Hoe sterk ben je?

Toen in 1992 het antisemitisme in Italië weer de kop opstak, besloot Shlomo Venezia niet langer te zwijgen over zijn verleden....

Toen Shlomo Venezia op een dag in 1944 de lijken uit een van de gaskamers van Auschwitz-Birkenau moest opruimen, hoorde hij een zacht gerochel. Een baby van amper twee maanden had het gas op miraculeuze wijze overleefd. Waarschijnlijk had zij zich zo vast aan de borst van haar moeder gezogen dat haar luchtwegen gedeeltelijk waren afgesloten. Het kind werd door een Duitser alsnog met een pistoolschot gedood.

Shlomo Venezia had liever tussen de andere gevangenen in Auschwitz gezeten, ook al was hij dan waarschijnlijk na een paar maanden bezweken aan honger en uitputting. In plaats daarvan werd hij geselecteerd voor het ‘Sonderkommando’, een groep joodse gevangenen die belast werd met de vernietiging van hun medegevangenen. De mannen van het Sonderkommando voerden de slachtoffers van de holocaust naar de gaskamers, ruimden hun lichamen weer op, ontdeden ze van haar en gouden tanden, en brachten ze naar de verbrandingsovens. Alleen het doden zelf werd door een Duitser gedaan, die de korrels met Zyklon B door een luikje naar binnen gooide. De rest van het vuile werk moest door joden zelf gedaan worden. Na gemiddeld drie maanden werden de mannen van het Sonderkommando zelf uit de weg geruimd.

Shlomo Venezia ontsnapte op wonderbaarlijke wijze aan dit lot. ‘Ik zou liever tussen de andere gevangenen hebben gezeten. Dan was ik waarschijnlijk dood geweest. Maar het was erger om in deze hel te zijn. Al die mensen, jong en oud, die na een paar uur dood waren. Om te zien hoe ze stierven, dat was verschrikkelijk’, zegt Venezia (84).

Na de oorlog was hij hotelreceptionist in Rome. Hij zweeg over het Sonderkommando, zelfs tegen zijn kinderen. Toen ze jong waren, maakte hij ze wijs dat het getatoeëerde nummer op zijn onderarm het telefoonnummer van een vroegere verloofde was. Later zei hij simpelweg dat hij in een kamp had gezeten, waar geen vrijheid bestond. Venezia wilde zijn kinderen niet belasten met zijn trauma’s. Ze kwamen pas achter de waarheid toen ze hun vader op televisie zijn verhaal zagen vertellen.

Venezia verbrak zijn stilzwijgen in 1992, toen het antisemitisme in Italië weer de kop opstak. In Rome tekenden voetbalsupporters hakenkruizen op de muren. Venezia begon op scholen te vertellen over zijn belevenissen. Ook begeleidde hij excursies naar Auschwitz. In 2006 tekende de journaliste Béatrice Pasquier zijn verhaal op.

Bijzonder boek

Bijzonder boek
Vorige week was Shlomo Venezia in Amsterdam voor de presentatie van de Nederlandse vertaling van zijn boek Sonderkommando Auschwitz. Het is een bijzonder boek, omdat er niet meer dan een handjevol memoires over het Sonderkommando bestaat. De meeste leden hebben het kamp niet overleefd. Op dit moment zijn er, voor zover bekend, nog acht in leven.

Bijzonder boek
Shlomo Venezia behoorde tot de kleine gemeenschap van Italiaanse joden in het Griekse Thessaloniki. Via Athene werd hij in april 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. De reis duurde elf dagen. ‘Toen we daar aankwamen, zagen we natuurlijk meteen dat het niet goed was. Maar verder hadden we helemaal geen tijd om na te denken. Ik stapte uit de wagon om mijn moeder te helpen, maar ik werd meteen door een Duitser geslagen. De honden blaften en toen de mannen en vrouwen gescheiden werden, hoorde je de kinderen ‘mama’ en ‘papa’ roepen. Dat deden de Duitsers doelbewust: de mensen raakten zo gedesoriënteerd dat ze zich niet verzetten.’

Bijzonder boek
Die dag kwamen er 1.500 joden uit Athene aan. De meesten werden meteen naar de gaskamers gevoerd. Shlomo Venezia hoorde tot de 320 mannen die geselecteerd werden om in het kamp te werken. Het proces van ontmenselijking ging in hoog tempo voort. Ze werden kaalgeschoren door ongeoefende medegevangenen met botte scheermessen en kregen hun kampkleding. ‘Na drie weken quarantaine kwam er een officier langs, die tachtig mannen nodig had voor het Sonderkommando. Hij zei overigens niet tachtig man, maar: ik heb tachtig stuks nodig.’

Bijzonder boek
De mannen van het Sonderkommando werden beter behandeld dan de overige gevangenen. Ze hadden zelfs een eigen bed, waar de anderen met zijn vijven een smerige brits moesten delen. De SS’ers lieten hen doorgaans met rust, omdat ze te belangrijk waren. En wat het belangrijkste was: ze kregen meer te eten. ‘Op zichzelf kregen we kregen hetzelfde rantsoen als de anderen. Maar nadat de mensen zich hadden uitgekleed voor de gaskamers, moesten wij bundeltjes van hun kleren maken. Veel mensen hadden daar voedsel in verstopt, zoals een brood of een blikje sardientjes. Daardoor hadden we genoeg te eten.

Bijzonder boek
‘Op het gewone rantsoen kon je niet leven. ’s Ochtends kreeg je een mok zwart water, dat voor thee moest doorgaan. Om half twaalf kreeg je soep van aardappelschillen. Je moest vooral niet voor in de rij staan, want dan kreeg je alleen water. Dus het was elke dag weer een gevecht om achterin te staan. ’s Avonds kreeg je een stuk brood met een beetje margarine. Dat was alles. Bovendien was er vaak appèl: dan moesten we soms uren buiten staan, bij een temperatuur van min 15 graden. Sommige mensen vielen ter plekke dood neer van uitputting’, zegt Venezia.

Radertjes

Radertjes
Tegenover de relatieve voordelen van het Sonderkommando stond de gruwelijke aard van het werk. De holocaust wordt vaak omschreven als een industriële vorm van genocide, waarbij SS’ers, kampbewakers en andere jodenvervolgers radertjes in een perfect draaiende machine waren. De werkelijkheid was bruut en gewelddadig. Niet alleen konden de bewakers een gevangene om het minste of geringste dood slaan, ook de gaskamers zelf waren verschrikkelijk, zegt Venezia.

Radertjes
‘Mensen denken vaak dat de slachtoffers meteen dood neervielen. Maar de gaskamer waar ik werkte, had een capaciteit van 1.450 mensen. Soms werden er wel 1.800 in geperst. Als het gas naar binnen werd gegooid, duurde het tien tot twaalf minuten voordat iedereen dood was. Het gas steeg op van de grond, dus de mensen klommen op elkaar om nog lucht te krijgen. De zwaksten werden al snel verdrukt en vertrapt. De sterksten hielden het langer uit, maar stikten langzaam. Als je de lichamen moest opruimen, trof je een verschrikkelijke situatie aan. Iedereen lag over elkaar heen. Sommige mensen hadden hun ontlasting laten lopen, bij anderen kwam bloed uit hun oor, weer anderen hadden overgegeven’, zegt Venezia.

Radertjes
Venezia was kapper en moest de haren van de lijken knippen. Een vriend van hem had de Duitsers verteld dat hij tandarts was – in het kamp had je meer kans te overleven als je een vak kon uitoefenen. ‘Daarom moest hij de gouden tanden van de slachtoffers trekken. Eerst ging dat nog vrij gemakkelijk, maar naarmate de tijd vorderde, werden de lijken steeds stijver en kostte het meer moeite hun mond open te krijgen’, zegt Venezia.

Radertjes
Met een goederenlift werden de lichamen naar de ovens gebracht. ‘Het was een komen en gaan, komen en gaan. De Duitsers wisten: in 72 uur moet een transport zijn weggewerkt. Als het te langzaam ging, riepen ze meteen: sabotage’, zegt Venezia.

Radertjes
Hoe handhaaf je in zulke omstandigheden de wil om te blijven leven? Vrijwel niemand van het Sonderkommando pleegde zelfmoord, hoewel iedereen wist dat hij normaliter na een aantal maanden zelf uit de weg geruimd zou worden. ‘Het hangt ook van je geest af. Hoe sterk ben je? Het was gemakkelijk om te sterven in het kamp. Je hoefde alleen maar het schrikdraad vast te pakken. Maar mijn moeder zei altijd: zolang je ademt, heb je een kans. Ik was natuurlijk ook heel jong, amper 20 jaar, met een enorme drang tot overleven.’

Strijdend ten onder

Strijdend ten onder
In oktober 1944 kwam het Sonderkommando in opstand. De vernietiging van de joden naderde zijn voltooiing, de stroom van transporten droogde op en de mannen van het Sonderkommando zagen hun eigen executie naderbij komen. Hoewel ze wisten dat ze weinig kans hadden, wilden ze strijdend ten onder gaan.

Strijdend ten onder
Waarschijnlijk werden de plannen voor de opstand verraden. De Duitsers schoten 451 leden van het commando dood. De ploeg van Venezia bleef gespaard. Hun aanvoerder, de joodse kapo Lemke, merkte tijdig dat de opstand mislukte en beval zijn mannen zich koest te houden. De volgende dag werden ze gespaard door de Duitsers. Hun werkkracht was hard nodig, nu het grootste deel van het commando was gedood.

Strijdend ten onder
In januari 1945 zag Venezia opeens dat de gevangenen ’s avonds het kamp verlieten. Evacueren, zei iemand tegen hem. Het Sonderkommando moest in zijn barak blijven. ‘Dat was verdacht. We wisten: morgen is iedereen weg en schieten ze ons dood. Toen hebben we ons tussen de andere gevangenen gemengd en zijn we het kamp uitgelopen’.

Strijdend ten onder
Het Rode Leger was in aantocht en van de ooit zo perfecte organisatie van het kamp was weinig over. Venezia nam deel aan de ‘dodenmars’ van Auschwitz naar het kamp Mauthausen in Oostenrijk. Onderweg bezweken veel gevangenen aan honger, kou, ziekte en uitputting. Maar Venezia was relatief sterk, omdat hij in het Sonderkommando genoeg te eten had gekregen. Toch liep hij tuberculose op. Na de oorlog zou hij in totaal zeven jaar in sanatoria verblijven.

Strijdend ten onder
Hij probeerde zijn leven weer op te pakken. Hij trouwde, kreeg drie zonen en werkte in een hotel. Maar je komt nooit echt weg uit het crematorium, zegt hij. ‘Ik kan nooit echt blij zijn. Natuurlijk zijn er momenten van geluk. Maar na een kwartier komt het kamp altijd terug. Ik zie de beelden steeds weer voor me. Het is een ziekte van binnen. Vanavond had ik het nog: ik had een etentje met mensen van de uitgeverij, en ik zag dat iemand de helft van zijn dessert liet liggen. Dan zit ik meteen weer in Auschwitz-Birkenau.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden