Hoe stop je een jihadganger?

Moeders voelen zich in de steek gelaten

Arnhem worstelt met de radicalisering van moslimjongeren. Tussen gemeente en moslims heerst wantrouwen en de moslims zijn onderling verdeeld. 'Jouw zoon heeft die van mij geradicaliseerd.'

Een groep Islamitische jeugd uit Arnhem luistert naar Ustadh Zekerya Budak over het recht en de ethiek in de Islam. Foto Guus Dubbelman

In de voortuin van een eengezinswoning in de wijk Malburgen staat een parmantige sneeuwpop, pet op de kop. Een 7-jarig Marokkaans-Nederlands jongetje rent om de pop heen, speelt, bokst. De pet zakt scheef, even later ligt de pop aan diggelen. Binnen zit zijn moeder. Ze serveert thee met koek. Op een kastje in de hoek van de kamer staat een foto, van haar andere zoon Marouane. 19 is hij nu, 12 op de foto. Hij strijdt in Syrië. Dit is de enige foto die ze van Marouane heeft, een vrolijk jongetje met flapoortjes in een blauwe trui.

'Voor hij vertrok heeft hij al zijn foto's vernietigd of meegenomen', zegt de moeder, die haar jongste naar buiten heeft gestuurd. Ze wil niet dat hij meeluistert.

De eerste vier maanden na zijn vertrek sliep hij in het bed van Marouane, met een trui van zijn grote broer als hoofdkussen. De moeder heeft de kamer ontmanteld. Ze zag haar zoontje daar geregeld bidden, smeken om de terugkeer van Marouane. 'Hij moet door met het leven, zo normaal mogelijk.'

Aan de buitenkant zie je niets aan het jongetje, maar hij worstelt met de Syriëgang van zijn broer. En hij heeft meegekregen dat zijn broer in de media langskomt als een gevaarlijke terrorist. Marouane dook op in een propagandafilmpje van Islamitische Staat (IS) tussen Britse, Duitse en Franse jihadisten.

De moeder beseft dat sinds de aanslagen in Parijs en de verijdelde poging in het Belgische Verviers de angst is gegroeid dat jihadi's in het Westen zullen toeslaan. Maar de politie-inval in haar huis, afgelopen dinsdag, valt haar rauw op het dak.

Een dag na het gesprek met de Volkskrant komen vijftien rechercheurs haar woning doorzoeken. Ze zijn op zoek naar laptops, telefoons, wapens, geld. 'Marouane heeft iets slechts gedaan, maar hij is al ruim een jaar weg. Waarom komen ze bij mij? Denken ze dat zijn moeder ook een terrorist is?', zegt ze aan de telefoon. Uitleg heeft ze nog niet gekregen.

Haar oudste zoon, van wie de telefoon ook is onderzocht, is ontzettend boos op de politie. En eigenlijk op hele de samenleving. 'Hij doet niets verkeerds, waarom pakken ze zijn telefoon af?' De moeder voelt zich niet veilig meer thuis. 'Ik heb altijd alle informatie gedeeld met de instanties. Waarom gebeurt dit?'

Over het waarom 'doen we geen mededelingen', zegt een woordvoerster van het Openbaar Ministerie Oost-Nederland, die alleen de inval wil bevestigen.

Eigen netwerk

Iets verderop in dezelfde Arnhemse wijk vertelt de moeder van een teruggekeerde Syriëganger dat als je zoon vertrokken is je 'er helemaal alleen voor staat'. De wijkagent komt op bezoek. Je moet een papiertje invullen dat je zoon is vermist. Dat is het. 'Je moet je eigen netwerk organiseren. Op sociale media alle relevante contacten aanklampen die iets voor je kunnen betekenen.' Uiteindelijk is ze er, op eigen kracht - 'en dat is geen peuleschilletje' -in geslaagd haar zoon na vier maanden terug te halen uit Turkije. Ze krijgen nu wel hulp van de gemeente, zegt ze. Maar ambtelijke molens malen traag. Scholen en werkgevers schrikken ervoor terug in zee te gaan met een ex-Syriëganger.

Haar zoon is thuis en aanvankelijk mordicus tegen een gesprek met de vermaledijde media. Later schuift hij toch aan. Hij wil niet dat zijn naam wordt genoemd. 'Er wordt heel snel met de vinger gewezen. Die is radicaal, gevaarlijk. Na de aanslagen in Parijs wordt de naam van elke Syriëganger extra zwartgemaakt. Er wordt niet gekeken met welke intentie je bent afgereisd.' Hij zegt te zijn vertrokken 'om te helpen in een ziekenhuis'. Dat was voordat IS het kalifaat had uitgeroepen. Hij weet ook dat je intentie ter plekke kan veranderen. Vrienden van hem zijn wel gaan strijden.

Foto Youtube

Paniekzaaierij

Arnhem (150 duizend inwoners) komt in het nieuws als 'jihadstad', waar een groot Al Qaida-netwerk actief zou zijn. Bagatelliseren wil burgemeester Herman Kaiser het probleem van jihadisme geenszins. Wel waarschuwt hij voor sensatiezucht en 'onnodige paniekzaaierij'. In elk interview schermt hij met officiële cijfers die laten zien dat het in Arnhem om een kleine groep gaat. De laatste stand van zaken: zeven Arnhemmers strijden actief in Syrië, vijf zijn teruggekeerd en zo'n veertien radicale moslims verkeren in de 'risicozone'.

In de beeldvorming over de stad speelde de oproep van Abdelkarim el A., alias Mujahiri Sháám, een belangrijke rol. Deze Arnhemmer, die ook twee radicale broers zou hebben, zit in Aleppo en heeft zich aangesloten bij de terreurbeweging Jabath al-Nusra. Na de eerste anti-IS-bombardementen, eind september, riep Mujahiri Sháám zijn 'broeders' in Nederland op tot 'een sterke en stevige daad tegen de Nederlandse overheid'. Dat was de aanleiding voor het ministerie van Defensie om militairen, potentieel doelwit, niet meer in uniform de straat op te sturen.

Jongerenwerkers en bronnen in de moslimgemeenschap zetten vraagtekens bij de officiële cijfers. Vanuit Arnhem zijn er meer vertrokken naar Syrië en het aantal risicogevallen wordt door de gemeente extreem laag ingeschat, wordt gezegd.

Zij zeggen dat het kalifaat als een magneet werkt op zoekende moslimjongeren. In Arnhem worden ook steeds meer jonge meiden gesignaleerd, die zich plotseling in een ghimaar (halflange hoofddoek) en allesbedekkende zwarte kledij hullen. Menig moslimouder vreest dat jongeren, als ze de kans krijgen, wegglippen om in het kalifaat 'geheel volgens de regels van de islam' te gaan leven.

Maar hoe houd je ze tegen? En hoe voorkom je dat moslimjongeren radicaliseren?

De twee moeders (van Marouane en de terugreiziger) pretenderen niet de oplossing te hebben, er bestaat immers geen eenduidig profiel van de Syriëganger. Maar als ervaringsdeskundigen willen ze wel hun visie geven op de lokale antiradicaliseringsaanpak.

Anoniem, uit zelfbescherming. Want niet alleen heel wat niet-moslims spuwen online hun gal over Nederlandse 'jihadgezinnen'. Tussen moslims onderling kan argwaan heersen. Dat bleek op een bijeenkomst van moeders van (potentiële) Syriëgangers, bedoeld als lotgenotencontact waarin ervaringen konden worden uitgewisseld. Geregeld werd gesist: 'Jouw zoon heeft die van mij geradicaliseerd.'

Beide moeders zeggen dat de gemeente te weinig heeft geïnvesteerd in contacten met moslims, dus nauwelijks weet wat daar speelt. Er gaapt een kloof van wantrouwen. Pas nu radicalisering als probleem wordt ervaren, wordt gezocht naar vertrouwenspersonen en sleutelfiguren. Voorheen gaf de gemeente niet thuis. 'Ik heb een brief geschreven aan de vorige burgemeester over mijn angst dat mijn zoon naar Syrië zou gaan. Ik kreeg als antwoord: dat is niet mijn probleem', zegt de moeder van Marouane.

Radicale islamlessen

Een aantal jongerenwerkers met wie de Volkskrant sprak, deelt haar ervaring. Al in 2009 zouden zij de gemeente hebben gewaarschuwd voor radicale figuren. Ene Younes zou in die periode het salafisme (ultra-orthodoxe islam) naar Arnhem hebben gebracht. Fundamentalistische jongeren zouden later bijeen zijn gekomen in het Bruishuis, een flatgebouw met beneden een ontmoetingsruimte. Daar zouden radicale islamlessen zijn gegeven en kwetsbare hersentjes zijn gespoeld. De gemeente heeft niets met die signalen gedaan.

Nu de instanties zijn wakker geschud, voelt de moeder van de terugreiziger zich 'een trofee in de prijzenkast'. Radicaliseringsdeskundigen, onderzoekers, iedereen wil aan 'de ouder van' verdienen. 'Maar goed geluisterd, wordt er nog steeds niet. Jongeren die met een groot onrechtvaardigheidsgevoel over Syrië rondlopen, worden te snel monddood gemaakt.' Als een jongere overweegt af te reizen, kan hij daar niet open over zijn zonder straf te moeten vrezen.

Over het beleid van zijn voorgangster wil Kaiser niets zeggen. Hij trad aan, zegt hij, toen de problemen al zichtbaar waren. Op 19 augustus 2013 werd hij beëdigd als burgemeester, vijf dagen nadat de terreurverdachten Hakim B. en Mohamed el A. (een broer van Mujahiri Sháám) waren aangehouden in het Duitse Kleef.

Hij moest vanaf dag één met radicalisering aan de slag en die heeft elke dag zijn aandacht.

Het Bruishuis in Arnhem. Foto Julius Schrank

Dialoog

Dat er wantrouwen leeft in de moslimgemeenschap jegens de gemeente heeft Kaiser ook gemerkt op zijn kenningsmakingsrondes door de stad. Hij is van nature een bruggenbouwer, zegt hij. Praat met iedereen. Hij ziet die kloof ook, merkt dat er 'een enorme behoefte is aan een fatsoenlijke dialoog'.

Van de moeders, zegt Kaiser, 'hoor je de andere kant van het verhaal. Je ziet de angst in de gemeenschap. Onze jongens zijn weg, die hadden helemaal geen profiel van een radicaal.'

Een goede aanpak bestaat volgens hem uit zowel repressie als dialoog, met oog voor de sociale kant. Daar maakt hij zich in Den Haag ook sterk voor. 'Je wordt wel snel als een softie weggezet. Ik vind die aanpak niet soft. Ook die dialoog is in het belang van de staatsveiligheid.'

In de begeleiding van zowel potentiële Syriëgangers als van de teruggekeerden wordt daarbij per persoon rekening gehouden, aldus Kaiser, met het karakter en de mate van radicalisering.

Echt tevreden is de moeder van de terugreiziger niet. Haar zoon heeft nog altijd niet met een psycholoog gesproken. Dat is hard nodig. Echt niet, spreekt de zoon tegen. Hij is volwassen, regelt zulke zaken zelf. De veiligheidsadviseur van de burgemeester, die hij regelmatig spreekt, is het met hem eens. De moeder: 'Oké, maar hoe veilig ben je als je niet in hoofden gaat kijken?'

De moeder van Marouane heeft bruggenbouwer Kaiser thuis op bezoek gehad. 'Een lieve man, die zijn best doet. Maar is hij effectief? Kennelijk kan hij ook niet voorkomen dat jongeren uit de omgeving van een Syriëganger, zoals mijn oudste zoon, worden opgejaagd. Als ze hier geen toekomst zien, wordt het kalifaat steeds aantrekkelijker.'

Ze heeft de indruk dat na Parijs en Verviers repressie ook in Arnhem de bovenhand heeft gekregen. Volgens de gemeente is er echter niets veranderd.

Klopt niet, zegt ook een van de jongeren die door de gemeente tot de risicogevallen wordt gerekend. Hij wil anoniem blijven, omdat hij anders, 'zeker weten', zijn baan zal verliezen. De vermeende risicojongeren worden volgens hem na Parijs meer geschaduwd. Hij had zijn auto uitgeleend aan zijn zus, die op weg naar een bruiloft aan de kant werd gezet. De auto werd grondig doorzocht. 'Voorzorgsmaatregelen. Dat begrijp ik wel. Ze hebben naar mij gevraagd. Ik weet van mezelf dat ik geen gevaarlijk persoon ben.'

Hij is het met de moeders eens dat jongeren die als radicaal worden gezien, te snel worden afgeserveerd. 'Wat is radicaal? Zolang je niet met zo iemand spreekt en weet hoe hij denkt, mag je hem niet radicaal noemen, alleen omdat hij een baardje heeft of een djellaba draagt.'

Wat hij gevaarlijk vindt, zijn de stillen. 'Jongens die je niet herkent als radicaal, maar plots onder invloed staan. Of het nou is van een jihadfilmpje of van strijders in Syrië.'

Wat volgens de risicojongere ontbreekt in de lokale aanpak, zijn vertrouwenspersonen die veel verstand hebben van het geloof. Er zijn te veel zakkenvullers in het antiradicaliseringscircuit, vindt hij. De gemeente laat docenten, wijkagenten en ambtenaren trainen door radicaliseringsdeskundigen. 'Dat is weggegooid geld. Een vertrouwenspersoon moet geen belangen hebben. Die moet vanuit innerlijke overtuiging met jongens praten.' Zo'n figuur zou beter in staat zijn om 'sjeik Google' - jihadistische propaganda, verspreid via sociale media - te ondermijnen, dan de deskundigen van commerciële bureautjes.

Innerlijke jihad

Vanuit de moslimgemeenschap worden wel pogingen ondernomen verdwaalde jongeren op het rechte pad te krijgen. Zo was er onlangs een bijeenkomst in Arnhem van de organisatie Islam Color. Daar werd gesproken over de andere, 'belangrijker innerlijke jihad'. De strijd met het kwaad in jezelf.

Over het inschakelen van dergelijke vrome moslims is grote verdeeldheid. Zeker nu de AIVD in zijn laatste jaarrapport stelt het salafisme niet langer als een buffer, maar eerder als een voedingsbodem voor radicalisering te zien.

De kloof van wantrouwen dichten met de moslimgemeenschap, de juiste vertrouwenspersonen inschakelen, zakkenvullers mijden, de dialoog met moslimjongeren op gang brengen, in hoofden kijken van potentiële radicalen om de echt gevaarlijke individuen eruit te filteren: het lijkt een schier onmogelijke opdracht. 'Het is enorm puzzelen', erkent Kaiser. Vooral omdat de gemeente geen patroon ziet. 'Schoolverlaters, rappers, jongens die juist in die studieboeken zitten, alles komt voor. Er is gezocht naar ronselaars die in Arnhem actief zouden zijn. Tot op heden hebben we die, in de zin van aanwijsbare personen, niet gevonden.'

Hij maakt zich grote zorgen. 'Op het moment dat er signalen komen dat moslimjongeren klaar zijn met de Nederlandse samenleving, dat ze niet meer begrijpen dat in Nederland de rechtsstaat geldt, dan begin je elkaar kwijt te raken. Als dat aan de hand is, helpt alleen de respectvolle dialoog. Dat is een proces van lange adem. Daar moet je alle mogelijke moeite voor doen. Dat die niet zal lukken, is een schrikbeeld voor mij.'

De burgemeester van Arnhem Herman Kaiser (R) tijdens een herdenking van de Tweede Wereldoorlog. Foto anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.