Hoe Nederland MH17-slachtoffers naar huis haalde

Alom bewondering oogstte de repatriëring van de slachtoffers van de ramp met de MH17 in Oekraïne. Wie waren de verantwoordelijken en hoe gingen ze te werk? Reconstructie van bijna een jaar risicovol, secuur en empathisch mensenwerk. Dit artikel verscheen eerder op 11 juli 2015.

Satellietfoto van het gebied waar de MH17 is neergestort. Beeld © Demotix Live News/Demotix/Corb

Dinsdag 5 mei 2015, Oekraïne

Michiel Marchand, politiecommandant en woordvoerder repatriëringsmissie

Politiecommandant Michiel Marchand kijkt uit over de zwarte aarde van Grabovo. Nog niet zo lang geleden lag dit veld bij het Oost-Oekraïense dorpje vol verschroeide resten van de MH17-ramp: brokstukken van het vliegtuig en overblijfselen van de lichamen, groot en klein. Maar vandaag is het veld leeg. Alleen de zwarte plekken in het gras herinneren nog aan de catastrofe waarbij 298 vakantiegangers uit de lucht werden geschoten.

Het is de laatste dag dat Marchand en zijn collega's de rampplek bezoeken. Afgelopen weken zaten ze hier dagelijks, uur na uur, met hun knieën op de bodem. Omringd door veiligheidsmensen doorzochten ze de aarde. Geen dag ging voorbij zonder het geluid van artillerie in de verte. 'Jongens, het onweert weer', zei Marchand dan tegen zijn mensen. Met schepjes en zeefjes probeerden ze zo diep mogelijk door te dringen in de grond, tot de weerbarstige klei hen tegenhield. De geur van kerosine nestelde zich in hun poriën. Soms werd die stank afgewisseld door een andere: de indringende geur van de dood.

Michiel Marchand. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Vandaag hebben de schepjes en zeefjes plaatsgemaakt voor zakken vol graszaad. Hun laatste missie zit erop, het is tijd om het grasveld te herstellen zodat ook de lokale bevolking niet telkens wordt herinnerd aan wat er gebeurde op die donderdagmiddag in juli. De taak van het repatriëringsteam om de slachtoffers naar huis te halen, is volbracht. Hopen ze.

Afgelopen weken vonden ze nog duizenden stukjes menselijke resten, op de plek waar grote delen van het vliegtuig brandend waren neergekomen. Samen met enkele juwelen en horloges - die stilstonden op dezelfde tijd.

Hopelijk hebben de nabestaanden iets aan wat we hier hebben gevonden, denkt Marchand. Helpt het bij het rouwproces. Bovenal hoopt hij dat tussen die duizenden menselijke resten ook lichaamsdelen zitten van twee slachtoffers die nog niet zijn geïdentificeerd.

Marchand spreekt zijn wens niet uit. Dit is niet het moment om te praten: de collega's die op het veld rondlopen om gras te zaaien, hebben behoefte aan stilte, om alleen te zijn met hun gedachten, bij het monumentje van knuffelberen dat de lokale bewoners hebben gemaakt.

Marchands gedachten dwalen af naar de afgelopen maanden. Naar de politie- en defensiecollega's die hij zag huilen. Naar de getraumatiseerde Oekraïners die lichamen uit de lucht zagen vallen. En naar een moeder die hem op een van de nabestaandenbijeenkomsten in Nieuwegein aanklampte. Haar dochter is een van de twee slachtoffers van wie nog niets is gevonden. 'Ik ga mijn uiterste best doen uw kind terug te vinden', beloofde hij de geëmotioneerde vrouw.

Meer dan dat kon hij niet zeggen.

Donderdag 17 juli 2014, Nederland

Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO)

In een vergaderzaaltje op Schiphol-Oost zitten tien politiemensen van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO). Het is vroeg in de avond. Op tv zien ze hoe Malaysia Airlines-directeur Huib Gorter een persconferentie geeft. 'Om 14.15 uur Oekraïense tijd heeft de luchtverkeersleiding het contact verloren met vlucht MH17', spreekt hij tot tientallen journalisten. De tien politiemensen zien hoe hij wordt omringd door camera's, hoe fototoestellen onafgebroken klikken. Hoe Gorters stem soms hapert door emoties en hoe hij steun betuigt aan de nabestaanden van de slachtoffers die zijn neergeschoten in het door Oekraïense rebellen beheerste gebied.

'Hoe gaan we dit aanpakken?', zegt Arie de Bruyn. Hij is operationeel hoofd van het LTFO. Een deel van de mensen die voor hem zitten, kent hij al jaren. De tsunami in Zuidoost-Azië, de vuurwerkramp in Enschede, het gecrashte vliegtuig in Libië - elke keer als het noodlot toeslaat, ziet hij ze weer.

Ze weten niet hoe ze het moeten aanpakken, is de eerste reactie van het team. Want veel meer dan wat Gorter net op de persconferentie heeft verklaard, is op dat moment niet bekend. Het enige wat zeker is, is dat er onder de slachtoffers veel Nederlanders zijn, dat het vliegtuig is neergekomen in een 'niet al te vriendelijk' gebied én dat er - op welke manier dan ook - een rol voor het identificatieteam is weggelegd.

Vrijdag 18 juli 2014, Oekraïne

Alexander Hug, hoofd OVSE-waarnemingsmissie

Alexander Hug is al 24 uur wakker als hij met zijn OVSE-waarnemers, geëscorteerd door pro-Russische rebellen, in pantserwagens in het uitgestrekte rampgebied aankomt. In de berm ligt de staart van een vliegtuig, verderop smeulen geblakerde wrakstukken. Hij ziet lichamen, koffers, speelgoed, vakantiespullen. Hij ziet journalisten. Hij ziet gewapende mannen. En ineens staat daar de lokale leider, een grote, intimiderende man met een machinegeweer, die naar alcohol stinkt. De Zwitser Hug legt uit dat hij neutraal is, dat hij rapporteert over de veiligheidssituatie, dat hij erop wil toezien dat de lichamen respectvol worden geborgen.

Alexander Hug. Beeld Daniel Rosenthal / de Volkskrant

De sfeer is gespannen. Wanneer een journalist een stap van de weg af zet, het veld in, schiet de rebel met zijn machinegeweer in de lucht. Hug besluit dat het genoeg is en vertrekt met zijn team naar de dichtstbijgelegen stad, Donetsk. In het Radisson-hotel, waar hij bijna geen stap kan verzetten zonder dat journalisten een microfoon onder zijn neus duwen, ontmoet de OVSE-leider Alexander Borodaj, de 'premier' van de zelfbenoemde Donetsk People's Republic. Ze onderhandelen tot diep in de nacht. Ze worden het eens. Hug zal de komende weken rapporteren hoe lokale reddingswerkers tenten op de rampplek opzetten. Hoe ze de lichamen in bodybags plaatsen. Hoe rebellen zich verhouden tot de hulpverleners.

En hij zal rapporteren hoe de frontlinie van het conflictgebied steeds dichter bij de rampplek komt. Zo dichtbij zelfs, dat hij de kogels hoort vliegen.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Interview Alexander Hug

De Volkskrant interviewde eerder Alexander Hug. Lees het hier terug.

De rampplek, gefotografeerd op 17 juli, de dag dat het toestel neerstortte. Beeld epa

Zondag 20 juli 2014, Nederland

Arie de Bruyn, hoofd LTFO

Het is nog nacht als LTFO-leider Arie de Bruyn met een collega achter de computer zit op Schiphol. Ze schrijven een brief: waarom Nederland de lichamen moet terughalen en de slachtoffers het beste hier kan identificeren. Wat de minister, of misschien de Nederlandse ambassadeur in Oekraïne, met de brief zal doen, weten ze niet. Maar ze willen duidelijk maken dat ze het aankunnen. Achthonderd lijkkisten zijn besteld - rechthoekig, niet in trapeziumvorm, zodat ze gestapeld kunnen worden in het vliegtuig. De contacten met buitenlandse forensisch experts die willen helpen, zijn gelegd. Tientallen familierechercheurs zijn op pad gestuurd. Om de nabestaanden te ondersteunen, maar ook om bij hen dna af te nemen en tandenborstels, kammen en andere spullen te verzamelen waarop dna zit van de overledenen.

Arie de Bruyn. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Niet lang daarvoor heeft het Nederlandse identificatieteam nog een oefening gehouden in de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum. Voor het geval er iets mis zou gaan bij de Nuclear Security Summit, de nucleaire veiligheidstop in Den Haag. De ervaringen in Hilversum waren goed, schrijft De Bruyn. De kazerne is om veiligheidsredenen zo gebouwd dat het een dorp lijkt vanuit de lucht. Een van de gebouwen lijkt op een kerk en heeft een grote ruimte die geschikt is om meerdere 'identificatiestraten' in te richten voor de pathologen, vingerafdrukexperts, rechercheurs, forensisch tandartsen en antropologen. Er is slaapruimte voor de onderzoekers, er is een kantine, het ligt afgelegen en wordt goed beveiligd.

Hij weet: wat zich in Kiev afspeelt, is een diplomatieke balansoefening. Zijn team concludeerde snel na de ramp dat het de regie wilde nemen, dat de twijfels over de Oekraïense capaciteiten te groot zijn. Maar hoe regel je dat? Van zijn 'verkenners' - vijf politiecollega's die vrijdag mee vlogen met de minister van Buitenlandse Zaken in het regeringstoestel - hoort hij dat de ene Oekraïense bewindsman de lichamen wil laten gaan, de andere niet. Het kan nog alle kanten op.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Een pro-Russische rebel bewaakt het station van Torez waar een trein met vier koelwagons met lichamen van slachtoffers van de vliegramp in Oekraine klaar staat om te vertrekken. Beeld anp

Dinsdag 22 juli 2014, Nederland

Johan van Soest, commandant militaire vliegbasis Eindhoven

Het is zeven uur in de ochtend als in de bossen bij Loosdrecht een telefoon gaat. Johan van Soest is zojuist opgestaan om met zijn hond te gaan wandelen. De zon schijnt, de labrador rent vooruit als Van Soest zijn vakantiehuisje verlaat.

Afgelopen dagen is de commandant van de militaire vliegbasis Eindhoven meerdere malen gebeld met de vraag of hij beschikbaar is als dat nodig zou zijn. 'Ja', had de voormalig F16-piloot geantwoord. Voorbereidingen heeft hij nog niet getroffen. Tijdens zijn opleiding is hij immers gedrild: bij elke missie kan op het laatste moment alles veranderen. Als je vooraf overal rekening mee gaat houden, heb je het heel druk. Dus kom pas in actie als je zeker weet dat er iets gaat gebeuren.

Johan van Soest.

Dat moment is nu aangebroken: zondag werd bekend dat de lichamen naar Nederland komen en zojuist is besloten dat ze zullen landen op vliegbasis Eindhoven. Een ceremonie op Schiphol zou te ingrijpend zijn voor het luchtverkeer. Op Eindhoven Airport, met zo'n honderd commerciële vluchten per dag, zijn de gevolgen te overzien. Bovendien lopen daar luchtmachtdeskundigen rond die ervaring hebben met de repatriëring van oorlogsslachtoffers. Anderhalf uur lang loopt Van Soest bellend door het bos. Dan hangt hij op om de hond terug te brengen, afscheid te nemen van zijn gezin en terug te keren naar de basis.

Daar treft hij om één uur een team dat de ceremonie moet organiseren. Rond een tafel zitten een politievertegenwoordiger, de marechaussee, de verantwoordelijke van het bureau ceremonieel en protocol, een cateraar, vertegenwoordigers van een transportbedrijf en een begrafenisondernemer.

Welke rol voor Van Soest is weggelegd - als 'baas' van het militaire vliegveld - is hem op dat moment onbekend. In Den Haag zal men wel een draaiboek hebben bedacht, denkt hij. Maar na een kwartier komt hij tot de conclusie dat niemand iets heeft voorbereid. Alle aanwezigen kijken naar hem. Wacht eens even, als ik hier niets ga doen, gaat het niks worden, schiet door zijn hoofd. Hij fluit op zijn vingers, zoals hij wel vaker doet als hij vindt dat het tijd is voor actie. Hij staat op een loopt naar de flipover: 'Oké, hoe willen we dat de ceremonie eruit komt te zien? En wat moeten we daarvoor regelen? Jongens, denk even met me mee.' De lijst loopt vol met wat nodig is: rouwauto's, bussen, vlaggen, masten, klapstoelen, schermen die nabestaanden afscheiden van journalisten. Catering. Mobiele keukens. Wc's.

Dinsdag 22 juli 2014, Oekraïne

Hans van de Ven, commandant onderzoeksteam in Oekraïne

Operationeel commandant Hans van de Ven klimt op een steen. Het is bloedheet in Charkov, bijna veertig graden. Zometeen zal de trein met doden aankomen en hij wil orde scheppen in de chaos. Samen met zo'n driehonderd hulpverleners staat hij op een voormalig militair fabrieksterrein. Ze kennen elkaar niet. De Oekraïners hebben zojuist de laatste reparaties uitgevoerd aan de spoorlijn van het oude station, zodat die de trein kan dragen; het gras is gemaaid en militairen staan klaar om het terrein af te sluiten voor pottenkijkers.

Vertegenwoordigers en reddingswerkers uit onder meer België, Australië, Maleisië en Duitsland staan samen met de Nederlanders te wachten op de trein die zeventien uur eerder is vertrokken vanuit Torez, een door de rebellen bezet plaatsje vlakbij het rampgebied. Niemand weet wat ze moeten verwachten. Lichamen van mogelijk honderden slachtoffers liggen in de vier grijze koelwagens. Zometeen zullen de lichamen per ambulance naar een grote loods worden vervoerd en in de honderden doodskisten worden gelegd die afgelopen nacht zijn ingevlogen. Elke bodybag zal worden bekeken met röntgenapparatuur om de lichamen er niet uit te hoeven halen én om zeker te weten dat er geen explosieven bij zijn gestopt. Het hele proces, elke handeling, wordt gefilmd - als bewijsmateriaal. Dat is een eis van Oekraïne, want voor de uittocht van honderden ongeïdentificeerde doden is geen juridische basis. Nooit eerder is het op deze manier gebeurd.

Hans van de Ven. Beeld Defensie

Van de Ven vraagt elke groep een afgevaardigde vooruit te schuiven om samen in een carré-vorm te staan als de trein aankomt. Hij vraagt twee minuten stilte, waarna een van zijn collega's een korte toespraak houdt. Hij memoreert het moment als de 'eerste stap op weg naar huis'. Het is muisstil op het vervallen station. Daarna vraagt Van de Ven iedereen die niet direct nodig is bij het 'kisten' van de lichamen weg te gaan, uit respect voor de doden. De deuren van de wagons gaan open, een deel van de aanwezigen drukt zijn hand voor de neus.

Woensdag 23 juli 2014, Nederland

Johan van Soest, commandant militaire vliegbasis Eindhoven

Commandant Johan van Soest staat in zijn uniform op het platform in Eindhoven. Voor hem zitten de hooggeplaatsten: de koning en de koningin, een delegatie van het kabinet en buitenlandse bewindslieden. Op de achtergrond hoort hij de harde gil van een van de nabestaanden. The Last Post klinkt over het terrein, de eerste kist wordt uit de Hercules gedragen.

De afgelopen 24 uur heeft Van Soest samen met militairen, politie, marechaussee en cateraars alles geregeld. Mislukken is geen optie, hield de voormalig F16-piloot zijn mensen voor. Slechts één ding was zeker: de klok tikt door. Verder bleef alles onduidelijk tot op het laatste moment.

Gisteravond hoorde hij dat hij moest rekenen op negentig doodskisten, dat werden er tachtig, toen vijftig en daarna 23. Want ook in Oekraïne was het lastig te voorspellen hoe snel het 'kisten' van de bodybags zou gaan. Uiteindelijk stegen het Nederlandse Hercules-vliegtuig en de Australische Globemaster op met veertig kisten en wist de commandant hoeveel auto's en dragers hij nodig had.

Een deel van de militairen heeft nog nooit een doodskist hoeven dragen, zoveel dragers had het Nederlandse leger tot nu toe immers niet nodig. Vanochtend zijn de nieuwelingen begonnen met oefenen. Niemand die dat ziet, constateert Van Soest. Precies op het juiste moment, in het juiste ritme, zetten ze hun voeten neer en tillen ze de kisten op hun schouders om ze even verderop te laten zakken bij de rouwauto's.

Ondertussen houdt hij de omgeving in de gaten of er niks mis gaat. Zijn team heeft - voor zover ze weten - overal aan gedacht. Zonnebrand. Extra water. Een alternatieve locatie voor het geval het gaat onweren. Een aparte opvanglocatie voor de nabestaanden zodat zij niet per ongeluk een journalist tegen het lijf lopen. Extra auto's voor als er eentje niet wil starten. Reserve-dragers voor het geval iemand onwel wordt door de hitte.

Aan één ding hebben ze niet gedacht, ontdekt hij als de ceremonie is geëindigd. Wat gebeurt er na de ceremonie? Zo ver waren ze niet gekomen. Hij ziet de vertwijfelde blikken van de bewindslieden en het koninklijk paar. De koning wil de nabestaanden steun betuigen. 'Dat kan', antwoordt Van Soest. 'Dan kunt u het beste naar de officiersmess gaan.' Wat hij zich op dat moment niet realiseert, is dat de nabestaanden op het vliegveld willen blijven om, aarzelend, de laadruimte van de Hercules te betreden. En dat het koninklijk paar even voor een dichte deur zal staan.

Een lijkkist met resten van de slachtoffers van de vliegramp met vlucht MH17 wordt in een rouwwagen gedragen op vliegbasis Eindhoven. Beeld anp

Dinsdag 26 augustus 2014, Nederland

Wim Heijnen, coördinator MH17 bij het Nederlands Forensisch Instituut

'Daar komt de man van de hoop', klinkt het als Wim Heijnen binnenkomt. De woorden zijn van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, die met een delegatie van het kabinet staat te wachten tot de besloten nabestaandenbijeenkomst in Nieuwegein begint, de tweede sinds de ramp. Heijnen is bij het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) verantwoordelijk voor het forensisch MH17-onderzoek. Inmiddels zijn 173 slachtoffers geïdentificeerd. Hij zal de nabestaanden straks vertellen dat hij en zijn team nog eens 110 unieke dna-profielen hebben veiliggesteld.

Zijn tekst heeft hij zorgvuldig doorgesproken met de communicatieafdeling van het NFI en afgestemd met Arie de Bruyn van het LTFO - elk woord is gewikt en gewogen. Na het horen van de woorden van Opstelten realiseert hij zich opnieuw wat van hem wordt verwacht. Zijn boodschap is er een van hoop: hoop dat de lichamen snel terugkeren naar hun familie. Maar hij wil ook geen valse verwachtingen wekken. Want, zal hij zeggen als hij in het volle licht staat op het podium, 'we kunnen niet uitsluiten dat er ook dna tussenzit van een Oekraïense boer die het vliegtuig mogelijk op zijn nek heeft gekregen. En het is oorlogsgebied, dus we moeten ook met het scenario rekening houden dat iemand lokale oorlogsslachtoffers tussen de lichamen heeft gelegd.'

Wim Heijnen.

Het is stil in de zaal wanneer Heijnen zijn verhaal houdt. NFI'ers zijn gewend hun werk zo abstract mogelijk uit te voeren. Nooit wordt gesproken over namen van slachtoffers, alleen over human remain-nummers. Ieder monster heeft een unieke barcode. Zo houden ze afstand, blijft het werk behapbaar en maken ze zo min mogelijk kennis met het drama dat achter de dna-monsters schuilgaat. Afgelopen jaren is het Heijnen niet altijd gelukt dit strikt gescheiden te houden. Zo heeft hij meerdere malen ouders van vermoorde kinderen uitleg gegeven over dna-onderzoek. Maar hier, in het congrescentrum in Nieuwegein, komt de wereld die verstopt zit achter de barcodes en human remain-nummers nog veel dichterbij.

Na zijn toespraak baant hij zich een weg naar een nabijgelegen zaaltje, waar nabestaanden met vragen terecht kunnen bij NFI-vertegenwoordigers. Onderweg wordt hij aangeklampt door huilende mensen. Sommigen vragen: 'Wanneer krijg ik nieuws over mijn zoon?' Anderen vertellen hem spontaan hoe ze ruim een maand geleden afscheid namen van hun geliefden op Schiphol.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Minister Frans Timmermans (R) van Buitenlandse Zaken arriveert voor de bijeenkomst van nabestaanden van de vliegramp met vlucht MH17. Beeld anp

Vrijdag 31 oktober 2014, Oekraïne

Michiel Marchand, politiecommandant en woordvoerder repatriëringsmissie

'Nog vijf minuten', zegt Michiel Marchand. Hij staat op het oude militaire complex in Charkov. Er is nauwelijks verlichting en de politiecommandant kleumt van de kou. Om hem heen staat het bijna volledige Nederlandse repatriëringsteam, samen met een delegatie van Oekraïne. Op dit moment - waarvan lang onduidelijk was of het überhaupt nog zou komen - wachtte hij al tijden. Hij formeert twee rijen: een met Nederlanders en een met Oekraïners. Zo zullen ze hun collega's en hun vracht straks ontvangen. Een minuut stilte markeert het moment.

Dit moment maakt een einde aan een al maanden sluimerende frustratie. Sinds 6 augustus, toen de eerste Nederlandse onderzoeksmissie moest worden gestaakt omdat het te gevaarlijk werd, hebben degenen die achterbleven in Oekraïne geen enkel lichaam kunnen bergen. Ze zaten te wachten in hun hotel in Charkov en zagen tot hun ergernis berichten voorbijkomen dat de Nederlanders niks deden en dat de rebellen het beeld wekten: de Nederlanders mogen wel komen, maar ze durven niet.

Zijn team - waaraan hij samen met zijn defensiecollega Hans van de Ven leiding geeft - heeft van alles geprobeerd. Via Alexander Hug van de OVSE, via gouverneurs, dorpshoofden, priesters en lokale hulpverleners poogden ze informatie te krijgen over mogelijke menselijke resten en persoonlijke bezittingen. Zelf zoeken in het kilometers uitgestrekte rampgebied was geen optie. Steeds was de constatering van inlichtingendiensten: het is te gevaarlijk. Of hun werd de toegang ontzegd. Bovendien zeiden de rebellen dat ze op bepaalde delen van de rampplek toch niets zouden vinden.

Naar de redenen van de rebellen om dit te beweren, kan Marchand alleen maar gissen. Een week eerder ontdekte hij dat de bewering niet klopte. Een Nederlandse journalist, een nabestaande en een fotograaf hadden het dorpje Grabovo bezocht en vonden er wel degelijk menselijke resten, te midden van uitgebrande vliegtuigdelen. Via de OVSE heeft Van de Ven geregeld dat hij met drie collega's nu wél poolshoogte mag nemen.

Beeld de Volkskrant

Op handen en knieën, met steun van lokale hulpdiensten, doorzoeken ze de plek. Ze schrikken. 'Hier ligt nog heel veel', vertelt een geëmotioneerde Van de Ven telefonisch aan politiecommandant Marchand.

Die avond ziet Marchand zijn militaire collega's terug. Na een rit van honderden kilometers rijden de gepantserde auto's het slecht verlichte terrein in Charkov op. Marchand ziet hun gezichten en de tranen op de wangen van een collega. Eindelijk, denkt hij, hebben we weer wat kunnen bereiken.

Maandag 10 november 2014, Nederland

Arie de Bruyn, hoofd LTFO

Vandaag hoeft Arie de Bruyn niks te doen. De leider van het identificatieteam hoeft alleen maar aanwezig te zijn. Hij loopt door de Amsterdamse RAI naar zijn plek. Daar wordt de Nationale Herdenking gehouden. Normaal gesproken wordt hij op bijeenkomsten met nabestaanden constant aangesproken, bestookt met vragen over hoe het identificatieproces in de Hilversumse kazerne verloopt. Maar vandaag, nu hij zijn normale kleding heeft verruild voor zijn officiële politieuniform, blijkt niemand hem te herkennen. Voor het eerst voelt De Bruyn - die in de weken na de ramp geregeld in de media optrad - zich niet de personificatie van het Hilversumse identificatieproces.

Hij neemt plaats, zit zelfs een beetje onderuitgezakt, en ontspant zich. Hij hoort de namen van de slachtoffers voorbijkomen. Ze worden één voor één voorgelezen. En dan gebeurt er iets wat de bijna gepensioneerde zestiger tijdens zijn hele loopbaan nog nooit heeft meegemaakt. Van geen enkel slachtoffer dat hij in al die jaren heeft geïdentificeerd, onthield hij de naam. Een soort zelfbescherming van zijn brein, luidt zijn verklaring. Maar opeens ziet hij bij elke naam iemand voor zich en herinnert hij zich de details van hun lichamen. Bij de ene was het lastig om een kwalitatief goed dna-monster te nemen en moest het onderzoek over. Bij twee zusjes deden ze extra hun best om onderscheid te maken tussen de jongste en de oudste. En bij weer een ander was er een probleem met de vingerafdrukken.

De namen worden opeens mensen. De LTFO'er - degene die alle identificaties controleert, die in zijn leven duizenden slachtoffers van branden, overstromingen en vliegtuigrampen zag - schrikt op in zijn stoel. Nu komen de emoties voor de 'mens Arie' te dichtbij.

De rampplek in november 2014. Beeld afp

Zondag 3 mei 2015, Nederland

Laura Willemstein, medewerker Nederlands Forensisch Instituut

Als Laura Willemstein de Hilversumse kazerne binnenrijdt, ziet ze de knuffelberen bij de poort liggen. Onbekenden hebben verse bloemen neergelegd om het nieuwste en tevens laatste konvooi met menselijke resten te eren. Al sinds juli vorig jaar houdt MH17 haar bezig. Zo weet ze het moment van de eerste identificatie nog goed. Een collega klopte op de deur van haar laboratorium: 'We hebben een match!' Ze glimlachte achter haar mondkapje. Niet dat ze wist om wie het ging; een NFI'er kent alleen de nummers. Maar zulk nieuws moet meteen worden gedeeld. De collega's die die dag niet werkten, kregen meteen een bericht op hun MH17-groep-whatsapp.

De Hilversumse kazerne is uitgegroeid tot een begrip in haar wereld. Hier komen alle dna-monsters vandaan die zij samen met haar collega's heeft onderzocht. Tot nu toe was haar aanwezigheid in de kazerne niet nodig, kon ze haar werk beter doen in haar laboratorium in Den Haag. Maar dat is veranderd.

Laura Willemsen

De laatste doodskisten zijn aangekomen op vliegbasis Eindhoven. Hoewel er waarschijnlijk nog steeds menselijke delen op de kilometers uitgestrekte rampplek liggen, is de repatriëringmissie voorbij. Op twee na zijn alle 298 passagiers gevonden tijdens eerdere zoekacties in juli, augustus, oktober en november. Al is niet van iedereen het hele lichaam teruggevonden. En bij de laatste zoekactie bij het plaatsje Grabovo - die met de lentezon in april van start kon gaan, omdat de aarde ontdooide - hebben de Nederlandse en Maleisische onderzoekers opnieuw veel gevonden. Hopelijk zitten daar de twee nog ontbrekende slachtoffers bij.

Aan Willemstein en haar collega's de taak om deze duizenden stukjes - voornamelijk botten - te ordenen in de kazerne, in een ruimte die normaliter dienst doet als leslokaal voor militair verpleegkundigen. Twee dagen werken ze door, van 's morgens tot 's avonds. Gehuld in beschermende kleding pakt ze de stukjes bot uit de plastic containers. Minimaal een halve gram heeft ze nodig voor een dna-monster. Een deel van de botten is groot genoeg, andere blijken te klein. Zo nu en dan treft ze iets anders aan: een takje, een stukje schedel van een vogel of de tand van een koe. Er is haast bij, klinkt het onder degenen die betrokken zijn bij de repatriëring en identificatie, want, vinden ze, alle nabestaanden zouden hun geliefde terug moeten hebben voordat een heel jaar is verstreken.

Dinsdag 5 mei 2015, Oekraïne

Hans van de Ven, commandant onderzoeksteam in Oekraïne

Koop een paar kilo graszaad, heeft Hans van de Ven aan een van zijn teamleden gevraagd. Afgelopen weekend is de helft van het repatriëringsteam waaraan hij en Marchand leiding gaven al vertrokken, samen met de laatste doodskisten. Op vliegbasis Eindhoven werden deze defensie- en politieonderzoekers ontvangen door de nabestaanden. Sommigen vielen hen huilend om de hals, vertelden ze 's avonds telefonisch aan de teamleden die waren achtergebleven in Oekraïne. Heftig, vonden ze allemaal. Te heftig, vonden sommigen.

De achterblijvers voelen zich ontheemd nu hun groep is gehalveerd. Maandenlang stond hun leven gezamenlijk in het teken van de catastrofe en het naar huis brengen van de slachtoffers. Nu is het tijd om af te ronden, over een paar dagen vliegen zij ook naar huis. Ze brengen flessen jenever en kleine geschenken aan degenen die hulpvaardig waren. Ze betalen de werklozen die ze de afgelopen maanden voor een mijnwerkersloon hebben ingehuurd om de bossen en de velden te doorzoeken. En ze zaaien gras.

Ze waren typerend voor de bevolking in het gebied: de sociaal zwakkeren die te arm waren om te vluchten voor het oorlogsgeweld en geen hulp hadden gehad na het zien van vallende lichamen.

De defensiecommandant wil de verschroeide plekken in het grasveld laten verdwijnen. De rampplek moet geen plek zijn die blijft confronteren, maar een plaats om te herdenken. Zodat ook de lokale bevolking verder kan. Samen met de dorpsbewoners hebben ze een ceremonie gehouden bij het zelfgemaakte monumentje. De dorpsdichter heeft een gedicht voorgedragen.

Vergeten zullen de bewoners het nooit, weet Van de Ven uit ervaring met eerdere rampen. Ook voor hem zal MH17 altijd een onderdeel blijven van zijn leven. Tien maanden lang stond hij ermee op en ging hij ermee naar bed. Aan niemand kan hij uitleggen wat hij heeft gezien, geroken en gevoeld. Het heeft hem gevormd, dat weet hij zeker.

Hoe? Daar zal hij te zijner tijd achter komen.

Woensdag 1 juli 2015, Nederland

Arie de Bruyn, hoofd LTFO

Zeg nooit nooit. Maar als Arie de Bruyn professioneel naar de situatie kijkt, kan hij geen andere conclusie trekken dan dat de hoop is vervlogen. De kans dat de laatste twee slachtoffers nog worden gevonden, is zo goed als nihil.

Afgelopen weken ontving hij de dna-resultaten van de laatste repatriëringsmissie in april en mei. Ze hadden de afspraak: zodra het van één van de twee vermiste slachtoffers is, wordt iedereen gebeld. Maar hij werd niet gebeld.

Twee weken geleden - nadat hij er kansberekening op losliet - realiseerde hij zich dat dit waarschijnlijk ook niet meer zal gebeuren.

De familierechercheurs van de betrokken nabestaanden zijn definitief ingelicht. Vandaag vergadert De Bruyn met het resterende team. Ze moeten een protocol ontwikkelen voor áls Oekraïense burgers toch nog menselijke resten vinden. Ze moeten alle lichamen die in de Hilversumse kazerne nog wachten op een begrafenis, teruggeven aan hun families. De meeste slachtoffers zijn al begraven. Maar tientallen families wilden dit uitstellen totdat ze zeker wisten dat er geen lichaamsdelen van hun geliefde meer zouden worden gemeld.

Dat moment is nu gekomen.

De kazerne is inmiddels weer wat hij voor 17 juli 2014 was: een opleidingscentrum voor medisch militair personeel. De pathologen, tandartsen, vingerafdrukspecialisten en dna-experts die het militaire complex maandenlang bewoonden, zijn verdwenen. Niets op de binnenplaats doet meer denken aan de bijna dagelijkse erehaag die het identificatieteam vormde. In de begindagen droegen ze nieuw aangevoerde kisten zelf uit de rouwauto's naar de koelcellen. In de tijd erna deden ze hetzelfde bij elk geïdentificeerd slachtoffer dat de kazerne verliet om terug te keren naar familie.

Alleen een paar koelcontainers in de hoek van het terrein herinneren nog aan het proces dat zich hier heeft afgespeeld, en de twee ruimtes waar De Bruyn met het resterende team zijn administratie afhandelt. Hij heeft een dubbel gevoel. Na de missie in Libië in 2010 kon zijn team zeggen: het rampterrein is schoon, alle slachtoffers zijn gevonden. Ditmaal niet. Dat blijft knagen. We hebben het proces niet volledig kunnen beheersen, denkt De Bruyn. Een meldpunt vlak bij de rampplek, waar de lokale bevolking vondsten kan brengen, is het enige dat resteert. Hoe lastig het ook is, zegt De Bruyn, het moet een keer afgelopen zijn. Ook voor de nabestaanden.

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.