'Hoe leer je hoofdredacteur te zijn?'

Max Hastings had als hoofdredacteur van de Daily Telegraph van 1986 tot 1995 te maken met de lastige, conservatieve eigenaar Conrad Black....

Nederlandse hoofdredacteuren hebben na hun bewind ongetwijfeld vaak veel te verhalen, maar ze doen het vrijwel nooit. Sytze van der Zee was in 1998 een eenzame uitzondering met zijn strijdschrift De Overkant - Mijn jaren bij Het Parool, waarin hij hardhandig uithaalde naar iedereen die hem in de jaren 1988-'96 had dwarsgezeten bij zijn pogingen het Amsterdamse avondblad te upgraden tot de NRC van Buitenveldert.

Vermoedelijk niet minder interessant zouden de openhartige gedenkschriften van, bijvoorbeeld, voormalig NRC-hoofdredacteur Ben Knapen, Vrij Nederland-veteraan Rinus Ferdinandusse of ex-Volkskrant-hoofdredacteur Harry Lockefeer zijn. Om maar te zwijgen van de verhalen die Johan Olde Kalter, de Gorbatsjov van De Telegraaf, na zijn terugtreden zou kunnen vertellen over de even behoedzame als doelgerichte manier waarop hij het IJzeren Gordijn rondom zijn ochtendblad heeft weten te demonteren. Oscar Garschagen kan nu zelfs uit de school klappen over zijn wreed afgebroken loopbaan als hoofdredacteur van achtereenvolgens Vrij Nederland en het Algemeen Dagblad. Maar het ziet er niet naar uit dat krantenlezend Nederland met die inside-stories zal worden verblijd.

Engelse hoofdredacteuren pakken dat anders aan. Harold Evans, die van 1967 tot 1982 achtereenvolgens The Sunday Times en The Times had geleid, publiceerde in 1983 zijn klassieke Good Times, Bad Times. Net als het boek van Sytze van der Zee was dat een afrekening, in dit geval met media-tycoon Rupert Murdoch, die volgens Evans zijn eigendomsrecht had misbruikt om de beide kwaliteitskranten in het verderf te storten.

De onbetwiste schurk uit de recente Britse persgeschiedenis, wijlen Robert Maxwell, wordt levensecht beschreven in Maxwell's Fall (1992), de memoires van voormalig Daily Mirror-hoofdredacteur Roy Greenslade. Een van de vele veelzeggende anekdotes vertelt hoe Maxwell een van zijn medewerkers vroeg: 'Het lijkt of u me niet vertrouwt. Waarom niet?' De man besloot voor één keer eerlijk te antwoorden: 'Omdat, meneer Maxwell, u de oprechtste leugenaar bent die ik ooit heb ontmoet.' De persbaron schoot prompt in de lach, herinnerde de medewerker zich. 'Ik geloof echt dat hij het opvatte als een van de mooiste complimenten die ik hem had kunnen maken.'

Max Hastings, die met Editor - An Inside Story of Newspapers zojuist de nieuwste toevoeging aan de Britse hoofdredactionele boekerij publiceerde, had van 1986 tot 1995 bij de Daily Telegraph te maken met een minder ongure, maar niet minder lastige eigenaar. Conrad Black was een Canadese miljonair met conservatieve, om niet te zeggen reactionaire denkbeelden. Max Hastings was naar eigen zeggen een journalist die met zijn opvattingen thuishoorde aan de linkerkant van de Conservatieve Partij: vóór Europa, tegen de Zuid-Afrikaanse apartheid, tegen de doodstraf, op den duur tegen Margaret Thatcher (maar vóór de vossenjacht). Op al die punten, behalve misschien het laatste, botste de eigenaar van de Daily Telegraph met de hoofdredacteur die hij had benoemd. Maar Conrad Black had het benul te beseffen dat een krant die geheel volgens zijn ideeën zou worden gemaakt, 'uiteindelijk maar één lezer zou overhouden', zoals hij het zelf eens formuleerde.

De citaten die Hastings uit zijn voortdurende correspondentie met Black aanhaalt, liegen er overigens niet om. In Nederland zal het niet snel gebeuren dat een kranteneigenaar zijn hoofdredacteur laat weten: 'Mijn geduld met de minister-president is uitgeput' - en vervolgens aandringt op een krachtige campagne om de man ten val te brengen.

Conrad Black deed dat in 1994 met John Major, onder invloed van zijn grote vriendin Margaret Thatcher. Maar hij verzette zich niet toen Hastings dat op grond van twee argumenten weigerde: 'deels omdat ik niet geloof dat het de taak van serieuze kranten is om te proberen premiers te laten sneuvelen, en misschien ook omdat kranten zo'n domme indruk maken als dat niet lukt'.

Tegelijkertijd besefte Hastings dat de opvattingen van de eigenaar grenzen stelden aan de opinies die de Daily Telegraph kon verkondigen. 'Ik ben een aanhanger van de vrije markt', schrijft hij. 'Ik accepteer het principe dat een eigenaar het recht heeft het soort krant uit te geven dat hij verkiest.'

Tussen die twee polen balanceerde hij met opgewekte realiteitszin: 'Als je besluit met een eigenaar in de kooi te klimmen, zoals iedereen doet die een hoofdredacteurschap accepteert, kun je redelijkerwijs verwachten dat je boos, gefrustreerd, ontmoedigd zult worden; maar je mag nooit verbaasd zijn over wat er gebeurt, of over een incidentele blauwe plek.'

Naast zijn relaas van negen jaar touwtrekken met Conrad Black biedt Hastings ook leerzame bespiegelingen over het vak van hoofdredacteur. Toen hij als 40-jarige bij de Daily Telegraph aantrad, had hij geen enkele leidinggevende ervaring. Zijn journalistieke voorgeschiedenis omvatte voornamelijk buitenlandse correspondentie en oorlogsverslaggeving. 'Hoe leer je hoofdredacteur te zijn?', vroeg hij zich de eerste dag achter zijn bureau af. 'Would anybody do anything I said?'

Hij stond bovendien voor een zware taak, want de Daily Telegraph ging in 1986 een zorgelijke toekomst tegemoet. De oplage lag weliswaar ruim boven het miljoen en de krant genoot als nieuws- en sportmedium groot aanzien, maar de lezerskring was net zo bejaard als de opmaak, de presentatie en de opinies. Hastings had een helder idee voor ogen: de Daily Telegraph moest een jonge, dynamische popular quality newspaper worden, die wel sympathiseerde met de Conservatieve Partij, maar geen slippendrager van wie dan ook wilde zijn.

Daartoe begon hij onvervaard nieuw talent binnen te halen en zittende redacteuren weg te werken. Margaret Thatchers dochter Carol vloog er als een van de eersten uit. 'Max is good at drowning kittens', was het twijfelachtige compliment dat Conrad Black hem maakte. Verder volgde Hastings vooral zijn journalistieke instinct, gericht op het maken van een boeiende krant voor middle-brow lezers. Van lezersonderzoek en andere marketing-tools trok hij zich weinig aan. 'Lezers hebben geen rationeel idee over wat ze wel of niet in hun krant willen lezen - daarvoor gebruiken ze juist de diensten van redacteuren', luidt zijn overzichtelijke opvatting.

In het Engeland van de jaren tachtig en vroege jaren negentig werkte die aanpak nog. De oplage van de Daily Telegraph bleef intact, de lezerskring verjongde, de dreigende concurrentie van The Times en The Independent werd afgeslagen, en - in de ogen van Conrad Black ook niet onbelangrijk - het verlies van 17 miljoen pond in 1986 werd op den duur omgezet in een jaarlijkse winst van zo'n 60 miljoen pond.

In 1995 vond Hastings het welletjes en stapte hij over naar de Evening Standard, een veel kleinere, plaatselijke krant uit Londen. 'Dus nu word je rijker, maar minder belangrijk', zei een vriend tegen hem. Zes jaar later vertrok Hastings ook daar, om met veel plezier weer te gaan schrijven. Hij werkt nu aan een boek over de laatste acht maanden van de Tweede Wereldoorlog.

In Editor blikt hij met gerechtvaardigde trots terug. Toch blijft de vraag over of hij, in historisch perspectief, geen zondagskind in het vak van hoofdredacteur is geweest. De woorden 'internet' en 'ontlezing' komen in zijn boek niet voor.

Maar dat geldt ook voor zijn mooiste bon mot. In een televisieportret van drie Britse hoofdredacteuren werd Max Hastings ooit gevraagd wat de taak van de journalist was. Zijn onovertroffen antwoord: 'Tell the truth and entertain.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden