Hoe te handelen wanneer iemand me al hoestend in een bloederige zakdoek aanklampt?

Het kasteel was vergeven van heksen en leprozen

De Efteling heeft ze. Het Archeon heeft ze. Acteurs die in het wild rondlopen om een stukje authentieke beleving op te roepen. Het roept ook andere dingen op. Gêne, ongemakkelijkheid, doodsangst, bloedlust - allemaal normale gevoelens wanneer een vreemde in het openbaar heel raar tegen je gaat doen.

Het belangrijkste aan acteren is ervoor zorgen dat het publiek zich niet geneert. Al het andere komt daarna pas. Daartoe is het theater bedacht, een plek met een duidelijke scheiding tussen potsenmaker en klant. Laatstgenoemde zit veilig in het donker te oordelen, eerstgenoemde staat onder lampen die zo fel zijn dat hij geen flikker ziet. Goeie deal, want laatstgenoemde betaalt. En zelfs dan kan het nog gênant zijn, zeker wanneer het publiek uit mij bestaat. Ik heb al plaatsvervangende schaamte voor er één acteur op het podium verschenen is. Iets in de kwetsbaarheid van iemand die vlak voor mijn neus zijn stinkende best staat te doen, vind ik onverdraaglijk. De ironie dat het mijn werk is, ontgaat me niet. De psychologie ervan moeten we later maar bespreken, één onderwerp tegelijk graag.

Hoe dan ook, het was weekend, dus we waren naar een kasteel. Leuk, Middeleeuwen: kantelen, harnassen en een giftshop. Bij binnenkomst werd ik echter direct aangeklampt door een mevrouw met een vaal geschminkt gelaat, die constant hoestte in een bebloede zakdoek. 'Help mij', kermde ze. Ik schrok mij een hoedje. Niet omdat ik daadwerkelijk dacht dat ze de pest had - want Middeleeuwen plus hoesten is pest, zoveel snapte ik wel - maar vooral omdat ik ineens geen idee had hoe ik mij moest gedragen. Hoe te handelen wanneer iemand me al hoestend in een bloederige zakdoek aanklampt? Ik had haar graag erop gewezen dat de pest iets anders is dan tuberculose en dat haar symptomen verontrustend veel leken op ebola, en dat ik dit wat ongepast vond in deze dagen. Maar dat zou haar optreden saboteren en dat wou ik haar ook weer niet aandoen. 'Help mij', raspte ze weer. 'Ik ken wel een goede regisseur', was niet het antwoord wat ze zocht, maar wat wel?

Een en ander was des te pijnlijker, omdat mijn zoontje ook geschrokken was, en nu toch echt naar mij keek hoe te reageren op een situatie waarin een rare mevrouw doet alsof ze een besmettelijke, dodelijke ziekte heeft.

Welnu zoon, dan moet je schaapachtig lachen, doen alsof je verderop iets interessants ziet (heeeee, is dat een plattegrond?) en je dan met een rode kop snel uit de voeten maken. Blijkbaar.

Vluchten bleek zinloos. Het kasteel (dat ik niet nader zal noemen, maar het ligt aan het IJsselmeer en rijmt op Zuiderslot) was vergeven van leprozen, heksen en ridders, allemaal buitengewoon gemotiveerd om hun verhaal te delen.

Niets ten nadele dus van de jongens en meisjes die de re-enactment deden, want hun overgave en inzet strekte menig professional tot voorbeeld, maar ik had gehoopt dat voor mijn zoons geestesoog langzaam middeleeuwse figuren zouden verschijnen op de kantelen en in de nissen van de zalen, maar er stond steeds een acteur voor.

Tot zover mijn plannen mijn zoon geïnteresseerd te krijgen in martelwerktuigen, bloedige veldslagen en coole harnassen, iets wat veel regenachtige vakantiedagen in Frankrijk en Duitsland had kunnen opleuken.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.