Op zee opgevangen Afrikaanse migranten op een Spaans reddingsschip.

Reportage Bootmigranten

Hoe Spanje went aan zijn rol als nieuwe migrantenhaven

Op zee opgevangen Afrikaanse migranten op een Spaans reddingsschip. Foto Samuel Aranda

In Spanje komen deze zomer veel meer Afrikaanse bootmigranten aan, door de harde opstelling van Italië. Het land toonde zich daardoor aanvankelijk overvallen. Hoe verloopt de opvang bij de Straat van Gibraltar nu? En wie steken er over? 

1. Nieuw aankomstcentrum voor immigranten in San Roque

‘Op dit moment is alles rustig. Maar dat kan elk moment veranderen.’

Maria José Martínez (47) is hoofdinspecteur voor Vreemdelingen- en Grenszaken in de Zuid-Spaanse stad Algeciras. Ze vertelt over de ‘lawine aan migranten’ die zich in juli voordeed aan de Spaanse zuidkust. De politiecellen raakten overvol, mensen werden ondergebracht in sporthallen of moesten dagenlang wachten aan dek van een reddingsschip. De Spaanse regering besloot daarop een nieuw aankomstcentrum voor migranten te openen in de haven van San Roque. Martínez heeft er de leiding.

Nu, een paar weken later, is hier nauwelijks een migrant te bekennen. Het komt door de wind, de Levante, weet Martínez. Die wind kan een bootje zomaar richting de Canarische Eilanden blazen. Als de wind draait, voorspelt ze, komt het bootjesverkeer weer op gang.

Een politieman die langs komt lopen heeft een andere verklaring. ‘We wachten tot de koning van Marokko ze weer laat gaan.’ Ook hij is ervan overtuigd dat de migrantenstroom weer zal aanzwellen. ‘Er bestaan slimmeriken, omdat er ook dommeriken zijn’, zucht hij. Met de slimmeriken bedoelt hij de landen die hun havens sloten voor immigranten – Italië voorop. De domme, dat is Spanje in dit verband.

Nu de route van Libië naar Italië gevaarlijker en onzekerder is dan ooit, heeft de migratiestroom zich deze zomer verlegd naar Marokko en Spanje. Dat is niet zo verwonderlijk: de Straat van Gibraltar, waar de afstand tussen Afrika en Europa maar 14 kilometer bedraagt, is al sinds jaar en dag een open uitnodiging aan smokkelaars – of de smokkelwaar nu bestaat uit hasj, cocaïne, of uit mensen.

Voor de politie is dit een van de gevaarlijkste werkterreinen van Spanje. Martínez geeft haar naam met tegenzin. Haar kinderen heeft ze ingeprent dat ze tegen niemand mogen zeggen dat hun moeder bij de politie werkt. De drugsmaffia is hier zo brutaal dat ze soms op klaarlichte dag een vracht hasj uitlaadt op het strand, terwijl badgasten verbaasd toekijken vanaf hun handdoeken. Tegen de politie wordt geregeld geweld gebruikt.

Op zee opgevangen Afrikaanse migranten wachten voor de ingang van een nieuw aankomstcentrum in San Roque. Foto Samuel Aranda

De hoofdinspecteur houdt kantoor in het nieuwe aankomstcentrum. Dit is officieel een huis van bewaring: illegale migranten worden na aankomst in Spanje maximaal 72 uur vastgehouden door de politie. Maar cellen zijn er niet. De migranten slapen in lange rijen stapelbedden: als het kan in een loods met afbladderende verf, vervolgens in witte keten of oranje legertenten. De enige barrière tussen het centrum en de buitenwereld is het lage hek om het haventerrein.

Volgens Martínez bevinden zich in het noorden van Afrika vijftigduizend migranten die wachten op een kans om over te steken. ‘Vroeg of laat zullen ze deze kant op komen. De migratiedruk zal toenemen. Dit is geen crisissituatie, want het is niet iets dat voorbijgaat. Dit zal zo blijven.’ Is Spanje daar klaar voor? ‘Ja. In elk geval voor wat betreft de nationale politie.’

De manier waarop de migranten aankomen verschilt nogal. De Marokkanen reizen in snelle motorboten. Ze hebben als doel de overkant te bereiken en dan zo snel mogelijk weg te rennen. Ze weten: als ze worden onderschept door de Spaanse politie, worden ze meteen teruggestuurd naar Marokko.

De overige Afrikanen verplaatsen zich al peddelend in kleine opblaasbootjes. Ze rekenen erop dat ze worden gered door de Spaanse reddingsdienst.

‘Alles wordt gecoördineerd door leden van de maffia’, vertelt Martínez. ‘Zij bepalen wie wanneer gaat. Natuurlijk, ze regelen ook dat de Marokkaanse politie de andere kant op kijkt. Ze betalen iedereen die betaald moet worden.’

Het nieuwe aankomstcentrum is bedoeld voor de sub-Saharische Afrikanen. De namen die ze opgeven worden genoteerd. Vingerafdrukken worden afgenomen. En dan mogen ze de wijde wereld in, al krijgen ze voor de vorm nog wel een uitzettingsbevel mee. ‘De meesten van hen blijven niet in Spanje, door de taalbarrière’, weet Martínez. ‘Ze reizen door naar het noorden, omdat ze Frans spreken.’

Dan gaat haar telefoon. De opvarenden van drie bootjes zijn gered en in aantocht.

2. De havens van Algeciras en San Roque

Het eerste dat opvalt is hoe jong de meeste migranten zijn die vandaag zijn opgepikt uit de Straat van Gibraltar. Het zijn er 230 in totaal, een drukke dag. Nu staan ze in de rij om voet te zetten op Europese bodem. Sommigen hebben hun T-shirt uitgetrokken, klaar om de schone kleren aan te doen die ze van het Rode Kruis krijgen. Je ziet hun smalle schouders, hun dunne armen, hun onbehaarde bovenlichaam. 

Het zijn jongens afkomstig uit de Maghreb. Waarschijnlijk uit Marokko: de Marokkanen vormen, met 20 procent, de grootste groep onder de migranten in Spanje. Dat ze zo jong zijn, is geen toeval. Minderjarige Marokkanen worden niet gedetineerd en teruggestuurd.

Als ze eenmaal in hun nieuwe kleren zijn gestoken – het uniform van de bootmigrant bestaat uit zwarte schoenen en sokken, een grijze joggingbroek en een capuchontrui – dirigeert de Guardia Civil hen een gereedstaande bus in. Van het Rode Kruis krijgen ze nog een fles water en een pakje sap van het merk Amigo in de handen gedrukt.

Ondertussen glijdt de ene na de andere veerboot kalmpjes voorbij. Trasmediterranea, staat erop. De stem van de omroeper klinkt over het water. Er blijken twee manieren te zijn om aan te komen in deze haven. ‘We hopen u opnieuw te mogen verwelkomen aan boord’ of: ‘We hadden liever gehad dat u hier nooit gekomen was’.

Een op zee gered kind wordt medisch verzorgd in een ambulance in Algeciras. Foto Samuel Aranda

Naarmate er meer Marokkaanse jongens van boord zijn gegaan, wordt de tweede groep migranten zichtbaar. Ze zitten op de grond, apart gehouden achter een mintgroen koord: de zwarte Afrikanen. Zij worden een paar kilometer verderop aan land gezet, in de haven van San Roque. Als ook zij in hun nieuwe Rode Kruis-outfit zijn gestoken, nemen ze lachend foto’s van elkaar met hun smartphones. Op de achtergrond prijkt de Rots van Gibraltar.

Mafi Koné (40) is een van de opvarenden van de Licht der Zee. Ze heeft een baby bij zich, die ze verschoont en dan met een Rode Kruis-deken op haar rug bindt. Twee weken geleden verliet ze haar huis in Ivoorkust, zegt ze, en nu is ze al in Europa. ‘Met het vliegtuig naar Marokko, en dan hiernaartoe met een bootje. Het was erg zwaar op zee. Je weet niet waar je naartoe moet, we hadden geen gps!’

Het is al bijna middernacht. De Licht der Zee heeft opnieuw aangelegd, maar nu staan alleen drie medewerkers van de Europese grensbewakingsdienst Frontex klaar op de kade. Je hoort ze klagen over het gebrek aan organisatie: waar is de bus van de Guardia Civil, waar is het Rode Kruis? Zelf zijn ze hier slechts om drie korte vragen stellen aan elke migrant. Geslacht? Leeftijd? Nationaliteit?

3. Het opvanghuis in Cádiz

Door de hal van het opvanghuis van Stichting Cardijn in Cádiz klinkt een monotone vrouwenstem uit een smartphone. Een jongen uit Mali, gezeten aan de leestafel, probeert de letters van het alfabet te leren. De ‘i’ is van iglesia, krijgt hij te horen. ‘MA’ is van ma en ‘ME’ van melón. Verveeld kiest hij de juiste letters bij de klanken.

Tegenover hem zit Ibrahim (25), afkomstig uit Senegal. Ook hij oefent zijn Spaans: hij leest hardop een artikel uit de krant El País over allergieën en hartaanvallen. Af en toe kijkt hij verheugd op als hij een woord herkent uit het Frans. ‘Emergencia, dat is natuurlijk émergence.’

Bij zijn eerste poging om de oversteek te maken zette de Marokkaanse marine hem nog terug naar Marokko, vertelt Ibrahim. Maar de tweede keer slaagde hij erin de overkant te bereiken. ‘Toen we hier aankwamen, was het fiesta.’ Dat is nu twee weken geleden.

De eerste dagen sliep Ibrahim op een basketbalveldje, daarna werd hij opgehaald door Juan Carlos Carvajal (46) van de Stichting Cardijn. Na hun kortstondige ‘detentie’ hebben illegale migranten in Spanje gedurende drie maanden recht op opvang. De Spaanse overheid zoekt een plek voor hen bij een liefdadigheidsorganisatie, zoals bij deze katholieke stichting.

Carvajal rijdt bijna dagelijks naar San Roque om een nieuwe groep migranten op te halen. Ze blijven soms maar een paar dagen. ‘Vandaag zijn er weer veertien vertrokken. We kopen een busticket voor hen: de helft wilde naar de Franse grens, de andere helft koos een bestemming in Spanje.’

Deze zomer, zegt Carvajal, is ‘anders’ dan eerdere zomers. Hij doet zijn best om de migrantendrukte te relativeren. ‘Dit is niet nieuw. In 2006, bijvoorbeeld, waren de aankomstcijfers hoger dan nu.’

Migranten praten met vrijwilligers in het opvanghuis van Stichting Cardijn in Cádiz. Foto Samuel Aranda

Carvajal windt zich erover op dat Spanje én Europa niet beter zijn voorbereid op de komst van de migranten. ‘In het najaar van 2017 zag je al een flinke toename. Je kon dit toen zien aankomen. Zorg dan dat je erop berekend bent. Het is alsof er steeds een golf komt, nog een golf, nog een golf – en je blijft zitten wachten en je doet niets.’

Inderdaad toonde Spanje zich in juli overvallen over de ‘plotselinge’ toename van de migranten. In de langdurigere opvang waren er niet genoeg bedden. Dat is verbeterd: het Rode Kruis opende eind juli in allerijl een nieuw opvangcentrum in de buurt, in een voormalig internaat en zomerkampterrein. Daar kunnen zevenhonderd mensen terecht.

Carvajal: ‘Ik neem het gebrek aan voorbereiding zowel de Spaanse regering als Europa kwalijk. Linkse of rechtse politici, dat maakt niets uit. Links houdt zich misschien stil, maar voert dezelfde politiek als rechts. De pers voedt ondertussen de angsten die de politici creëren, met het verhaal over ‘de invasie van migranten’. Hoeveel zijn er nou, 25 duizend? Er wordt onnodig angst, afwijzing en xenofobie gecreëerd.’

De ngo’s, vertelt Carvajal, doen wat de autoriteiten nalaten. ‘Wij vangen de migranten op. De enige verbetering is dat de overheid er tegenwoordig aan meebetaalt.’

Voor de hulpverlener is het logisch dat de Afrikaanse migranten hun geluk beproeven in Europa. ‘Als er geen werk zou zijn, zouden ze ook niet komen, daar kun je gerust op zijn.’

Ibrahim hoopt inderdaad werk te vinden in Europa. ‘We nemen het risico om te sterven’, zegt hij. ‘Dat doen we niet voor de lol. Het is uit noodzaak dat we ons land verlaten. Ik had thuis financiële problemen.’

Hij vertelt in vlot Frans dat hij in Senegal was begonnen aan een opleiding tot automonteur, maar dat hij daarmee moest stoppen toen zijn vader overleed. ‘Misschien kan ik hier verder leren’, hoopt hij. ‘Maar ieder ander werk is ook goed, zolang het niet illegaal is – ik wil geen drugs verkopen of zoiets.’

Hij is van plan over een paar dagen door te reizen naar Bilbao, waar hij een familielid kent. ‘Maar ik ben niet van plan eeuwig in Europa te blijven’, zegt hij. ‘Als ik een paar jaar heb gewerkt, wil ik terug naar huis. Er is niets zoals leven in de buurt van mijn familie, mijn vrienden en mijn zussen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.