REPORTAGE

Hoe politie feestend uitgaanspubliek in toom houdt

In Enschede strijdt de politie met succes tegen criminaliteit in de horeca. De Volkskrant ging mee op nachtdienst. Wat is het Twentse geheim? 'Uitgaanspubliek uit andere steden is verbaasd: wat zijn jullie relaxed!'

Agent Jurgen Rekers (rechts) en zijn collega Marco van Zanten gaan op de foto tijdens de nachtdienst in Enschede.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Bij de incheckpoortjes op station Enschede loopt een man met leren jack, snor en hoogrode konen. Hij zwalkt een beetje; voor zijn voeten op de grond een witte plastic zak met blikken bier. Politieman Marco van Zanten - lang, ernstige ogen, 36 jaar in het vak - stapt op hem af en schudt de dronkenlap vriendelijk de hand. 'Waar gaat de reis naartoe?'

De man steekt een verhaal af over Geert Wilders, de buitenlanders en het Nederlands Elftal. Van Zanten hoort het geduldig aan. Op rustige toon herinnert hij eraan dat drinken hier niet de bedoeling is en wenst hem een goede reis. Niets aan de hand, lijkt het, maar verderop in de stationshal blijft de agent toch even staan. 'Had je die knuisten gezien? Een havenwerker, als die agressief wordt, heb je er nog een hele kluif aan.'

Terwijl het Twentse uitgaanspubliek zich volop in hun weekend stort, is voor Van Zanten en zijn collega Jurgen Rekers de werkdag net begonnen. Ze horen bij de nachtploeg van het Horeca Interventieteam (HIT). Elke zaterdag patrouilleren acht agenten in koppels door het uitgaansgebied van de Twentse studentenstad. Via portofoons hebben ze contact met de meldkamer en er lopen ook lijntjes met ondernemers en portiers van kroegen, clubs en discotheken.

Wijkagent Rekers (46) - kaal hoofd, vriendelijke blauwe ogen - heeft er al twee nachten op zitten. 'Eigenlijk het maximum, nachtdienst is niet goed voor een lichaam. Op zo'n derde werkdag heb je snel een te hoge irritatiefactor. Dan reageer je net minder beheerst.'

Nieuwe methodes

In samenwerking met de overheid en horecaondernemers heeft de politie twaalf maatregelen op een rijtje gezet om criminaliteit in het uitgaansleven tegen te gaan. 'Wij passen ze allemaal toe', zegt Van Zanten niet zonder trots. Hij somt op: rode kaarten voor relschoppers, preventief fouilleren, gecertificeerde portiers. Op het grote plein in de stad zijn schijnwerpers geïnstalleerd die tussen vijf en zes uur 's morgens aan gaan. 'Zolang het donker is denken mensen vaak: ach, ik kan nog wel wat rotzooi trappen. In het felle licht is dat plots niet prettig meer.'

De nieuwe methodes om ruziezoekers en dronkenlappen in toom te houden werpen hun vruchten af: de criminaliteit in het uitgaansleven daalt. Uit cijfers die de Volkskrant heeft ontvangen met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) blijkt dat het aantal meldingen bij uitgaansgelegenheden in de provincie Overijssel de afgelopen twee jaar met 20 procent is afgenomen. Desondanks verloopt een gemiddelde zaterdagavond ook in Enschede niet zonder incidenten, zegt Van Zanten. 'Twee tot vier aanhoudingen op een avond zijn normaal. Soms zijn het er tien.'

Het is 22.00 uur, tijd voor een briefing op het politiebureau. Twintig agenten zijn klaar voor de nacht: zwart-gele uniforms aan, gordel om, zware kisten aan de voeten. De helft van hen is ingedeeld bij de noodhulp, de andere groep verantwoordelijk voor de horeca. Met Twentse tongval worden onderling grappen gemaakt. Aan de muur hangen pamfletten van de recente CAO-acties.

Cijfers meldingen

Het aantal meldingen dat de politie tijdens uitgaansavonden ontvangt, verschilt sterk per regio. Lees hier hoe dat komt.

Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Op een groot beeldscherm toont horecacoördinator René namen en foto's van 'veelplegers' en andere bekenden van de politie, naar wie het horecateam vannacht moet uitkijken. Bijvoorbeeld de 18 burgers met een rode kaart, voor wie de binnenstad tijdelijk verboden terrein is. Het zijn veelal jongens van rond de twintig met vergrijpen als mishandeling op hun naam. 'De meesten houden zich netjes aan het verbod', zegt Marco van Zanten. 'We hadden één keer een man die acht keer over de schreef ging. Maar dat was een verwarde zwerver, ik geloof niet dat hij bewust de regels overtrad.'

Kwart voor elf, genoeg gepraat. Marco van Zanten klikt zijn gordel om, trekt het felgele politiehesje aan over zijn uniform en bevestigt de portofoon op zijn borst. Oortje in, laatste slok koffie en op naar de binnenstad.

In de buurt van het station hangt een groepje jongeren tegen een muurtje. 'Hij is nét leeg', zegt een jongen verontschuldigend terwijl hij zijn flesje bier gauw in de prullenbak kiepert. Wijkagent Rekers wijst naar een parkeerautomaat, waar nog veel meer lege flessen staan. 'Ruimen jullie dat ook even op dan?' Openbaar drinken mag niet, maar een aanhouding is overtrokken, oordeelt hij als ze doorlopen. 'De sfeer was goed en ze deden niemand kwaad.'

Persoonlijk

Als de agenten later een wildplasser tegen het lijf lopen, is hij een stuk minder coulant. Terwijl de man zijn gulp nog dichtritst, schrijft Rekers al een boete van 140 euro uit. 'Wildplassen is smerig, de hele stad gaat ervan stinken.'

Aan het begin van elke uitgaansnacht lopen de agenten een rondje langs wat portiers. Belangrijk om de banden goed te houden, zegt Marco, later op de avond is het daarvoor vaak te druk. De portier van club Fellini weet te vertellen dat de verhoudingen tussen politie en portiers tien jaar terug wel anders lagen. 'De ouderwetse uitsmijter handelde vaak op het randje van de wet en kreeg dan gedonder met de politie vanwege geweldsdelicten. Op hun beurt vertrouwden de portiers agenten niet. Nu is er wederzijds respect: als de politie in gevecht raakt, zijn portiers de eersten om te helpen.'

Plots is het agentenduo er vandoor: ze hebben een oproep gekregen. Bij een van de kroegen aan de Oude Markt weigert een groep mensen de rekening te betalen. De uitbater heeft de politie erbij gehaald om te bemiddelen. Als Marco en Jurgen arriveren, zijn hun collega's al in gesprek en dus staan ze op een afstandje stand-by. 'Met z'n allen tegelijk naar binnen jut de boel alleen maar op.' Maxine Geerdink, de goedlachse eigenaresse van het hippe grand café Novi, is maar wat blij met de beveiliging op straat. 'Dat we elkaar persoonlijk kennen geeft een heel veilig gevoel. Ik hoef tenminste niet een of ander anoniem nummer te bellen als een dronken gast moeilijk doet.'

Agent Jurgen Rekers in gesprek met uitsmijters tijdens de nachtdienst.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Agent Jurgen Rekers (midden) en zijn collega Marco van Zanten in gesprek met de eigenaresse van Gran Café Novi, Maxine Geerdink.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Ze noemt het noaberschap, op z'n Twents: de plicht om elkaar te dienen, voor elkaar te zorgen. Van Zanten: 'Als we feestvierders uit andere steden tegenkomen, zijn die vaak verbaasd: wat zijn jullie relaxed, zeggen ze dan.' Die persoonlijke aanpak is volgens de Twentse agenten het geheim van hun succes. In het westen treedt de politie vaak massaler en minder geduldig op, beaamt Rekers. Maar: 'Tukkers hebben een nuchtere aard. Mogelijk heeft het publiek in Amsterdam een korter lontje. Dan moet je ook met een korter lontje reageren.'

Via hun oortjes krijgen de agenten een nieuwe melding binnen: een kwartier geleden is onder dreiging van een mes een telefoon geroofd. Van Zanten en Rekers kijken vreemd op als ze het signalement horen: een lange man met krullen, die een kind bij zich heeft. 'Een kind in de stad, op dit tijdstip?'

Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Liever zijn de Twentse agenten overal tegelijk: preventief handelen, de melding vóór zijn. In Enschede krijgen ze hulp van een tweekoppig PUB-team (Preventie Unit Binnenstad). Remco (41) en Lluis ('leeftijd niet belangrijk') zijn twee bomen van kerels. Ze dragen geen uniform, kennen de hele stad en staan met vrijwel iedereen op goede voet. Die toegankelijke manier van brandjes blussen zou ook goed werken in andere steden, denkt Lluis. 'We kunnen 80 procent van de incidenten voorkomen door met mensen te praten. Als wij een kroeg binnenstappen, zie je mensen gelijk kijken: o fijn, de jongens zijn er. En loopt het toch uit de hand, dan is de politie nooit ver weg.'

Voor agenten Marco en Jurgen is het een rustige avond. Ze controleren een verdacht pand op illegale gokactiviteiten, rapen kapotte bierflesjes op en maken selfies met vrolijke feestgangers. Hun aanwezigheid jaagt een groepje dealers uiteen - zie het samenscholingsverbod in werking. Klokslag twee uur is het duo terug op het bureau. Rekers verwerkt nog snel de wildplasbekeuring en dan kunnen Marco en hij naar huis; ze hebben maar een halve dienst.

Maar voor hun collega's begint het echte werk nu pas, geeft wijkagent Rekers toe. 'Rond drie uur wordt het grimmiger. Mensen zijn dronken en vermoeid. De stemming kan in één keer omslaan, en dan maakt het weinig uit of ik met die ruziezoeker overdag nog een praatje heb gemaakt.'

Agent Jurgen Rekers doet papierwerk bij terugkomst op het politiebureau.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden