Hoe moeten we omgaan met het oprukkend salafisme?

Het is een dilemma waar elke democratie, vroeg of laat, mee te maken krijgt. Hoe ga je om met mensen of organisaties die helemaal niks van de democratische rechtsstaat moeten hebben?

Beeld Io Cooman

Neem deze hartekreet van PvdA-Kamerlid Ahmed Marcouch: 'Wanhopige moeders trekken keer op keer aan de bel, omdat hun kinderen in brandhaarden ver van hier sneuvelen, hun gezinnen uit elkaar getrokken worden.' Hiermee probeert hij steun te krijgen voor een wettelijk verbod van salafistische organisaties. Dat soort ultra-orthodoxe clubjes 'vergiftigen' volgens hem kinderen met hun antidemocratische leer en zetten ze op het pad naar Syrië.

En hij heeft er succes mee, want Marcouch, die moslim is maar door menig salafist als 'afvallige' wordt beschouwd, kreeg de Tweede Kamer mee om het Openbaar Ministerie onderzoek te laten doen naar zo'n verbod. Daarmee onderzoekt het parlement in zekere zin een verbod van een tegenstander van zichzelf. Salafisten - de mannen vaak te herkennen aan een baard, de vrouwen aan een sluier - verwerpen de moderne westerse democratie, inclusief waarden als de gelijkheid van hetero's en homo's. Zij willen ideologisch gezien terugkeren naar de tijd van de profeet Mohammed en de eerste generaties moslims.

Maar deze week dropte burgemeester Jozias van Aartsen een bommetje in NRC Handelsblad. Ho ho, niet zo snel! Wij werken hier in Den Haag prima samen met de salafistische moskee As Soennah, was de strekking van zijn betoog. Tevreden vertelt hij over de inzet van buurtwachten van As Soennah met Oud en Nieuw, waardoor het aantal relletjes beperkt bleef. Daarnaast is er bijvoorbeeld gesubsidieerde taalles in de moskee. 'Wij beoordelen mensen niet op gedachten of ideeën.'

Ahmed Marcouch, PvdA-kamerlid, indiener verbodsmotie. Beeld anp

De stap van het salafisme naar Syriëgang is snel gezet

Moslimouders zijn blij als hun kroost zich serieus verdiept in het geloof en schrikken pas als dat uitmondt in onverdraagzaamheid. Dan is het vaak te laat. Lees hier meer over de opkomst van het salafisme in Nederland.

Waar Kamerleden als Marcouch en Ockje Tellegen (VVD) een verbod nastreven, trappen burgemeesters als Van Aartsen (VVD) en Rob van Gijzel (PvdA) - die in Eindhoven wil blijven samenwerken met het salafistische gebedshuis Al Fourqaan - in de media op de rem.

Dat contrast tussen partijgenoten is minder vreemd dan het lijkt. Burgemeesters staan dagelijks in contact met de mensen in hun gemeente en hebben een natuurlijke neiging de boel bij elkaar en zichtbaar te houden. Ze blijven liever in gesprek met iedereen, ook als opvattingen op gespannen voet staan met de democratische rechtsstaat. Je kunt maar beter weten wat er speelt.

Heel af en toe boycot een gemeente een islamitische stichting die ze te extreem vindt. Meestal gaan lokale bestuurders langs als er iets ongewenst gebeurt, zoals Job Cohen in 2004 deed toen in de Amsterdamse El Tawheed-moskee folders opdoken waarin stond dat homo's van een hoge toren gesmeten moeten worden.

Reflex: doe iets!

Maar Kamerleden vertegenwoordigen kiezers, van wie velen zich zorgen maken over de dreiging van aanslagen door geradicaliseerde moslimjongeren. Vol ongeloof zien ze dat sommige moskeeën en stichtingen haatpredikers naar Nederland halen, die verschrikkelijke dingen verkondigen. Begrijpelijke zorgen, helemaal in het licht van de honderden jongeren die al afgereisd zijn naar het Midden-Oosten en die wie weet hoe gevaarlijk terugkeren. De reflex: doe iets! Wie dan niet bij elk incident met de mond vol tanden wil staan, komt al snel uit bij een verbod.

De hele discussie over het salafisme is in een stroomversnelling gekomen door een rapport van de inlichtingendienst AIVD van september, Salafisme in Nederland: diversiteit en dynamiek. Maar het gekke is dat beide partijen zich op precies dat rapport beroepen voor hun totaal tegengestelde betogen.

Wat zei Van Aartsen bijvoorbeeld deze week tegen TV West? 'Men hoeft maar de AIVD-rapporten, die openbaar zijn, open te slaan. Daarin is uitstekend uitgelegd wat salafisme is, namelijk een orthodoxe beleving van het geloof. Dat heeft niets, nul komma nul te maken met terrorisme of de politieke islam, waar u en ik allemaal gigantische bezwaren tegen hebben en die we tot op het bot moeten bestrijden.'

Jozias van Aartsen. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Islamitische theocratie

Mooi gezegd, alleen het klopt niet. De inlichtingendienst legt uit dat er drie soorten salafisten zijn, een a-politieke stroming, maar ook een politieke variant en een jihadistische. De eerste is gericht op de individuele geloofsbelevenis, terwijl de laatste twee streven naar de invoering van een islamitische theocratie, inclusief de sharia. De politieke variant wil dat vreedzaam doen, door 'dawa' (bekering), terwijl de jihadistische salafisten geweld niet uitsluiten. Dat is toch iets anders dan 'een orthodoxe beleving van het geloof'.

Met die woorden bagatelliseert Van Aartsen het probleem. Ook als je tegen een verbod bent, nopen de inzichten van de AIVD op zijn minst tot serieus nadenken over de samenwerking met salafisten. Subsidie voor taalles, of een buurtwacht die meewerkt met de politie: legitimeer en steun je daarmee als overheid niet indirect ook de minder frisse kanten van het salafistische gedachtengoed? Ja, soms werkt het beter als jongeren worden aangesproken door mensen met dezelfde normen en waarden, zoals een agent zei. Maar is het niet belangrijker dat ze leren die normen en waarden niet te slikken als gesneden koek, alleen maar omdat die toevallig uit hun eigen 'gemeenschap' komen?

Ook de andere partij winkelt selectief in de nota. Zo zegt zowel Marcouch als minister Lodewijk Asscher, die steeds meer lijkt te voelen voor een verbod, dat de AIVD salafistische clubs in het verleden als een soort 'buffer' zag tegen de echt gevaarlijke, gewelddadige extremisten, maar dat ze daar nu van zijn teruggekomen.

Het klopt dat de salafistische beweging volgens de inlichtingendienst duidelijk in de lift zit. Dat komt vooral door het conflict in Syrië en de opkomst van IS. In Nederland zoeken salafisten de grenzen op van wat gezegd mag worden. Zo vormen ze een kweekvijver voor gewelddadig jihadisme, als jongeren doorstromen van de ene naar de andere 'tak'. Maar de AIVD is veel minder van gedachten veranderd dan de verbodsbepleiters het doen voorkomen. De dienst heeft juist altijd oog gehad voor de antidemocratische tendensen in het salafisme, ook in een rapport uit 2009, en is daar consequent kritisch over geweest.

Bovendien vindt de inlichtingendienst dat er nu weliswaar meer aandacht moet komen voor de salafisten, maar dat het uit 2010 stammende beleid niet hoeft te worden aangepast. Daarin staat dat de overheid zich niet bemoeit met de religieuze leer, maar gelovigen wel mag aanspreken op ongewenste uitingen daarvan, bijvoorbeeld het weigeren om iemand van het andere geslacht de hand te schudden. Ook zijn er projecten om jongeren weerbaarder te maken tegen antidemocratische ideeën. Wie de wet overschrijdt, krijgt met het strafrecht te maken. Maar over een verbod gaat het nergens.

Dynamisch en divers

En wat nog meer opvalt, is dat alle verbodsvoorstanders voor het gemak vergeten dat de AIVD de beweging 'dynamisch en divers' noemt. De ene salafist is de andere niet, er zijn er ook bij die juist ageren tegen geweld en extremisme. Daarom waarschuwt de dienst ertegen om 'het gehele salafistische spectrum te brandmerken als een probleem'. Dat zou juist kunnen leiden tot onbegrip en weerstand bij een grote groep moslims, omdat die dan het gevoel krijgen dat álle moslims als een probleem worden gezien. Bovendien zouden niet-moslims de islam botweg gelijk kunnen stellen met het salafisme, 'wat polarisatie in de hand kan werken'.

Experts herkennen dat beeld. Bertjan Doosje, hoogleraar radicaliseringsstudies aan de Universiteit van Amsterdam, vindt het moeilijk te zeggen hoe een verbod zal uitpakken. 'Maar het brengt wel het risico met zich mee dat je het gevoel van jongeren versterkt dat er met twee maten gemeten wordt en dat moslims tweederangsburgers zijn. Dat is precies het gevoel dat radicaliserende jongeren hebben, dat ze niet bij de Nederlandse samenleving horen, maar wél bij de wereldwijde 'oemma', de geloofsgemeenschap van moslims.'

Salafismedeskundige Ineke Roex van de UvA zegt dat 'we onszelf in de vingers snijden' met een verbod. Volgens haar zijn niet-gewelddadige salafisten juist 'actieve bestrijders van het jihadisme'.

Juridische angel

Dan hebben we het nog niet over de juridische angel van de zaak. Druist een verbod niet in tegen de vrijheid van godsdienst en de vrijheid van vereniging, zoals ook Van Aartsen stelt? Juristen zijn sceptisch. Er is wel het voorbeeld van pedofielenvereniging Martijn, die verboden is wegens strijdigheid met de openbare orde, zoals ook nu de bedoeling is. Maar Martijn had een expliciete doelstelling, namelijk het legaliseren van seks met minderjarigen, en de kans is klein dat in de statuten van salafistische stichtingen zoiets staat als 'het invoeren van de sharia' of het 'omverwerpen van de democratie'.

Wanneer een organisatie zich bezighoudt met terroristische activiteiten, zoals het ronselen voor de jihad of het plegen van aanslagen, kan die nu al verboden worden. De criteria uit de motie tegen salafistische clubs zijn vager: isolationistisch van karakter en gericht op onverdraagzaamheid, antidemocratische activiteiten en polarisatie. Allemaal ongewenst, zeker, maar moeilijk te bewijzen en een verbod wringt al snel met de vrijheid van meningsuiting.

Misschien is er een aanknopingspunt bij een ander debat, dat over een eventueel verbod op antidemocratische partijen en bewegingen. Dat onderzoekt het kabinet op aandringen van de Kamer, geïnspireerd door het Duitse voorbeeld. De oosterburen hebben in hun grondwet opgenomen dat clubs die het democratisch bestel omver willen werpen, verboden kunnen worden.

Strijd om ideeën

Als je het op die manier aanpakt, voorkom je dat een verbod zich exclusief richt op een groep ultra-orthodoxe moslims. En maak je de kans kleiner dat zo'n maatregel averechts en polariserend werkt. Bovendien kun je ook dan salafistische organisaties verbieden die over de schreef gaan, zoals het Duitse voorbeeld laat zien. Daar werden in 2012 de salafisten van 'Millatu Ibrahim' verboden. Maar ook de Duitse route is geen panacee, want er zijn bijvoorbeeld steeds meer rondreizende predikers die helemaal nergens aan verbonden zijn.

Uiteindelijk is de strijd tegen extremisme vooral een strijd om ideeën. Ook Marcouch beseft dat. 'Ideeën moet je bestrijden met betere ideeën in het publieke debat', zei hij eind december in het Amsterdamse jongerencentrum Argan. Je zult nooit kunnen tegenhouden dat burgers in aanraking komen met gedachtengoed dat vanuit democratisch oogpunt verwerpelijk is, of het nou nazisme is of jihadisme. De vraag is hoe we iedereen die gevoelig is voor de anti-integratieboodschap van het salafisme kunnen bereiken met tegengeluiden. Of je nou voor of tegen een verbod bent, iedere democraat zou dáárover moeten nadenken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden