'Hoe Nederland kan profiteren van buitenlandse studenten (en vice versa)'

Op dit moment is de integratie van buitenlandse studenten binnen de Nederlandse universiteit ronduit slecht. Dat stelt Tabitha Speelman, student Asian Studies.

Buitenlandse studenten van verschillende nationaliteiten pakken hun tassen in na afloop van de Nederlandse les. © ANP

Blij verbaasd was ik bij het zien van de koppen: 'Buitenlandse studenten, wat heb je eraan' en 'Nederland profiteert niet van buitenlandse studenten,' naar aanleiding van de financieel georienteerde kosten-batenanalyse van buitenlandse studenten in Nederland die het kabinet presenteerde. Eindelijk gaan we het hierover hebben.

De licht verongelijkte toon van de koppen en inhoud van bijbehorende artikelen was minder verrassend en past binnen een week met nieuws over dure Duitse studenten en teveel Polen in onze bijstand. Hier spreekt een land krampachtig gefixeerd op haar welvaartsstaatskas dat de in het buitenland nog intacte reputatie van tolerant en internationaal georienteerd allang niet meer verdient.
Dit rapport doet er goed aan de toe-en uitstroom van studenten aan elkaar te verbinden.

Afhankelijkheid van locatie, zijn 'zij' immers 'ons,' en 'wij' 'hen': dat is nu net een van de inzichten die succesvole internationalisering zou kunnen bewerkstelligen. Op dit moment valt bij het beschouwen van deze twee vraagstukken echter op hoe basale niet-financiele aspecten van internationalisering van het hoger onderwijs die vooraf zouden moeten gaan aan een kosten-batenanalyse, systematisch worden genegeerd.

Her-inburgerende student
Ik spreek hier op basis van, om in de sfeer van dit kabinet te blijven, mijn eigen vergelijkend marktonderzoek, gebaseerd op vijf jaar studie in vier landen, als een her-inburgerende student die zich nu evenzeer deel van de 'thuis' als de 'uit' groep voelt. In mijn jaren in het buitenland gingen de letterlijke en figuurlijke kosten altijd voor de baten uit, en ik pleit hier dan ook voor een holistisch, langetermijn-perspectief op de internationalisering van ons hoger onderwijs waarin de huidige inbalans verbeterd kan worden met geld, maar vooral ook moeite op de juiste plekken: breedgedragen integratie van buitenlandse studenten in Nederland en geintegreerde stimulans van buitenlandervaring voor Nederlandse studenten.

Contact
Op dit moment is de integratie van buitenlandse studenten binnen de Nederlandse universiteit ronduit slecht. 'Nederlanders zijn erg vriendelijk, maar ik ken er eigenlijk niet een goed', is de reactie die ik - op een enkele uitzondering na - krijg als ik aan een Chinese medestudent vraag hoe het met de integratie gaat. Het maakt daarbij niet uit of de student in kwestie twee maanden of twee jaar in Leiden is, en in plaats van 'Chinese', kan je ook 'Finse', 'Indonesische' of 'Italiaanse' invullen. Zelfs als je rekening houdt met eenzijdige belangstelling, (cultureel bepaalde) schroom, verschillende interesses, of andere vaak gehoorde redenen voor het uitblijven van contact buiten het klaslokaal, blijft de scheiding tussen Nederlandse en internationale studenten opmerkelijk rigide.

Deze strikte scheidslijn is niet puur te wijten aan de taalbarrière. Een Britse vriendin die na een studie Nederlands in Cambridge in Nederland aankwam werd alsnog 'internationaal' gelabeld en moet vechten haar vloeiend Nederlands te kunnen gebruiken. Ze vindt het hier geweldig maar veegt de tafel aan met een internationaliserend Nederland: 'Nederlanders bewaren hun 'international face' voor het buitenland. Binnenslands moet internationalisering 'leuk blijven' en vooral geen extra inspanning kosten.'

Deze ervaringen staan in schril contrast tot mijn jaren in de VS en China, waar ik zonder uitzondering elke feestdag en vakantie bij iemand thuis doorbracht. Het was vaak moeilijk kiezen tussen de uitnodigingen van vrienden, docenten, mensen van sport of werk, en dat ik een dag, een week of een maand kon blijven sprak voor zich.

Ons-kent-ons-cultuur
Zonder de ons-kent-ons-cultuur of typisch Nederlandse studententradities - zoals het verenigingsleven dat zich moeilijk laat internationaliseren en waardoor bijvoorbeeld het gemeenschapsgevoel binnen de universiteit relatief laag is - te veroordelen: het kan dus anders en universiteitsgemeenschappen zouden eens moeten nadenken over hoe anders ze het zouden willen. Belangrijk is hierbij het besef dat in plaats van een vriendelijk 'hoi' een uitnodiging om eens te komen eten of onderzoek te bespreken, geen liefdadigheid is maar eigenbelang. Buitenlandse studenten hebben het hier prima naar hun zin zonder ons. Dit is de niet in euro's om te zetten internationalisering van Nederland(ers). En zonder deze fase blijven ze inderdaad nooit in Nederland.

Op institutioneel niveau ligt ook nog ontzettend veel ruimte voor het creëren van een dergelijke internationale gemeenschap. Hoe dit te realiseren in een universiteit van 20 000 studenten, in plaats van op het Cambridge college van 400 mensen waar mijn vriendin vandaan komt of de 4000 van een gemiddeld Amerikaans liberal arts and sciences college, is een uitdaging. Op dit moment is binnen de Nederlandse universiteiten onduidelijk op welk niveau (International Office, faculteit, opleiding etc.) wat geregeld wordt en door die onduidelijkheid worden ook de leemtes gemist. Zo legde ik twee dagen geleden een buitenlandse MA student Internationaal Recht nog uit hoe je boeken digitaal aanvraagt in de UB. Tijdens haar introductie afgelopen augustus ging het alleen over het studentenleven en kreeg ze op de laatste dag ook kort de studiecoördinator te zien, heel anders dan tijdens bijvoorbeeld mijn eerste week aan een Amerikaanse universiteit waar de introductie (ook) ging over de studie waarvoor je kwam.

Bureaucratische obstakels
Een vergelijkbaar ontbreken van besef van de noodzaak voor culturele en institutionele aanpassingen binnenslands blijkt ook op het gebied van Nederlandse studenten in het buitenland. Hoewel er de laatste jaren vooruitgang geboekt is ten aanzien van het meenemen van de studiefinanciering, zijn de bureaucratische obstakels nog altijd aanzienlijk. Gisteren op een halfjaarlijkse bijeenkomst van Nederlandse Wereldwijde Studenten (NEWS), een organisatie die zich inzet voor de belangen van Nederlandse studenten in het buitenland, werd mij weer duidelijk wat een exorbitante motivatie er nodig is om als Nederlander in het buitenland te gaan studeren, maar ook hoe in de meeste gevallen die motivatie nog altijd gepaard gaat met culturele en financiele middelen waar maar een heel selecte groep van de Nederlandse samenleving toegang tot heeft.

De gepriviligeerde positie van deze groep doet niets af aan hun talent en motivatie, maar laat wel zien hoe zelfs van de 15 procent vwo-leerlingen in het voortgezet onderwijs maar een zeer kleine groep gestimuleerd wordt tot het kijken van over de grens bij het overwegen van hun studiekeus. En dat zegt weer iets over de agenda van ons voortgezet onderwijs, waarin minieme aandacht voor schrijf- en spreekvaardigheden niet voorbereiden op het schrijven van een goed motivatie-essay in welke taal dan ook.

Er werd gisteren ook hardop getwijfeld aan redenen om terug te keren naar een maatschappij waarin 'excelleren' weliswaar een minder vies woord is dan vijf jaar geleden, maar waar tegelijkertijd beursprogramma's als het Huygens Talentenprogramma worden stopgezet en je je een levenlang zal moeten verantwoorden voor een 'internationalere' werkethiek of zelfs vriendenkring. De vergelijking met de kosten die de regering maakt voor buitenlandse studenten in Nederland werd ook geregeld gemaakt. Door zulke 'scheve ogen' en het gebrek aan stimulans om terug te keren, loopt Nederland ook de voortrekkersrol die deze groep zou kunnen spelen bij het vervagen van de huidige scheidslijn tussen Nederlandse en buitenlandse studenten mis.

Dit zijn maar enkele voorbeelden van de beperktheid van de huidige invalshoeken die pas zichtbaar worden als je uitzoomt. Om die zo gewilde internationalisering van het hoger onderwijs die ons op dit moment om zeer aanwijsbare redenen ontglipt dichterbij te brengen, is een breed debat tussen studenten, docenten, universiteitsbesturen en landelijke beleidsmakers nodig. Zo'n debat zal raken aan veel gerelateerde maar in dit stuk niet genoemde vraagstukken zoals de toekomst van het Nederlands binnen de universiteit, de uitdagingen van het integreren van university colleges met het reguliere systeem, de hoge uitval van studenten in het eerste jaar van hun opleiding enzovoorts. Dan kunnen we op weg naar die kwalitatieve transformatie, naar een maatschappij waarin buitenlandse studenten blijven en Nederlandse studenten terugkomen en waarop woorden als 'kosten' en 'baten' nauwelijks van toepassing zijn.

Tabitha Speelman is student Asian Studies aan de Universiteit Leiden. Ze verbleef tijdens haar studie vijf jaar in het buitenland.



Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden