Hoe vaders gletsjer verdween

Vorige week publiceerde het Europese milieubureau EEA een rapport over het veranderende wereldklimaat, vooral in Europa. Het zoveelste rapport, was bij velen waarschijnlijk de onwillekeurige gedachte....

Martijn van Calmthout

Het meest opmerkelijke aan het rapport, waarvoor onder meer het RIVM in Bilthoven de meest recente inzichten en gegevens verzamelde, was eigenlijk dat het niet op de schuldvraag inging. Waaret klimaat verandert, weten we niet helemaal zeker, maar laten we ons er nu maar gewoon op instellen.

In zijn boek High Tide doet de Britse klimaatactivist Marc Lynas dat heel anders: het veranderende klimaat hebben we aan onszelf te wijten, schrijft hij. Klare taal. Maar wie denkt dat High Tide dus ook het zoveelste dorre pamflet van een dogmatische milieu-activist is, heeft het mis. Lynas toont zich in de eerste plaats journalist. Een geageerde journalist, maar wie heeft gezien wat hheeft gezien en gehoord, kan haast niet om een eigen mening heen.

Lynas' speurtocht naar tastbare veranderingen in het klimaat en vooral de gevolgen die mensen daarvan ondervinden, begint in Llanbgy in Wales, Kerst vier jaar geleden, als hij bij zijn ouders thuis is.

Het regent in die dagen onophoudelijk, en zoon Marc helpt zijn vader bij het afrasteren van een schapenweide. Die avond schuift de familie de gordijnen dicht en kijkt dia's. Het zijn opnames van begin jaren tachtig, toen ouders Lynas met hun drie kinderen in Peru woonden, waar vader Bryan als geoloog onderzoek deed in de Andes.

Een van de dia's toont een imposante gletsjer, op meer dan vijf kilometer hoogte in de Jacabamba vallei in de Cordillera Blanca, een gestolde rivier van vaalgeel en blauw ijs die van grote hoogte abrupt eindigt in een meer op de voorgrond.

Ween plek, zegt zoon Marc. Maar wel ijzig koud, zegt vader Bryan. Misschien niet meer, zegt zoon en doorgewinterde stadse milieuactivist, ik heb gehoord dat juist de gletsjers in de Andes hard op hun retour zijn. Zo'n grote gletsjer? Onmogelijk, werpt zijn vader tegen.

Die avond neemt Marc Lynas een besluit dat, wat er eventueel ook tegen zijn politieke opvattingen in te brengen is, in elk geval een meeslepend verhaal oplevert. Hij wil terug naar Peru, terug naar de plek waar zijn vader in 1980 de gletsjer fotografeerde. Om te zien wat daarvan geworden is.

Het plan voert hem de hele wereld over, zoekend naar tastbare tekenen van klimaatverandering. Van het steeds opnieuw overstroomde stadje York om de hoek tot de door verstikkende gele stofstormen onleefbaar wordende binnenlanden van MongoliHij maakt in Florida mee hoe de orkaan Gustav, niet eens een echt monster, een miljoen mensen op de vlucht jaagt en elders in de Cariben enorme schade aanricht.

In Alaska spreekt hij met de lokale bevolking, waar rivieren sinds een paar jaar niet meer willen dichtvriezen en waar door het wegdooien van bevroren ondergrond, de permafrost, hele landschappen ineen zijgen. En in de Stille Zuidzee ziet hij hoe op het atol Tuvalu de gestegen zeespiegel de straten blank zet, de bevolking boos en gelaten tegelijk. Overal spreekt hij mensen en vraagt ze hoe het vroeger was. Anders, zweren de meeste.

Maar uiteindelijk gaat het om Peru, de gletsjer van zijn vader. In het voorlaatste hoofdstuk klimt Lynas in een dramatisch bergklimmersverhaal veel te snel naar het meer op vijfduizend meter hoogte, op het randje van een hersenoedeem.

Hallucinerend en zwaaiend op zijn benen stelt hij het onvoorstelbare vast: de gletsjer is weg, gesmolten in amper twintig jaar tijd. Precies zoals hij al vreesde na de berichten van verontruste glaciologen in het gebied, waar door de tropische omstandigheden de afbraak van de ijsmassa's nog sneller verloopt dan in bijvoorbeeld de Europese Alpen.

Lynas zelf is ervan overtuigd dat de wereld aan het veranderen is, en niet bepaald ten goede, maar is journalist genoeg om ook het oordeel van anderen te zoeken. En dus beamen in veel gevallen de plaatselijke experts dat er rare dingen aan het gebeuren zijn, maar aarzelen ze als de vraag komt of dit nou het versterkte broeikaseffect is. In een aantal gevallen is zelfs niet zo zeker, dat er werkelijk trends naar extremer weer bestaan. Daarvoor, tekent hij braaf op, is het weer van zichzelf vaak te grillig.

Daarmee komt Lynas uiteindelijk op vrijwel dezelfde positie uit als het Europese milieubureau EEA en het RIVM in Bilthoven vorige week, die aangaven dat er iets gaande is en dat het niet dom lijkt ons daarop voor te bereiden.

Pas in zijn laatste hoofdstuk trekt Lynas alle registers open. Voorbereiden op een ander klimaat valt in de rijke westerse wereld waarschijnlijk al niet mee, maar is ronduit onmogelijk voor het grootste deel van de wereld, dat welbeschouwd straatarm is, noteert hij, denkend aan MongoliAlaska, Tuvalu.

In een ontluisterend verslag van de klimaatconferentie van november 2001 in Den Haag schetst Lynas het cynisme waarmee de delegaties proberen te voorkomen dat het echt pijn gaat doen om aan de afspraken van het Kyotoprotocol te voldoen. Als de Amerikaanse vertegenwoordiger tijdens de slotbijeenkomst volhoudt het beste met de wereld voor te hebben en juist daarom Kyoto niet te ratificeren, kan hij zich niet inhouden en joelt vanaf de perstribune zijn verontwaardiging de zaal in.

Broeikas-sceptici zullen High Tide na deze aap uit de mouw zeker afdoen als een listig mengsel van feiten en fictie, gebrouwen om de lezer een schuldgevoel aan te praten over wat hij met zijn schandalige rijkdom in de wereld aanricht. Maar al bewijst Lynas meeslepende relaas inderdaad niks definitief, het stemt zeker tot nadenken. Meer dan hoge stapels rapporten uit Brussel en Bilthoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden