Hoe Medellín transformeert van moordstad tot het Silicon Valley van Latijns-Amerika

Innovatie en technologie als sleutel naar welvaart voor iedereen

Medellín was ooit de thuishaven van Pablo Escobar en gold als de gevaarlijkste plek op aarde. Nu is de Colombiaanse stad hard onderweg de 'slimste' stad van Latijns-Amerika te worden. En het geld daarvoor komt nu eens níét uit drugshandel.

Innovatiecentrum Ruta N, het grootste van Latijns-Amerika. Foto Yvonne Brandwijk

Ratatata, daar gaan de pingpongballetjes. Ze glijden van de rug van de robot zó in de daarvoor bestemde bak. Laura (16) klapt in haar handen: 'Als dit een wedstrijd zou zijn geweest, waren we eerste geweest.' Het parcours is op een papieren vel op de grond getekend en Laura ligt languit om de bewegingen van de robot nauwkeurig te volgen. Haar lange blauwe nagels tikken razendsnel codes in op de laptop. 'Hij doet precies wat ik wil', zegt ze.

Samen met veertien whizzkids vormt Laura de roboticaclub van het Loyola College in Medellín, miljoenenstad in noordwest Colombia. Namens de school doen ze mee met wedstrijden. Ze zijn landskampioen en wonnen de derde prijs bij een competitie in de Verenigde Staten. 'In het buitenland denkt iedereen bij Medellín aan drugs, oorlog en slechte mensen', zegt ze. 'Wij veranderen dat beeld. We laten zien dat we iets in ons mars hebben en dat we heel goed zijn in techniek.'

Gevaarlijkste stad op aarde

Het gewelddadige imago van de stad is hardnekkig. Een kwart eeuw geleden was Medellín de gevaarlijkste stad op aarde. De drugsoorlog tussen drugsbaron Pablo Escobar (1949-1993) en de staat kostte dagelijks zeventien mensen het leven. Intussen is Escobar al meer dan twintig jaar begraven en zijn er voor kinderen andere opties dan huurmoordenaar te worden; ze dromen van een carrière in wetenschap of techniek.

Informatica is de op twee na populairste studie in Colombia. Elk jaar studeren er 110 duizend studenten in af. In 2021 wil Medellín de slimste stad zijn van het continent en daarvoor zijn veel hoogopgeleiden nodig. Laura is een van de zevenduizend tieners, verdeeld over 152 scholen, die zich de afgelopen drie jaar hebben inschreven voor het overheidsprogramma dat lessen aanbiedt in robotica, bio-en nanotechnologie.

Laura is een van de zevenduizend tieners die les krijgen in robotica, bio- en nanotechnologie. Foto Yvonne Brandwijk

Het programma richt zich op de publieke scholen in de arme wijken, de plekken waar kinderen de minste kansen hebben. Deelname is gratis en de lessen beginnen na schooltijd. Het houdt de pubers van de straat en wekt interesse voor een wetenschappelijke of technische studie. Getalenteerde leerlingen kunnen een studiebeurs aanvragen, zelfs bij het Massachusetts Institute of Technology in Cambridge, een van de meest prestigieuze technische universiteiten ter wereld.

Colombia's tweede stad ligt in een zonnige vallei omringd door heuvels, bossen en weilanden. De rit van het vliegveld naar de stad voert door een Zwitsers aandoend landschap met grazende koeien, huizen met veranda's en bakken met geraniums en wegrestaurants met een houtskoolgrill voor de dagjesmensen. De stad in het dal is een mix van moderne flats, weelderig groene buitenwijken en een koloniaal centrum met nauwe straten en stalletjes met tropisch fruit. Jarenlang was de stad na zes uur uitgestorven, vanwege het drugs- en terreurgeweld. Nu klinkt altijd en overal muziek en zitten de terrassen tot diep in de nacht vol.

Tekst gaat verder onder de foto.

Een openluchtroltrap verbindt de hooggelegen wijk Comuna 13 met de stad in het dal. Foto Yvonne Brandwijk

Dat het tij keerde is het resultaat van ingrijpen door een stadsbestuur dat met doelgerichte investeringen de stad een nieuwe toekomst gaf. Tussen 2000 en 2015 nam het aantal moorden met 80 procent af, daalde het aantal mensen dat als arm wordt bestempeld met een kwart en verviervoudigde de waarde van de lokale industrie. Medellín is een van de vijftig economische beloften ter wereld, volgens het Amerikaanse onderzoeksinstituut Brookings. De Doing Business Index noemt Medellín een van de beste Latijns-Amerikaanse steden om zaken te doen. Promotiebureau ACI telde de afgelopen drie jaar 43 buitenlandse bedrijven die zich in de stad vestigden.

'Medellín wordt gezien als voorbeeld voor steden in de hele wereld', zegt Ana Maria Villa Zapata van ACI, het bureau dat de stad in het buitenland promoot. 'Vorig jaar hebben we 800 mensen rondgeleid. Van ondernemers tot burgemeesters, stadsplanners en delegaties uit Zuid-Afrika.'

52 jaar oorlog

Zoals Ana Maria het vertelt, lijkt de transitie die de stad doormaakt, vanzelfsprekend, maar dat was die geenszins. Er was namelijk een belangrijk obstakel: tot het moment dat de regering en de terreurgroep FARC afgelopen november een vredesakkoord ondertekenden, woedde in Colombia 52 jaar een oorlog tussen de overheid, linkse en rechtse milities. Medellín kreeg het extra zwaar te verduren - die stad had ook nog eens Pablo Escobar, rijkste drugsbaron ooit, leverancier van 80 procent van de cocaïne in de Verenigde Staten. 'Don Pablo' ruimde iedereen uit de weg die hem dwarszat: van presidentskandidaten tot de scheidsrechter die tegen zijn voetbalclub floot. De drugsoorlog legde de lokale economie stil, werk was er nauwelijks. Wie geld wilde verdienen, werd huurmoordenaar.

Nadat Escobar in 1993 was doodgeschoten op het dak van zijn schuilplaats in Medellín, bleef het nog jaren levensgevaarlijk. Kartels, straatbendes, paramilitaire en guerrillagroepen stortten zich vechtend in het machtsvacuüm. Wie ongevraagd het territorium van een rivaliserende bende betrad, moest dat met de dood bekopen.

Het keerpunt kwam rond de eeuwwisseling. Terwijl president Alvaro Uribe met zijn harde strijd tegen de gewapende groepen de veiligheid op landelijk niveau verbeterde, begon in Medellín een sociale revolutie met de komst van burgemeester Sergio Fajardo. Hoogleraar in de wiskunde, zoon uit een vooraanstaande architectenfamilie en nieuwkomer in de politiek. De moeilijkheden met geweld en drugs zag hij niet als een veiligheidsprobleem dat kon worden opgelost door meer politie in te zetten, maar als symptomen van dieperliggende ellende.

Hij richtte zich op de stadsdelen met de meeste problemen: de wijken op de berghellingen. Colombianen die gevlucht waren voor de oorlog hadden daar hun eigengemaakte huizen tegen de randen van de stad geplakt. Door hier te investeren in onderwijs, mobiliteit en leefbaarheid zou de vicieuze cirkel van armoede en geweld worden doorbroken, meende Fajardo.

Wijken die vergeten waren - omdat ze zo gevaarlijk waren - kregen de vooruitstrevendste projecten, de beste scholen en de eerste openbare bibliotheken. In de mooiste gebouwen. 'Architectuur heeft een belangrijke politieke boodschap', zei Fajardo. 'Als je in de armste wijken de mooiste gebouwen neerzet, verleent dat een buurt waardigheid.' Vanaf het moment dat Fajardo het 'sociaal urbanisme' introduceerde, heeft elke wijk zijn trots.

40 projecten in aanbouw

In Comuna 13 loopt een elektrische roltrap van bijna vierhonderd meter. De inwoners zijn nu in 5 minuten in de stad. Voorheen duurde het een uur, mits ze niet werden opgehouden door schietpartijen. In Santo Domingo, een wijk gebouwd door Pablo Escobar, hebben bewoners via een kabelbaan toegang tot werk, studie of sociale contacten in de stad. Midden in de wijk staat een reusachtige avant-gardistische bibliotheek waar buurtbewoners ook cursussen kunnen volgen en toegang hebben tot computers.

In de wijk Versalles werd een waterreservoir omgetoverd tot publieke ruimte. Los Sueños heet het, 'de dromen', omdat buurtbewoners hun wensen in vervulling zagen gaan, van fonteinen om in te spelen tot een zaal met computers met internetaansluiting of dansles. 'Het gebied rondom de tank was een donkere plek waar werd gedeald en gedood', zegt Rosalba Montoya, die haar winkeltje om de hoek heeft. 'Om zes uur deed ik de deur op slot en hoorde ik de bendes schieten.' Nu verkoopt ze zelfs 's avonds empanadas en bier aan buurtbewoners die elkaar ontmoeten op het terras bij de watertank die afwisselend fel rood, groen of paars kleurt.

Tekst gaat verder onder de foto.

Iedereen online

Via het programma Medellín Ciudad Inteligente is op meer dan tweehonderd pleinen en parken in de stad openbare wifi aangelegd. Het programma voorziet er ook in dat iedereen digitaal kan meedoen: tweehonderd openbare scholen hebben 'smart classrooms'. Via computers bij buurtcentra en een netwerk van 48 openbare bibliotheken, hebben inwoners toegang tot de digitale wereld, om werk te zoeken, huiswerk te maken. Begeleiding krijgen van ict-docenten die gratis lessen verzorgen kan ook.

De bibliotheek en kabelbaan in barrio Santo Domingo. Foto Yvonne Brandwijk

En zo zijn er veertig projecten in aanbouw. Dat typeert Medellín. De stad bouwt niet één nieuwe universiteit, maar drie, elk met capaciteit voor 10 duizend studenten, en niet zomaar een innovatiedistrict, maar het grootste van het continent.

De projecten zijn grotendeels betaald door een bloeiend bedrijfsleven. Medellín was altijd al een handelsstad, niet alleen in drugs. Negentien van de honderd grootste bedrijven van het land komen hier vandaan. De grootste bank, verzekeraar, supermarktketen en het enige publieke nutsbedrijf met vestigingen in heel Latijns-Amerika: ze komen allemaal uit Medellín.

Het nutsbedrijf is de kip met de gouden eieren. EPM is eigendom van de stad, maar wordt geleid als een commercieel bedrijf met dito winsten tot gevolg. En van die winst gaat elk jaar eenderde - 500 miljoen in 2015 - naar de ontwikkeling van de stad. 'De ondernemers hadden ook kunnen vluchten voor het geweld, maar dat zit niet in de mensen', zegt Jorge Giraldo, professor aan de EAFIT universiteit en onderzoeker van de 'Paisa cultuur', zoals de mensen in deze regio worden genoemd. 'De Paisas zijn de Basken van Latijns-Amerika: ze zijn zeer gehecht aan hun grond.' De enige manier om te kunnen overleven en tegenwicht te bieden tegen het kartel, was samenwerken.

In 1991, het gewelddadigste jaar in de historie van de stad, kwamen de leiders uit het bedrijfsleven samen met intellectuelen, architecten, politici en maatschappelijke organisaties om na te denken over een uitweg voor Medellín. Zij bedachten veel van de huidige succesprojecten, zoals de metro, en schoven Fajardo naar voren om de revolutie te leiden. 'De wederopstanding is geen onemanshow. Er zit een collectief achter.'

De metro van Medellín is de enige in het land. Hoofdstad Bogotá vergadert al twintig jaar over de aanleg. Voor 60 cent reis je er heel Medellín mee door. Er ligt geen kruimeltje of blikje op de grond en een slungelige tiener met een voetbalshirt staat keurig op voor een dame in mantelpak. 'Dat is de cultura metro', zegt hij. 'De metro is van ons allemaal.' Het is niet de eerste keer dat we spontaan een marketingkreet horen. De Paisas willen zo graag het imago van hun stad veranderen, dat ze collectief de promotiebrochures hebben ingestudeerd.

Maar hoe mooi ook, metro's en kabelbanen namen het grootste probleem niet weg: extreme ongelijkheid. Medellín is de stad met de grootste inkomensverschillen in Colombia, toch al het land waar de kloof tussen arm en rijk dieper is dan in enig ander land in Latijns-Amerika. Door de recente ontwikkelingen werkte een recordaantal mensen zich op vanuit de armoede. Maar waar de armen iets minder arm werden, werden de rijken ook rijker. Het verschil bleef en werd zelfs groter in 2016.

De volgende stap in het masterplan van Medellín moet hier verandering in brengen. Aangezien de traditionele economie - gericht op de productie van textiel en voedingsmiddelen en de export van grondstoffen - krimpt, richt de stad zich op de kenniseconomie om banen te creëren. De overheid berekende dat er alleen de komende drie jaar al een miljoen banen nodig zijn. Niet alleen om gedemobiliseerde guerrilleros en slachtoffers van het conflict te laten reïntegreren in de samenleving, maar vooral om de blik van de gewone bevolking, na een halve eeuw oorlog, op de toekomst te laten richten.

Technologie democratiseert bovendien de kansen om op te klimmen op de economische ladder, zegt Andrés Barreto, een druk pratende durfkapitalist van 27. 'Om een tech start-up te beginnen, heb je genoeg aan goed idee, een computer en een internetverbinding. Geld heb je pas nodig als je wilt groeien, maar dan staan de investeerders in de rij omdat je hebt bewezen dat er vraag is.'

Andrés kan het weten. Hij werd geboren in Colombia, vluchtte vanwege de oorlog naar Florida en leefde de American dream. Hij leerde zichzelf programmeren, maakte vier start-ups groot en werd miljonair door ze te verkopen. 'Ik bereikte met mijn muziekdienst 35 miljoen mensen. Als dat kan vanuit Gainsville, een dorp in the middle of nowhere, dan kun je overal vandaan ondernemen. Ook vanuit Medellín.'

Foto Yvonne Brandwijk

Gratis programmeerlessen

En nu werken niet meer per se hoeft, wil hij niets liever dan het ook andere ondernemers uit Latijns-Amerika mogelijk maken de kansen te grijpen die hij kreeg. Hij geeft tieners gratis programmeerlessen, begon de eerste co-werkplek voor internetondernemers en investeerde in 25 beginnende bedrijven in Medellín.

Een ervan is Workep van Carlos Alvarez. Een gladgeschoren jongen van 21 en een schoolvoorbeeld van hoe technologie een leven kan veranderen. Op zijn 15de hackte hij de internetverbinding van de buren om zijn eerste bedrijf te beginnen: een onlinewinkel voor dierenvoeding. Terwijl zijn vrienden kozen voor een bende, bracht hij op een brommertje orders rond.

En zie hem nu zitten, tussen de lege pizzadozen en de palmbomen in de tuin van de co-werkplek. Drie jaar nadat Andrés had geïnvesteerd in zijn vierde start-up, heeft de software die hij bedacht om teams op afstand beter te laten samenwerken, duizenden gebruikers wereldwijd. Carlos leidt een team van veertien medewerkers, een productontwikkelaar van Google is zijn vaste adviseur. 'Ik ben de enige hier die niet naar de universiteit is geweest', zegt hij.

Tekst gaat verder onder de foto.

De openluchtroltrap in Comuna 13. Foto Yvonne Brandwijk

Carlos leerde alles via internet: van Engels tot hoe je een bedrijf begint, leidt en verkoopt. 'Met een muisklik ligt de wereld aan je voeten', zegt hij steeds. Dat het lang niet voor iedereen opgaat, blijkt als hij ons meeneemt naar de wijk waar hij opgroeide. Langs de toegangsweg hangen mannen in fauteuils, een pitbull aan de lijn.

'Ze houden in de gaten wie de wijk in en uit gaat', zegt Carlos, die er in zijn overhemd en gepoetste schoenen niet uitziet als een ex-buurtgenoot. Vanuit openluchtbarretjes schalt snoeiharde salsa. Of hij er ook een lust, roepen schaars geklede vrouwen vanachter een tafel vol lege bierflessen. Carlos lacht, maar op zijn gemak is hij niet. Hij wil geen aandacht trekken, zal hij later zeggen. De grote drugsbazen zijn wel dood of gevangen, maar de handel is gebleven, pottenkijkers zijn niet gewenst.

Het is een kwestie van tijd voor hier de revolutie doordringt, zegt hij. 'Het snelle geld is overal ter wereld een makkelijke weg. Hier is het alleen veel dichterbij.' Om kansarme jongeren te laten kennismaken met de kansen die de stad biedt, werkt hij aan een sociaal programma waarin ze leren programmeren. 'Medellín heeft gewoon meer voorbeelden nodig die laten zien dat het voor iedereen mogelijk is om met een eerlijke onderneming geld te verdienen.'

Medellín wordt genoemd als het volgende Silicon Valley. Er is, uiteraard, wel een belangrijk verschil volgens Catalina Castaño van Ruta N, het innovatiecentrum dat in 2008 met financiering van EPM en het stadsbestuur werd geopend. 'Innovatie en technologie is voor ons meer dan kinderen leren coderen, hightech laboratoria en start-ups die miljoenen verdienen. Wij zien het als een mogelijkheid om welvaart en economische ontwikkeling voor iedereen te creëren.

Anti-mijn robots

'Iedereen weet hoe het is om in een stad te leven waar de enige hoop is dat het morgen niet nog erger is dan vandaag dus als er een kans is, grijpen we die', zegt Castaño op het balkon grenzend aan haar kantoor. De muren zijn begroeid met planten, ze kijkt uit op een tropische tuin. Beneden ronken echter de bussen in een kilometerslange file, de stank beneemt ons de adem. 'We hebben al veel bereikt, maar er is nog een hoop te doen', lacht ze. Achter haar vergaderen collega's in zitzakken, uitspraken van Steve Jobs staan op de muur. De 'barrio' van Carlos zou zomaar aan de andere kant van de wereld kunnen liggen.

In Medellín is het verleden nooit ver weg. In de hal van het innovatiecentrum vertelt een video het succesverhaal van de 33-jarige Mauricio Betancurt. Hij bedenkt technologische oplossingen voor een van de grootste problemen van het land: landmijnen. De provincie waarin Medellín ligt, heeft de meeste mijnen van Colombia. Dat had tot gevolg dat duizenden vluchtelingen vanaf het platteland naar de stad kwamen.

'De mijnen liggen in ontoegankelijk gebied, het zijn er heel veel en ze zijn nauwelijks te detecteren. Deze intellectuele uitdaging in combinatie met een sociaal doel vind ik erg bevredigend', zegt hij in zijn werkkamer op de campus van technische universiteit EAFIT. Het leger gebruikt zijn anti-mijn robots en hij werkt aan uitbreiding naar het buitenland.

Tekst gaat verder onder de foto.

Foto Yvonne Brandwijk
Een watertank is omgetoverd tot publieke ruimte. 's Avonds is de tank verlicht, dit brengt sfeer en vermindert het geweld dat zich voorheen concentreerde op deze onverlichte plek. Foto Yvonne Brandwijk

'Er zijn negentig landen met landmijnen, daar zitten ze te springen om dit soort innovaties.' Ruta N helpt hem internationale deals te sluiten. Ook regelde het instituut de financiering van zijn laatste uitvinding: inlegzolen die de plattelandsbevolking tegen landmijnen beschermen.

Mauricio is een van 35 veelbelovendste uitvinders ter wereld, volgens de Amerikaanse universiteit MIT. Zelf is hij ervan overtuigd dat hij zijn succes deels te danken heeft aan de stad. 'Het ondernemersklimaat is hier zo goed, zegt hij. 'De universiteit helpt me bij het onderzoek en de productontwikkeling. Voor advies over financiering of uitbreiding naar het buitenland, bel ik Ruta N. Zij leggen contacten en betalen de tickets.'

Vijftien jaar investeringen van het stadsbestuur in mobiliteit, veiligheid en onderwijs, betalen zich terug. 'Als je voor internationale klanten werkt, heb je het als start-up nergens beter dan in Medellín,' zegt Andrés Barreto. De stad heeft alles wat hij zoekt: van goed openbaar vervoer tot een paradijselijk klimaat - het is 360 dagen per jaar 25 graden - en dat alles tegen lage kosten, want de kosten voor het levensonderhoud zijn laag. 'En zolang je start-up groeit, maakt het investeerders niet uit of je in New York of Medellín zit.'

'Over tien jaar verdient Medellín meer met het exporteren van kennis dan welke grondstof ook - legaal of illegaal,' voorspelt Andrés.

Future Cities is een onderzoeksproject naar snelgroeiende steden en baseert zich op cijfers van ondermeer het Global Institute van McKinsey. Het project wordt gesteund door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, het Volkskrant Stimuleringsfonds, Freepress/Postcodeloterijfonds voor journalisten, het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en het 'Innovation in Development Reporting Grant' program van het European Journalism Centre (EJC), gefinancierd door de Bill and Melinda Gates Foundation.


Urban innovatie in Medellín

Een gigantische groene stadsring beteugelt de wildgroei van de stad en heelt oude wonden.

'Hier was de grens', zegt Juan Villamizar (25) terwijl hij zijn schop in de aarde steekt. Het was een grens die niemand zag, maar die iedereen kende. Juan laat een lit-teken op zijn hand zien, een overblijfsel van een klap met een machete toen hij ongevraagd de grens overstak en de buurt van een rivaliserende bende betrad. Hij had mazzel; talloze wijkgenoten overleefden de overtreding niet.

Juan woont in La Sierra, lang een van de gewelddadigste wijken in Medellín. Na twaalf jaar als drugsrunner in een bende, verruilde hij twee jaar geleden zijn pistool voor een schop en een overall. Nu werkt hij als bouwvakker in een team met voormalige vijanden aan het nieuwe paradepaardje van stadsinnovatie: El Cinturón Verde Metropolitano - een stadspark dat als een groene ring om de stad ligt.

Het park is 75 kilometer lang en biedt moestuinen, recreatie- en sportfaciliteiten. Bouwvallige huizen worden opgeknapt en publieke voorzieningen aangelegd. De werkzaamheden begonnen drie jaar geleden en duren tot zeker 2030. Tegen die tijd heeft het project 240 miljoen dollar gekost.

Tekst gaat verder onder de foto.

Juan Villamizar aan het werk voor El Cinturón Verder Metropolitano. Foto Yvonne Brandwijk

Hoog op de berg ligt de Camino de la Vida, een wandelpad van 12 kilometer, dat de transformatie van de wijk symboliseert. Voorheen was dit pad bekend als de Camino de la Muerte, het pad des doods, zegt Juan. 'Bendes hingen hun vijanden hier aan de bomen.' Langs het pad zijn oerbomen geplant. Samen met een afwateringssysteem en moestuinen op terrassen verminderen zij de kans op lawines en modderstromen.

De Camino is, behalve een mooi wandelpad, de nieuwe stadsgrens. Het is verboden te bouwen in het bergachtige gebied boven het pad. Net als in andere Latijns-Amerikaanse steden is het een gewoonte dat nieuwkomers zelf hun huizen bouwen op onbebouwd land aan de rand van de stad. Zo zijn op de bergflanken rondom Medellín informele wijken ontstaan waar tienduizenden families leven in gebieden met een hoog risico op natuurrampen.

Medellín organiseert zich om te kunnen groeien, zegt stadsplanner Jorge Perez. 'Georganiseerd, duurzaam en in de hoogte in plaats van in de breedte.' Doordat het project bewoners werk, voorzieningen en kansen biedt, is hij ervan overtuigd dat ze zullen voorkomen dat de grond wordt bebouwd.

Juan verdient als bouwvakker minder dan als drugsrunner, maar vrede is hem meer waard dan een portemonnee vol biljetten, zegt hij. Bovendien werkt hij niet alleen aan de toekomst van de wijk, maar ook aan die van hem zelf. 'Ik heb hier nog jaren werk en als dit project klaar is, heb ik genoeg ervaring om elders in de bouw aan de slag te gaan.'


World Press Award

Het project Future Cities won dit jaar de derde prijs in de Digital Storytelling Contest van World Press Photo (+). Future Cities is de enige Nederlandse winnaar in 2017. In de Nieuwe Kerk Amsterdam is de expositie World Press Photo 2017 te zien, met alle persfoto's en digitale projecten van prijswinnaars uit 45 landen. De expositie is te zien tot 9/7, dagelijks van 10.00 tot 18.00 uur. Na Amsterdam gaat de expositie op tournee naar zo'n honderd locaties over de hele wereld.

Achter de schermen bij een modeshow in Kinshasa, Congo. Foto Yvonne Brandwijk

Kijk verder

Bekijk hier de geprezen webdocumentaire over Medellín!

Waar gebeurt het in 2025 of 2040

Dagelijks komen er wereldwijd 200 duizend stedelingen bij, meer dan 70 miljoen mensen per jaar. In 2050 woont meer dan 70 procent van de wereldbevolking in een stedelijke omgeving. Iedereen weet dat Shanghai en Rio de Janeiro booming zijn, maar wat zijn de steden van de toekomst? Met deze vraag reizen journalist Stephanie Bakker en fotograaf Yvonne Brandwijk de wereld over op zoek naar de potentie in een vijftal snelgroeiende wereldsteden. Kijk voor de webdocumentaire op futurecities.nl

Teruglezen
Bezoek 1: Kinshasa, wervelende toekomstige modehoofdstad (+).
Bezoek 2: Lima heeft de afgelopen jaren ontdekt dat het beschikt over een unieke fusionkeuken (+).
Bezoek 3: Yangon, waar vooral de creatieve sector een bloei beleeft die zijn weerga niet kent (+).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.