Hoe lang zal het vuur in Duindorp nog branden?

Handen af van de stapel

Elk jaar wordt het vreugdevuur in Duindorp hoger. Toch maken bewoners zich zorgen over hun Haagse wijk. Blijkt wel: eenderde stemt PVV.

Duindorpers aan het werk. Foto Freek van den Bergh

Vanaf een uur of zeven 's avonds druppelen ze de voetbalkantine van Duindorp SV binnen - mannen in joggingbroeken, mannen in trainingspakken, mannen met strakke shirts om gespierde lichamen. Ze slaan elkaar op de schouders, werpen zich in bonkige omhelzingen en roepen: 'Hé, vriend'. Daarna zoeken ze een plek rond bar of tafel.

'We vinden niet echt dat het lekker loopt', zegt Michel Kulk (29) even later door de microfoon.

Michel heeft het vreugdevuur van de Haagse wijk Duindorp de afgelopen vijf jaar georganiseerd, samen met zijn vriend Ferry de Jong (25). Nagenoeg met z'n tweeën regelden zij de sponsors, ze overlegden met de gemeente over de veiligheid en ze belden naar bedrijven om grote partijen pallets op te kopen. Altijd deden ze het met veel plezier, maar nu twijfelen ze.

'We willen weten of er genoeg animo is om nog een jaartje te knallen met z'n allen', zegt Michel. 'We kunnen alleen winnen als we een hechte groep blijven. En ik weet zeker dat dat kan, dat hebben we vijf jaar lang laten zien. Wij willen ervoor gaan en ik hoop dat jullie dat ook willen.'

Na een minuut of vijf legt hij de microfoon weg. Mensen klappen en joelen. En hoewel niemand expliciet zijn steun uitspreekt, is Michel na afloop positief. Deze gasten, die vijftig of zestig die hier nu zitten, die willen door. Wie hier vanavond gekomen is, steunt het vuur. En die dertig die de moeite hebben genomen om zich bij hem af te melden - daar kan hij ook op rekenen.

Zo simpel is het.

Het is geen misselijk vuurtje, dat ze elk jaar op het Zuiderstrand stoken. In de dagen tussen Kerst en Oud en Nieuw stapelen de Duindorpers tienduizenden pallets op elkaar. Dag en nacht bouwen ze door, zodat in vijf dagen een houten toren ontstaat zo hoog als een flatgebouw met tien verdiepingen.

En die toren wordt elk jaar hoger, als een feniks die telkens sterker uit zijn as herrijst. Dat moet ook wel, willen de Duindorpers de 'schollekoppen' voorblijven, de concurrenten uit Scheveningen, die aan de andere kant van de haven óók een toren bouwen.

'Elke keer denken we dat het niet meer hoger kan', zegt Ferry. 'Maar dan verzinnen we iets waardoor het bouwen makkelijker gaat. We regelen betere pallets, we huren een extra bouwlift of een kraan. En dan lukt het toch weer.'

Want ja, Duindorp was de afgelopen jaren telkens de winnaar van de tweestrijd, terwijl Scheveningen heel wat meer inwoners heeft. Kijk, dat laat dus zien hoe bijzonder deze wijk is, zeggen de mannen van het vuur, de mannen die de organisatie voor hun rekening nemen.

Naast Ferry en Michel zijn dat dit jaar - onder anderen - André, Danny, Dennis, Pascal, Rob en Wesley. Het zijn aanpakkers, mannen die vooral met hun handen werken, als chef-kok, elektricien, facilitair medewerker, glazenwasser of stuwadoor. Ze wonen, op een enkele uitzondering na, al hun hele leven in Duindorp, net als hun ouders en grootouders. En ze piekeren er niet over ooit nog weg te gaan.

'Je gaat het nooit ergens beter krijgen dan hier', zegt Danny Goldenbelt (29).

Een klein vuurtje, om de bouwers warm te houden. Foto Freek van den Bergh

Die toren, stellen ze allemaal, die symboliseert de saamhorigheid hier, de eenheid. Want zeg nou zelf: in welke wijk vind je zo veel mensen die bereid zijn samen iets neer te zetten?

Nou, in Duindorp dus.

Ja toch?

Nu nog wel, in elk geval.

Want zorgen maken ze zich wel. Dat blijkt ook uit de verkiezingsuitslagen van de laatste jaren. Bij het referendum over het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne stemde een overweldigende meerderheid van de Duindorpers tegen. De PVV kreeg hier bij de Kamerverkiezingen van 2012 liefst 32,9 procent van de stemmen. Twee jaar later, toen gestemd werd voor de gemeenteraad, kwam de PVV op 34,7 procent. In geen enkele andere Haagse wijk scoorde de partij van Geert Wilders zo goed.

Waar komt die onvrede vandaan?

Op een woensdagavond in november opent Michel de deur van een anonieme garagebox in Scheveningen. Hij knipt het licht aan en loopt langs het dartbord en de shirts van ADO Den Haag naar de bar die ze achterin hebben gebouwd. Er zijn grote houten kapitalen tegenaan geplakt: DUINDORP.

Dit is 'het Pakhuis', zoals ze het noemen. Het is hun honk, hun zuipkeet. Ze kunnen er darten, op de spelcomputer spelen, eindeloos ouwehoeren. En ze bespreken er de plannen voor het vuur.

Naast de bar prijkt een foto van de winnende toren van vorig jaar, die met een hoogte van 33,8 meter een halve meter uitsteeg boven die van Scheveningen. Het is een mythisch bouwwerk, een massieve kolos die oprijst uit het gele zand.

Michel schenkt plastic bekers vol cola, waarna hij met André den Heijer (43) achter een laptop kruipt. Ze turen naar de schema's met witte, gele en groene vakken. Daar staat wie van de mannen wat moet doen, daar staat hoeveel sponsorgeld er binnen is, daar staat dat er achttienduizend pallets op dertig trailers vanuit België zullen worden bezorgd en dat ze - met eigen vervoer - vijftienduizend pallets uit Moerdijk kunnen halen.

Wesley en Ferry komen ook binnen.

Die week heeft de Haagse burgemeester Jozias van Aartsen tegen de gemeenteraad gezegd dat hij, mochten de mannen van het vuur zich niet aan de regels houden, 'de ME desnoods uit Groningen' zal halen. Michel vond dat vreemd, vertelde hij even daarvoor in de auto. 'In de gesprekken met ons was hij heel relaxed. En nu zegt hij opeens dit.'

Veel woorden maken de mannen er vanavond niet aan vuil. Er zijn belangrijker zaken te bespreken. Kan het ontwerp van het sponsordoek bijvoorbeeld al naar Polen gestuurd worden, waar het zal worden gedrukt? Zijn er genoeg chauffeurs voor de vrachtwagens? En - misschien wel het belangrijkste - waar halen ze nog tweeduizend pallets vandaan?

'Ik ben organisator van het vreugdevuur in Duindorp', roept Michel even later door zijn telefoon. 'Ik weet niet of u dat kan?'

'Ja, Scheveningen toch?' zegt een man aan de andere kant van de lijn.

'Nee, dat is de concurrent, die moet je niet hebben. Hoeveel Amerikaanse pallets had u staan, duizend toch?'

'Ja. Zelf heb ik er vier- of vijfhonderd en een collega ook.'

'Is het een optie om die naar het strand te laten brengen?'

'En wat levert dat op?'

'Nou, als je het ons een beetje gunt: een eurootje, met transport?'

'Nee, nee, dat lukt niet. Die van die collega koop ik voor 85 cent. Dan houd ik weinig over.'

'Als je met je wagen komt, met een beetje sponsoring. Er staat een hoop tv en radio.'

'Ja, dat snap ik. Ik zal het morgen eens overleggen. Maar ik moet vanuit Groningen komen, hè?'

Een lading pallets wordt omhoog getakeld. Foto Freek van den Bergh

Vraag de mannen van het vuur naar hun wijk en je krijgt liefdevolle verhalen te horen. Ze prijzen de ligging - tussen de duinen, vlak bij de binnenstad. En ze prijzen de sfeer.

'Duindorp is een dorp', zegt Ferry, die een glazenwassersbedrijf heeft. 'Een hecht dorp. Iedereen kan elkaar hier.'

'Ik vergelijk de wijk altijd met een camping', zegt Danny, die bij het reuzenrad van Scheveningen werkt.

'Duindorp is echt volks', zegt chef-kok Dennis Toet (30). 'Net een woonwagenkamp.'

'Overal staan de deuren open', zegt André, projectmanager bij de gemeente Oegstgeest. 'Je kunt hier - bij wijze van spreken - zonder te kloppen bij elkaar binnenlopen.'

'Al mijn vrienden wonen hier', zegt Michel, facilitair medewerker bij de Belastingdienst. 'En mijn hele familie.'

'Mijn kinderen zitten in de klas bij de kinderen van mijn klasgenoten van vroeger', zegt Pascal Stikkelorum (33), eigenaar van een elektrotechnisch installatiebedrijf. 'Mooi toch?'

De afgelopen tien, vijftien jaar is Duindorp flink veranderd, vertellen ze. Voorheen stond de wijk bekend als een tuigdorp vol asocialen. De politie had er een dagtaak aan om jongeren tot de orde te roepen. Het is rustiger sinds circa duizend van de allerkleinste en goedkoopste woningen zijn vervangen door nieuwbouw. Beruchte hangplekken verdwenen, probleemgevallen wonen niet meer op een kluitje.

Op zichzelf is dat wel goed, zeggen de mannen van het vuur. Maar ja, maar toch.

Er klinkt twijfel in de stemmen, er broeit iets.

Een week voordat de bouw van de vreugdevuren begint, schrijdt burgemeester Jozias van Aartsen de vergaderzaal op de eerste verdieping van het Haagse stadhuis binnen. Hij schudt de handen van Wesley, Pascal, Michel en Ferry, die wat onwennig aan één kant van de langwerpige tafel zitten. Er is ook een delegatie van de concurrent uit Scheveningen aanwezig.

Van Aartsen neemt plaats aan de andere kant van de tafel, tussen twee ambtenaren, een woordvoerder en vertegenwoordigers van brandweer en politie.

'Hebben jullie zin in een biertje?' vraagt hij.

Het is maandagavond, even na half zes. De mannen kijken elkaar aan, knikken.

'Dan gaan we daarvoor zorgen', zegt Van Aartsen. 'Daar hebben we het over gehad, toch?'

De relatie tussen de gemeente en de bouwers van de vreugdevuren kan wel wat bier gebruiken. Natuurlijk, de situatie is niet zo gespannen als vroeger, toen elke buurt volgens een lange Haagse traditie een eigen vuur stookte.

De jongens van het Meeuwenhof, die van buurtcentrum O'blok, de Markenseboys uit de Markensestraat - allemaal verzamelden ze in de dagen voor de jaarwisseling zo veel mogelijk kerstbomen en autobanden, ze pikten pallets van bedrijventerreinen en verstopten alles in schuurtjes, putten en bunkers in de duinen. Als ze de kans kregen, haalden de rivalen elkaars voorraad leeg. Op oudjaarsavond ging alles in de fik. De schade aan bestrating, auto's en ruiten was vaak aanzienlijk.

De gemeente Den Haag besloot aan het begin van de jaren negentig dat het zo niet langer ging. Eerst werden plekken aangewezen waar vuren waren toegestaan. Circa tien jaar geleden kwam er een verbod. De verschillende groepen mochten samen nog maar één vreugdevuur maken, op het strand. Zo ontstond een nieuwe traditie: de strijd tussen Scheveningen en Duindorp.

Toen de omvang van de vreugdevuren toenam, ontstond opnieuw wrijving. Dit voorjaar noemde Van Aartsen de vreugdevuren 'in de huidige situatie uit veiligheidsoogpunt onacceptabel'. De bouwers hadden meer pallets gebruikt dan was afgesproken en ze waren niet om 16 uur gestopt met bouwen. Stevige gesprekken volgden en uiteindelijk stelden de partijen een nieuw convenant op.

'Volgens mij hebben we nu wel een redelijk verhaal', zegt Van Aartsen wanneer de flesjes bier op tafel staan. 'Als we het precies zo doen, dan hebben we ook geen gedonder met omwonenden en mensen die zeggen dat het zo niet langer kan.'

Niet veel later zet de burgemeester zijn handtekening onder het convenant, waarin is vastgelegd dat de torens een grondvlak van 15 bij 15 meter krijgen en een maximale hoogte van 35 meter. De mannen mogen bouwen van 22 uur op 26 december tot 16 uur op 31 december. Op dat moment zullen in de haven van Scheveningen de scheepshoorns van drie grote schepen loeien, waarna de gemeente de hoogte van beide torens zal opmeten.

'Ik ga dit niet tekenen als ik het er niet mee eens ben', zegt Michel als de papieren voor zijn neus liggen. Hij wil zeker weten dat de gemeente nog voor de kerstdagen een container op het strand zet, zodat ze de muziekinstallatie klaar kunnen zetten. Dat was de afspraak, zegt hij.

'Wat wil je dat ik zeg?', vraagt een ambtenaar.

'Dat het goed komt.'

'Het komt goed.'

'Dus dan staat er een container vanaf de 23ste?'

'Ik zal mijn stinkende best doen.'

Dan zet Michel zijn handtekening.

'Proost jongens', zegt Van Aartsen.

'We gaan het meemaken', mompelt Michel.

Illustratief voor de onvrede in Duindorp is het verhaal van Rob Plugge, die al vijf jaar betrokken is bij het organiseren van het vreugdevuur. Hij is 27, maakte alleen zijn vmbo af en werkt nu als stuwadoor: hij laadt en lost vissersboten, niet alleen in Scheveningen, maar soms ook in IJmuiden of Vlissingen.

Rob groeide op in het Meeuwenhof, een hofje met arbeiderswoninkjes waar het vocht uit de muren druppelde en de wind door de woonkamer woei. De mensen woonden er graag, zegt Rob. Het was er gezellig, je voelde je er veilig, het was het hart van Duindorp.

Jongeren verzamelden zich onder de bogen die toegang boden tot het hof. Daar hingen ze wat, daar stichtten ze brandjes en als het 's zomers heet was, maakten ze van een brandweerput een fontein die twintig meter de lucht in spoot. Als de politie je weer eens achterna zat, rende je het hof op en kon je je eenvoudig verstoppen. Overal hing een touwtje uit de brievenbus.

Een jaar of tien geleden ging de Meeuwenhof plat, samen met andere verpauperde delen van de wijk. De gemeente wilde 'de problemen uit de wijk trekken', zegt Rob. Want als je veertig bewoners van het Meeuwenhof een huis buiten Duindorp geeft en de overige tachtig over de wijk verspreidt, dan keert de rust vanzelf terug. Zelf verhuisden ze naar de Bevelandsestraat.

Op zijn 18de schreef hij zich in als woningzoekende. Vijf jaar lang reageerde hij op 'een huurwoninkie', maar nooit had hij geluk. Een huis kopen ging ook al niet, met zijn kleine contractje en de prijzen die ze voor veel van die nieuwe woningen vroegen. En dus vertrok hij vier jaar geleden naar een bovenwoning in de Bloemenbuurt, twee kilometer verderop. Hij wilde echt niet langer met zijn vriendin bij zijn moeder op een kamertje wonen.

Natuurlijk, hij zit nu prima. Maar toch steekt het hem. 'De gemeente geeft de multiculturele samenleving voorrang', zegt hij. 'Als er iets vrijkomt, gaat het naar vluchtelingen en probleemgezinnen. De eigen bewoners krijgen geen huis meer.'

Blauwe heftrucks manoeuvreren over een vloer van rijplaten op het Zuiderstrand. Ze prikken stapels van twintig pallets aan hun vorken en rijden ermee naar de verreikers, eenarmige monsters die het hout de lucht in tillen, zo naar de top van de toren. Daar staan een stuk of tien mannen met handschoenen en capuchontruien, die voor elke pallet een goede plek zoeken.

Het is dinsdag 27 december, tien uur 's morgens. De eerste nacht zit erop, een nacht waarin ze zes of zeven meter de hoogte in hebben gestapeld. Het was een vliegende start, zegt André, die komt aanrijden in een heftruck. Bij aanvang stonden twee- tot driehonderd mannen klaar om de toren een fundament te geven van de beste pallets.

Een paar van hen gingen tot vier of vijf uur 's nachts door, een nieuwe ploeg stond om zeven uur vanmorgen met de slaap in de ogen op het strand. En dus zijn ze nu al een paar meter verder dan vorig jaar op dit moment.

'Toen ging er iets mis met de aanvoer', zegt André. 'We hadden tegen middernacht al geen pallets meer. Dat is nu beter geregeld.'

Kijk, daar komt al weer een vrachtwagen het strand op. Het zeildoek schuift opzij en een lading nieuwe pallets wordt zichtbaar. Met piepende banden stuiven de heftrucks eropaf.

Dit is wat de mannen van het vuur het meest lijken te vrezen: dat hun kinderen geen huis in Duindorp kunnen krijgen, dat de wijk daardoor die saamhorigheid verliest en dat ze - als het echt allemaal in de soep loopt - in de nabije toekomst niet meer samen dat vuur bouwen.

Hun wantrouwen klotst grofweg twee kanten op: naar de gemeente en naar migranten.

'Een normaal iemand met een normaal baantje', zegt André, 'kan hier bijna geen huis meer kopen.' Hij noemt de huizen aan de Markensestraat, op de mooiste plek van de wijk, direct aan de duinen. Ze gaan voor bijna vier ton van de hand.

'Met de nieuwe huizen proberen ze rijkeluisvolk aan te trekken', zegt Danny. 'Ze moderniseren de wijk, waardoor het straks voor de Duindorper onbetaalbaar is geworden.'

De toren heeft de hoogte van een flatgebouw. Foto Freek van den Bergh

Tegelijk vrezen de bewoners - waar het huurwoningen betreft die nog wel enigszins betaalbaar zijn - de concurrentie van migranten.

Nu is Duindorp nog vrij wit: 85 procent van de bewoners is autochtoon, waar dat in heel Den Haag nog niet de helft is. Er wonen volgens de statistieken 18 mensen met een Turkse, 33 met een Marokkaanse, 70 met een Surinaamse en 41 met een Antilliaanse afkomst. Volgens woningbouwvereniging Vestia krijgen migranten en andere buitenstaanders geen voorrang op echte Duindorpers, tenzij ze een urgentieverklaring hebben. Daarbij gaat het om een paar woningen per jaar.

Toch beginnen de Duindorpers in de gesprekken vrijwel allemaal over de Schilderswijk. Was dat vroeger ook niet een leuke Haagse volkswijk? En moet je nu eens zien wat daarvan over is, met al die 'buitenlanders', met dat 'multiculturele'.

'Ik heb daar een tijdje gelogeerd', zegt Danny. 'Ik wilde niet dat mijn vriendin er 's avonds in haar eentje over straat ging.'

'Ze houden hier niet zo van andere culturen', zegt Michel, die zorgvuldig zijn woorden kiest.

'Kijk maar eens naar Opsporing Verzocht', zegt Pascal. 'Dan zie je dat elf van de tien misdaden door licht getinte mannen wordt gepleegd.'

'We willen onze eigen mensen houden', zegt Ferry. 'Er wonen hier echt niet allemaal racisten, maar we vinden wel dat ons eigen volk eerst moet komen.'

'Je ken Duindorp wel volgooien met dat soort mensen', zegt Dennis, 'maar als die groep groot genoeg is, dan gaan ze het overnemen. Dat is in de Schilderswijk gebeurd.'

Zes mannen stappen in de bak van de verreiker en wurmen zich naast een stapel pallets. Als het apparaat zich opricht, klemmen hun handschoenen zich om een stang. Daar gaan ze dan - ongezekerd, zonder helmen - zo 27 meter de lucht in. Ze maken grappen die zowel stoer als nerveus kunnen zijn.

Het is donderdagmiddag, even na twaalven. De bouw van de vuurstapel vordert gestaag. Met nog ruim twee dagen te gaan naderen de Duindorpers - net als de Scheveningers - de maximale hoogte. Als ze doorwerken kunnen ze aan het einde van de dag op 35 meter zijn.

Zoemend wint de bak aan hoogte, langs de muur van pallets, waarvan de rechte lijnen door het kolossale gewicht zijn gaan golven. Onderweg - terwijl je de doodsangst in de ogen kijkt - kun je je afvragen of die groeiende toren ook niet iets anders symboliseert dan de saamhorigheid in de wijk.

Staat die toren niet voor de toenemende onvrede in Duindorp? Stapelen de bewoners hier elk jaar hun zorgen op?

De toren in Duindorp. Foto Freek van den Bergh

De bak draait, mindert vaart en daalt weer een beetje, zodat de mannen op de toren kunnen springen. Daar staan een stuk vijftien anderen te wachten op nieuw hout, dat ze doorgeven, neerleggen en aanschuiven.

Ferry legt een pallet aan de buitenste rand, waar de beste exemplaren moeten liggen. Hij zorgt dat ze elkaar overlappen, want dat geeft stabiliteit. Hup, ernaast nog een pallet. En nog een. Dan tuurt hij even over de rand, om te controleren of ze niet scheef bouwen.

'Het leg wel aardig', zegt hij. 'Je moet niet hebben dat je over twee uur beneden staat en dat hij helemaal scheef gaat.'

Een nieuwe lading zorgen arriveert met een verreiker. Mannen snellen toe om de twee stapels omver te trekken, waardoor de toren even inveert.

Doorgeven, neerleggen, aanschuiven. Doorgeven, neerleggen, aanschuiven.

Op oudjaarsavond, exact om twaalf uur, is het zover. Dan zal de stapel met één druk op een knop op vier plekken tegelijk ontbranden. Er zullen knallen te horen zijn, de Duindorpers zullen elkaar op de schouders slaan, joelen, schreeuwen.

Het vuur zal branden, de vlammen zullen de wolken likken en de zorgen zullen voor even in rook opgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.