CoronavirusHet nut van sociale afstand

Hoe Nederland zich door de coronacrisis kan slaan: kwestie van afstand houden

In Den Haag wordt gepaste afstand bewaard. Beeld Getty

Het zingt als een soort magisch mantra al dagenlang rond in nieuwsberichten en op social media. Doe aan ‘social distancing’ en ‘flatten the curve’, vlak de besmettingscurve af. Deze computermodellen bepalen hoe we dat gaan doen.

Het is snel gegaan. Nog maar een week geleden reisden hele volksstammen in uitpuilende treinen naar werk en zaten de terrassen bij de eerste zonnestraaltjes van het jaar stampvol. Maar sinds virus SARS-CoV-2 ook in Nederland steeds meer zieken en doden veroorzaakt, zitten de meeste mensen binnen en pruttelt de economie op waakvlamstand verder.

‘Social distancing’ is nu het toverwoord, geleend uit epidemiologisch jargon. We worden geacht sociaal te minderen. Even geen feestjes, familiebezoekjes, vergaderingen en etentjes. In ieder geval totdat we de zogeheten besmettingscurve voldoende hebben afgevlakt. Of, zoals het in het steeds populairdere Engelstalige mantra klinkt: het hoofddoel is ‘flatten the curve’.

In dit dossier leest u alles wat u moet weten over het coronavirus. 

Maximum te hoog

Zo’n besmetingscurve beschrijft het aantal zieken door de tijd. Dat aantal stijgt – ook als je niks doet – gegarandeerd tot een maximum, en loopt daarna terug. Maar: in het scenario zonder maatregelen is dat maximum te hoog. Dan groeit het aantal besmettingen ons boven het hoofd. Het zorgsysteem barst uit z’n voegen door de toestroom van ernstig zieken. De bedden op de intensive care raken op – in Nederland zijn er in totaal zo’n 1.200 – en de dodenteller tikt rap verder. In het slechtste nog reële scenario stopt die in Nederland uiteindelijk op zo’n half miljoen.

Reden genoeg om dat te voorkomen. Dat doe je, in theorie heel simpel, door de piek van de curve – het maximaal aantal besmettingen tegelijkertijd – lager te maken: ‘flatten the curve’. Daarvoor bestaan in het arsenaal van de epidemiologie slechts twee opties: óf je vermindert de besmettelijkheid van mensen met het virus, iets dat pas mogelijk is wanneer effectieve medicijnen op de markt komen (en die zijn er nog niet), óf je vermindert hoe vaak mensen met elkaar in aanraking komen. Sociaal afstand nemen, dus.

‘Social distancing’ werkt

Dat een beetje afstand wonderen kan doen, lieten we deze week al op de website van de Volkskrant zien. Daar berekenden we de besmettingscurves voor drie scenario's waarin een versimpeld virus een gemeenschap van 300 mensen treft. Bij elk scenario lieten we de hoeveelheid mensen die sociaal afstand houdt toenemen. De conclusie is vervolgens overduidelijk: ‘social distancing’ smeert de piek van de curve steevast uit.

‘Zo’n simpel model laat dat al heel goed zien’, zegt epidemioloog Hans Heesterbeek (Universiteit Utrecht), die deze maand samen met collega’s in medisch vaktijdschrift The Lancet beschreef hoeveel invloed maatregelen zoals social distancing hebben op de verspreiding van het coronavirus. ‘Het is natuurlijk alleen een illustratie – zo’n versimpelde ziekte gedraagt zich anders dan het echte coronavirus. Maar het verschilt uiteindelijk ook weer niet zó veel van het werk dat mijn collega’s en ik doen.’

De Nederlandse modellen

Wie wil simuleren wat er in Nederland gebeurt met de verspreiding van het virus wanneer je bijvoorbeeld de scholen sluit of grote evenementen afgelast, moet beschikken over een wat geavanceerder computermodel. Vervolgens moet je bedenken wat je precies wilt bereiken, zegt Heesterbeek . ‘Je kunt niet tegelijkertijd het aantal doden én de economische schade én de tijdsduur van de epidemie én het aantal mensen op de intensive care minimaliseren’, zegt hij. ‘Je moet echt keuzen maken’.

Die keuzen worden in Nederland gemaakt door het kabinet. Daarbij wordt het continu geïnformeerd door de computermodellen van het RIVM. Die modellen vervlechten alle relevante kennis over het virus én die over de Nederlandse bevolkingssamenstelling, en kunnen vervolgens zo goed mogelijk simuleren welke impact bepaalde keuzen hebben op de verspreiding van corona over het land. 

‘Op dit moment laten we onze modellen berekenen hoe we zoveel mogelijk immuniteit onder de bevolking kunnen opbouwen zónder dat we over de beschikbare capaciteit op de intensive care heen gaan’, zegt Jacco Wallinga, hoofdmodeleur van het RIVM. Wanneer meer mensen immuun worden, remt dat immers de verdere verspreiding van het virus, zo luidt de gedachte.

Groningen of Limburg?

Wat níet in het besmettingsmodel van het RIVM zit, is ruimtelijke data. Het maakt voor de bekeringen die het instituut doet niet uit of iemand in Groningen of in Limburg woont. ‘Als je twaalf jaar oud bent, ga je naar school en is de kans het grootst dat je een stereotype thuissituatie hebt. Je woont dan met een volwassen man en vrouw in huis die gemiddeld dertig jaar ouder zijn dan jij bent’, zegt hoofdmodelleur Jacco Wallinga. ‘Dat verschilt niet per locatie.’

Toch zou epidemioloog Hans Heesterbeek zulke ruimtelijke gegevens juist een toevoeging vinden. ‘Als het RIVM die ook in zijn modellen zou hebben, kun je niet alleen voorspellen wanneer de piek precies komt, maar ook wáár die zich zal voordoen’, zegt hij. ‘Dan kun je de omgeving daarop voorbereiden en gericht de zorg versterken.’

Knoppen om aan te draaien

Elk model is slechts zo goed als de gegevens die erin gaan. In het geval van de Nederlandse modellen, is die input onder meer alles dat bekend is over het gedrag van SARS-CoV-2. ‘De belangrijkste knoppen waar je aan kunt draaien zijn het gemiddeld aantal besmettingen dat één persoon veroorzaakt, en de tijdsduur tussen twee opeenvolgende besmettingen’, zegt Wallinga.

Het instituut verdeelt de Nederlandse bevolking vervolgens in leeftijdscategorieën. ‘In 2017 hebben we uitgebreid onderzoek gedaan waarbij we Nederlanders vragen stelden als ‘wie heb je vandaag allemaal gesproken’, ‘wie heb je vandaag aangeraakt’, enzovoorts’, zegt Wallinga. ‘Dat blijkt nu enorm nuttig: we kunnen heel gedetailleerd simuleren met wie iemand uit een bepaalde leeftijdscategorie op een dag gemiddeld contact heeft.’

Dat betaalt zich uit wanneer je maatregelen wil nemen die vooral een bepaalde leeftijdscategorie treffen, zoals het sluiten van de scholen. Je weet dan zeker: de contacten op school verdwijnen uit de simulatie. ‘Tegelijkertijd kijken we welke contacten daarvoor in de plaats komen. Wie is er allemaal thuis? Welke vervangende afspraken zullen kinderen zoal maken? Wat gebeurt er als je ook niet meer mag sporten? Het eindresultaat is dat het virus zich dan op een andere manier gaat verspreiden – door andere leeftijdsgroepen, bijvoorbeeld. Dat wegen we allemaal mee.’

Nog veel onbekend

Toch, zegt Wallinga, is de uitkomst minder zeker dan het misschien klinkt. ‘We kunnen allerlei getallen tot vele decimalen achter de komma uitrekenen, maar uiteindelijk is zo’n model altijd minder exact dan je hoopt.’ 

Dat komt vooral doordat over het virus zelf nog zoveel onbekend is. Kijk bijvoorbeeld maar naar de periode totdat iemand symptomen krijgt, zegt Heesterbeek. Dat varieert, weten we nu, van enkele dagen tot wel twintig dagen. Gemiddeld gaat het om een dag of zes. ‘Betekent dat dat we zes dagen kunnen meegeven aan het model? Of zijn er ook enorm veel mensen die al heel snel of juist heel laat symptomen ontwikkelen?’

En nog zoiets: op dit moment weet niemand of elke leeftijdscategorie wel even besmettelijk is. Zo suggereren Chinese gegevens bijvoorbeeld dat kinderen ongeveer net zo vatbaar zijn voor het virus als ieder ander, terwijl ze toch minder besmettingen veroorzaken. ‘We hopen daar voor Nederland binnenkort meer duidelijkheid over te hebben’, zegt Wallinga.

Ook zijn er steeds meer experts die denken dat er véél meer besmette mensen zijn dan wereldwijd zijn gemeten. ‘De groei van het aantal besmettingen die we nu zien, kun je eigenlijk alleen verklaren als er ook veel onzichtbare gevallen rondlopen’, zegt Heesterbeek. Amerikaanse epidemiologen schrijven deze week in het vakblad Science op basis van een eigen computermodel bijvoorbeeld dat ze verwachten dat in Wuhan vijfmaal zoveel mensen besmet zijn geraakt – met milde of zelfs geen symptomen – dan zijn meegeteld in de officiële cijfers.

‘Dat je dat soort gevallen nu niet ziet, is in Nederland eigenlijk pas van latere zorg’, zegt Heesterbeek. Op de voorspellingen van het model heeft zoiets hoe gek het ook klinkt, namelijk slechts beperkte invloed. Ook mensen met milde klachten, of besmettelijke mensen zónder klachten, zitten dankzij de huidige maatregelen immers grotendeels binnen.

Afwachten hoe de bevolking reageert

En dat – binnen zitten, sociaal minderen – is ‘eigenlijk het enige dat je als individu kunt doen’, zegt Heesterbeek. Daarom is het vooral spannend hoe de bevolking heeft gereageerd op de genomen maatregelen. Gaan verjaardagsfeestjes onverminderd door? Zien mensen de thuiswerkdagen en schoolsluiting als een soort gratis voorjaarsvakantie en trekken ze eropuit? Of blijft men thuis en mijdt men contacten? ‘We maken daarvan wel een schatting in de modellen’, zegt Wallinga. ‘Maar het blijft giswerk.’

Volgens Heesterbeek is het in elk geval fijn dat de boodschap vanuit de overheid de afgelopen week steeds duidelijker werd. ‘Mensen hoeven niet meer te twijfelen’, zegt hij. ‘Maar pas op: het effect op de curve zien we pas ná komend weekeinde terug, halverwege komende week. Ik verwacht dat we dan rond de drieduizend gemeten besmettingen zitten, en daarna zou de groei wat moeten afvlakken. We hopen dat we dan de bevestiging zien dat mensen de overheidsadviezen inderdaad opvolgen. Dat de maatregelen werken.’ Want uiteindelijk is het simpel: wie afstand houdt, redt mensenlevens.

 Bent u na besmetting wel echt immuun?

In het nieuws doen een aantal verhalen de ronde over mensen die nadat ze één keer corona kregen, later opnieuw besmet raakten. Heeft het dan wel zin om te hopen op immuniteit onder de bevolking? ‘Gek genoeg maakt het voor ons model niet eens zoveel uit of je nogmaals besmet kunt raken’, zegt Jacco Wallinga, hoofdmodelleur van het RIVM. ‘Als mensen een tweede keer besmet kunnen raken, is het verloop de tweede keer vermoedelijk minder ernstig. Het zou alleen een probleem zijn als je de tweede keer net zo ziek kunt worden als de eerste keer. Maar daar is geen enkele aanwijzing voor. We houden daar in de modellen geen rekening mee.’

Het zou bovendien zo kunnen zijn, zegt epidemioloog Hans Heesterbeek, dat verhalen over tweede besmettingen het gevolg zijn van een foute testuitslag. De coronatesten zijn immers niet honderd procent nauwkeurig. Gegeven hoeveel tests nu wereldwijd worden uitgevoerd, kan er af en toe best eentje vals-positief zijn. ‘Maar dit is iets dat men zeker in de gaten houdt’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden