Hoe strijd je anno 2018 succesvol tegen de autoriteiten? Tien tips

De lessen van ’68 volgens Jan Kuitenbrouwer

Hoe schop je anno 2018 tegen de autoriteiten, als de grote revoluties al zijn gestreden? Tien tips voor een geslaagde strijd.

Tip 4: wees cultureel relevant. Thierry Baudet worstelt ermee: wat ís de culturele identiteit van nieuw rechts eigenlijk? Beeld Joren Joshua

1  CREËER EEN GENERATIEKLOOF!

Het is makkelijker om je af te zetten tegen mensen dan tegen abstracties. En als die mensen toevallig ook nog je ouders zijn, gaat het haast vanzelf! Ziedaar een van de bekendste uitvindingen van de protestgeneratie: de ‘generatiekloof’.

Tussen generaties bestaan ­helemaal geen ‘kloven’, maar de metafoor helpt om een wij-zij-sentiment te creëren, een vijandbeeld. Dat deze tijd geen grote revolutionaire bewegingen meer kent, is omdat deze belangrijke les zowel door links als rechts in de wind wordt geslagen. Hillary Clinton, Bernie Sanders, Jeremy Corbyn – tegen welke generatie kunnen zij zich afzetten? Het is allemaal de schuld van de … 100-jarigen? Met Donald Trump als boegbeeld maakt nieuw rechts het zich al even lastig. Deze zeventigers gaan de status quo te lijf waar zij zelf vijftig jaar aan gebouwd hebben?

Het typeert de verwarring: wij weten niet waar wij heen willen, vooruit of terug. Thierry Baudet heeft het wel begrepen en stelt de generatie van ’68 vierkant verantwoordelijk voor alles wat hem niet zint. ‘De massale immigratie, de euromunt, de kaalslag in het onderwijs, het multiculturalisme en de culturele zelfhaat: het valt direct op Mei ’68 terug te voeren.’ Dat ­Baudets tweede man tegen de 100 loopt, is misschien minder handig. Of dient Theo Hiddema als hangbrug over de generatiekloof?

Beeld Joren Joshua

2 WEERSTA HET PLUCHE!

Als de boegbeelden van Mei ’68 zich verkiesbaar hadden gesteld voor een parlement, hadden we waarschijnlijk nooit meer van ze vernomen. Mei ’68 liet de reguliere politiek links liggen en koos voor ‘buitenparlementaire actie’.

Veel soixante-huitards waren geïnspireerd doorAntonio Gramsci, de Italiaanse communistische denker die stelde dat een echte socialistische omwenteling pas mogelijk is wanneer hij is ingebed in een brede culturele omwenteling.Niet het beleid moest anders maar het denken, de ‘culturele hegemonie’, zoals Gramsci het noemde. Studentenleider Rudi Dutschke riep op tot een ‘lange mars door de instituties’ om de samenleving stap voor stap rijp te maken voor revolutie. 

Er zou niet veel van terecht­komen. De mars door werd een mars naar. De SP voerde twintig jaar actie in wijken en fabrieken voor zij naar Den Haag ging, voor de revolutionair van vandaag is een Kamerzetel prioriteit nummer 1 – zie Fortuyn, Wilders, Krol, Baudet, ­Simons, et cetera. In de noeste arbeid waarmee je een beweging opbouwt, hebben zij geen zin.

Of neem Powned: eerst schelden op de ‘linkse subsidieslurpers’ en dan zelf aan de tiet gaan hangen. De revolutionair van nu wil goedbetaald, in een mooi pak, terwijl de camera’s draaien, uitleggen dat het allemaal anders moet.

3 VERGEET DE EIS NIET

Waarom mislukte Occupy Wall Street? Even leek het een veel­belovende protestbeweging. Op 1 mei 2012 trokken in New York naar schatting honderdduizend betogers naar Wall Street, later vonden ook elders in de wereld onder de naam ­Occupy betogingen en bezettingsacties plaats. Mikpunt waren de financiële industrie en het mondiale kapitalisme, dat door de crisis van 2008 veel mensen dak- en brodeloos maakte, terwijl de verantwoordelijken ongestraft wegkwamen.

Eind 2012 was het alweer voorbij en viel Occupy uiteen. Voornaamste reden: er waren geen concrete doelstellingen, geen eisen. De Occupybetogers waren boos op Het Systeem, maar daar bleef het eigenlijk bij. ‘Dit systeem deugt niet en het zou eigenlijk anders moeten’ is geen effectieve strategie, er moet een concreet doel zijn, iets dat je kunt binnenhalen, al is het maar symbolisch. De oprichters van Occupy zeggen nu dat de protestactie als revolu­tionair strijdmiddel niet meer werkt, daar hebben zij een theorie over, maar die dient vooral als alibi voor hun eigen falen. Wall Street bezetten zonder concreet actiedoel is gewoon niet zo’n goed idee.

4 WEES CULTUREEL RELEVANT

Mei ’68 viel samen met de opkomst van de ‘jeugdcultuur’. ­Behalve een politiek was er ook een cultureel gat in de markt. Zo ontstond een productieve kruis­bestuiving. Toonaangevende kunstenaars ontwierpen posters en muurkranten, filmsterren liepen voorop bij betogingen, de revolutionairen luisterden naar de Beatles en de Beatles maakten een album genaamd Revolution.

Revolutionaire bewegingen zonder eigen cultureel gezicht zijn kansloos. Thierry Baudet worstelt ermee: wat ís de culturele identiteit van nieuw rechts eigenlijk? Als een aangeklede centerfold op de klep van een Steinway liggen? Zwaaien met een zakje lavendel? Het is trial and error.

Tijdens de Nederlandse Leeuw, de nationale jamboree van nieuw rechts, begin dit jaar, werd het muzikale intermezzo verzorgd door een zangeres die de voorselectie voor een schoolmusical nog niet had doorstaan. Van die beweging hebben wij voorlopig dus weinig te duchten. Black Panther verplettert alle boxoffice records, een zwarte rapper krijgt de Pulitzer Prize en Beyoncé steelt Coachella met een show gewijd aan de zwarte geschiedenis: volgens de wet van de culturele relevantie zit de meeste revolutiekracht op dit moment bij de zwarte emancipatiebeweging.

5 GEEF DE VIJAND EEN GEZICHT

Maak de strijd persoonlijk. Kies een verantwoordelijke gezagsdrager en verhef hem tot boeman. Demoniseer hem (of haar).

De studenten van Parijs hadden De Gaulle, de anti-Vietnamdemonstranten hadden Nixon, de Provo’s hadden burgemeester van Hall en de Maagdenhuisbezetters hadden onderwijs­minister Veringa. Zij hebben zich vast afgevraagd waarom uitgerekend zij de geschiedenis in moesten als de gehate boegbeelden van een vermolmd bolwerk, terwijl zij ‘Het Systeem’ ook niet uitgevonden hadden.

Maar zo werkt het: de geschiedenis is een verhaal en een verhaal heeft helden en boeven nodig. Nixon moordenaar! Crooked Hillary! Impeach Trump! En andersom: laat het verhaal niet vertellen door ­professionele zaakwaarnemers, zoek eloquente woordvoerders onder de mensen om wie het gaat. Die boos zijn en het niet meer pikken.

Beeld Joren Joshua

6 MAAR: HOU HET LEUK

De Franse socioloog Le Goff noemt de beweging van Mei ’68 ‘militant en macho’, maar daarnaast had zij ook een vertederend en ludiek gezicht, waarmee de demonstranten sympathie wisten te wekken bij het bredere publiek.

Het is een koud kunstje om destructieve types voor een zaak te mobiliseren, die altijd wel te porren zijn voor een opstoot, maar om succesvol te zijn heeft een sociale beweging goodwill nodig. Frustratie botvieren is iets anders dan verandering afdwingen.

‘Zwarte Piet is racisme’ heeft wel een en ander bereikt, maar met zijn verbeten, confronterende stijl ook veel kwaad bloed gezet. Een actiestrategie die geen afbreuk doet aan de lol van het kinderfeest zelf zou het voor jonge ouders makkelijker maken adhesie te betuigen. Young & United wist in 2016 verbazend snel draagvlak te verwerven voor de gedeeltelijke afschaffing van het minimumjeugdloon, ingevoerd in 1974. Het geheim: ­ludieke actie. Geen geweld, geen misbaar, alles gericht op de hearts and minds van het grote publiek.

7 ASSOCIEER JE MAAR LAAT ANDEREN HET WERK DOEN

Vaak wordt beweerd dat Mei ’68 de protestgeneratie geen windeieren heeft gelegd, maar dit is niet helemaal waar. De ijverigste activisten van toen zijn er qua status en welstand weinig mee opgeschoten, velen hebben ook hun latere leven aan sociale actie gewijd en maakten hun carrière daaraan ondergeschikt.

De grote winnaars zijn degenen die zich tijdig openlijk associeerden met de revolutie en die die associatie gebruikten om interessante posities te veroveren, terwijl zij het noeste actiewerk aan anderen overlieten.

Hanneke Groenteman vertelde ooit in een interview dat het haar als jonge, ambitieuze vrouw wel leuk leek om voor het feministische radioprogramma van de Vara te werken. Zij was helemaal geen feministe, maar na een middagje bladeren in brochures en pamfletten wist zij genoeg om door het sollicitatiegesprek heen te komen.

8 VERGEET IDENTITY POLITICS, SMEED EEN BREDE COALITIE

Nieuw Rechts doet graag alsof wij de ‘identiteitspolitiek’, het doorgeschoten activisme van etnische- en gender-minderheden, te danken hebben aan Mei ’68. Dit is onzin.

Mei ’68 was een bonte coalitie van groepen, jong, oud(er), man, vrouw, student, arbeider, immigrant en autochtoon. Arbeiders die staakten om een beter loon, studenten eisten ie zeggenschap over hun onderwijs, en samen stonden ze op de barricaden. Mei ’68 ging niet over wie zij wáren maar over waar zij voor stonden: vrijheid en ­gelijkheid.

‘Identititeitspolitiek’ kwam later, toen de arbeider een auto had en biefstuk at, en linkse intellectuelen zich op de emancipatie van culturele en etnische minderheden stortten, ieder met hun eigen agenda. Zij vergaten de les van ’68: de spontane coalitie, vechten voor een gezamenlijk belang. Voor wat je deelt, niet voor wat je scheidt. Vrijheid en gelijkheid

9 EEN BEELD IS 1.000 WOORDEN WAARD

Hét medium van de protestgeneratie was film. Smalfilm was net bereikbaar geworden voor de gewone consument, demonstraties en teach-ins werden gefilmd, close-up en indringend. Van het bewegende beeld bleek een mobiliserende kracht uit te gaan. De wendbare 16-mm-camera bracht de Vietnamoorlog in de Amerikaanse huiskamers en de rauwe beelden wakkerden het verzet aan.

Zeg ‘Tiananmen Square’ en iedereen ziet die colonne tanks, gestopt door een jongen met twee plastic tasjes, alsof hij net terug kwam van het boodschappen doen. Niet voor niets probeert Staatsbosbeheer het maken van opnamen van stervende konikpaarden, edelherten en heckrunderen in de Oostvaardersplassen te beperken, door het gebied ’s winters af te sluiten voor publiek. Eén foto van een volwassen merrie bij haar stervende veulen is genoeg om een boze meute op de been te brengen.

Vergeleken met 1968 leven wij nu in een permanente beeldenstorm, de hoeveelheid visuele prikkels die op ons af komt is exponentieel toegenomen, maar een echt indringend beeld is nog altijd 1.000 woorden waard

10 CLICKTIVISME IS GEEN ACTIVISME

The revolution will not be televised, dichtte Gil Scott-Heron in 1970. You will not be able to stay at home, brother. You will not be able to plug in, turn on and drop out.

Voor jonge mensen is het misschien moeilijk voorstelbaar, maar in mei ’68 had je geen ­mobiele telefoon, geen internet, geen kabel-tv, hooguit een of twee televisiezenders en een paar radiostations. Toch stonden over de hele wereld honderdduizenden mensen op straat. En liepen van A naar B, zonder te verdwalen.

Zeker, het internet is een effectief wapen in handen van protestbewegingen, de voorbeelden zijn bekend, maar waar het uiteindelijk moet gebeuren is in muffe, tl-verlichte zaaltjes. En op straat. Vergeet de sociale media, vergeet alle media, ga de deur uit, maak contact, kijk mensen in de ogen, praat met ze, sleep ze mee en hou ze vast. Zo maak je revolutie, net als in Mei ’68.

The revolution will not be televised.

The revolution will put you in the driver’s seat

The revolution will be no re-run brothers

The revolution will be live!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.