Analyse

Hoe uitzendkoepels via de ‘Antillenroute’ de vakbonden proberen af te troeven

Vakbonden FNV, CNV en de Unie dreigen de uitzendkoepels voor de rechter te slepen wegens het cao-akkoord dat zij vorige week sloten met de ‘niet-onafhankelijke’ vakbond LBV. Op de achtergrond van het machtsspel speelt een groter vraagstuk: de toekomst van de uitzendbranche.

Medewerkers in de beroepsgoederensector nemen op 14 mei deel aan een staking die is uitgeroepen door vakbond CNV.  Ook in die sector ging het onder meer over de bescherming van flexwerkers.  Beeld ANP
Medewerkers in de beroepsgoederensector nemen op 14 mei deel aan een staking die is uitgeroepen door vakbond CNV. Ook in die sector ging het onder meer over de bescherming van flexwerkers.Beeld ANP

Het rommelt in de uitzendsector. Na maanden onderhandelen trokken vakbonden FNV, CNV en de Unie vorige week de stekker uit het cao-overleg met de ABU en het kleinere NBBU. Volgens de vakbonden zouden de uitzendkoepels er alles aan doen om ‘de flexibiliteit zo groot mogelijk te houden’ en wilden zij dit niet langer ‘legitimeren’. Maar het lijkt erop dat zij zichzelf hiermee in de voet hebben geschoten.

Door weg te lopen van de onderhandelingstafel hoopten de vakbonden de uitzendkoepels onder druk te zetten. Als er geen nieuwe cao zou komen, zouden de uitzendbedrijven op termijn gehouden zijn aan de wet voor onder meer de wettelijke maximale duur van tijdelijk werk. In de cao staan, zoals dat mag, ruimere afspraken. Daarbij vergaten de bonden echter dat de uitzendbazen een ontsnappingsroute hebben. Eén die loopt via de ‘Antillen van de arbeidsverhoudingen’.

Nog geen 24 uur nadat de bonden de onderhandelingen staakten, was de Landelijke Belangen Vereniging (LBV) wél bereid tot een nullijnakkoord voor de komende vier maanden. De LBV is een zogeheten alternatieve vakbond die handig gebruikmaakt van een zwakte in de cao-wetgeving. Iedereen in Nederland mag een vakbond oprichten en cao’s afsluiten. Daarvoor zijn geen leden nodig. Wel werkgevers die bereid zijn te betalen voor een eigen cao.

Werkgevers betalen de bonden sinds de jaren zestig het ‘vakbondstientje’ per werknemer die onder de cao valt. Dat ‘tientje’ varieert per cao maar is meestal veel hoger. De gewone bonden van FNV, CNV en Unie zijn er niet afhankelijk van omdat zij van leden contributie krijgen en vermogen hebben opgebouwd. De ‘alternatieve’ bonden laten zich vooral door werkgevers financieren.

Juridische stappen

Door met een alternatieve vakbond in zee te gaan, kan een werkgever ontkomen aan een duurdere sector-cao met de traditionele bonden. De alternatieve bonden zouden minder hoge eisen stellen omdat ze betaald worden voor een akkoord. Het mag volgens de wet, maar zelfs werkgeversorganisatie VNO-NCW vond de werkwijze begin jaren negentig niet bon ton, vandaar dat zij de term ‘Antillenroute’ muntte.

Volgens een berekening van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zijn de gevestigde vakbonden inmiddels in 9 procent van de bedrijfstakken en ondernemingen geen partij meer. Hier worden cao’s afgesloten met de alternatieve bonden of met bonden die door de bedrijven zelf zijn opgericht, zogenoemde ‘gele bonden’.

Om te voorkomen dat de uitzendbranche onder meer de callcenters en winkelstraat achternagaat, roepen zij minister Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) op de nieuwe uitzend-cao niet-verbindend te verklaren omdat deze tot stand is gekomen met een ‘niet-onafhankelijke vakbond’. Bovendien dreigen ze met juridische stappen tegen de uitzendbazen.

Voor de uitzendkrachten zelf zal het vooralsnog weinig uitmaken: zolang er geen nieuwe cao wordt afgesloten, vallen zij nog vier maanden lang onder de oude cao. Het is dan ook veel meer een principiële strijd die vakbeweging en uitzendondernemingen hier voeren: een over de toekomst van de uitzendbranche.

In de Sociaal Economische Raad proberen werkgevers en werknemers het al maanden eens te worden over de hervorming van de arbeidsmarkt. Daarbij ligt ook de positie van de uitzendkrachten op tafel. Een commissie onder leiding van oud-topambtenaar Hans Borstlap oordeelde vorig jaar dat iedereen weer in dienst moet. Uitzendwerk zou alleen moeten dienen voor ‘piek en ziek’ en zou daarom maximaal een halfjaar moeten duren.

Dat beperkt het uitzendwerk en bedreigt het bedrijfsmodel van de uitzendbranche in Nederland. Want ook tijdelijke payroll-constructies, oproep- en nulurencontracten verdwijnen als het aan Borstlap ligt. Ook de zelfstandigen-constructies wil hij aan banden leggen en beperken tot echte ondernemers, van loodgieter tot notaris.

Het overleg zit echter muurvast. Aan de ene kant willen uitzenders hun markt behouden. Aan de andere kant denken de bonden de wind mee te hebben met het rapport van Borstlap in de hand en zicht op een kabinetsformatie waarbij ‘links’ betrokken is.

Van communisten naar neoliberalen

De LBV is het residu van de communistische vakcentrale (EVC). Die werd na de oorlog door de christelijke en socialistische vakbonden en werkgevers buitenspel gezet omdat die zich richtte op de klassenstrijd. In de jaren negentig werd het bestuur van de slapende bond overgenomen door Annet Dolman en Gerrit IJzermans die de ideologische veren afschudden en een neoliberale koers inzetten.

In een eerdere versie van dit artikel stond dat uitzendkrachten zonder nieuwe cao nog een jaar onder de oude vallen, dat is veranderd in 4 maanden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden