Column

Hoe meer klimaatretoriek, hoe minder urgentie

Begint u ook tureluurs te worden van al die luidende noodklokken en van al die klokken die op vijf voor twaalf, of zelfs op één voor twaalf staan? Klokken en waarschuwingen gaan altijd samen, want een klok geeft aan dat een einde nadert, elke keer opnieuw. Dat is ook het mooie van het einde der tijden, elke dag is het ten minste twee maal vijf voor twaalf. En dat 365 maal per jaar!

Enkele wereldleiders, waaronder de Amerikaanse president Obama (L) en zijn Franse collega Hollande (R), dineren in Parijs restaurant na de eerste dag van de klimaattop. Beeld epa

Bent u trouwens ook zo bang voor de toekomst? En bent u ook zo bezorgd over wat wij achterlaten voor de generaties die na ons komen?

Zelf denk ik dat het allemaal reuze mee gaat vallen met dat klimaat, waarvan het water ons tot aan de lippen staat.

Ben ik dan een klimaatscepticus? Dat ook weer niet. Ik geloof graag dat de CO2-uitstoot zo hoog is dat wij die moeten terugbrengen en ik geloof ook graag dat er meer alternatieve energiebronnen moeten worden aangeboord.

Maar in al de ondergangs-scenario's weiger ik te geloven. Van nature ben ik een optimist, al doe ik mij weleens anders voor. De opmerking van Oswald Spengler dat 'optimisme niets anders is dan lafheid' lap ik aan mijn laars. Spengler schreef dat bijna honderd jaar geleden in zijn boek Der Untergang des Abendlandes en intussen bestaat de wereld nog steeds.

Uit mijn studietijd herinner ik mij een ander boek, dat Het Vierde Miljard heette. Dat aantal verwees naar het toenmalige aantal bewoners van deze aarde. De auteur, Y. Lacoste, meende dat een verdere stijging deze wereld spoedig onbewoonbaar zou maken. Zijn betoog leek mij toen (1966) heel plausibel en eigenlijk lijkt het mij dat nog steeds. De ware misdadigers zaten volgens Lacoste in het Vaticaan, waar men zich verzette tegen elke vorm van bevolkingsbeperking.

Vijftig jaar later heeft er bijna een verdubbeling van het aantal aardbewoners plaatsgevonden, want wij zijn stevig op weg naar het achtste miljard. Intussen wordt de paus alom geprezen om zijn ferme standpunten inzake de opwarming van de aarde. Geen kapotjes maar zonnepanelen, dat is de leer van de rooms-katholieke kerk. En de wereld bestaat nog steeds.

De klimaattop in Parijs is een luilekkerland voor tekstschrijvers. 'Wij zijn de eerste generatie die klimaatverandering aan den lijve voelt en we zijn de laatste die er iets aan kan doen', zei president Obama. Wat een geweldige zin! Ik had hem graag zelf bedacht. Heeft Cody Keenan, de speechwriter van Obama, daar lang op zitten broeden, of rolde het er in één keer uit? Een prachtzin, gewoonweg geniaal, maar wat een hybris en wat een aanstellerij. Alsof er na ons geen verstandige mensen meer komen met briljante oplossingen voor acute problemen.

In zijn verslag omschrijft Arie Elshout in deze krant de klimmaattop in Parijs als de 'hoogste concentratie aan retoriek ooit gemeten'. Dat zegt genoeg. Hoe meer retoriek, hoe minder urgentie, want urgentie noopt als vanzelf tot handelen en aanpakken. Wie verdrinkt, moet wel zwemmen. Niet lullen, maar poetsen. Urgentie vraagt om zakelijkheid.

Als wij nou eens zouden ophouden met al dat geleuter over toekomstige generaties en gewoon voor onszelf zouden beginnen met eenvoudige maatregelen, zoals het verbieden van tweetaktscooters, dan zou dat al meteen een stuk schelen. Niet alleen qua feitelijke uitstoot, maar ook wat betreft het besef dat daadkracht werkelijk tot iets leidt.

Alle klimaatretoriek over de generaties die na ons komen, is samengebald in een meteoriet die met een enorme snelheid op ons afstevent. Zelf ben ik meer geneigd naar mijn browning te grijpen als Herman Wijffels weer begint over rentmeesterschap en over het geluk van toekomstige generaties.

Ooit vroeg ik aan mijn ouders hoeveel geld zij hadden. 'Dat gaat je geen bal aan', antwoordde mijn vader. Laatst stelde mijn zoon mij diezelfde vraag en ik herhaalde het antwoord van mijn vader: 'Jongen, dat gaat jou geen bal aan.'

Toegegeven, het is een privémening, maar mij het lijkt onwenselijk om je nageslacht in een geheel opgemaakt bed af te leveren. Ik wil ze best iets nalaten, maar het moet ook weer niet te dol worden. Wie zonder zorgen is, wordt slap, sloom en lui. Verwendheid leidt tot blasé gedrag. Wij moeten ons altruïsme naar de toekomstige generaties daarom beslist niet overdrijven. Horatius zei het al: 'Wie zuinig is ter wille van zijn erfgenamen, is rijp voor het gekkenhuis.'

Het is pure noodzaak om de generaties na ons op te zadelen met een paar forse problemen. Daar worden ze groot, sterk en vindingrijk van.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden