Hoe lezers soms reisgenoten worden

Drie serieuze nominaties dingen mee naar de Bob den Uyl Prijs voor het beste reisboek.Door Michaël Zeeman..

De Bob den Uyl Prijs is, zegt het bescheiden en plezierig informele reglement ervan, bestemd voor ‘het beste literaire en/of journalistieke reisboek’ uit het eraan voorafgaande kalenderjaar. Dat oogt als een enigszins onzekere afbakening van het werkterrein, ‘literair en/of journalistiek’, en menige kandidaat-laureaat zal zich door dat krampachtige onderscheid al op voorhand in zijn wiek geschoten voelen. Want het hedendaagse reisboek heeft uitgesproken literaire aspiraties, of het nu door een betalend lid van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, mét ondersteuning van het Fonds voor Bijzondere Journalistieke Projecten, geschreven wordt, of door een literaire vrijbuiter.

Omgekeerd is er haast geen reisverslag of het heeft in enigerlei stadium zijn eerste verschijning gevonden in een krant of een tijdschrift. Ook de literaire auteur probeert immers flarden van zijn bevindingen te slijten alvorens met zijn hele verhaal te komen. Reizen kost geld.

‘Reisliteratuur’, heet het in de boekhandel, en dat geeft de ambiguïteit feilloos weer: er wordt gereisd – en dat resulteert in literatuur. Daar wordt het onderscheid met de journalistiek ook in toenemende mate schimmiger, want geen journalist die onderweg is kan de verleiding tot mooischrijverij weerstaan. De gevolgen daarvan zijn bekend: dikke beschrijvingen, oog voor details waarvan het een raadsel blijft waarom zij dienen te worden opgemerkt en geregistreerd, een obsessieve hang naar ‘sfeer’. Zelfs de vlotste pen lijkt al in het vliegtuig iets logs en looms op te lopen.

Jolanda Linschooten

Jolanda Linschooten
Behalve een stilistische eigenaardigheid is dat ook een retorische, een strategische. Het hedendaagse reisverhaal plaatst doorgaans de reiziger in het centrum, niet het reisdoel. In de huidige selectie van zes titels voor de Bob den Uyl Prijs, de ‘shortlist’ waarvan de winnaar vandaag bekend wordt gemaakt, wordt dat op ergerniswekkende wijze duidelijk in Poollicht van Jolanda Linschooten. Veel meer dan een uit de hand gelopen tekst op een prentbriefkaart voor de thuisblijvers is dat niet: de auteur trekt de koude in, lijdt, voorzien van een keur aan apparatuur en uitrusting, ontberingen waar zij thuis niet toe bij machte zou zijn, maar geniet desondanks van het fan-tas-ti-sche uitzicht en had de onderneming voor geen goud willen missen. Het document dat wij ten gevolge daarvan krijgen kun je niet eens beschamend noemen, want het is de consequentie van een wereldbeeld dat het ‘ik’ in het centrum plaatst en het leven als een belevenis ziet. Zelden heb ik de afgelopen jaren zo terugverlangd naar de wederwaardigheden van Willem Barentsz.

Jolanda Linschooten
Onbegrijpelijk is die egocentrische strategie overigens niet. Het oudere reisjournaal was immers, naast een verslag van de wederwaardigheden van de reiziger, ook het bericht van een ontdekking of een reeks ontdekkingen. De ontberingen waren niet alleen reëel, zij dienden bovenal een doel: aankomen en zien heelhuids thuis te komen om het te kunnen vertellen. Het journaal was het terloopse bij-product van de expeditie.

Jolanda Linschooten
Maar de wereld staat integraal op Google Earth en in strikte zin is er binnen de vierentwintiguurs-economie van het nieuws niets meer te ontdekken. Dan wordt de belevenis onvermijdelijk belangrijker dan de bestemming – en het reisverhaal een eindeloze variatie op het thema ‘ik en de wereld’. De verslaggever of de schrijver weet dat en worstelt zich uit zijn conflict met de objectiviteit door zichzelf in het centrum te plaatsen. Zijn of haar lotgevallen, de wijze waarop hij zich kweet van de bijzondere omstandigheden waarmee zijn reis hem confronteerde komen in het centrum te staan, de subjectiviteit van de persoonlijkheid bepaalt toon en invalshoek.

Jolanda Linschooten
De gevolgen zijn bekend: een optocht van informanten die veelal niets te melden hebben wat de thuisblijvers zelf niet hadden kunnen bedenken en een collage van blaffende honden, zonsondergangen, geuren en kleuren. Daar is de televisiejournalistiek, reisreportages inbegrepen, trouwens mede-schuldig aan, want de retorica van het televisienieuws vereist dat alle berichten gepersonaliseerd worden. Gebeurtenissen zijn belevenissen, berichten getuigenissen, de geschiedenis een reeks individuele lotgevallen, de wereld een aaneenschakeling van gemeenschappen.

Dick Wittenberg

Dick Wittenberg
In Binnen is het donker, buiten is het licht verklaart Dick Wittenberg Afrika door verslag te doen van enkele periodes waarin hij probeerde bewoner te worden van het dorpje Dickisoni in Malawi. Geen mens weet waar het ligt, vrijwel geen mens zal Wittenberg ooit nareizen, maar in de culturele antropologie geldt de regel small facts speak to large issues en dus wordt een verblijf in Dickisoni exemplarisch voor zowat een heel continent. Wittenberg ondernam zijn participerende observatie aanvankelijk voor het maandblad ‘M’ van NRC Handelsblad en dat resulteerde in een fraaie reportage, verlucht met foto’s van Jan Banning. Die oogstte zo veel lof, dat de auteur niet wist hoe snel hij verlof moest opnemen om terug te keren naar zijn dorp en zijn reportage uit te werken tot een boek.

Dick Wittenberg
Dat had hij beter niet kunnen doen, want, eerlijk is eerlijk, in zo’n Afrikaans dorp is niets te beleven. Dat kan de eerste paar dagen een hele belevenis zijn, na enkele weken wordt dat sleur. Het boek is een ondraaglijke uitdijing van het oorspronkelijke krantenstuk, waarin de auteur onvermijdelijkerwijs zijn gebrek aan ervaringen tot thema maakt: het is een raadsel welke large issues er nog spreken uit zijn nieuwe small facts, of het moesten de kwesties zijn die wij al kenden.

Eefje Blankevoort

Eefje Blankevoort
Wat ziet een auteur die zichzelf in het centrum van zijn waarnemingen plaatst, noodgedwongen of uit eigenliefde? In hoeverre loopt zijn onderneming het risico uit te monden in een inspectiereis, waarbij het van thuis meegebrachte vooroordeel ter plekke getoetst wordt aan de werkelijke omstandigheden?

Eefje Blankevoort
Eefje Blankevoort vertrok aan het einde van haar universitaire studietijd in Amsterdam, die zij blijkens haar eigen bekentenissen niet alleen met studeren had doorgebracht, maar minstens zo gedreven aan zelfontplooiing had gewijd, naar Teheran. Zij wilde er materiaal verzamelen voor een scriptie over de rol van de propaganda tijdens de Iraaks-Iraanse oorlog. Het ging haar om beeldmateriaal, want Farsi kende zij niet – en trouwens, een hippe universiteit is meer geïnteresseerd in low culture, in affiches en muurschilderingen, dan in teksten.

Eefje Blankevoort
Het verslag van haar bevindingen, Stiekem kan hier alles, zou hilarisch zijn, als het niet zo naargeestig bekrompen was: hier wordt de werkelijkheid geijkt aan de Amsterdamse standaard. Blankevoort begrijpt weinig van wat zij waarneemt en meemaakt. Dat is vergeeflijk, want Iran is een eigenaardig land met andere zeden en een wat minder gemoedelijke geschiedenis dan de Randstad gedurende de jaren negentig van de vorige eeuw. Onvergeeflijk echter is dat zij Iran en de Iraniërs te lijf gaat met haar rotsvaste en betweterige overtuigingen. Haar wereldbeeld staat vast, de afwijkingen daarop dienen gecorrigeerd te worden.

Eefje Blankevoort
En dus vertelt zij hoe zij haar elementaire taallessen verzuimt, maar vooral op feestjes op zoek gaat naar de werkelijkheid. En jawel, de jonge Iraniërs blowen, drinken en neuken er ook op los, achter het mombakkes van de boerka verstopt zich dezelfde opgetogen party-gangers mentaliteit als thuis. Dan kost het geen moeite meer de dictatuur te verklaren en de islamitische staat te ontmaskeren. Alles klopt, want ‘stiekem kan alles’. De verbindende historische teksten laten zich allicht overschrijven uit de handboeken.

Eefje Blankevoort
Daar komt nog iets bij, en dat is de bedroevende stijl van het boek. En daar manifesteert zich de waterscheiding met de drie overige boeken, dat van Olaf Tempelman over zijn jaren in Roemenië, Frank Westermans verslag van zijn zoektocht naar het geloof van zijn jeugd in de gedaante van het wrak van Noachs ark op de berg Ararat en Nell Westerlakens diepgravende in situ onderzoek naar de Israëlisch-Palestijnse kwestie.

Eefje Blankevoort
Alle drie journalisten, alle drie zeer begaafde journalisten met een indrukwekkende gedrevenheid waar het om onderzoek gaat, en een mooie pen. Dikdoenerij kan men hen hoegenaamd niet verwijten, geen van drieën. Als die jury wat waard is, dan gaat het om die drie boeken in de eindronde.

Olaf Tempelman

Olaf Tempelman
Tempelman was vele jaren correspondent op de Balkan voor de Volkskrant. Hij koos als standplaats Boekarest en alle lezers weten dat het zijne een van de opvallendste correspondentschappen van deze krant was: de plek was ongebruikelijk, Tempelmans ijver en nieuwsgierigheid waren exemplarisch, zijn kennis van vooral Roemeense zaken een baken en zijn hang naar het absurde aanstekelijk. Hij wilde, in de overgangsperiode van dictatuur naar integratie in Europa, de stuipen van Roemenië registreren, geschiedenis met een kleine ‘g’ schrijven, zoals hij dat noemt.

Olaf Tempelman
En hij deed dat voorbeeldig. Toch breekt juist die ambitie hem enigszins op in zijn Roemeense lente. Soms wordt de ‘g’ zo klein, dat het woord ‘geschiedenis’ haast niet meer te lezen is – en het verslag alleen nog maar onderhoudend.

Olaf Tempelman
Zijn thema’s zijn doorgaans verrukkelijk, zijn toon is kostelijk, maar soms verdwijnt het perspectief juist daardoor. De waarnemer wordt één met zijn object en dan hebben wij lezers het nakijken.

Frank Westerman

Frank Westerman
Van Ararat en Het paviljoen van meneer Mofid kan een nieuwsgierig en kritisch lezer uitsluitend genieten. Dat Westerman heel goed kan schrijven en de wijze waarop hij zich zijn onderwerp toeëigent, het stelselmatig omsingelt, het bespiedt, al zijn handelingen registreert en het ten slotte bespringt, ontleedt, kneedt, andermaal bekijkt, beproeft, verteert, ja wat al niet, is bekend: hij heeft een reeks prachtige boeken op zijn naam staan.

Frank Westerman
Maar vlak in zijn stralende nabijheid Westerlaken niet uit. In Het paviljoen van meneer Mofid formuleert zij met een memorabele trefzekerheid.

Frank Westerman
Westerman wilde begrijpen waar zijn kinderlijk godgeloof gebleven was en verkoos op zoek te gaan naar de ark; hij had evengoed de graal kunnen nemen of de lijkwade van Christus, maar de Ararat is een stuk avontuurlijker. Hij is zeer aanwezig in zijn boek, naar mijn smaak soms wat al te inschikkelijk waar het om trivialiteiten gaat.

Frank Westerman
Maar omdat hij hoog inzet, zij het hem vergeven: we volgen hem op iedere stap, juist omdat hij zijn taak zo ernstig neemt. Zijn individuele obsessie deelt hij genereus met zijn lezers, hij schenkt hen zoveel vertrouwen dat zij reisgenoten worden.

Nell Westerlaken

Nell Westerlaken
Westerlaken heeft haar eigen naïveteit tot inzet gemaakt van haar reportages, dat wil zeggen: het pijnlijk verwrongen beeld dat een intelligente en gevoelige Nederlander van haar generatie – de na-oorlogse, geboren in de jaren zestig – heeft van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Men kent de achtergronden, men kent de historische emotionele beladenheid – en men walgt dagelijks van de nieuwsbeelden die dat oplevert, van zelfmoordaanslagen enerzijds, tot robuuste segregatie en agressie anderzijds.

Nell Westerlaken
Maar men schort zijn oordeel op, ongemakkelijk en een tikje chagrijnig: het lijkt wel geen pas te geven, bij zoveel verleden. En precies vanuit dat punt vertrekt Westerlaken, alsof zij dat uitstel niet langer verdroeg. Zij gaat poolshoogte nemen, keer op keer en telkens op andere gevaarlijke plekken. En zij blijft haar oordeel opschorten, onvermoeibaar bereid zich te laten overtuigen door wat zij waarneemt.

Nell Westerlaken
Dat is buitengewoon bewonderenswaardig en soms nogal ontroerend. Westerlaken heeft vele jaren leiding gegeven aan het reiskatern van de Volkskrant. Het heeft haar kennelijk gevormd: de voetangels en klemmen van het métier hoeft zij niet eens te vermijden, zozeer staat zij erboven.

Nell Westerlaken
Ararat en Het paviljoen van meneer Mofid zijn alle twee emotionele boeken, met grote discipline en beheerstheid geschreven.

Nell Westerlaken
Of het ‘reizen’ zijn of ‘literatuur’ doet er dan niet meer toe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.