Hoe Ljiljana Buttler, de moeder van de zigeunersoul, een tweede leven kreeg

Net uit: de laatste opname van een beroemde Kroatische zigeunerzangeres, Ljiljana Buttler, die in april overleed. Vanuit een Hoofddorps bovenhuis werd ze opgespoord in Duitsland, aangespoord weer te gaan zingen en grootgemaakt door Dragi Sestic. 'O liefje, o liefje, je bent altijd zo goed voor me geweest.'Door John Schoorl

Er was niets van haar over, op het podium in Frankfurt. De voluptueuze koningin van de Balkanblues, moeder van de zigeunersoul, big mamma van de sevdah had een beenderig gezicht, een kleine nek en sprieterig wit haar - twintig kilo's Ljiljana Buttler waren zomaar verdwenen.


Het ergste: de donkerbruine eikenhouten stem, gekleurd door decennia naar binnen waaiende rookslierten en een leven van onderweg, was verworden tot een krap, hees geluid.


Maak je maar geen zorgen, had ze nog van tevoren tegen Dragi Sestic gezegd, op die avond in maart, dit jaar. Maak je maar geen zorgen, als ik eenmaal op het podium sta, dan ben ik weer de Ljiljana Buttler die je kent, de zangeres. Dan schud ik alles los, en geef ik me over aan mijn publiek


Alles komt goed, mijn kuca - mijn hondje.


Dragi Sestic (44), haar (her)ontdekker, manager en producer, zit op de bank in zijn bovenhuis in Hoofddorp en steekt zijn armen omhoog, om daarna de tranen uit zijn gezicht te vegen.


Ze speelde met een klein combo, in de geest van haar laatste cd, Frozen Roses. Piano, bas en percussie, voor een ingetogen jazzy geluid, in de geest van haar heldin Ella Fitzgerald. Ze was de hoofdact van een festival in Frankfurt, en er lagen vele mooie gigs in het verschiet. Met als hoogtepunt een optreden op het North Sea Jazz Festival, in de zomer van 2010.


Na het nummer Ashun daje mori - Luister moeder, luister naar mijn misère - ging ze het podium af. Ze had geen bereik meer.


In de auto terug naar het hotel, zei de 65-jarige zangeres tegen de bassist: het is nu echt over met mij.


Een dag voor haar dood op 26 april sprak Dragi haar voor het laatst. Hij had gehoord dat er een tumor in haar hoofd was ontdekt, dat er kanker was gevonden in de longen en in de nieren. Ze was een beetje bij stem, en lag in haar flatje in Düsseldorf, een kamer gevuld met rook, oude posters, rondslingerende cd's en uitpuilende asbakken. Nee, nu even niet de seksueel getinte grappen, waarin ze excelleerde, of de zwarte humor. Ze fluisterde in zijn oor, zachter dan ooit.


O liefje, o liefje, zei ze hem, je bent altijd zo goed voor me geweest. Je hebt me nooit in de steek gelaten. Mijn boss, mijn Dragi.


Hij had haar met pijn en moeite opgespoord, drie magistrale cd's laten opnemen op zijn eigen label Snail Records, en haar Europa laten veroveren, met haar prachtige stem. Negen jaar lang spraken ze elkaar minimaal drie keer per week. Hij had allerliefste naca (poesje) willen zeggen, of in ieder geval gedag, of dat hij extreem veel van haar hield. Maar hij zei helemaal niks.


Op de begrafenis in Düsseldorf speelde een matig zigeunerorkest uit de omgeving, met krakkemikkige, slecht timende muzikanten, haar lijflied: Djelem Djelem. Hartverscheurender had het nummer nooit geklonken, op het moment dat de kist zakte.


Dragi wist niet dat een trompet kon huilen.


Ik vertrek, moederBegin aan een lange reisWaar ik ga ontmoetenVeel gelukkige mensen


(Vertaald uit: Djelem Djelem)


Dragi loopt naar een kast, en begint in een lade te scharrelen. Hij zoekt het cassettebandje waar het allemaal mee begon - hij kan het niet vinden; hij zal het wel aan Ljiljana hebben gegeven. Die had niks meer over, van zichzelf.


Dat bandje kreeg hij van zijn vader, in juni 2000. Dragi woonde sinds 1994 in Nederland, nadat hij met een Nederlandse oorlogsfotografe zijn land was uitgevlucht, en was even terug. Hier een tape, muziek van vroeger, zei zijn vader, in het ouderlijk huis in Bosnië. Zet dat maar eens op.


Dragi keek naar het oude cassettebandje, met een foto op de cover, en de naam van de zangeres: Ljiljana Petrovic.


Mijn god, wat is dit, dacht hij, toen ze uit de boxen galmde. De kwaliteit van de opname was beroerd, maar dat maakte niet uit. Die stem: zo makkelijk, zo'n totale controle. Het leek wel of ze haar stem om de liedjes heen cirkelde, alle woorden één voor één annexeerde, en weer naar buiten sproeide, hard en zacht.


De moeder van de zigeunersoul, dat was wat hij hier hoorde.


Ik moet haar vinden, ik moet met haar spreken, en haar muziek laten opnemen. Dat moetmoetmoetmoet.


Ja, hij Dragi Sestic, voormalig ingenieur uit Mostar, was een muziekproducer geworden, bij toeval, van legendes uit de Balkan. Thuis was er altijd muziek te horen geweest, en vanuit alle windstreken: Roemeense liederen, Russische ballades, Franse chansons, Mexicaanse mariachi's of rock 'n roll. Voordat de oorlog in Joegoslavië uitbrak, werkte hij bij een radiostation, waar hij kennis maakte met sevdah - de Balkanblues.


Net als Ry Cooder deed met Cubaanse muziekhelden van weleer, in de Buena Vista Social Club, zo had hij in 1998 de Mostar Sevdah Reunion geformeerd met afgestofte Bosnische muzikale cracks. Ook had hij Šaban Bajramovic , de koning van de Balkanzigeuners, herontdekt, en net voor zijn dood, een cd met hem opgenomen.


En deze Dragi, die nu op zijn pantoffels loopt in zijn Hoofddorpse bovenhuis, ging op zoek naar een andere verloren schat uit de Balkan.


Waar moest hij beginnen? Waar zou ze uithangen? Vele Joegoslaven waren gevlucht voor de oorlog. Zat ze in Amerika? Europa? Hij had een cassettebandje, en een naam en verder niks.


Hij kreeg telefoonnummers van mensen, die telefoonnummers hadden gekregen van andere mensen. Hij belde, en belde, schakelde oude muzikanten in. Maandenlang schoot hij geen meter op, totdat hij weer een nieuw telefoonnummer draaide, dit keer in Düsseldorf in Duitsland. Hij moest wat.


Met Dragi Sestic, kent u Ljiljana Petrovic? Ja, die ken ik. Dat ben ik.


Bent u Ljiljana Petrovic? Ja. ja, dat ben ik. Hoort u me niet?


Hij wilde onmiddellijk in de auto stappen, want ze was maar tweeënhalf uur rijden van hem verwijderd. Nee, nee, dat wilde ze niet. Ze wilde met rust worden gelaten. Zingen? Een cd opnemen. Nee, dat is iets uit het verleden. Laat me waar ik ben.


Na een uur op haar inpraten, kreeg hij haar zover, dat hij haar mocht bezoeken. Zo stond hij bijna een jaar nadat hij het cassettebandje had gehoord, oog in oog met de zangeres. Ze was 56 jaar, en zat in haar bedompte flatje. Ze had pikzwart haar, en bekeek hem met veel wantrouwen.


Waar hij had gezocht naar een diva, vond hij een poetsvrouw, een schoonmaakster die verantwoordelijk was voor de toiletten in wegrestaurants en hotels.


Drie weken later mocht hij terugkomen, ze had hem gecheckt bij Joegoslavische vrienden, en hij was goed bevonden. Er waren zes zigeunermuzikanten uit de buurt opgetrommeld, er was eten en een kamer vol sigarettenrook, toen ze begon te zingen, voor het eerst in jaren. De stem was nog beter geworden. Het was alsof een warme weemoedige deken over hem werd neergelegd.


Ook vertelde ze haar levensverhaal aan Dragi, daar aan de keukentafel in Düsseldorf. Dat ze tegenwoordig Ljiljana Buttler heette, naar de man met wie ze in Duitsland trouwde, haar derde inmiddels ex-man. Het was een verstandshuwelijk geweest, om een verblijfsvergunning te krijgen. Eind jaren tachtig, aan de vooravond van de burgeroorlog, was ze berooid in Duitsland aangespoeld, met haar kinderen.


Wat was ze groot geweest in Joegoslavië! In 1973 stond ze bovenaan de hitlijsten met Od kakos am tudja zena. Ze was een cultfiguur voor Joegoslavische intellectuelen en artiesten, en trad op met grote orkesten. Door haar gezongen zigeunerklassiekers klonken onophoudelijk uit de radio.


Haar ouders waren beiden muzikanten, maar maakten dat succes niet mee. Vader, een Roemeense accordeonist, smeerde 'm al bij de geboorte. Haar Kroatische moeder trad op als zangeres in café' s en restaurants, en sleepte de kleine Ljiljana met zich mee. Toen op een dag moeder wegens ziekte verstek moest laten gaan, zei ze dat ze het repertoire van moeder wel kende, en spoorde ze de muzikanten aan haar te begeleiden. Twee jaar later liep ook haar moeder weg, en kreeg ze als 14-jarige zelf een kind. Ze bleef zangeres om haar gezin te onderhouden, en werd ontdekt door een platenmaatschappij.


Waarom was ze gevlucht? vroeg Dragi haar. Haar tweede huwelijk was net gestrand, en de politieke situatie in Joegoslavië werd steeds grimmiger. Na haar grote successen in de jaren zeventig, kwam er ook een kentering in het muzikale klimaat. Zigeunermuziek werd uitgekotst. Synthesizers bepaalden het geluid, en dan vooral in combinatie met discobeats, een vleugje balkan, en stompzinnige teksten: turbofolk, heette het.


Wegwezen, ja wegwezen dan maar, en niet meer zingen. Ze wilde er vooral zijn voor haar kinderen. En zingen in Duitsland, tussen de schoonmaakwerkzaamheden door, daar had ze geen zin in. Ze was een zangeres geweest voor alle Joegoslaven, maar zelfs onder de vluchtelingen en gastarbeiders in het buitenland, was verdeeldheid. Ze ging ervan uit dat ze nooit meer zou zingen.


Ga, moederNaar hun huisEn praat, moederTegen de familie.


(Vertaald uit Djelem Djelem)


Ze nam in het buurtschap Bonteburg, tussen Silvolde en Ulft, vorig jaar september het naar nu blijkt allerlaatste liedje op. Het staat op de net verschenen cd van een andere Balkanlegende, de groep Sall e Roma. In de Silvox Studio had ze één take nodig, om het gastoptreden in te zingen.


Dragi hoorde haar een beetje hoesten, tussen de bedrijven door, en ze had wel al een rollator. Maar ze was nog de complete Ljiljana Buttler, in al haar volheid, en geluid, in de Achterhoek.


Na haar dood dacht hij nog vaak na over de eerste keer dat ze weer in de studio stond. Na de ontmoeting in Düsseldorf, en de toezegging dat ze een cd zouden gaan opnemen, was hij haar overigens wel weer kwijt geraakt. Negen maanden lang was ze niet te traceren, en reageerde ze niet op telefoontjes.


Totdat ze opeens weer opdook, zonder uitleg te geven. Dragi wilde nu geen tijd meer vermorsen. Hij nam haar mee naar het Pavarotti Studio's in Mostar, en daar nam ze The Mother of Gypsy Soul op, in een paar dagen.


Het eerste nummer dat ze terugluisterde was Ashun daje mori, een slepend door haar zelf geschreven liedje, hetzelfde liedje dat ze zong tijdens haar allerlaatste optreden in Frankfurt. Ze begon te huilen, en leek niet meer op te houden. Toen keek ze opeens Dragi aan, en zei: Dank je, je hebt me een leven teruggegeven.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden