Beschouwing

Hoe Vincent van Gogh schilder werd

Ook Vincent van Gogh moest het tekenen en schilderen leren. Zijn paaltjes stonden scheef, zijn stoelen leken nergens op. Iedereen kent Vincent op zijn best. In Mons is hij nu ook te zien op zijn slechtst.

De schovenbinder (naar Millet), 1889 Beeld Van Gogh Museum, Amsterdam

Eigenlijk werd Van Gogh twee keer geboren, eerst als mens en toen als kunstenaar - en precies over dat laatste gaat de tentoonstelling Van Gogh in de Borinage in BAM in Mons. Dat verhaal speelde tussen 1878 tot 1880, een klassieke vertelling, exotisch in zijn akeligheid, filmisch in z'n details, het mythische begin van de meest mythische der kunstenaarscarrières. De lekenprediker die naar de Borinage afreisde, in een identiteitscrisis raakte en uiteindelijk besloot kunstenaar te worden. Hoe het geloof in het protestantisme plaats maakte voor het geloof in de kunst.

Daar ging het een en ander aan vooraf. Twee jaar eerder, in 1878, was er nog geen haar op Vincents hoofd die eraan dacht kunstenaar te worden. Na mislukte avonturen in de kunsthandel had hij zijn zinnen gezet op een carrière als geestelijke. Dat idee was geboren in Engeland, waar hij als onderwijzer en zendeling had gewerkt in de voorsteden van Londen, en diende om schoon schip te maken met zijn vader, zelf dominee. Terug in Nederland besloot hij de zaken eens serieus aan te pakken. Uiteraard gingen de voorbereidingen op z'n Vincents: begeesterd doch rommelig. Theologie-opleidingen in Amsterdam en Brussel werden voortijdig afgebroken, waarna hij het plan opvatte om als lekenpredikant aan de slag te gaan. In een aardrijkskundeboekje vond hij zijn bestemming: de mijnwerkersdorpen van de Borinage, Wallonië.

Zwarte land

Le pays noir noemden de inwoners deze streek, het zwarte land.

Dat was indertijd een plek om te mijden: nat, koud, modderig, met grijze sneeuw die 's winters uit een 'roetkleurige' hemel viel. Alles was er grauw: de wegen, de hutten, de kinderen. De vrouwen oogden er als 'kunstmatige negerinnen'; mannen hadden een huid van 'blauw geaderd marmer'. Het was er ongezond. Tyfusepidemieën sloegen halve families weg. De gemiddelde levensverwachting lag er rond de 40. Niet de ideale omgeving voor een hypersensitieve, in bescheiden welstand opgegroeide domineeszoon. Vader Dorus van Gogh deed er alles aan zijn zoon het plan uit het hoofd te praten. Die had daar geen boodschap aan; naar de Borinage zou hij gaan.

Hij arriveerde in de winter, eind 1878, in Petit Wasmes in de schaduw van de mijn La Marcasse en al snel begon het gedonder. Er was een communicatieprobleem. Vincent verstond het patois van de 'Borins' niet; de delvers, op hun beurt, konden niet wijs worden uit het amechtige Frans van die rare Hollander - en meden daarom diens preken in de Le Temple du Bébé.

Eenzaamheid doet rare dingen met je. Vincent verloederde, raakte in de ban van de Augustijner mysticus Thomas a Kempis, kreeg religieuze wanen. Zelfkastijding en ascese vulden zijn dagen. Hij verruilde zijn zolderkamer bij een boer in Wasmes voor een hut in een gehucht verderop, sliep voortaan op een plank. Een maaltijd bestond uit broodkorsten en bevroren aardappelen, kleding gaf hij weg. Zo trof men hem aan: een vervuild, vermagerd, in lompen gehuld, vroegoud mannetje van 25. Vincent ging kopje-onder, verbrak de banden met de familie, zelfs de correspondentie met Theo werd gestaakt en pas een jaar later hervat. De eerste brief stond vol zelfbeklag en eindigde met de wanhopig vertwijfelde vraag waarvoor hij in vredesnaam toch dienst kon doen.

De maaier (naar Jean-François Millet), 1889. Beeld Van Gogh Museum, Amsterdam

125 jaar na 1890

In 2015 is het 125 jaar geleden dat Vincent Van Gogh overleed. Dit momentum wordt aangegrepen om de kunstenaar het hele jaar te eren met fietsroutes, concerten, apps en tentoonstellingen. Het Kröller-Müller Museum toont Van Gogh naast zijn tijdgenoten; het Noordbrabants Museum zal zich vervolgens richten op het Brabants Design en komt ook met werk van onder anderen Van Gogh-bewonderaar David Hockney; het Van Gogh Museum in Amsterdam ten slotte toont met Van Gogh and Munch Vincent in het twijfelachtige gezelschap van de beroemde Noorse expressionist.

Enthousiasme

Theo's antwoord beviel hem kennelijk want een jaar later had Vincent diens raad opgevolgd: kunstenaar zou hij worden.

Geheel als een verrassing kwam dat niet. Tijdens de zes dienstjaren bij kunsthandel Goupil & Cie (waar hij op 16-jarige leeftijd als jongste bediende begon) had hij een verbazingwekkend enthousiasme voor kunst aan de dag gelegd. Indertijd verzamelde hij in zijn hoofd een zogenaamd musée imaginaire gevuld met werken van Millet, Rembrandt, Maris - werken die hij jaren later tot in detail kon beschrijven. 'Werkelijkheid en kunst' schreef hij aan Theo, 'zijn voor mij gelijk', en dat deze intelligente, twistzieke, met god en iedereen in onmin rakende jongen koos voor het kunstenaarschap, was achteraf gezien tamelijk logisch. Dat was immers per definitie een vrijhaven. Met potlood en papier gaan zitten krabbelen - dat mocht iedereen.

Dus daar begon-ie aan, Vincent, met dezelfde ijver als waarmee hij tot voor kort de Bijbel bestudeerde. Soms tien uur achtereen. Over die eerste stappen is nu in Mons die tentoonstelling te zien.

Het is een project met ambities. De tentoonstelling is het kroonjuweel van Mons, Culturele Hoofdstad 2015, een manifestatie van renovaties, exposities, kunst in de openbare ruimte. Na de recente vestiging van bedrijven als Google, Microsoft en IBM en de terugkeer van oud-premier Elio di Rupio als burgemeester moet dit de zoveelste stimulans zijn deze van oudsher wat groezelige industrie-stad op te kalefateren tot een levensbestendige, 21ste-eeuwse economische en culturele factor van belang. Het Bilbao-effect, voilà. Van Gogh moet daaraan bijdragen.

De maaier met sikkel (naar Jean-François Millet) 1880. Beeld Uehara Museum of Modern Art

Nu kampt iedereen die een Van Gogh-tentoonstelling over het Borinage-werk wil maken met een vrij essentieel probleem: dat werk bestaat niet meer. Van de honderden tekeningen die Vincent in de Borinage en in het daaropvolgende jaar in Brussel maakte, werd het leeuwendeel door hemzelf vernietigd. Met wat gespaard bleef, vul je nog geen toilethokje. De samenstellers van de tentoonstelling, onder leiding van Van Gogh Museum-conservator Sjraar van Heugten, zagen dat probleem aankomen, en vatten het thema ruim op. Zij beschouwen de Borinage als een geografische plek, maar ook als een belangrijke mindset voor Vincents verdere artistieke wandel. Het was daar dat zijn preoccupaties met le peuple zo niet geboren, dan toch bestendigd werden. En dus vulden zij de expositie met werken die betrekking hebben op het arbeiderswezen: zaaiers, wevers, maaiers, hutten; ook is er veel werk aanwezig dat Vincent kopieerde of bewonderde.

Het resulteert in een van de curieuzere Van Gogh-tentoonstellingen die ik tot nu toe zag. Esthetisch, sfeervol ingericht, met veel lege muur - daarin zie je de hand van het Gogh Museum - maar verstoken van topwerken en met een wisselvallige selectie, om het zachtjes uit te drukken. Er hangt een mooie aquarel van vrouwen met kolenzakken in de sneeuw uit het Kröller-Müller, en ook een goed straatgezicht van Auvers uit Washington maar even talrijk zijn de alledaagse landschapjes met boerderijen, om over die houterige wevers maar te zwijgen. Het is, kortom, Vincent op zijn slechtst en soms ook op zijn best, zoals het hier breed wordt uitgeserveerd, en dat is niet altijd fraai, maar wel interessant. Je bent getuige van des kunstenaars voortgang. Ongecensureerd.

Het ging niet vanzelf. Van Gogh had karakter, eigenzinnigheid, doorzettingsvermogen, maar een handige tekenaar was hij niet. De schrijver was een natuurtalent, de schilder een zwoeger. Een de-kunst-afkijker ook, heel verstandig. Van Theo kreeg hij prenten van Millet om te kopiëren en boeken over perspectief en andere technische zaken om te bestuderen. 'Lang was de weg', wist Vincent, maar er zat schot in: 'Ik heb leren meten en zien, en grote lijnen zoeken. Zodat 't geen mij vroeger wanhopig onmogelijk scheen, nu langzamerhand mogelijk gaat worden, goddank.'

Vincent van Gogh: De spitters (naar Jean-François Millet), 1889. Beeld Stedelijk Museum Amsterdam

Flinke storm

In Mons kun je het beamen: de kunstenaar groeit, de kinderziektes verdwijnen. Paaltjes staan gaandeweg recht en zien er niet langer uit alsof er net een flinke storm heeft gewoed. De achterste voet van een figuur is niet meer kleiner dan de voorste, stoelen veranderen van trapeziumvormig in rechthoekig.

Proefondervindelijk ontdekte Vincent dat er een verschil bestaat tussen echte-werkelijkheid en schilderijen-werkelijkheid, dat wat indruk maakt in het leven zelf - een weefmachine, een wanordelijke processie - niet per se tot z'n recht komt op een schilderij. Hij kreeg oog voor de grafische mogelijkheden van verf en houtskool - dat je met streepjes, krullen of juist lege plekken leven in je voorstelling kunt brengen. Hij ontdekte de kracht van eenvoud. Één krachtig neergezette figuur inplaats van vijftien schetsmatige ventjes op een rij.

Mooi hier is de tekening van werkers in een winterlandschap, gekromde mannetjes naast opvlammende cipressen; het soort werk waar, stel ik me voor, iemand als David Hockney goed naar heeft gekeken. Ook fraai zijn de tekeningen naar de gravures van Millet en de schilderijen die Vincent er later in het gesticht van St. Remy naar zou maken. De brille en techniek van de Fransman, zijn ritmische afwisseling van licht en donker, daar kon Vincent niet aan tippen, maar hij heeft iets robuust en levendigs aan de originelen toegevoegd. De werken tintelen van leven.

Dat geldt zeker voor De Schovenbinder, een schilderij uit 1889. Het toont een gebogen jonge vent in een blauw bombazijnen pak die de armen vol koren laadt; typisch zo'n onderwerp waarin van Gogh de lijdzaamheid en deemoedigheid van arbeiders placht te herkennen. Alles beweegt in dit doek, en het koren nog wel het meest. Dat bestaat uit een wemeling van dikke, pinnig neergezette streekjes geel, beige, mauve, en ook lichtgroen en bruin die in kleine draaikolkjes over het doek zijn verspreid. Blauwe hemel, zonbeplaste velden. Le pays noir is ver weg.

Van Gogh in de Borinage, Le musée des Beaux-arts, Mons, België, t/m 17/5.


Vincent in de mijnen

In een poging dichter tot de mijnwerkers te komen, liet Vincent zichzelf ook in een mijn zakken, en wel in een van oudste en gevaarlijkste, De Marcasse. In de brieven naar Theo deed hij gedetailleerd verslag: 'De inrichting is min of meer als de cellen in een bijenkorf of als de donkeren somberen gang in een onderaardse gevangenis [...], of eigenlijk zij zien eruit als [...] de vakken in een grafkelder. In sommige lekt het water overal door en het licht van de mijnwerkerslamp maakt er een zonderling effect en weerkaatst als in een grot van druipsteen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden