetoon aan Carel Hieronymus von Inn- und Kniphausen, een Duitse edelman die door een huwelijk in de Groninger ommelanden belandde. Het beeldhouwwerk komt in dit bescheiden decor intimiderend tot zijn recht.

De Mariakerk in Krewerd (Groningen)

Voor de elite van Mildwolde hadden de kerkvaderen een vroege versie van een skybox geïnstalleerd. 'Dit is Poort des Heeren door de welcke de rechtveerdigen sullen gaan', staat in sierlijke letters geschreven boven de toegangsdeur naar de luxueuze kerkbank.

De Mariakerk in Krewerd kan zich erop beroemen een van de oudste kerkorgels in huis te hebben. Maar het is vooral de verheven sereniteit die de museumbezoeker naar het noordoostelijkste puntje van Nederland moet lokken. Dat is gelukt, getuige het gastenboek. 'Wat een pracht, wat een weldaad.' En: 'Als je even de tijd neemt om de sfeer te proeven, hoor je de monniken in gebed gaan en geniet je van hun zang.'

De Mariakerk in Krewerd (Groningen). Foto Arjan Bronkhorst

Is het nieuw gevormde Grootste Museum van Nederland al een succes?

Alle locaties trekken meer bezoekers sinds ze zijn aangesloten bij het Grootste Museum van Nederland, zegt Douwe Wigersma van Museum Catharijneconvent, de initiator van het Grootste Museum van Nederland. 'Het is alleen lastig om te zeggen hoeveel procent van de groei precies te danken is aan het Grootste Museum van Nederland. Kerken houden niet bij waarom mensen een bezoek brengen', aldus Wigersma.

Herwi Rikhof van de Cenakelkerk kan preciezer zijn. In het half jaar dat de Cenakelkerk is aangesloten, trok de kerk zevenduizend bezoekers. Rikhof: 'Dat is een enorme stijging; eerder werd de kerk door 25 bezoekers per week bezocht.'