Hoe Robert M. Nederlandse kinderopvang veranderde

Vijf jaar geleden begon de rechtszaak tegen Robert M., de medewerker van kinderdagverblijf 't Hofnarretje die tachtig kinderen misbruikte. Wat is er sinds de Amsterdamse zedenzaak veranderd in de kinderopvang?

In kinderdagverblijf Plukkebol geen deuren in de verschoningsruimte. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
In kinderdagverblijf Plukkebol geen deuren in de verschoningsruimte.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

De mannen zijn verdwenen

'Niemand van onze gesprekspartners heeft gepleit voor het weren van mannen in de kinderopvang', schreef de commissie-Gunning destijds. 'Integendeel, iedereen bevestigt het uitgangspunt dat de diversiteit van de pedagogisch medewerkers een belangrijke voorwaarde is voor de kwaliteit die we nastreven.'

'De kinderopvang was veilig en is nog steeds veilig', zegt vicevoorzitter Jelmer Kruyt van de Brancheorganisatie Kinderopvang.

'Het risico op misbruik is in de kinderopvang kleiner dan in de thuisomgeving', zegt voorzitter Gjalt Jellesma van ouderorganisatie Boink.

En toch veranderde er sinds Robert M. een hoop in de sector. Zo daalde het aantal mannen op babygroepen - het is er vermoedelijk minder dan 1 op 100. Ouders keken na de Amsterdamse zedenzaak anders naar de man die hun baby verschoonde. Sommige lieten weten hun kind niet meer bij een man achter te willen laten.

Sommige mannen vertrokken uit eigen beweging, zegt Ruben Fukkink, hoogleraar kinderopvang aan de Universiteit van Amsterdam. Ze voelden de ogen in hun rug prikken en hadden het idee zich continu te moeten verantwoorden. Anderen zijn overgeplaatst naar de buitenschoolse opvang, waar de kinderen 4 tot 12 jaar oud zijn. Enkele instellingen gingen mannen helemaal weren, al kwamen ze daar zelden voor uit.

De zaak-Robert M. en de nasleep ervan

Eind 2010 werd bekend dat een medewerker in de kinderopvang circa tachtig kinderen had misbruikt, onder meer tijdens zijn werk bij 't Hofnarretje in Amsterdam. Robert M. werd veroordeeld tot 19 jaar cel en tbs.

De gemeente Amsterdam stelde een onafhankelijke commissie in onder leiding van hoogleraar Louise Gunning. Die presenteerde in april 2011 haar rapport. Minister Asscher (Sociale Zaken) wil laten onderzoeken wat de branche met de aanbevelingen heeft gedaan.

Fukkink betreurt het verdwijnen van de man. Niet omdat mannen meer bouwen en stoeien met kinderen, want de verschillen zijn volgens de hoogleraar veel kleiner dan sommige mensen denken. Nee, waar het Fukkink om draait is het stereotype. 'Dat er alleen vrouwen in de kinderopvang werken, versterkt het beeld dat opvoeding een vrouwenaangelegenheid is.'

Kruyt van de branchorganisatie ziet het ook liever anders. 'Wij vinden een mannelijk rolmodel belangrijk. Ik snap dat ouders schrikken van zo'n incident, maar we moeten oppassen dat we niet elke man gaan verdenken.'

Teleurstellend, vindt ook Jellesma van Boink de toegenomen angst voor mannen. 'Natuurlijk, seksueel misbruik is verschrikkelijk en in 80 procent van de gevallen is de dader een man. Maar moet je mannen daarom weren? Dan zou je vrouwen ook moeten weren. Die zijn verantwoordelijk voor 80 procent van de zaken van kindermishandeling. Dat is minstens zo traumatisch.'

Vier ogen op elke luier

Duizenden ramen moeten er de afgelopen vijf jaar in deuren en muren van kinderdagverblijven zijn gezaagd, duizenden camera's zijn er opgehangen. Dat is althans de schatting van Gjalt Jellesma van Boink.

Het doel: meer controle. Want het was op sommige plekken wel erg eenvoudig voor medewerkers van kinderdagverblijven om zich met een kind af te zonderen, oordeelde de commissie-Gunning. Zo was het toegestaan gedurende drie uur per dag - de rustige uren aan het begin van de ochtend en het einde van de middag - slechts één volwassene op een groep te hebben. Bij kleine groepen mocht dat zelfs de hele dag.

Gunning noemde het 'een groot risico voor de veiligheid van de kinderen' en pleitte voor het invoeren van het vierogenprincipe: geen luier mocht worden verwisseld, geen kind mocht worden ingestopt zonder dat iemand anders - een collega, een stagiair, een ouder - mee kon kijken of luisteren - eventueel via een camera of een babyfoon.

Dat vierogenprincipe is inmiddels verplicht gesteld voor kinderdagverblijven en ze 'hebben het goed geïmplementeerd', zegt Jelmer Kruyt van de brancheorganisatie. Er zijn nu meer glazen deuren, extra ramen en soms ook camera's en babyfoons - want ook die tellen als ogen. Zo kunnen collega's continu met elkaar meekijken.

Er worden bovendien meer mensen ingezet, waaronder stagiaires, zegt Kruyt, en groepen worden aan het begin en einde van de dag samengevoegd, zodat niemand nog alleen voor een groep staat. 'Het risico dat een kind in de kinderopvang misbruikt wordt was al klein, maar het is door deze maatregelen nog kleiner geworden.'

Op de werkvloer is niet iedereen even enthousiast over de toegenomen controle, zegt hoogleraar Ruben Fukkink. 'Medewerkers hebben het idee dat ze elkaar continu moeten beloeren', zegt hij. 'Dat voelt voor sommigen heel ongemakkelijk.'

Ook Jellesma heeft twijfels bij het vierogenprincipe - en dan vooral bij de camera's. Bieden die geen schijnveiligheid? Om elkaar goed in de gaten te houden moeten er namelijk veel camera's hangen en die moeten bovendien nauwkeurig gericht zijn. 'Anders kun je echt het verschil niet zien tussen iemand die de billen van een baby aan het schoonmaken is en iemand die stiekem wat zit te friemelen.'

Ramen, camera's en babyfoons zijn geen garantie voor een veilig klimaat, wil Jellesma maar zeggen. Bovendien: te veel nadruk op controle kan averechts werken. 'Het leidt af van datgene wat echt belangrijk is: een professionele werkhouding en een professionele werkomgeving waarin medewerkers elkaar op hun gedrag durven aan te spreken.'

Ook kwam er in kinderdagverblijf Plukkebol een nieuw raam tussen twee ruimten, zodat medewerkers van verschillende groepen elkaar kunnen zien. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Ook kwam er in kinderdagverblijf Plukkebol een nieuw raam tussen twee ruimten, zodat medewerkers van verschillende groepen elkaar kunnen zien.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Betere screening van medewerkers

'Er wordt onvoldoende zorgvuldig gescreend bij nieuwe medewerkers.' Zo luidde het harde oordeel van een commissie onder leiding van Louise Gunning, die de Amsterdamse zedenzaak onderzocht en daaruit lessen trok voor de hele branche. Wie in de kinderopvang wilde werken, moest bij zijn sollicitatie weliswaar een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen, maar vaak stelden kinderopvangorganisaties verder weinig eisen en kon iemand vrijwel direct aan de slag.

Dat moest dus veranderen. Kinderdagverblijven moesten referenties gaan nabellen, adviseerde de commissie. Ze moesten kijken hoe iemand zich op social media profileert. En ze zouden tweejaarlijks van alle medewerkers een actuele VOG moeten opvragen, zodat de organisatie het merkt als een medewerker een delict pleegt tijdens het dienstverband.

Wat dat laatste betreft, kreeg Gunning haar zin - en zelfs meer dan dat. Er is sindsdien een systeem van continue screening ingevoerd. Pleegt een medewerker een delict dat onverenigbaar is met zijn functie - geweld, seksueel misbruik - dan krijgt de inspectie een signaal dat direct wordt doorgespeeld aan de directie van het kinderdagverblijf. Die kan vervolgens maatregelen nemen.

De invoering van de continue screening bracht meteen misstanden aan het licht. 'Er zijn direct zestig, zeventig mensen uitgegooid', schat Gjalt Jellesma van Boink. 'Dat waren vooral huisgenoten van gastouders. Die hebben ook een verklaring nodig.'

En de continue screening werpt nog steeds zijn vruchten af, zegt Jelmer Kruyt van de brancheorganisatie. Jaarlijks lopen daardoor mensen tegen de lamp. 'Dat zijn overigens niet allemaal types die een zedendelict hebben begaan. Het kan bijvoorbeeld ook gaan om administratief medewerkers van een kinderopvangbedrijf die verdacht worden van fraude.'

Toch moet het effect van de screening ook niet worden overdreven, zegt Jellesma van Boink. 'Misschien zijn de gevaarlijkste mensen wel nooit tegen de lamp gelopen. Die krijgen dus bij het gemeentehuis gewoon een verklaring mee.'

Medewerkers leren assertief te zijn

In een gezonde organisatie durven de medewerkers elkaar feedback te geven, bij 't Hofnarretje gebeurde dat niet, schreef de commissie-Gunning in haar rapport.

Gaat het nu overal goed? Dat is moeilijk te meten, maar de sector is er druk mee bezig, zegt Jelmer Kruyt. Zo beseften veel kinderdagverblijven dat een cultuuromslag nodig was, dat mensen moesten leren elkaar aan te spreken op fouten. 'Veel medewerkers zijn naar cursussen gestuurd waar ethische vragen aan de orde kwamen.'

Kruyt erkent dat het beter kan. 'We willen verplichte nascholingen invoeren. En we praten met onderwijsinstellingen om ethiek een prominentere plek te geven in de opleidingen.'

Gjalt Jellesma van Boink is sceptisch. Hij wijst op de misstanden bij 24/7 Kids. Vorig jaar bleek dat medewerkers van dit Amsterdamse kinderdagverblijf kinderen naar een andere locatie sleepten, zonder de ouders daarvan op de hoogte te brengen. De gemeente had dat pand kort daarvoor ongeschikt bevonden voor kinderopvang, omdat de hygiëne en de veiligheid ondermaats waren.

'Niemand heeft daar aan de bel getrokken', zegt Jellesma. 'Pedagogische medewerkers houden te vaak hun mond. Dat verontrust me.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden