REPORTAGE

Hoe te voorkomen dat massatoerisme Birmese cultuur vernielt?

Het achterland van Birma kent een nog ongerepte schoonheid. Maar nu de grenzen opengaan, is de vraag: voor hoelang nog?

Mu Htan (80) krijgt van een van de touroperators die haar dorp bezoeken een foto te zien. Mu Htan woont in Pan Pet en behoort tot de Padaung-stam. Beeld Aurélie Geurts

Nu het militaire regime in Birma de teugels wat laat vieren en verboden buitengebieden openstelt voor buitenlanders, arriveren de eerste busjes in bergdorpen als Pan Pet. Vrouwen met gouden nekringen stampen hier wilde rijst. Mannen klimmen op hun ossenkar alsof het een scooter is. Ook het eerste groepje touroperators uit de stad Yangon heeft nog nooit zo iets gezien. Terwijl een omaatje tokkelt op een bamboe instrument, komt al snel de vraag op: hoe te voorkomen dat massatoerisme deze cultuur vernielt?

Betekenisvolle interactie

Veel wordt verwacht van één man die in de coulissen een grote groene sigaar rookt. Het is de 48-jarige Pascal Khoo Thwe die 25 jaar geleden moest vluchten naar het buitenland voor het militaire regime, maar onlangs terugkeerde op uitnodiging van hetzelfde regime. 'Het is tijd terug te komen en je volk te helpen', zei een minister die hem in 2011 opzocht in Londen. Birma kan hoogopgeleide bannelingen goed gebruiken - zijn prijswinnende memoires, Land van de groene geesten, zijn dan al een bestseller in eigen land. Sinds kort experimenteert hij zodoende in zijn geboortestreek met duurzaam toerisme, mede gefinancierd door Nederland.

'Ik wil graag concrete hulp geven aan mijn volk. Niet nog meer ideologische praat', zegt Pascal, die het eerste groepje reisaanbieders rondleidt door een bergdorp. Inclusief een topambtenaar van het ministerie van Toerisme, wiens assistent de parasol omhooghoudt. 'Kijk, deze huizen zijn gebouwd zonder één spijker, die totempaal is belangrijk voor een goede oogst, achter deze steen verstopt de sjamaan zijn grote trom om de machtige kat op te roepen die ons helpt bij oorlog.' Op een heuveltop is er een lunch gewikkeld in bladeren en op een boerenerf dansen twee omaatjes in vol ornaat tussen loslopende varkens. Ook voor Birmezen is dit een exotische ervaring.

Maar niet voor Pascal. Hij behoort zelf tot de Padaung-stam, befaamd om de koperen nekringen waarmee vrouwen hun hals langer doen lijken. Het militaire regime verjoeg veel van hen naar vluchtelingenkampen in Thailand, waar zij uitgroeiden tot toeristische attractie. 'Menselijke dierentuinen', noemen deskundigen die. Pascal probeert dat in Birma te voorkomen, door dorpelingen te trainen en gezamenlijke activiteiten te verzinnen. Zoals muziek maken met bezoekers of kruiden en vruchten zoeken in het bos. 'Het gaat om betekenisvolle interactie.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Pascal Khoo Thwe leidt de groep Birmese touroperators rond in Pan Pet. De vraag: is dit dorp interessant voor binnenlandse toeristen? Beeld Aurélie Geurts

Demonen

Wie opgroeit in de bergen van Birma, groeit op tussen geesten en demonen. Nooit plassen onder de grote vijgenboom waarin lichtgeraakte bosgeesten wonen, altijd kruimels op de grond gooien voor iedere maaltijd, wees op je hoede voor de Khimhaka, de plaatselijke Yeti, en roep altijd je Yaula bij je, je beschermende geest, voordat je ergens naartoe gaat. De vrouwen met hun lange nekken, geven de tradities door. Half mens, half vogel, omschrijft Pascal zijn grootmoeder. Zij vertelde mythische verhalen, terwijl de kinderen rijstwijn dronken aan haar voeten. Een wandelende kerstboom, omschrijft Pascal haar in zijn memoires; vol fonkelende versieringen en miraculeuze krachten.

Pascal is de kleinzoon van de laatste chief van de regio. Als 12-jarige hoopt hij respect af te dwingen door naar het seminarie te vertrekken. Padaungs combineren katholicisme en animisme op soepele wijze. Pascal leert Latijn en Engels, maar twijfelt over zijn roeping. De kerk geeft hem de kans Engels te studeren aan de universiteit van Mandalay, de op een na grootste stad van Birma. Als eerste van zijn stam.

Daar raakt hij betrokken bij studentenprotesten. Soldaten verkrachten en vermoorden zijn vriendin; vanaf een brug ziet hij tientallen lichamen langsdrijven in de Irrawaddy-rivier; en vlak voor de befaamde speech van oppositieleider Aung San Suu Kyi in 1988, klimt hij in zijn geboorteplaats zelf op een ossenkar om te vertellen wat er gebeurt in de grote stad. 'Ik ontdekte dat ik kon spreken', schrijft Pascal. In de harde moessonregen blijft het marktpubliek staan om naar hem te luisteren.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

De Padaung staan bekend om de koperen nekringen die meisjes vanaf een jaar of 5 gaan dragen. Beeld Aurélie Geurts

Cambridge

Het militaire regime jaagt Pascal en honderden mede-studenten de jungle in. Daar sluit hij zich aan bij het rebellenleger van bergstammen. Hij leert vechten en werkt een jaar op het hoofdkwartier in de buurt van de Thaise grens. Medestrijders sneuvelen door vuurgevechten, malaria en marteling. Uiteindelijk stuurt het leger geketende dorpelingen voorwaarts over het laatste mijnenveld: '... hun ketting bleef intact, de rompen kwamen met een doffe klap neer, terwijl armen, voeten en vingers in de bosjes belandden.'

In die donkere periode, schrijft Pascal een briefje aan een Engelsman die hij twee jaar eerder had ontmoet in een Chinees restaurant in Mandalay. John Casey uit Cambridge had gehoord over een jonge ober die dol was op James Joyce. Pascal neemt de docent Engels - tot schrik van de autoriteiten - mee naar zijn studentenhuis op de krakkemikkige campus. Uiteindelijk stuurt Casey boeken en geld naar het rebellenkamp. Weer later schrijft Casey dat hij Pascal wil ontmoeten aan de Thaise kant van de grens.

Dat blijkt een zorgvuldig opgezette reddingsoperatie die eindigt in Bangkok. De Britse ambassadeur zet de jonge Joyce-fan persoonlijk op het vliegtuig naar Engeland. Daar krijgt Pascal een beurs om Engels te studeren in Cambridge.

In die wereld van knerpende grindpaden en eerbiedwaardige bibliotheken, voelt Pascal zich schuldig jegens zijn medestrijders in de jungle. 'Als je eenmaal geleerd bent en tussen buitenlanders woont, ga je ons primitief vinden. Dan probeer je de Padaung vergeten', had zijn beste vriend gewaarschuwd.

Cambridge lijkt te hoog gegrepen voor een Padaung, maar Pascal kan rekenen op begrip en geduld. Voor zijn eindexamen schrijft hij een extra paper: over zijn jeugd tussen de geesten en mysterieuze langnekoma's. Hij studeert met lof af en loopt in traditionele kledij door de Gate of Honour van zijn college. Onder de aanwezigen: John Casey en de Britse echtgenoot van oppositieleider Aung San Suu Kyi. Daarna volgen allerlei baantjes in Londen bij restaurants, hotels, vertaalbureaus en radiostation Democratic Voice for Burma. Hij bouwt zijn afstudeerpaper uit tot het boek Land van de groene geesten.

Ongelijkheid

In Pan Pet maakt Pascal een gespannen indruk. Hij vertelt met plezier over de Padaung cultuur - 'Jonge wespen zijn voor ons een delicatesse, de smaak zit ergens tussen roerei en geroosterde garnaal in; en ja inderdaad, we drinken rijstwijn vanaf ons eerste levensjaar'.

Maar het pilotproject waar hij sinds 2013 bij betrokken is, loopt niet als gehoopt. Een deel van de dorpelingen heeft souvenirstalletjes langs de weg getimmerd en wil toegangskaartjes gaan verkopen. Precies wat Pascal en zijn westerse adviseurs hopen te voorkomen.

'Zulke acties komen voort uit wanhoop', verzucht Pascal na urenlange onderhandelingen. 'De ongelijkheid is groot. Niet alleen tussen buitenlanders en Birmezen, maar vooral tussen dorpelingen onderling. Daar zit de pijn.'

Volgens Pascal leidt de komst van de eerste toeristen tot spanning en jaloezie in Pan Pet. 'Ik ben nu vooral bezig met bemiddelen tussen de partijen, om te voorkomen dat het conflict verder uit de hand loopt.' Training is volgens Pascal de enige manier om duurzaam toerisme in het dorp te realiseren; om een betekenisvolle interactie tussen bezoekers en dorpelingen te creëren.

Joggingbroek

In het dorp dragen veel mannen hun longyi, een traditionele omslagdoek, en vrouwen dragen mooie, zelf geweven tunieken, terwijl hun armbanden rinkelen bij iedere stap. Maar hier en daar hangt al een ossendrijver in joggingbroek op zijn kar, of passeert een tienermeisje met T-shirt. Pascal: 'Sommige tradities verdwijnen vanzelf. Of er nou wel of geen toeristen komen. Neem onze traditionele kledij: kostbaar om te maken, warm om te dragen en heel moeilijk schoon te krijgen.' Zelf draagt hij ook liever een spijkerbroek.

Het leven in Birma, een van de armste landen van Azië, zal verbeteren, verwacht Pascal. Hij verwacht veel goeds van de nieuwe regering van Aung San Suu Kyi. Zelf wil hij zijn aandacht beperken tot natuurbescherming en duurzaam toerisme. Wijzend naar een bergketen in de verte: 'Daar is nog een stukje oerbos met tijgers en beren. Er moet eerst wetenschappelijk onderzoek worden begonnen en daarna denk ik aan trektochten met tenten.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden