Hoe Shell belasting omtovert tot winst op Bermuda

Oliegigant Shell maakt gewiekst gebruik van het winstbelastingtarief op Bermuda: 0 procent. Elke euro die door een van de dochterbedrijven op het eiland stroomt, stuwt de winst. De hoofdregel: houd het legaal.

Het was even na 10 uur 's ochtends op 29 april 2008 toen verzekeringsspecialiste Andrea Koroluk in San Diego het podium beklom voor een belangrijke speech. De Canadese Shell-manager had een duidelijke boodschap voor de tientallen verzekeringsspecialisten die op haar bijdrage aan het jaarlijkse congres van de Risk Management Society waren afgekomen.


Koroluk was neergestreken bij het congres in San Diego als werkneemster van Solen Insurance, een belangrijk dochterbedrijf van het Engels-Nederlandse oliebedrijf Shell. De precieze fiscale bedrijfsgeheimen van haar werkgever kon zij niet prijsgeven, maar er bleef genoeg over om te vertellen.


De aanwezige risicobeheerders spitsten hun oren. Shell was, als een van de grootste multinationals ter wereld, een bedrijf om in de gaten te houden. Zoals het oliebedrijf langs de snelwegen de benzineprijs dicteerde, zo was het ook met zijn fiscale beleid. Wat Shell deed, was maatgevend voor hoe de grote oliebedrijven hun belastingzaken regelden.


Solen Insurance, de officiële werkgever van Andrea Koroluk, is niet zomaar een dochterbedrijf van Shell - onder meer vanwege zijn vestigingsplaats. Solen, dat zich bezighoudt met het verzekeren van olietransporten, raffinaderijen en schepen, is officieel gevestigd op het subtropische eiland Bermuda.


Shell hult zich tegenover de buitenwacht in nevelen over de redenen daarvoor, maar de aanwezige risicobeheerders en fiscalisten wisten hoe het zat. Solen en Shell zijn gevestigd op Bermuda in verband met de meer dan soepele opstelling van de belastingdienst aldaar. Zo bedraagt het tarief van de winstbelasting op het eilandje 0 procent, waardoor de winsten die Solen Insurance op het eiland boekt volledig in handen komen van het moederbedrijf Shell in Den Haag.


Vanzelf ging dat niet, hield Koroluk haar publiek in San Diego voor. Om optimaal te profiteren van het belastingvoordeel op het eilandje in de Atlantische Oceaan mocht het hoofdkantoor zich vooral niet bemoeien met de manier waarop Solen verzekeringspremies berekende. 'Anders zouden belastingautoriteiten kunnen denken dat de premies geen correcte marktprijs weerspiegelen en kunnen de uitgaven niet van de vennootschapsbelasting worden afgetrokken', zo zei de Shell-manager het.


Een kopie van de presentatie geeft direct de belangrijkste boodschap van verzekeringsagent Koroluk weer. 'Staying legal in the 21st century', daar ging haar betoog over: blijf altijd binnen de grenzen van de wet.


Om dat te bewerkstellingen, is voortdurende controle en marktonderzoek nodig, aldus de Shell-werknemer. Als er ergens ter wereld een belastingtarief werd gewijzigd, moesten de risicomanagers van Shell direct aan de slag. De route via Bermuda was daarvoor bij uitstek geschikt, liet ze aan de hand van een handig powerpointplaatje zien.


Shell is niet de enige multinational die Bermuda heeft ontdekt als draaischijf voor zijn verzekeringspremies. Op het eiland is de afgelopen tientallen jaren een op het oog zeer grote industrie opgetuigd van interne verzekeringsbedrijven - captives in jargon. Voor Bermuda is deze industrie van levensbelang; de verzekeringssector is als inkomstenbron net zo belangrijk als het toerisme.


Zeker achtduizend mondiale grootmachten hebben inmiddels een eigen verzekeringskantoor op Bermuda. De weinige multinationals die niet op Bermuda zitten, hebben vestigingen geopend op de Kaaimaneilanden, de Bahama's of Guernsey. Deze vier eilanden - die allemaal het nultarief voor winstbelasting hanteren - huisvesten gezamenlijk bijna de helft van de wereldwijde markt voor interne verzekeringen.


Een interne verzekeraar functioneert op het eerste gezicht net als een gewoon verzekeringskantoor. Als een bedrijf zijn schepen, kranen, auto's, werknemers, gebouwen of leningen wil verzekeren, betalen de dochterbedrijven premie aan de op Bermuda gevestigde onderneming. Als er door brand of een ongeluk schade optreedt, kan het eigen verzekeringsbedrijf uit dit geldpotje de schade betalen. Op die manier hoeven grote bedrijven minder zaken te doen met commerciële (her)verzekeraars en blijft de winst in het bedrijf. Tot zover weinig aan de hand.


Er is echter een tweede voordeel aan deze interne verzekeringsroute via Bermuda. De betaalde verzekeringspremies mogen worden afgetrokken van de opbrengsten. Een Shell-dochter in bijvoorbeeld Gabon, Australië of Brazilië trekt de premies die zij betaalt aan Solen af van de behaalde winst in deze landen.


Deze dochters hoeven daardoor aan de overheid in deze landen minder belasting te betalen en dat scheelt aanzienlijk. Solen maakt op zijn beurt winst, op Bermuda - en hoeft daarover geen vennootschapsbelasting te betalen. Dat geld kan vervolgens integraal en onbelast worden doorgesluisd naar het hoofdkantoor in het moederland.


Elke euro die Shell door deze fiscale Bermudadriehoek weet te sturen, stuwt daardoor de winst van het oliebedrijf. En - dat is het mooie van de constructie - het is nog legaal ook.


De grote vraag is hoeveel Shell nu verdient met deze fiscale route. De winsten van Solen op Bermuda houdt het bedrijf angstvallig verborgen. Waar in Europese landen de winstcijfers van grote bedrijven openbaar zijn, wil de Kamer van Koophandel van Bermuda ook na diverse informatieverzoeken van de Volkskrant weinig kwijt. Een adres en inschrijfdatum wil de Bermudese overheid tegen betaling van 10 dollar per bedrijf wel geven, maar de winst- en verliesrekeningen blijven geheim.


Uit de spaarzame informatie blijkt dat Solen is gevestigd op de vierde verdieping van het Cedar House, een oranjekleurig bedrijfsverzamelgebouw aan de Cedar Avenue in Hamilton, 'the risk capital of the world' - zoals Bermuda zich wereldwijd positioneert. Vanuit het Cedar House kijken de Shell-werknemers uit over de ceders aan de boulevard.


Op dit adres blijkt Shell nog 44 andere dochterondernemingen te hebben, uit alle windstreken waar het bedrijf is gevestigd, zoals Shell Australië Shipping en Kuwait Shell Limited. Hoe winstgevend Solen Insurance en die 44 andere Bermudese bedrijven zijn, wil Shell niet kwijt. Een woordvoerder laat desgevraagd weten dat deze financiële informatie alleen wordt gedeeld met de overheid op Bermuda. Shell is 'te allen tijde bereid is desgevraagd informatie te verstrekken over zijn aanwezigheid en activiteiten aan bevoegde belastingautoriteiten', aldus een zegsman. Het bedrijf wijst er verder op dat het in vergelijking met andere multinationals best veel belasting betaalt - '44 procent van de winst'.


Door de ontwijkende antwoorden en gebrekkige informatie op Bermuda valt alleen met een slag om de arm te zeggen hoe de route van Shell precies werkt. Toch geeft de indrukwekkende lijst van bedrijven die Shell in Bermuda heeft geregistreerd wel een indruk.


Allereerst telt Shell Bermuda diverse brievenbusdochters die zich bezighouden met de geldstromen van het miljardenbedrijf. Zij investeren of lenen geld uit aan dochterbedrijven in andere landen. Shell blijkt bijvoorbeeld een deel van zijn investering op het Russische eiland Sachalin via Bermuda te laten lopen.


Bij dit gigantische project heeft Shell vele miljarden euro's geïnvesteerd in de ontwikkeling van een gas- en olieproject op Sachalin. Dit geld wordt via Bermuda naar de Russische activiteiten gestuurd. De rente op de leningen is aftrekbaar van de kosten in Rusland, terwijl de winsten die de Shell-dochter op Bermuda maakt onbelast blijven. Ook een holding als Shell Overseas Finance wordt daarvoor vermoedelijk gebruikt. Als de rentemarge daar hoger is dan de normale rentemarge, blijft een groter deel van de winst op Bermuda hangen.


Er zijn ook brievenbusdochters, zoals Shell Shipping Australia, die fungeren als leasebedrijf. De buitenlandse dochters kunnen kranen, schepen en ander materieel hier huren. Die kosten verlagen de belastingen in het land waar Shell de olie of gas uit de grond haalt.


Andere postbus-bv's bundelen juist de handel in olie en gas, zoals Shell International Trading Middle East Limited en Shell Trading (ME) Private Limited. Dit suggereert dat de interne handel van bijvoorbeeld ruwe olie op papier via Bermuda verloopt, waardoor een deel van de winst op het eiland terechtkomt.


Alle winsten van de 45 Bermudadochters komen uiteindelijk bij het hoofdkantoor van Shell in Den Haag terecht. Ook bij een tweede poging wil Shell echter geen informatie geven over welke bedragen hiermee gemoeid zijn. 'In ons eerdere uitgebreide antwoord hebben we aangegeven dat Shell de geldende wet- en regelgeving naleeft en daarin transparant is. Het jaarverslag van Royal Dutch Shell bevat alle relevante, openbare informatie inzake belastingen en belastingbetalingen. We zullen dus niet nader ingaan op de aanvullende vragen over Bermuda.'


Dat Shell (90 duizend werknemers, jaaromzet van 470 miljard euro) waarschijnlijk de bovenliggende partij is in de onderhandelingen met de belastingdienst van Bermuda (65 duizend inwoners, nationaal product 4,5 miljard euro) doet daar niets aan af.


Zo blijft de verdedigingslinie van Shell, dat maatschappelijk verantwoord ondernemen hoog in het vaandel heeft, intact. Want, benadrukt het bedrijf, wij richten ons op de normen van de OESO, en die vindt Bermuda ondanks het nultarief geen belastingparadijs.


Hoogleraar fiscale economie Peter Kavelaars van de Erasmus Universiteit Rotterdam, tevens directeur van het Wetenschappelijk Bureau bij Deloitte Belastingadviseurs, heeft grote moeite met de OESO-richtlijn. Bij een belastingtarief van 0 procent kun je een land echt wel als belastingparadijs betitelen, zegt hij. 'Als je met Nederlandse maatstaven naar tarieven kijkt, is een winstbelasting van minimaal 10 procent noodzakelijk.'


De OESO-richtlijn waarmee Shell schermt, vindt hij een wassen neus. 'Dit is de verkeerde aanpak', zegt Kavelaars. Volgens hem zouden wereldwijd landen een belastingdruk - dus alle belastingen samen - van minimaal 20 procent moeten hanteren. Ook pleit hij voor openheid. 'Landen moeten transparant zijn over hun informatie en geen bankgeheim kennen. Bedrijven zouden altijd de commerciële jaarrekening moeten publiceren.


Onderzoeker Mark van Dorp van Somo, een organisatie die ijvert voor een eerlijker en rechtvaardiger belastingsysteem, is evenmin te spreken over de handelwijze van de multinationals in belastingparadijzen. 'Bedrijven verstoppen zich achter de lokale regelgeving. Grote ondernemingen hebben echter de maatschappelijke verantwoordelijkheid om meer over de gevolgen van hun belastingbeleid te vertellen. Net zoals een bedrijf het milieu niet mag schaden, mag het overheden niet benadelen door belasting te ontwijken.'


Andrea Koroluk werkt nog steeds als verzekeringsmanager bij Shell. Ze doet haar werk - voor zover bekend - goed. Shell heeft de lessen die zij in 2008 op papier zette in de oren geknoopt. Het bedrijf heeft sindsdien niet te maken gehad met de 'boetes, straffen en opsluiting' bij de overtreding van fiscale wetten waarvoor zij in San Diego waarschuwde.


Wel maakte Shell in 2012 bijna 20 miljard euro winst. Netto, met dank aan Bermuda.


Peter Kavelaars Hoogleraar fiscale economie aan de Ermasmus Universiteit


Gealarmeerd door vragen van de Volkskrant laten diverse Nederlandse multinationals weten dat zij druk bezig zijn hun brievenbusfirma's in belastingvrije landen te sluiten. AkzoNobel meldt dat het drie firma's op Bermuda en de Kaaimaneilanden heeft geërfd bij de aankoop van verfbedrijf ICI. Inmiddels 'vervullen deze vennootschappen geen functie binnen AkzoNobel', laat de woordvoerder weten. Het bedrijf is bezig deze firma's te liquideren.


Brievenbus-bv's opgedoekt

Unilever is nog voortvarender met het sluiten van firma's. Zeven dagen nadat de Volkskrant een vraag stelde over een holding op de Antillen - waar overigens geen nultarief geldt - is de holding van Unilever officieel opgeheven, laat de woordvoering weten. En wat doet Philips op de Bahama's? Het elektronicabedrijf is bezig de zaak op te doeken, aldus een zegsman.


Heineken

Op de belastingvrije eilanden worden ook producten verkocht, dus sommige Nederlandse bedrijven zijn er echt actief. Heineken heeft een brouwerij op Bermuda en Boskalis onderhoudt de haven op dit eiland. Twee andere holdings van Heineken op de Kaaimaneilanden - Heineken Brouwerijen B.V. en Heineken Espana s.a. - roepen meer vragen op. Het zijn de namen van de exportmaatschappij (Heineken Brouwerijen B.V.) en de Spaanse werkmaatschappij (Heineken Espana s.a.). 'Het enige wat we ons kunnen voorstellen is dat deze namen daar ooit zijn geregistreerd om bepaalde producten naar deze markt te exporteren', aldus de brouwer.


Banken

ABN Amro, ING en Rabobank zijn ruim vertegenwoordigd op Bermuda en de Kaaimaneilanden. Dat heeft volgens ABN Amro en ING vooral te maken met de specifieke wensen van internationale klanten. ABN Amro heeft bijvoorbeeld allerlei beleggingsfondsen en scheepvaartconstructies opgetuigd. Deze vennootschappen voldoen 'altijd aan lokale en internationale wet- en regelgeving', schrijft de bank. ING laat weten dat de twee dochters op Bermuda in andere landen (Hongkong en de VS) wel belasting betalen. De Rabobank gaf geen reactie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden