Hoe Mexico-Stad langzaam in de greep van de drugskartels terechtkomt

'De autoriteiten steken hun kop in het zand'

Mexico-Stad gold lang als een oase van rust in het door de drugsoorlog verscheurde land. Maar de hoofdstad wordt nu ook opgeschrikt door wrede misdaden. In Tepito, de ‘Brute Buurt’, slaan de inwoners terug. Voorbode van een golf van geweld? 

De openluchtmarkt van Tepito, de 'brute buurt'. Alle ondernemers worden afgeperst door het drugskartel UT. Foto Monica Gonzalez

 In een steegje in het centrum van Mexico-Stad ligt een dode man tussen het afval. Het hoofd in een plas bloed, zijn kont bont en blauw ­geslagen, rug en benen met een mes bewerkt. ‘Dit is wat er gebeurt met ­degenen die eerzame mensen afpersen’, staat met zwarte stift op zijn gele shirt geschreven. Afzender: La Fuerza Anti-Unión, het Anti-Unie Leger.

Twee dagen later, enkele straten verderop, is het een drukte van belang op de openluchtmarkt van Tepito. Tussen de kraampjes met nep-Nikes en gestolen iPhones zitten families taco’s te eten. De laatste hit van reggaeton-­artiest Ozuna schalt uit de speakers, luidruchtige mannen drinken bier, kinderen lurken aan tweeliterflessen cola. Een zwaarlijvige tacoverkoper roert met een pollepel in een bak ­kokend varkensvet. De weeïge geur van gefrituurde darmen drijft laag door de lucht.

Er hangt een gespannen sfeer in de wijk. De dode man van twee dagen geleden brandt op ieders lippen. Lijken hebben ze wel vaker hier in de buurt, daar kijkt niemand van op. Maar het dreigement gericht aan drugskartel Unión de Tepito (UT) baart inwoners zorgen. Leidt dit tot een nieuwe golf van geweld? Breekt nu echt de oorlog uit?

De Brute Buurt

Tepito heeft als bijnaam El Barrio Bravo, de Brute Buurt. Het is van oudsher het centrum van criminele praktijken in Mexico-Stad. Op de markt liggen gestolen spullen, namaakproducten, obscure pornofilms, drugs en wapens in houten marktkramen. Alle verkopers betalen ‘belasting’ aan de Unión de Tepito.

De UT opereert sinds eind jaren ­negentig in Tepito en heeft zijn macht de laatste jaren flink uitgebreid. Vroeger dwongen de leden alleen de Chinese migranten om ‘belasting’ te betalen voor hun kraampjes, nu worden alle ondernemers afgeperst. Ze eisen bovendien het monopolie op de drugsmarkt en houden zich bezig met ontvoeringen en vrouwenhandel. Niet alleen Tepito, het hele centrum van de stad gaat gebukt onder de terreur van UT.

‘We pikken het niet meer’, zegt een 35-jarige drugsdealer die bekend staat als El Zero. Hij zit op de patio van zijn moeder, pal naast de markt, en slaat samen met zijn neven halveliterblikken Heineken achterover. Op zijn telefoon bekijkt hij de bloedige foto’s van de man met het gele shirt. ‘Het is een goede ontwikkeling’, vindt hij. ‘Die gasten van UT persen iedereen af, we moeten terugvechten.’

El Zero somt op wat hij in de aanbieding heeft: ‘Wiet, pillen, lsd, ik kan alles regelen’, zegt hij. Voor een kilo coke vraagt hij 10 duizend euro. ‘Goed spul, onversneden.’ De man is behangen met gouden sieraden en blowt er flink op los terwijl hij klaagt over de situatie in zijn wijk. ‘Vroeger lieten de dealers van Tepito elkaar en de wijkbewoners met rust’, aldus El Zero. ‘Maar nu heeft de UT bijna de hele markt overgenomen, ze accepteren geen concurrentie.’

Zelf heeft El Zero acht jongens voor zich werken en weigert hij zich te laten inlijven door de UT. ‘Ik heb een jaar ondergedoken gezeten omdat ze me wilden vermoorden’, aldus de vader van drie kinderen. ‘Nu ben ik weer terug, want ik had geen inkomen meer. Maar ik verwacht ieder moment een pistool tegen mijn hoofd.’

Afgehakte hoofden

Mexico-Stad werd lang beschouwd als een oase van rust in een land dat wordt verscheurd door een gewelddadige drugsoorlog. Terwijl in deelstaten als Guerrero en Veracruz de afgehakte hoofden letterlijk over de pleinen rollen, is het moordcijfer in de hoofdstad altijd relatief laag gebleven.

‘Drugskartels hebben belang bij rust in de hoofdstad’, zegt Jorge Chabat die sinds ruim 25 jaar onderzoek doet naar drugshandel en universitair docent is aan het Centrum voor Economisch Onderwijs en Onderzoek (CIDE). ‘Veel van de kartelbazen hebben hun familie in de stad wonen, en ze houden er bijeenkomsten. Ze hebben een onderlinge afspraak om het geweld binnen de perken te houden.’

Maar de afgelopen jaren zijn de inwoners van de miljoenenstad opgeschrikt door misdaden die ze eerder alleen uit het avondjournaal kenden. In 2013 werd een drugsdealer in de trendy buurt Condesa door UT-leden doodgeschoten en in een boom gehangen. In een wraakactie werden dertien jongeren uit Tepito ontvoerd uit een nachtclub, vermoord en in een massagraf gedumpt.

Een gemarteld lijk

In 2016 lagen voor het eerst afgehakte hoofden in Tepito, datzelfde jaar bungelde een gemarteld lijk aan een brug in de hoofdstad. En afgelopen november vond de politie weer twee afgehakte hoofden op een vuilnisbelt. De narcoterreur sijpelt de hoofdstad binnen.

En net als elders in het land beperken de criminelen zich niet tot drugshandel. ‘Er zijn dertienduizend bedrijven bij ons aangesloten’, zegt Alejandro Gazal, vicepresident van Procenthrico, een belangenorganisatie voor ondernemers in het centrum van Mexico-Stad. ‘Eenvijfde van hen heeft melding gemaakt van afpersing, het werkelijke percentage ligt ongetwijfeld veel hoger.’

‘Uitbaters van cafés in chique buurten als La Roma, Condesa en Polanco zijn verplicht drugshandelaars van UT binnen te laten verkopen’, aldus Gazal. Het kartel zet bovendien een mannetje bij de kassa, dat aan het einde van de avond 15 procent van de omzet meeneemt. ‘Er worden ook steeds meer ondernemers ontvoerd, ze weten precies wie geld heeft. Als we aangifte doen, gebeurt er niks. De burgemeester ontkent de problemen.’

De in 2012 aangetreden burgemeester Miguel Mancera heeft het steevast over bendes. ‘Er zijn geen kartels actief in Mexico-Stad’, zei hij in februari voor de zoveelste keer, toen er een spandoek aan een brug hing met daarop een dreigement dat afkomstig zou zijn van het kartel Jalisco Nueva Generación. Mancera: ‘Er is alleen kleinschalige drugshandel.’

‘De autoriteiten steken hun kop in het zand’, zegt David Fuentes, journalist bij de krant El Universal en gespecialiseerd in georganiseerde misdaad in de hoofdstad. ‘Ze doen alsof het kleine jongens zijn, en negeren zo de ernst van de situatie.’

Machtigste kartel

De UT heeft nauwe banden met Cartel Jalisco Nueva Generación, het machtigste drugskartel van Mexico. De belangrijkste concurrent in de hoofdstad is het Cartel de Tlahuac (CT), met als uitvalsbasis de wijken Tlahuac en Iztapalapa. Deze wijken liggen strategisch aan de rand van de stad, waardoor ze relatief eenvoudig drugs en wapens kunnen invoeren. CT werkt samen met Los Rojos en Los Ardillos, kartels die actief zijn in de nabijgelegen deelstaten Morelos en Guerrero.

CT heeft het monopolie op de drugsverkoop op de campus van de UNAM, een van de grootste universiteiten van Latijns-Amerika, en controleert de drugshandel in het zuiden en oosten van de stad. In juli vorig jaar deed de marine een inval in Tlahuac, en vermoordde acht kartelleden, onder wie de leider. Eind februari vielen bij een schietpartij op de campus van de UNAM twee doden.

Het aangrenzende Iztapalapa is de dichtstbevolkte plek van Mexico. Hier woont de arbeidersklasse van Mexico-Stad. Schoonmakers, fabrieksmedewerkers en andere arbeiders die het schamele minimumloon van 3,80 euro per dag verdienen. Iedere dag brengen ze urenlang door in propvolle bussen en metro’s om door de verkeerschaos naar het centrum te reizen.

Desarollo Urbano Quetzalcoatl, een van de armste gedeelten van Iztapalapa, is een typische achterstandswijk. Met schurftige straathonden, stinkend straatvuil en lijmsnuivende kinderen. De architectuur varieert van simpele vierkante huisjes, tot krotten van golfplaten. Een groot deel van de inwoners heeft geen toegang tot schoon drinkwater en er zijn slechts twee basisscholen op 70 duizend inwoners. Een daarvan is vorig jaar bij een aardbeving ingestort.

Van lijm naar crack

‘Kinderen beginnen al op hun achtste met lijm snuiven, vervolgens is het een kleine stap naar crack roken’, vertelt Daniel Velazquez (39), coördinator van Rey Calavera, een project voor kansarme jongeren. ‘Om hun verslaving te financieren gaan ze stelen en inbreken, daarna stappen ze over op ontvoeren en afpersen. Drugskartels uit het hele land komen hier rekruteren.’

Op een straathoek staat een groepje pubers. ‘Ik ga allang niet meer naar school’, pocht de 17-jarige Rogelio. De jongens blowen, maar gebruiken naar eigen zeggen alleen op feestjes ­cocaïne. ‘Hij rookt crack’, roept de 20-jarige Bryan en wijst naar een van zijn vrienden. ‘Hij ziet er behoorlijk verrot uit toch?’ De jongens lachen hard.

Ze bevestigen dat drugskartels hun greep op de wijk verstevigen. ‘Er zijn hier de laatste tijd drie keer zoveel doden als een paar jaar geleden’, aldus Bryan. ‘Het Tlahuac-kartel dwingt alle kleine dealers voor hem te werken’, legt Velazquez uit. ‘Wie weigert, wordt vermoord.’

Remmende werking

Ondanks de zorgwekkende ontwikkelingen, is Mexico-Stad nog ver verwijderd van de wildwesttaferelen die andere delen van het land kenmerken. Kartelleden rijden niet in colonnes pick-uptrucks door de straten, met automatische geweren en whisky-flessen in de hand. Er zijn geen urenlange vuurgevechten tussen rivaliserende bendes en de meeste moorden gebeuren zonder dat er al te veel ruchtbaarheid aan wordt gegeven.

‘Een belangrijk verschil is dat hier geen vluchtwegen zijn’, verklaart journalist Fuentes. ‘Het is simpelweg te druk in de stad.’ Volgens Fuentes heeft ook de grote politiemacht van Mexico-Stad een remmende werking. De stad heeft een agent voor iedere 150 inwoners, ruim twee keer zoveel als het landelijke gemiddelde. ‘Narco’s op het platteland corrumperen complete politiekorpsen. Dat lukt ze hier niet.’ 

Fuentes weet niet waarom de autoriteiten de problemen niet erkennen. ‘Misschien worden ze bedreigd of betaald door de kartels, maar daar heb ik nooit bewijzen voor gevonden’, zegt hij. ‘Ik denk eerder dat ze bang zijn voor de politieke gevolgen. Als ze de kartels aanpakken gaan er veel doden vallen.’ Maar er moet volgens Fuentes wel snel iets gebeuren. ‘Er is een risico dat het ook hier helemaal uit de hand gaat lopen. Je ziet nu al dat de bevolking het heft in eigen handen neemt. Ondernemers betalen criminelen voor bescherming.’

‘Dat is een probleem’, erkent Gazal van ondernemersorganisatie Procenthrico. ‘Bedrijven zetten kleerkasten voor de deur, maar dat leidt soms alleen maar tot meer geweld.’ De ondernemers zelf zwijgen. Zodra de UT ter sprake komt gaan de deuren dicht. Wantrouwen en angst spreken uit fronsende wenkbrauwen, een snelle blik over de schouder, een nerveus schudden van het hoofd. ‘Ik weet nergens van’, klinkt het overal.

De 54-jarige Angélica wil wel wat zeggen. Met een rode sjaal in de hand dirigeert ze auto’s naar vrije parkeerplaatsen in Tepito, houdt dieven op afstand en vraagt daarvoor een kleine vergoeding. Ze betaalt iedere week 8,5 euro aan Unión de Tepito, ongeveer eenvijfde van haar inkomen. ‘In november kwamen ze voor het eerst’, vertelt de vrouw die niet met haar achternaam in de krant wil. ‘Ze bedreigden me met een pistool.’

‘Iedereen moet betalen’, fluistert ze. ‘Wat kunnen we doen? We zijn doodsbang.’ Angélica put hoop uit de dode man met het dreigbericht op zijn shirt. ‘Er zullen ongetwijfeld meer doden vallen’, verwacht ze. ‘Maar misschien dat het afpersen ophoudt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.