AnalyseHuilende politici

Hoe tranen in de politiek verwarrend werken: ‘Huilende mensen worden als aardiger gezien’

Minister Grapperhaus raakte geëmotioneerd tijdens het Kamerdebat van woensdag. Hoe oprecht zijn tranen in de politiek? ‘Als er een kans is dat mensen erdoorheen kijken, is het een groot risico om huilen te veinzen.’

Minister Grapperhaus heeft het woensdagavond moeilijk tijdens het coronadebat in de Tweede Kamer, waarin zijn huwelijksfeest ter sprake komt waarop onvoldoende afstand is gehouden.Beeld Jiri Büller / de Volkskrant

‘Tranen zijn bijna altijd bedoeld om contact te maken’, zegt Ad Vingerhoets, die als hoogleraar emoties en welbevinden aan de Universiteit van Tilburg van het onderzoeken van tranen zijn levenswerk maakte. ‘Huilen is  een signaal van machteloosheid.’

De tranen van minister Ferdinand Grapperhaus, woensdag in de Tweede Kamer tijdens het debat over zijn huwelijksfeest, zijn daarop wat hem betreft geen uitzondering. ‘De emoties die daarbij horen, zijn schuld en schaamte. Bij schaamte wil je je nederig en klein maken, schuld zorgt dat je wilt laten zien niet opnieuw dezelfde fout te zullen maken. In beide gevallen wil je de empathie bevorderen.’

Vingerhoets vermoedt dat Grapperhaus daarin geslaagd is. ‘Tranen worden gezien als een symbool van eerlijkheid, oprechtheid’, zegt hij. Of dat terecht is, is onderwerp van een vervolgonderzoek waaraan hij werkt. Voorlopige conclusie: mensen die sneller huilen, beschouwen zichzelf als geneigd tot sociaal gedrag.

De politiek is een metier waarin veel emoties niet zijn wat ze lijken. Woede, verontwaardiging, teleurstelling, verbazing, plezier – het kan allemaal gespeeld zijn; de politicus die dagelijks het hele scala aan emoties zou moeten doorstaan waaraan hij of zij in debatten uiting geeft, eindigt als een emotioneel wrak.

Met diep verdriet ligt dat anders. Zichtbare tranen roepen in de politiek verwarring op, juist omdat het lastig is de oprechtheid ervan in twijfel te trekken, alsof dan de mens achter de politicus tevoorschijn komt. Thierry Baudet van Forum voor Democratie was (in 2019) daarnaar op zoek toen hij premier en VVD-leider Mark Rutte in een tv-debat vroeg wanneer die voor het laatst gehuild had. 

In de 18de eeuw vloeiden de tranen volop, vertelt Vingerhoets. Goethe, Voltaire en Rousseau waren grote huilers. Geleidelijk droogde de stroom op. Tot in de jaren vijftig was het in Nederland not done publiekelijk te huilen. De eerste politicus die dat volgens Vingerhoets doorbrak was Hans Wiegel (1981). Wiegel, wiens vrouw kort tevoren was overleden, kreeg als VVD-lijsttrekker bij tv-journalist Jaap van Meekren vanuit het publiek de vraag voorgelegd waarom er voor weduwnaars geen goede pensioenvoorziening was. PvdA-leider Joop den Uyl wilde troosten, Van Meekren schijnt zo te zijn geschrokken van de reactie dat hij ontslag overwoog.

Hans Wiegel, fractieleider en lijsttrekker van de VVD, barst in 1981 in huilen uit tijdens een live-programma. Hij had kort tevoren zijn vrouw Pien verloren bij een autoongeluk en kreeg een vraag over weduwnaarspensioenen. PvdA-fractieleider en lijsttrekker Joop Den Uyl probeert hem te troosten.Beeld Bert Verhoeff

Vele politici zijn Wiegel gevolgd. Minister Jan Pronk huilde (1992) toen hij op tv vertelde over de gruwelen van de burgeroorlog in Somalië. Elske ter Veld (1993) moest huilen toen ze over haar aftreden als staatssecretaris werd ondervraagd. Ze werd afgevoerd alsof ze plotseling patiënt was geworden, maar keek met een zekere voldoening terug op haar tranen. ‘Ik vond het terecht mijn emoties te tonen.’ PvdA’er Karin Adelmund (1995) verliet hals over kop de Tweede Kamer omdat ze het niet droog hield bij een debat over de herkeuring van WAO’ers, SP-voorzitter en oud-partijleider Jan Marijnissen (2010) kreeg vochtige ogen toen Agnes Kant bekendmaakte dat ze opstapte als fractievoorzitter, Maxime Verhagen was tot tranen toe geroerd op het CDA-partijcongres in Arnhem(2010). De voorbeelden zijn legio.

Politici ontkennen vaak hun huilpartij. Zo bezwoer Kamervoorzitter Anouschka van Miltenburg (2013) dat er geen tranen waren gevloeid toen ze na een harde aanvaring met CDA-fractieleider Sybrand Buma hals over kop de Kamer verliet. ‘Ik schoot niet vol’, zei ze later. ‘Ik was alleen heel erg boos.’ Die vluchtroute was niet weggelegd voor Halbe Zijlstra (2018) toen hij vanwege de datsja-affaire moest aftreden als minister van Buitenlandse Zaken. ‘Ik had dat niet moeten doen’, zei hij met trillende stem, waarop Rutte de hand op zijn arm legde. CDA’er Pieter Omtzigt brak toen hem onlangs in een lijsttrekkersdebat werd gevraagd hoe hij het vond om zo vaak weg te zijn van zijn gezin.

Staatssecretaris Elske ter Veld moet in 1993 een traantje laten bij haar afscheid.Beeld ANP

‘Huilen is normaler geworden’, zegt Vingerhoets. ‘Dat komt ook door emo-tv, door prinses Máxima die op haar huwelijk huilde, door sporters. Dat maakt het eenvoudiger.’ We huilen bij voorkeur thuis, tussen zeven en tien uur ’s avonds, bij onze partner of moeder, wijst zijn onderzoek uit. Publiekelijk huilen zoals Grapperhaus doen we niet graag. Al kan het volgens Vingerhoets een gunstig effect hebben. ‘Het matigt de agressie. Huilende mensen worden als aardiger gezien.’

Iets dergelijks was ook na de tranen van Grapperhaus te bespeuren. Kamerleden waren even in verwarring: gaan in die tranen oprechte spijt en berouw schuil? ‘Het is moeilijk krokodillentranen te herkennen’, zegt Vingerhoets. ‘Maar als er een kans is dat mensen erdoorheen kijken, is het een groot risico huilen te veinzen.’ Misschien waren het de tranen die de minister hielpen een motie van wantrouwen in een motie van afkeuring te veranderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden