Hoe Moskou oorlog verklaart aan ngo's

Makkelijk hadden ngo's het al niet onder Poetin, maar nu dreigt zelfs de ondergang. Daan Heerma van Voss zoekt ze op.

Daan Heerma van Voss in Moskou. In Rusland heeft hij geproken met bezorgde voorlieden van ngo's. Beeld Jorn van Eck

'Ik hoorde een gerucht dat de werknemers van een ngo in het zuiden van Rusland zo hun eigen variant van roulette hebben', vertelt hij. 'Elke dag trekken ze lootjes, om te kiezen wie die dag de auto start.' Wanneer mijn vriend Emile Affolter en ik elkaar zien, hebben we het altijd even over zijn werk als persvoorlichter van Amnesty International Nederland. De rolverdeling staat vast: hij vertelt over misstanden in de wereld, ik hoor het cynisch-onthecht aan. In zijn verhalen was Rusland een terugkerend decor. Nu wist ik, man van de wereld, ook van Poetins reputatie. Misschien was mijn aandacht daarom niet altijd maximaal; de mensenrechtenschendingen in Poetins Rusland waren allang geen nieuws meer, en ze hadden vaak zo'n grotesk en ouderwets karakter dat ik ze niet helemaal serieus kon nemen - alsof het ging om de onverbeterlijke streken van een beroemde filmschurk.

Mijn desinteresse werd pas doorbroken door de MH17-ramp. Om precies te zijn: door de nasleep van de ramp. Het laatste restje charme dat Poetin volgens sommigen nog bezat, het laatste beetje vertrouwen in overleg met de Russen, was verdwenen. Een minderheid zet zich hier weer tegen af en zegt dingen als: 'Hij durft tenminste nee te zeggen tegen Amerika' of 'De EU en de NAVO hebben erom gevraagd', maar het overgrote deel van Nederland is eensgezind. Onze blik veranderde in nog een opzicht: hij was niet langer gericht op Rusland zelf, op de binnenlandse politiek en de bijbehorende mensenrechtenschendingen, maar veeleer op de expansiedrift die het aan de dag legde, op de spanningen met het Westen. Nu we zelf deel waren geworden van het debat, als slachtoffer welteverstaan, leken de interne problemen van Rusland simpelweg niet meer zo urgent.

Het was die verandering die maakte dat ik, toen mijn vriend vertelde over de in mei aangenomen Ongewenstenwet, ineens naar hem begon te luisteren. Ik stelde hem voor om deze reis te maken, en wel zo snel mogelijk, nu vrijwel alle ngo's (niet-gouvernementele organisaties) nog in bedrijf waren.

Beeld Gees Voorhees

Onder de radar

Het Russische kantoor van Amnesty International is gevestigd in een klein, bouwvallig pand in het bestuurlijk centrum van Moskou. Onder een golfplaten afdakje vind je een dikke metalen deur. Nergens valt een bordje te ontdekken; ze blijven liever onder de radar. Een ongepleisterde trap, brandplekken op de muren verraden de poging tot brandstichting die enkele jaren geleden is gedaan, legt Emile uit, niemand weet door wie. Een witte deur wordt opengedaan. 'Welkom in ons appartement', zegt Ivan, een jonge campagnecoördinator met een clowneske krullenbos. Sergej Nikitin, de directeur, verbetert hem: 'Het is een kantoor.' Sergej is een rijzige man, zijn rechterbeen sleept iets over de grond. Als kind luisterde hij met zijn grootvader naar de BBC, zo hoorde hij voor het eerst van Amnesty International. Decennia later meldde hij zich aan, nu staat hij aan het hoofd van dit kleine kantoor, dat ruimte biedt aan vijf werknemers.

Op tafel liggen de twee goed gevulde enveloppen die in Emiles koffers hebben gezeten, Nederlands Amnesty-geld dat het Russische kantoor enige financiële speelruimte moet bieden. En, jawel, een groot stuk Old Amsterdam-kaas, een aardigheidje van de Nederlanders. Onlangs, vertelt Emile, heeft in Rusland een grote kaasverwoesting - een journalist van The Guardian muntte de term 'fromagicide' - plaatsgevonden. Duizenden stukken gouda, beemster en emmentaler werden door een bulldozer platgereden, om aan te tonen dat Rusland zich niet laat afschrikken door de westerse embargo's.

Sergej Nikitin de directeur Amnesty Rusland. Beeld Jorn van Eck

Het spook van de revolutie

'De grootste angst van het Kremlin is revolutie', zegt Nikitin. 'Hoe groter die angst, hoe moeilijker we het hebben. De problemen begonnen in 2006, na onrust in Oekraïne. Toen werden de eerste maatregelen tegen ngo's genomen; we moesten ons opnieuw inschrijven, kregen te maken met allerlei administratieve obstakels. Maar dat was slechts een begin.'

De grootste golf volgde in 2012, na Poetins herverkiezing. In de winter van 2011 werd Poetin - na het tussendoortje Medvedev - herverkozen als president, een ontwikkeling die leidde tot grote onrust in Rusland. Of het nu ging om Wladiwostok, Perm, St.-Petersburg of Moskou: tienduizenden burgers twijfelden aan de rechtsgeldigheid van de verkiezingsuitslag en gingen de straat op, witte zakdoeken en borden met 'De ratten moeten wegwezen!' en 'Oplichters en dieven - geef ons onze verkiezingen terug!' veranderden het aanzien van de grote steden. Het waren de grootste demonstraties sinds vlak voor de val van de Sovjet-Unie. Tegelijk had het revolutionaire spook zich laten zien in de Arabische wereld, waar het riep om 'westerse' waarden en instituties. De combinatie leidde tot paniek in het Kremlin. Voor iemand die orde ziet als de eerste voorwaarde voor effectief leiderschap, die getraind is in wantrouwen, wiens politieke carrière is gevormd in de Koude Oorlog, kortom, voor Vladimir Vladimirovitsj Poetin, was niet reageren op deze pro-westerse 'agressie' simpelweg geen mogelijkheid.

Onruststokerij

Hij beschuldigde de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton van onruststokerij; de VS zouden honderden miljoenen dollars uit buitenlandse fondsen hebben aangeboord om de verkiezingen en de nasleep ervan te beïnvloeden. En intern trok Poetin, zoals dat heet, de teugels aan. Nikitin: 'In 2012 werd de Buitenlandse Agentenwet aangenomen: als een ngo vanaf dat moment geld uit het buitenland ontving, moest deze de status van buitenlandse agent aanvragen. Op elke uiting van een buitenlandse agent, op alle drukwerk, moet sindsdien een vignet staan, zodat de mensen weten dat het om de mening van een buitenlandse agent gaat.' Die term, geladen met connotaties van spionage en hoogverraad, staat in het dagelijkse Russische taalgebruik gelijk aan een veroordeling. Het feit dat de 'buitenlandse agenten' nauwelijks of geen bescherming krijgen van de staat heeft met name in niet-verstedelijkte delen van Rusland geleid tot een wetteloos-gewelddadig klimaat. Gevallen van tegen ngo's gerichte intimidatie, van vandalisme of zelfs terreur, worden doorgaans niet bestraft.

En daarop volgde in mei de Ongewenstenwet. Die wet geeft de openbaar aanklager de volmacht om, in samenspraak met het ministerie van Buitenlandse Zaken, elke ngo op de lijst van ongewenste organisaties te plaatsen, waarna ze illegaal is. Als de voormalige leden besluiten verder te gaan met hun activiteiten, zullen ze worden gearresteerd. En iedereen die ook maar samenwerkt met ongewenste ngo's riskeert een gevangenisstraf die kan oplopen tot 6 jaar.

Beeld Gees Voorhees

Dagelijkse obstructies

'Het grootste gevaar van de Ongewenstenwet,' zegt Nikitin, 'schuilt in de vage formuleringen: elke ngo die een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid, de grondwet of de strijdkrachten kan worden aangewezen: de facto elke ngo die het Kremlin niet zint. Zoals in zijn biografie te lezen valt,' zegt Nikitin, 'is Poetin vanaf zijn vroege KGB-werk in Leningrad al aanhanger geweest van het principe dat administratieve druk de effectiefste vorm van terreur is. Ngo's krijgen daarom te maken met allerhande dagelijkse obstructies. Eindeloze formulieren, onzininspecties, boetes, dat werk. En de echte doorzetters gooit hij later alsnog in de gevangenis.'


Zelf heeft Nikitin nooit te maken gehad met fysieke dreigementen. 'Wat dat betreft is er een groot verschil tussen de grote steden en de rest van het land, waar vaak geen enkel toezicht is, geen enkele bescherming. Ik word beschermd door de naam Amnesty, door het merk. Wel zijn er vreemde telefoontjes, er is eens een poging tot brandstichting geweest, de brandplekken zijn nog altijd te zien. En aangezien de regering steeds op de hoogte blijkt van onze agenda's, kan ik aannemen dat we in de gaten worden gehouden. De telefoons worden afgeluisterd, mogelijk weten ze hoe in te breken in ons beveiligingssysteem.'


De ngo's waren Poetin al langer een doorn in het oog. De officiële vrees is dat ngo's ertoe dienen om dissidenten te voorzien van westers geld. Als argument wordt vaak aangevoerd dat de meeste ngo's ontegenzeggelijk westers van karakter zijn: ze draaien om christelijk-democratische idealen als naastenliefde, rechtvaardigheid en vrijheid van meningsuiting. De term die zich opdringt om de vermoedens van het Kremlin te kenschetsen, is paranoia. Die term valt in westerse media dan ook vaak. Maar wie vervalt in dergelijke medicaliserende begrippen, begrijpt Rusland slechts ten dele. Trots en geloof in de eigen superioriteit, essentiële elementen van de Russische identiteit, zijn historisch gezien altijd nauw verbonden geweest met vijandbeelden. Met name de Verenigde Staten - de ultieme vertegenwoordiger van de enigszins vage overkoepelende noemer 'het Westen' - belichamen de Ander. Het anti-Rusland. Een chaotische, decadente, hedonistische wereldmacht, die als doel heeft de Russische invloedssfeer in te perken.

Beeld Gees Voorhees

Akelige epiloog

Invloedssfeer, inderdaad een term uit de Koude Oorlog, die, naar wij op school hebben geleerd, is geëindigd toen in 1989 De Muur viel. Maar waar het verhaal van de Koude Oorlog voor ons ophield, kreeg de Sovjet-Unie nog te maken met een akelige epiloog. De vernedering die de trotse Russen ten deel viel, terwijl hun wereldrijk onder luid westers applaus afbrokkelde en in 1991 werd opgeheven, valt niet te overschatten. Rusland belandde vervolgens ook nog in een staat van economische en sociale chaos: hyperinflatie regeerde, eindeloze rijen stonden voor de banken, moeders vochten om brood. De periode wordt algemeen beschouwd als de donkerste, meest beschamende uit de moderne Russische geschiedenis.

'Die chaotische jaren leidden tot een grote opleving in de nationale nostalgie', zegt Sergej Buntman, adjunct-hoofdredacteur van radiozender Echo Moskvy, dat wordt gezien als het laatste bastion van vrije pers in Rusland. Alhoewel het gedeeltelijk eigendom is van het Kremlin-vriendelijke Gazprom. Aan de muur van zijn doorrookte werkkamer hangt een Je Suis Charlie-shirt, hij draagt een ribfluwelen jasje, overal slingeren boeken en papieren. 'Op de televisie verschenen videoclips die ons verleden idealiseerden, men sprak ineens over de tijd dat iedereen ons vreesde, het jaar dat we de eerste mensen de ruimte in stuurden. Wel, in die tijd leefde ik ook al, maar die trots heb ik destijds nooit gevoeld. En het erge is, ook ik ben vatbaar geworden voor die nostalgie, de constante propaganda heeft ook mij aangetast. Ik heb mijn eigen herinneringen, maar het kader waarin die herinneringen thuishoren, is geschapen door anderen. In 2005, bij het 60-jarige jubileum van het einde van de Tweede Wereldoorlog, werd besloten dat de vaderlandse geschiedenis wat moest worden verfraaid. Toen kreeg die nostalgie zijn huidige militair-patriottistsche laagje; het laagje dat Poetin zo goed uitkomt.'

De opkomst van Poetin voorzag in de haast emotionele behoefte aan herstel van eer en houvast. Deze wijdverbreide behoefte is de basis van zijn macht. Het verbond dat hij sloot met de orthodoxe kerk verankerde Poetins positie als sterke man in de Russische traditie nog dieper.

Sergej Buntman, adjunct-hoofdredacteur van radio Echo Moskvy. Beeld Jorn van Eck

Permanent gebalde vuist

Poetin is geen ideoloog, geen zedenprediker; hij is een rasopportunist die als geen ander weet hoe hij zijn macht kan consolideren of uitbreiden. Hoe meer angst Poetin het Westen inboezemt, hoe tevredener zijn achterban. Met als resultaat een vuist die permanent gebald is. De oorlog in Oost-Oekraïne en de annexatie van de Krim hebben dit proces alleen nog maar versterkt.

Aangezien ongeveer driekwart van de Russen zijn president steunt, en het overgebleven kwart - de immer krimpende intelligentsia en de grootstedelijke elite - zich doorgaans passief opstelt, hoeft Poetin zijn land alleen maar verder te isoleren van westerse opvattingen om de status-quo te behouden. Het isolement wordt in de hand gewerkt door de manier waarop Russen hun informatie vergaren. Slechts een minderheid gebruikt internet om op de hoogte te blijven. Uit een recent onderzoek is gebleken dat liefst 93 procent van de Russen zijn informatie over de situatie in Oekraïne ontleent aan de Russische televisie, die zeer loyaal is aan het Kremlin. 64 procent van de Russen beschouwt die informatie als objectief.

Buntman van Echo Moskvy speelt voortdurend met zijn sigaret, vertelt over zijn gesneuvelde vrienden van Charlie Hebdo, medestrijders voor het vrije woord. 'Poetin schermt graag met cijfers. Onder zijn bewind is de gemiddelde levensverwachting omhooggegaan, de sociale mobiliteit gegroeid en het welvaartsniveau flink gestegen. Maar het probleem is: dit alles heeft niet geleid tot meer vrijheid voor de Russische bevolking. De verbinding tussen financiële en existentiële vrijheid is verbroken. Met andere woorden, ons is geleerd dat vrijheid automatisch leidt tot chaos, armoede en vervreemding. Vrijheid is hier allerminst een noodzakelijkheid voor een geslaagd en succesvol leven. Dus waarom ervan dromen?'

Somber

En, want dat is het referentiekader, vergeleken met de Sovjetjaren is er geen sprake van grootschalige terreur. Het resultaat: een bevolkingsmassa die zich, half onwetend en half onverschillig, afzijdig houdt.

'Het ideaal van het Kremlin is een corporate state', zegt Buntman. 'Een staat die wordt vormgegeven door mensen met dezelfde normen en waarden, die spreken met één stem. Op den duur haalt natuurlijk niemand het nog in zijn hoofd een afwijkende stem te laten horen. Maar het probleem is: een samenleving die volledig corporate is, is onbestaanbaar. Mensen houden er hun eigen gedachten op na. Dus is het alsof we in verschillende waarheden tegelijk leven, die regelmatig met elkaar botsen. Neem bijvoorbeeld de ramp met jullie vliegtuig. De meerderheid van de Russen voelt zich schuldig over wat er gebeurd is, maar diezelfde meerderheid is ervan overtuigd dat een Nederlands onderzoek anti-Russisch van aard zal zijn. We zullen altijd de behoefte voelen om ons land te verdedigen. We verkeren in een permanente staat van schizofrenie.'

Amnesty's Nikitin ziet de toekomst somber in. 'Vele ngo's zullen het loodje leggen. Met name de lokale ngo's, die toch afhankelijk zijn van dat beetje geld uit het Westen, zullen zich gewoonweg niet meer kunnen bedruipen.' Je zou je cynisch kunnen afvragen hoe erg dat eigenlijk is. Zoveel hebben de ngo's niet voor elkaar gekregen. Het aantal mensen dat rechtstreeks door ze is geholpen, bijvoorbeeld met rechtsbijstand, is klein. 'Maar het gaat om mensen die anders in het geheel niet zouden zijn gehoord, laat staan geholpen. En wat te denken van de duizenden mensen die worden vastgehouden op basis van een oneerlijk proces? Bovendien worden grote delen van onze geschiedenis, de verhalen over de goelagkampen bijvoorbeeld, door lokale ngo's bewaakt. Dus een deel van ons collectieve geheugen zal verdwijnen. En er is nog iets fundamenteels: ngo's zijn een belangrijk deel van wat er rest aan civil society, aan vrije ruimte. Die ruimte zal weer een stuk kleiner worden. Waar het wegvallen van deze zaken in uitmondt, in een grote verslagenheid of in wanhoop die weer kan leiden tot geweld, is niet duidelijk.'

Slachtoffer ongewenstenwet

Het eerste slachtoffer van de Ongewenstenwet was de in Washington gevestigde National Endowment for Democracy, die vlak nadat de wet op 23 mei 2015 was aangenomen, werd opgedoekt. Volgens zijn eigen website zag de NED het als zijn taak 'de groei en versteviging van democratische instituties waar ook ter wereld te bevorderen'. De NED heeft in meer dan negentig landen lokale ngo's gefinancierd. Maar volgens de Russische openbaar aanklager vormde de NED een 'bedreiging voor de grondwet en de strijdkrachten'.

Vijfduizend schildpadjes

Deze somberte wordt gedeeld door Aleksej Simonov, directeur van de in 1991 opgerichte Glasnost Defense Foundation (GDF), een van Ruslands eerste ngo's. De GDF bekommert zich om journalisten die in zwaar weer verkeren en om de families van journalisten die voor hun werk zijn gestorven. De organisatie zit op de derde verdieping van een immens gebouw uit de Sovjettijd, vervaardigd voor de Olympische Spelen van 1980. De GDF bestaat uit twee mensen, één kamertje en vijfduizend poppetjes van schildpadden. De schildpad is het symbool van de organisatie, legt Simonov uit: 'Hij loopt langzaam, maar wel de goede kant op.' De 77-jarige Simonov, filmregisseur, zit wijdbeens, heeft een grijswitte baard, zijn buik verhult zijn taille. 'Toen Gorbatsjov in 1990 president werd, brak een periode aan van grote hoop. Voor het eerst konden mensen openlijk zeggen wat ze wilden, men werd verliefd op de waarheid. Maar binnen een paar jaar bleek dat de waarheid de meeste Russen gestolen kan worden. Het is net als in de Sovjettijd: ze willen met rust gelaten worden, zijn allang blij als ze niet in aanraking komen met de staat. En wie dat wel overkomt, moet iets verkeerd hebben gedaan.'

De GDF is afhankelijk van financiële steun uit de VS en Europa. En aangezien de GDF nauwe betrekkingen onderhoudt met organisaties waarvan wordt vermoed dat ze binnenkort ongewenst worden verklaard, lijkt inmenging van het Kremlin een kwestie van tijd.

'We kunnen elk moment ongewenst worden verklaard,' zegt Simonov. 'Het is moeilijk te voorspellen wie wordt aangewezen. Voor hetzelfde geld overkomt het ons niet. Onze organisatie is minder belangrijk dan vroeger. We springen niet in het oog, zoveel is zeker. Je kunt niet oude man en worstelaar tegelijk zijn. Het is aan jongere generaties om de strijd voort te zetten, op nieuwe, minder openlijke manieren. Glasnost (openheid) is een woord van vroeger, ik ben van vroeger, langzaam ben ik veranderd in een vreemdeling die toevallig in mijn stoel zit. Ik ben 77 jaar oud, ik hoor aan God te denken, niet aan Poetin.'

Aleksej Simonov van de Glasnost Defense Foundation (GDF). Beeld Jorn van Eck

Vechtlust

Engagement en burgerverzet als young man's game? Buntman van Echo Moskvy nuanceert: 'Er zijn wel jongeren met vechtlust, maar die weten elkaar nog niet goed te vinden. Of ze laten elkaar weer vallen omdat ze niet precies dezelfde ideeën hebben. Ze moeten nog leren dat een generatie niet bestaat uit mensen met dezelfde ideeën, maar uit mensen die in hetzelfde schuitje zitten. Iedereen moet beseffen wat er op het spel staat. De ngo's mogen onder geen beding weggaan, ze moeten hier blijven, terugvechten, ze moeten de regels in hun voordeel leren buigen. Hoe bijvoorbeeld? Door de naam van hun organisatie constant te veranderen, door van werkplek te wisselen, dat soort trucs.'

Emile en ik worden opgewacht op het station van Nizjni Novgorod, een stad 400 kilometer ten oosten van Moskou, omgeven door dichte bossen, gelegen aan de Wolga. Het opwachten is een veiligheidsmaatregel; in deze stad zijn pro-Poetin-jeugdbendes actief, die doorgaans goed op de hoogte zijn van bezoekers zoals wij. We zijn hier voor een ngo die als 'buitenlandse agent' is aangemerkt en die voor zo'n doorstart heeft gekozen. Het Committee Against Torture is omgedoopt in Committee for the Prevention of Torture.

Besmeurd met stront

Albert Koeznetsov, een in Estland geboren jongeman van 25, rijdt ons door de buitenwijken naar het kantoor, waarvan de deur onlangs was besmeurd met stront. Albert was een van twee aanwezige activisten toen op 3 juni jongstleden, op klaarlichte dag, twee gemaskerde mannen de Committee-vestiging in Grozny, de hoofdstad van Tsjetsjenië, aanvielen. Hij zag de zaag door de deur komen, maar werd pas bang toen bleek dat de politie niet te hulp zou komen. 'Ik dacht: we zitten veilig, het kantoor ligt aan de grootste weg van de stad, overal is politie. En die was er ook, maar de agenten staken geen hand uit. Ik vroeg een vriend de politie te bellen; pas na drie kwartier werd er opgenomen.' Op straat joelde een kleine menigte, terwijl de camera's werden vernield. Uiteindelijk sprongen Albert en zijn collega naar buiten.

'Een jaar eerder hadden ze al geprobeerd het kantoor in brand te steken, maar nu was het ze dan eindelijk gelukt de boel te vernielen.' Albert schudt zijn hoofd. 'Nadat ik was gesprongen, klampte ik een agent aan en vroeg of hij wellicht kon helpen. Hij keek letterlijk de andere kant op.'

En het verhaal van de roulette? 'Dat gaat over hetzelfde kantoor, in Grozny. Lootjes trokken we niet, maar het klopt dat de auto elke dag door iemand anders werd gestart, de rest bleef op een afstandje staan. Maar tegenwoordig hebben we een nieuwe auto, met een elektrische sleutel, die we vanuit het kantoor kunnen gebruiken. Een wonder, dat ding. Uit het Westen, hè.'

Voor een buitenstaander is het eenvoudig te zwichten voor fatalisme, zoals ook de meeste Russen doen. Hoe een land te overtuigen dat niet overtuigd wil worden? En wiens taak is dat? De mensen die ik spreek, zijn verdeeld. Sommigen menen dat externe druk - door de EU opgelegde sancties of economische tegenspoed - het enige is dat Poetins repressie kan stoppen. Anderen menen dat druk van buiten niets uithaalt; de verandering moet van binnenuit komen, er moet een mentaliteitsverandering plaatsvinden, die de bevolking dwingt in opstand te komen tegen corruptie en mensenrechtenschendingen. Maar in een samenleving als de Russische klinkt een dergelijke hoop bijna als een gebed.

Albert Koeznetsov van the Committee for the Prevention of Torture. Beeld Jorn van Eck

Gemaskerde mannen

Op onze laatste avond in Rusland neemt mijn vriend Emile, in samenwerking met Amnesty Rusland, een spotje op voor de Russische markt. Het scenario: twee gemaskerde mannen vallen het kantoor van een niet nader genoemde ngo binnen en gaan op zoek naar belastend materiaal. Emile, enigszins in paniek, komt een Rus tekort. Hij kijkt me onderzoekend aan, van top tot teen. Binnen enkele minuten wordt me een zwarte sjaal omgeslagen, en ben ik veranderd in Rus # 2. Op de voet gevolgd door een illegale Oezbeekse asielzoeker (Rus #1), gooi ik de deur van een flatje in een verre buitenwijk van Moskou open, val kamers binnen, houd dozen ondersteboven. En hoewel ik het script niet heb gelezen, weet ik absoluut zeker dat ik iets zal vinden dat het einde van deze ngo zal inluiden.

Beeld Gees Voorhees
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden