Hoe Sophie Kasiki wist te ontsnappen uit het IS-kalifaat

Begin 2015 vertrekt de Franse bekeerlinge Sophie Kasiki (34) naar het IS-bolwerk Raqqa. Daar beseft ze dat ze een enorme fout heeft gemaakt. Maar opgesloten in het bewaakte vrouwenhuis lijkt er geen weg terug.

Sophie Kasiki: 'Ik vind het belangrijk te strijden tegen IS en de hersenspoeling te laten zien.' Beeld Laetitia Saavedra
Sophie Kasiki: 'Ik vind het belangrijk te strijden tegen IS en de hersenspoeling te laten zien.'Beeld Laetitia Saavedra

Twijfel is er tot op het laatste moment. Gaat ze het avontuur aan of niet? Ze kijkt nog eenmaal om naar haar man Julien, die haar op 20 februari 2015 naar het vliegveld brengt. Ze is depressief, haar relatie met Julien is de laatste maanden bekoeld. Hij denkt dat ze even afstand wil nemen, wil nadenken. Dat ze enkele weken als vrijwilligster gaat werken in een Turks weeshuis. Dan pakt ze haar 4-jarige zoontje Hugo bij de hand, die nog even zwaait naar zijn vader voordat ze op het vliegtuig stappen naar Istanbul.

Van daar neemt de Franse bekeerlinge Sophie Kasiki (34) de gebruikelijke 'jihadi-route', naar IS-bolwerk Raqqa, de hoofdstad van het kalifaat. Nog geen tien dagen later beseft ze dat ze een vreselijke vergissing heeft begaan. Dat ze in een hel is beland, die ze zonder haar leven te wagen niet zal kunnen verlaten.

Hoe haar dat toch is gelukt, beschrijft Kasiki in haar boek Niet zonder mijn zoon dat deze week in Nederland is verschenen. Na twee maanden gevangen te zijn gehouden in Raqqa scheurt ze, in haar nikab met haar slapende zoontje op haar knieën, achter op de motor van redder Malik door een door oorlog verwoeste vlakte. De vele risico's die Malik en zijn handlangers nemen, zijn in een geldbedrag van 30 duizend euro verdisconteerd.

Ze slagen erin de Turkse grens over te steken. Eind april 2015 reist Julien naar Turkije om zijn vrouw en zoon op te halen en mee terug te nemen naar het mondaine, door IS vervloekte Parijs.

17 procent Syriëgangers is vrouw

Van de ruim 4.000 Europese Syriëgangers is zo'n 17 procent vrouw, staat in het onderzoeksrapport The Foreign Fighters Phenomenon van het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT), dat begin april is gepubliceerd. Volgens ICCT-onderzoeker Bibi van Ginkel zijn er landen, Frankrijk en Nederland, die boven dat Europese gemiddelde uitsteken. In Frankrijk is bijna een kwart van de Syriëgangers vrouw. In Nederland 30 procent.

De vrouwen worden ook geschaard onder de noemer foreign fighters, hoewel de meesten niet strijden. Van Ginkel: 'Vrouwen hebben een eigen rol. Sommigen lopen gewapend rond, anderen fungeren als broedmachine. In elk geval kunnen ze niet meer zeggen dat ze daar leuk aan het hulpverlenen zijn.' Over het aantal vrouwelijke terugreizigers heeft het ICCT geen cijfers. Van Ginkel: 'Het kalifaat treedt hard op tegen degenen die weg willen.'

Een jaar later

Een hoogzwangere Kasiki, gebreid mutsje, zwarte strakke broek, rood gestifte lippen, komt het kantoor binnenlopen van haar Franse uitgever in Parijs. Het is een jaar later. In niets lijkt ze op het gesluierde beeld dat bestaat van een vrouwelijke Syriëganger. Ze is, vertelt ze aan het eind van het interview, van haar geloof gevallen. Ze voelt zich geen moslima meer. 'Door die godsdienst ben ik gevangen gezet. Ik was bijna dood geweest. Ik moet er helemaal uitstappen, alle banden verbreken. Ik heb aan het gebeuren een schuldgevoel overgehouden, dat ik mijn verdere leven bij me zal dragen. Ik kan er ook niet meer tegen dat men zegt hoe te doen en wat te doen.'

Zoals gebeurt op de dag dat ze Raqqa komt binnenrijden en haar drie vrienden uit Parijs, die ze liefkozend 'les petits' noemt, stoppen bij een winkel om een nikab voor haar te kopen. Ze heeft een hoofddoek om, die tot haar schouders reikt. Haar haar en hals zijn volledig bedekt. Dat is te naakt voor Raqqa. Ze wordt verplicht een dubbele nikab te dragen, met twee dikke lagen voor haar gezicht die haar in het duister hullen. Ze heeft er dan nog alle vertrouwen in dat ze nuttig humanitair werk kan gaan doen in het kalifaat.

'Islamitische Staat zegt tegen meisjes: kom bij ons, u zult een prinses zijn, getrouwd met een jihadist die een prins is. Dat is zo misleidend. De jihadisten zijn vuil, gewapend, gevaarlijk, het zijn beulen', zegt de Française Sophie Kasiki (34). Lees hier verder.

Vanwaar dat vertrouwen? U had toch ook de beelden gezien van de onthoofdingen en slachtingen van yezidi's door IS?

'Dat ik zo naïef ben geweest, mijn blinde geloof in die drie jongens, Mohammed, Idriss en Souleymane, kan ik nog nauwelijks accepteren. Vooral omdat ik mijn zoon daarin heb meegesleept. Ik kende de jongens en hun families goed. Ik heb ze zien opgroeien, ze zijn zo'n tien jaar jonger dan ik. Op geen enkel moment hebben ze mij verteld dat ze deel uitmaakten van het leger van IS. Ik sprak geregeld met hen over de telefoon, ze stuurden foto's vanuit het kalifaat. Ze verzekerden me dat het daar niet direct gevaarlijk was.

'Ik zei tegen mezelf: als zij de moed hebben me te laten overkomen, moet het mogelijk zijn daar een tijdje door te brengen. Als ik er als alleenstaande vrouw naartoe kan, zal ik ook weer terug kunnen, dacht ik.'

Is Raqqa anders dan u had verwacht?

'Paradoxaal is dat in een stad in oorlog, bezet door mensen die terreur zaaien, het leven toch gewoon doorgaat. In het centrum is minder verwoest dan ik had verwacht. Er zijn ook mooie gebouwen, die aan sommige buurten van Parijs doen denken.

'Je merkt wel meteen dat de meeste Syriërs zich niet op hun gemak voelen. Ze zijn vreemdelingen in hun eigen stad, worden als het ware gekolonialiseerd. Je ziet ze bedelen om geld bij de jihadisten.

'De buitenlanders zijn er heer en meester. Ze worden goed betaald en hebben vaak ook zelf nog geld meegenomen uit eigen land. De buitenlanders dragen allemaal een wapen. Dat is om de bevolking te verdedigen, vertelden de jongens me. Want de vijanden van het leger van Assad zitten overal. Ze zijn paranoïde. In Raqqa wantrouwt iedereen elkaar.'

militants of the Islamic State group hold up their weapons and wave its flags on their vehicles in a convoy on a road leading to Iraq, in Raqqa Leden van IS in een konvooi in Raqqa. Beeld AP
militants of the Islamic State group hold up their weapons and wave its flags on their vehicles in a convoy on a road leading to Iraq, in Raqqa Leden van IS in een konvooi in Raqqa.Beeld AP

Luxe appartement

Sophie en Hugo worden ondergebracht in een luxe, oosters ingericht appartement. Overduidelijk een woning die door een Syrisch gezin in alle haast is verlaten. De kamers liggen vol spelletjes en knuffeldieren. In het appartementencomplex wonen zowel buitenlandse strijders als autochtone Syriërs. Die dienen als menselijk schild bij bombardementen door het leger van Assad of de westerse coalitie, beseft Kasiki later.

'Les petits' doen er aanvankelijk alles aan om Sophie en haar zoontje Hugo op hun gemak te stellen. Ze komen hamburgers met frites brengen, spelen met Hugo. Over geld hoeft Sophie zich geen zorgen te maken, verzekeren ze haar. De jongens zullen alles regelen.

Wanneer ontdekte u dat 'les petits' niet meer de jongens waren die u kende uit Parijs?

'Vanaf het moment dat ik te kennen gaf dat ik eerder wilde terugkeren. Ik had aangegeven een maand te willen blijven. Ik had het ziekenhuis gezien, waar ik had willen werken. De Syrische vrouwen werden er op een walgelijke manier behandeld. Over de rol van de vrouw in de maatschappij en het huwelijk had ik felle discussies met de jongens, zoals ik ook in Parijs met hen had. Dat kon gewoon. Maar toen ik zei dat ik weg wilde, veranderden ze in kille monsters.'

Zijn ze veranderd door ideologische training, denkt u?

'Ja. Ze worden gehersenspoeld. Ze krijgen militaire training en islamitische cursussen. Ze dachten dat ik beetje bij beetje dat leven wel zou accepteren. Ze zeiden dat ik niet zomaar kon weggaan, dat kan een vrouw alleen niet. Zeker niet als ze geen Arabisch spreekt. Ik heb gevraagd of ze mijn zoon naar de grens wilden brengen, waar hij zou kunnen worden opgehaald door zijn vader. Ik zou als gijzelaar achterblijven. Dat was uitgesloten. Ze wilden dat Hugo zou opgroeien als een jihadist. Ze willen van alle kinderen kleine soldaten maken. Dat wilde ik voorkomen, daardoor heb ik kunnen volhouden.

'Ik ben hen intens gaan haten. Ze hadden wel door dat ik hun ideologie nooit zou overnemen. Toen hebben ze me afgeleverd bij de madafa, een vrouwenhuis dat wordt bewaakt door oum Hakim, de weduwe van een Afghanistan-veteraan. De strijders brengen daar hun vrouwen onder als ze aan het vechten zijn. Oum Hakim is de enige vrouw die in Raqqa auto mag rijden. Ze is een keiharde jihadi.'

Zaten er meer vrouwen tegen hun zin in de madafa?

'Dat weet ik niet, er heerst wantrouwen. Je durft met niemand te praten. De vrouwen kwamen overal vandaan, uit het Midden-Oosten, Europa, Australië. Nederlanders ben ik niet tegengekomen. In de madafa zaten veel vrouwen die zijn verstoten. Die mogen na de scheiding niet op zichzelf blijven wonen. Ze krijgen een plekje in die vreselijke vrouwencrèche.

'De sfeer was beklemmend. In een van de kamers werden voortdurend filmpjes vertoond van onthoofdingen en andere gruweldaden. De eerste dag zag ik de beelden van de Jordaanse piloot die levend werd verbrand in een kooi. Ik kon er niet naar kijken, maar veel vrouwen applaudisseerden. Ook kinderen kijken ernaar. Voor hen zijn die beelden normaal. Ik schermde Hugo's ogen af met mijn handen, probeerde een cocon om hem heen te spinnen.'

De ontsnapping

Ze vertelt over een Belgisch meisje van een jaar of 18, 19, die droomde van een huwelijk met een toekomstig martelaar. Op een dag kwam een strijder bij oum Hakim om haar hand vragen. De vrouwen waren afgeleid. Na de komst van de mannen was de sluisdeur niet op slot gedaan. Sophie greep Hugo bij de hand en vluchtte de straat op. Via omwegen ging ze naar het appartementencomplex, naar 'het hol van de leeuw', waar ze een kleine twee weken opgesloten had gezeten. Ze had daar vluchtig contact gehad met een Syrische vrouw, die volgens haar intuïtie wel deugde. In het volle besef dat ze die vrouw in gevaar zou kunnen brengen, klopte ze daar aan. Doodsbang, terwijl de tranen over haar wangen stroomden.

Een kind draagt een muts waarop het logo van IS staat en poseert met een wapen. Beeld AP
Een kind draagt een muts waarop het logo van IS staat en poseert met een wapen.Beeld AP

Hoe bent u daar weggekomen?

'In de beginperiode was het me gelukt contact te leggen met Julien. Ik zei dat ik tampons moest kopen. Die wilden de jongens absoluut niet aanraken. Ik mocht zelf naar de winkel. Van die gelegenheid maakte ik gebruik om naar cybercafés te gaan, mijn man te bellen, een teken van leven te geven. Hoewel de jongens het me verboden hadden, heb ik Julien verteld dat ik in Raqqa zat.

'Toen ik schuilde bij die Syrische vrouw, heb ik hem weer gebeld. Hij heeft contact gezocht met het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar die kon niets voor ons doen. Bevriende journalisten kenden Syrische ballingen in Frankrijk, die contact legden met de mannen van het Vrije Syrische Leger. Die vroegen veel geld. Normaal gesproken nemen dit soort ontsnappingen enige weken in beslag. Ze willen eerst onderzoeken of het geen valstrik is van IS. Maar ik kon niet lang bij het Syrische gezin blijven. Dus werd het proces versneld en de prijs verhoogd.'

Donaties

Julien belde stad en land af om het geld bij elkaar te krijgen. Hij belde met familie, vrienden, collega's, die spontane collectes hielden, onder andere tijdens een zakendiner.

Kasiki en Hugo werden op een afgesproken plek opgehaald door Malik. Ze stapten bij hem op de motor en werden, zonder dat Kasiki het merkte, gevolgd door leden van het Vrije Syrische Leger.

De vlucht was riskant. Als ze zouden worden ontdekt, zou Malik worden gemarteld en onthoofd, Kasiki worden gestenigd en zou Hugo een IS-jihadist worden.

Terug in Frankrijk werd Kasiki gearresteerd. Julien had aangifte gedaan tegen haar wegens ontvoering van zijn zoon. Anderhalve maand zat ze vast. De ontvoeringszaak is, hoewel Julien de aangifte heeft ingetrokken, nog niet afgehandeld. Julien en Sophie zijn wel weer bij elkaar.

IS heeft cellen in Europa. Bent u niet bang dat het boek u in gevaar brengt?

'Natuurlijk is er angst. Maar het gevaar is er, we moeten ermee leven. Ik vind het belangrijk te strijden tegen IS, de leugens, en de hersenspoeling te laten zien. Mijn boek helpt misschien meisjes, ook jongens maar vooral meisjes, te laten begrijpen dat je daar geen enkele kans hebt om te overleven. Ze trouwen met mannen die ze niet zelf kiezen, die hen zullen misbruiken, die seksuele of andere slaven van hen maken. Hun leven zal nooit lijken op wat ze zich hebben voorgesteld. Omdat alle propaganda: kom bij ons, u zult een prinses zijn, getrouwd met een jihadist die prins is, zo misleidend is. De jihadisten zijn vuil, gewapend, gevaarlijk. Het zijn beulen.'

Om veiligheidsredenen zijn de namen in het verhaal gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden