ReportageMinisterie van Financiën

Hoe miljarden ‘gratis’ in de Nederlandse schatkist belanden

Voor het eerst in ruim zes jaar geeft de Nederlandse staat een lening uit met een looptijd van dertig jaar. Welke internationale investeerders happen toe? Verslag vanuit de dealingroom op het ministerie van Financiën.

Een ambtenaar in de dealingroom van het ministerie van Financiën houdt de beurskoersen nauwlettend in de gaten. Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Op de derde verdieping van het ministerie van Financiën begint de adrenaline dinsdagochtend om half negen door de aderen te pompen. Agent Elvira Eurlings en haar team van circa zeven handelaren verzamelen zich in de dealingroom om zich voor te bereiden op een moeilijke klus. Ze spreken de mogelijke scenario’s en het draaiboek nog een keer met elkaar door. Op hun computerschermen controleren ze de beurskoersen: er moeten nu geen rare dingen op de obligatiemarkten gebeuren. Om tien uur gaat het veilingloket open. Hun doelstelling is, zoals altijd, ambitieus: de Nederlandse schatkist vullen met miljarden euro’s.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Die ‘schatkist’ staat op Eurlings’ werkkamer. Het is een klassiek exemplaar van donker eikenhout met overvloedig ijzerbeslag. In een hoek op weg naar de zwaarbeveiligde dealingroom staat een antieke houten geldpers; helaas voor het kabinet is die niet bruikbaar meer. Iedereen die de Nederlandse staatsobligatiefabriek wil betreden, moet door een met toegangspasjes beveiligde kluis. Niet dat er stapels bankbiljetten te vinden zijn: al het geld is hier digitaal. Maar niet iedereen kan hier zomaar binnenlopen met een usb-stick op zak. Stel je voor dat hackers toegang krijgen tot de veilingsoftware; dat zou de staat miljarden kunnen kosten. De dealingroom heeft zelfs de beschikking over een eigen noodaggregaat, mocht tijdens een obligatieveiling de stroom uitvallen.

De staatsschuldveiling van 22 september is een bijzondere. Voor de veilingmeesters biedt deze klus daarom een extra uitdaging. Voor het eerst in meer dan 6,5 jaar geeft de Nederlandse staat een lening uit met een looptijd van meer dan dertig jaar. De handelaren van de staat rekenen erop dat investeerders van over de hele wereld (banken, pensioenfondsen, verzekeraars, vermogensbeheerders) bereid zijn Nederland 4- tot 6 miljard euro te lenen tegen een rentetarief van nul procent.

Inderdaad, nul procent. De Nederlandse staat vergoedt geen rente meer op nieuwe staatsleningen, zelfs niet als ze pas over dertig jaar worden afgelost. ‘Ik zou willen dat ik tegen die voorwaarden een hypotheek kon krijgen’, grapt Martin Heerma, het hoofd van de dealingroom. De veertiger moet nog wennen aan de omgekeerde rentewereld. ‘Toen ik studeerde, waren negatieve rentes echt ondenkbaar. Dat geldverstrekkers bereid zouden zijn te betalen voor het voorrecht geld uit te mogen lenen, was gewoonweg niet voor te stellen.’ Het abnormale is razendsnel normaal geworden. De jonge dealers die het handelscentrum van Financiën bemannen, weten al bijna niet beter.

Glazen wolkenkrabber

De schepper van dit financiële surrealisme zetelt in Frankfurt, in een glazen wolkenkrabber op de oever van de Main. De Europese Centrale Bank koopt sinds tien jaar volop staatsobligaties van eurolanden op. De ECB doet dit om te voorkomen dat de grote eurolanden Italië, Spanje en Frankrijk in betalingsproblemen komen en de eurozone uit elkaar valt. De ECB houdt op die manier de rente laag, de Italiaanse staatsschuld betaalbaar en de euro overeind. De ECB heeft inmiddels zo’n 2.800 miljard euro aan overheidsschulden in zijn bezit. Dat is ruim een kwart van de totale overheidsschuld van de negentien eurolanden.

De ECB heeft meer dan eenderde van de Nederlandse staatsschuld opgekocht en is – indirect – dus de grootste afnemer van het Agentschap van de Generale Thesaurie, de afdeling van het ministerie van Financiën die de Nederlandse staatsschuld beheert. De ECB mag volgens Europese verdragen niet rechtstreeks staatsleningen kopen van eurolanden, omdat dit financiering van overheidsuitgaven met de geldpers zou zijn. Maar als de ECB diezelfde staatsobligaties een dag later van een zakenbank of op de beurs koopt, is dat wel toegestaan. Het effect is precies hetzelfde: eurolanden betalen minder rente over hun staatsschuld, omdat de ECB de vraag naar staatsobligaties opstuwt.

Ambtenaren aan de telefoon in de dealingroom van het Ministerie van Financiën.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Eurlings en Heerma zijn trots dat Nederland tegen negatieve rentes kan lenen. Niet veel eurolanden hebben die luxe. ‘Dat is onze eigen verdienste’, verkondigt Eurlings, de baas van het Agentschap. ‘Nederland heeft bij beleggers een uitstekende reputatie. Nederland is een van slechts drie eurolanden met een triple A-status, de hoogste graad van kredietwaardigheid.’ Heerma vult aan: ‘Beleggers beschouwen Nederland als een veilige haven, en voor die veiligheid willen ze tegenwoordig betalen.’

Het kabinet wrijft zich in de handen, want de post ‘rentelasten’ op de rijksbegroting smelt sneller weg dan een ijsje in de zomerzon. In 2019 betaalde het kabinet circa 5,5 miljard euro rente over de staatsschuld. Minister Hoekstra denkt volgend jaar nog maar 3,7 miljard euro kwijt te zijn, terwijl de staatsschuld door de coronacrisis met meer dan 60 miljard euro aangroeit. Als de daling van de rentelasten in dit tempo doorzet, gaat Nederland binnen vijf jaar netto aan zijn staatsschuld verdienen. De bekende waarschuwing ‘Let op! Geld lenen kost geld’ kan dan in de prullenbak.

Staatsschuld

Dat komt goed uit nu de staatsschuld weer stijgt. Vorig jaar begonnen Eurlings en Heerma zich een beetje zorgen te maken, omdat de Nederlandse staatsschuld wel erg snel daalde. Daardoor hadden ze elk jaar minder obligaties te verkopen. Je zou denken dat dit gunstig is voor de schatkist, want wat schaars is, is duur (ofwel: beleggers zouden dan genoegen nemen met een nog lager rendement).

Maar zo werkt het niet, legt Eurlings uit. ‘Beleggers willen het liefst dat er veel in de obligaties gehandeld wordt, zodat ze er op elk gewenst moment weer vanaf kunnen. Als de hoeveelheid uitstaande obligaties krimpt, daalt het handelsvolume en gaan beleggers ze als incourant beschouwen. Dat kan de prijs, en de rente, dus juist opdrijven.’ Door de coronapandemie is dat een theoretisch probleem geworden. Het Agentschap moest dit jaar onverwacht flink aan de bak. In december dachten Eurlings en Heerma nog dat ze 42 miljard euro staatsschuld moesten veilen in 2020. Dat is inmiddels bijgesteld naar 110,7 miljard euro, meer dan het dubbele. Om de onverwachte extra kosten op te vangen verhoogde het ministerie de frequentie van de schatkistpapierveilingen dit voorjaar van eens per twee weken naar wekelijks. In september is dat weer teruggebracht naar om de week.

De sport is om elke staatslening voor zo'n gunstig mogelijke prijs aan de man te brengen.Beeld Foto Freek van den Bergh / de Volkskrant

De uitgifte van de nieuwe dertigjaarsstaatsobligatie heeft niets met corona te maken; die stond al bijna een jaar gepland. Het spant erom of de verkoopafdeling van minister Hoekstra ook deze langlopende obligatie tegen een negatief rendement weg kan zetten. De staat zal weliswaar geen rente over de lening betalen, maar kan toch verlies lijden als de kopers op de veiling minder dan 1.000 euro willen neertellen voor een staatslening van die omvang. De kosten voor de staat zitten hem dan niet in de rente, maar in de verkoopprijs.

Voor de handelaren van het Agentschap is het een sport om elke staatslening tegen een zo gunstig mogelijke prijs aan de man te brengen, want dat scheelt de belastingbetaler geld. Ze hebben de bijzondere veiling zeer goed voorbereid. De adviserende banken zijn al weken geleden de boer opgegaan om de nieuwe obligatie aan te prijzen bij mogelijke kopers. Het Agentschap heeft een soort reclamefolder gemaakt waarin Nederland wordt bewierookt als een van de meest concurrerende economieën ter wereld met een betrouwbare rijksoverheid die er financieel – ondanks de coronacrisis – zeer goed voor staat.

De veiling is ingewikkelder dan gebruikelijk, omdat de aflosdatum van de obligatie in 2052 ligt. Dat is zó ver in de toekomst dat er nog geen betrouwbare marktprijzen voor zulke obligaties zijn. Heerma en zijn handelaren moeten de investeerders echter wel een indicatie geven van de prijs die ze voor de obligatie willen hebben. De dealers hebben een recente Duitse dertigjaarsobligatie als referentiepunt genomen en daar een paar honderdste procentpunt bovenop gedaan. ‘Duitsland zullen we nooit verslaan’, erkent Heerma bij voorbaat. ‘Duitsland is een veel groter land en geeft veel meer staatsobligaties uit dan wij. Maar we willen qua uitgifteprijs wel zo dicht mogelijk in de buurt van de Duitsers zitten.’

Klokslag tien uur opent de obligatiewinkel zijn deuren. Het ziet er meteen goed uit: de investeerders staan zich voor de poort te verdringen. De handelaren werken in opperste concentratie. De een belt met de dertien banken die de orders doorgeven, een ander houdt het orderboek bij, een derde maakt razendsnel nieuwe prijscalculaties. Na acht minuten is het streefbedrag al binnen: beleggers hebben dan voor meer dan 5 miljard euro biedingen gedaan. Na drie kwartier is het orderboek opgelopen tot meer dan 15 miljard euro. Heerma en zijn mannen besluiten de toegestane biedprijzen te vernauwen tot 0,08 tot 0,1 procentpunt boven de Duitse rente. Daarop reageren de investeerders weer met nieuwe biedingen. Het totaal overschrijdt de 19 miljard euro.

Om 12.45 uur is de veiling afgelopen. De hoogste bieders krijgen de obligaties geleverd, de rest heeft het nakijken. Het Agentschap heeft 5,96 miljard euro opgehaald tegen een effectieve rente van 0,028 procent. Het is net niet gelukt om tegen een negatieve rente te lenen. Nederland betaalt uiteindelijk iets meer dan 52 miljoen euro voor de lening, plus 6,5 miljoen euro commissie aan de dertien bemiddelende banken.

Dat is een spotprijs waarvan Hoekstra’s voorgangers alleen konden dromen. Donderdag stromen de bijna gratis miljarden binnen op de bankrekening van de Nederlandse staat.

Hoe Nederland zijn staatsschuld financiert

De Nederlandse overheid financiert zijn uitgaven grotendeels met de opbrengsten van belastingen en premies. Meestal zijn die inkomsten te laag om alle uitgaven te dekken; het kabinet heeft dan een begrotingstekort. Alle jaarlijkse begrotingstekorten bij elkaar opgeteld vormen de staatsschuld. Eind augustus stond de teller op 359,6 miljard euro.

Het geld dat het kabinet tekort komt, leent het van beleggers door verhandelbare schuldbekentenissen te verkopen: commercial paper, schatkistpapier en staatsobligaties. Commercial paper is een zeer kortlopende ‘ad hoc’ uitgegeven staatslening die de overheid gemiddeld binnen anderhalve maand alweer moet aflossen. Een staatslening met een looptijd van drie tot twaalf maanden heet schatkistpapier. Elke eerste en derde maandag van de maand geeft het ministerie van Financiën nieuw schatkistpapier uit. Het grootste deel van de staatsschuld financiert Nederland door staatsobligaties te verkopen. Dat zijn leningen met een looptijd van drie tot dertig jaar. De veilingen van staatsobligaties worden ruim van tevoren aangekondigd. Nederland geeft elk jaar een nieuwe tienjaars-obligatie uit, de rest van het aanbod kan variëren al naar gelang de financieringsbehoefte. Veilingen van staatsobligaties vinden in Nederland altijd op dinsdag plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden