Hoe kunnen er zoveel misverstanden zijn over cultureel ondernemerschap?

De ingezonden brieven van zaterdag 26 augustus.

Halbe Zijlstra (VVD) en Alexander Pechtold (D66) kijken in het Louvre naar de twee Rembrandt-portretten Maerten Soolmans en Oopjen CoppitBeeld anp

Brief van de dag: Aan de rand van het zwembad

In het dubbelinterview met theatermakers Matthijs van de Sande Bakhuyzen en Reinout Scholten van Aschat (Volkskrant, 19 augustus) merkt de laatste op dat hij het een gruwelijk beeld vindt om cultureel ondernemer te zijn. Hij verbindt cultureel ondernemerschap met een commerciële race. En zegt: 'Het is niet mijn ambitie om ondernemer te zijn.' Hoe is het mogelijk dat er zo veel misverstanden in een alinea over cultureel ondernemerschap gestopt kunnen worden?

Het staat ver af van het door mij geïntroduceerde begrip (al in 1992) en hoe er in Nederland mee wordt omgegaan. Cultureel ondernemerschap benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van (in dit geval) een theatermaker vaak een zzp'er, zet in op innovaties en heeft oog voor de relatie met het publiek, bestaand en nieuw.

Wat de financiering betreft, gaat het om de vraag of je zelf het initiatief neemt om een deugdelijk plan te maken dat een maatschappelijke meerwaarde heeft. Toen, 25 jaar geleden, niet alledaagse woorden maar inmiddels in de praktijk gemeengoed, ook in de wereld van het gezelschap Orkater en de schouwburg Amsterdam waarmee de beide theatermakers een coproductie zijn aangegaan. Waar is het wat de vorming van deze twee betreft fout gegaan? Beiden hebben de toneelopleiding in Maastricht gevolgd. Uit eigen waarneming weet ik dat deze opleiding op een positieve manier cultureel ondernemerschap onderwijst. Misschien spijbelden de heren en droomden ze aan de rand van een zwembad van een mooie carrière. Deze droom wordt werkelijkheid, zo lezen we. Nu nog kennis over cultureel ondernemendschap bijspijkeren.

Ik zie één verzachtende omstandigheid voor de misvatting. Als jonge theatermakers hebben ze het cultureel vandalisme van de toenmalige staatssecretaris Halbe Zijlstra (2010-2012) van nabij meegemaakt. Deze sneed een kwart van het toch al bescheiden kunstbudget af onder de noemer: onderneem! Het is inmiddels afdoende aangetoond dat deze VVD-politicus de meest perverse neoliberale variant van het cultureel ondernemerschap muntte. Zijlstra is uiteindelijk afgeserveerd met nul waardering in de culturele sector.

Giep Hagoort, emeritus hoogleraar kunst en economie, Universiteit Utrecht/HKU

Dag heren, hup dames

Het is ronduit verbijsterend dat vier, naar ik aanneem intelligente, mannen niet in staat zijn om na vruchteloze maanden praten, het eens te worden om een nieuwe regering te vormen. Wanneer ze een politieke stap terug doen om de vrouwen van VVD, CU, D66 en CDA een kans te geven, zou er waarschijnlijk een grotere kans bestaan dat men het eens wordt. Ik roep de vier heren op om plaats te maken en Jeanine Hennis, Carola Schouten, Pia Dijkstra en Anne Kuik een kans te geven. Nederland zou ermee gebaat zijn.

Arjen Boswijk, Groningen

Rijke ouders

Gratis een smartphone voor alle Haagse brugklassers (Volkskrant, 22 augustus). Gelukkig wonen er in Oldenzaal alleen kinderen met rijke ouders; naast de passer en de rekenmachine staat er ook een iPad op de verplicht aan te schaffen leermiddelen voor alle brugklassers.

Jan Benneker, Oldenzaal

Eenzaamheidsgat

Dat festivals voor ouderen eenzaamheid kunnen bestrijden is onzin (Volkskrant, 24 augustus). Na zo'n eenmalig evenement komen ouderen weer thuis in hun 'eenzaamheidsgat'. Leuk verzetje voor een keertje, maar structureel verandert er niets. Zoek in je woonomgeving een (zang-, kaart-, hobby-)vereniging op of doe wat voor een ander (de een kan klusjes doen in huis, de ander heeft 'groene vingers', ga eens met die gehandicapte wandelen, etc.) als je het lichamelijk kunt. Ga anders eens naar een buurthuis. Maar dóé zelf iets! Niemand komt je halen! En wees flexibel als het niet allemaal volgens jouw ideeën gaat, het leven is geven en nemen. Ik houd trouwens mijn hart vast voor de generatie na ons, die zo digitaal leeft dat onontbeerlijk geregeld persoonlijk contact een zeldzaamheid is. Die zal in een enorm donker gat vallen als ze oud is.

R. Eppenga, Renkum

Fietsstangkomkommer

Heerlijk. Eindelijk aandacht voor de herenstang. Het onderscheid naar sekse bij fietsen heb ik altijd dubieus gevonden. Maar kijk eens in het gekrioel bij een speelplaats op of een terras naar de nieuwste kinderfietsjes. Zelfs de kleinste maat jongensfiets heeft een stang, en de akelig roze meisjesfietsen zijn zonder. Dit ziende deed me terug denken aan mijn eerste jaar op de kleuterschool (1953). Daar ontdekte ik dat de kinderen die naar de ene soort wc werden gestuurd - ook veel later - meer voorrechten genoten. Leuk voor mijn broertje maar lullig voor mij. Geen wonder dat ik later met overtuiging in de tweede feministische golf sprong. De sociologische, psychologische en statistische kansen op ongelukken door de stang (zijn er nog meer disciplines die een ei moeten leggen?) laat ik aan het veld over. Is die stang eigenlijk wit of zwart en is deze discussie wel politiek correct? De stangdiscussie is de zomerkomkommer van 2017. Ga door, want het blijft smullen.

Els Bannenberg, Amsterdam

Ajax

Het Peter-principe, genoemd naar de Amerikaan Laurence J. Peter, luidt dat iemand net zolang wordt bevorderd tot hij op zijn incompetentieniveau belandt. Als je, om een voorbeeld te noemen, je beste boekhouder hoofd van de afdeling maakt, krijg je onherroepelijk trammelant. Dat is er bij Ajax aan de hand. De beste keeper ooit wordt algemeen directeur, een van de beste vleugelspitsen wordt directeur spelersbeleid. En de trainer die het jeugdelftal naar het kampioenschap leidde, wordt coach van Ajax 1. Ik bedoel maar.

'Peter' Noordermeer, Dreischor

Woonruimte gezocht

In het artikel 'Grote steden zoeken dringend woonruimte' (Volkskrant, 24 augustus) worden vier mogelijke oplossingen gegeven. Ik wil een vijfde geven: snel en innovatief openbaar vervoer naar regio's in het noorden, oosten en zuiden waar nog wel goede woonruimte tegen acceptabele kosten beschikbaar is, of zelfs leegloop plaatsvindt.

Het wonen in een microwoning of woontoren past bovendien niet bij elke bevolkingsgroep of levensfase. Behalve academici zijn ook vakmensen nodig! Met sneller vervoer houdt of krijgt de beroepsbevolking in die andere regio's meer aansluiting bij de economische ontwikkeling en cultuur in de grote steden. Mensen accepteren 30 tot45 minuten reistijd. Doel is om die actieradius te vergroten.

Het ontwikkelen van innovatieve vormen van vervoer kan tevens een nieuw exportproduct worden van Nederland. Denk hierbij aan de Hoge Snelheids Autoweg met 'autotreintjes', door de gebroeders Das, futurologen, in hun boek Wegen naar de Toekomst uit 1992 uitgewerkt en prachtig geïllustreerd.

R. Zwikker, Almelo

Vechtende ouders

Een vechtscheiding (Volkskrant, 23 augustus) toont vooral falend ouderschap. Ooit hebben ouders samen besloten dat ze een kind willen opvoeden en dachten dat samen te kunnen doen. Deze verantwoordelijkheid stopt niet als je gaat scheiden.

Kinderen hebben recht op een positief contact met beide ouders. En wettelijk is zelfs vastgelegd dat ouders zich moeten inspannen dat hun kinderen een positief contact kunnen hebben met de andere ouder. Als ouders dat niet kunnen opbrengen, wordt opvoeden vechten en ontneem je kinderen hun recht op een van de ouders. Vechtende ouders leiden tot kampen in hun omgeving. Vrienden en familie scharen zich achter een partij of worden daar toe gedwongen. Maar kinderen hebben recht op twee ouders die elkaar niet diskwalificeren.

Leo Rijpstra, Bunnik

Voetballers zeurkousen?

Frits Mulder komt met clichékritiek op voetballers: zeurkousen (Volkskrant, 23 augustus). Hockeyers spelen immers al 'sinds mensenheugenis' op kunstgras en tennissers op weet ik veel hoeveel verschillende ondergronden. En dat zonder dat daar iemand over zeurt. Voetbal belast spieren en gewrichten echter nogal anders dan hockey. Tackles, slidings en fysieke duels komen bij hockey niet voor, zijn zelfs niet toegestaan. Het kunstgras waarop gehockeyd wordt is volkomen anders dan dat waarop wordt gevoetbald.

Voldoende aanleiding om te mogen veronderstellen dat er verschil in blessuregevoeligheid kan bestaan. Onderzoek waaraan Frits refereert wijst overigens niet uit dat er geen sprake is van verhoogde blessuregevoeligheid. Dat geldt alleen voor het allernieuwste kunstgras, dat de risico's op schaafwonden en kneuzingen bij nat veld weer verhoogt. En voetbal vergelijken met hockey is als wielrennen vergelijken met paardenrennen: je zit ergens op en je wilt zo hard mogelijk, daar houdt de gelijkenis op.

Wim Dijkhuizen, Scheveningen

Het Wilhelmus: oudste volkslied? Nog steeds actueel

Actueel

Midden in de oorlog, in het schooljaar 1942-'43, kregen wij, leerlingen van de 1ste klas van het Ignatiuscollege in Amsterdam, de opdracht van de leraar Nederlands alle vijftien coupletten van het Wilhelmus uit het hoofd te leren.

Wie in staat was het hele Wilhelmus zonder hapering vóór de klas achter elkaar op te zeggen kreeg een vol punt extra op zijn rapportcijfer Nederlands. Hele flarden van deze lange tekst waren nu nog rond in mijn hoofd.

Het was een kleine, zinvolle verzetsdaad in dat jaar. De strekking van het Wilhelmus, het oudste volkslied van Europa, was toen (en is nog steeds) actueel. Wees gehoorzaam aan het wettig gezag ('de koning van Hispanje heb ik altijd geëerd'), maar wanneer dat gezag zich tyranniek en dictatoriaal gedraagt, is het ieders plicht zich tegen dat gezag te verzetten ('de tirannie verdrijven'; de Acte van Verlatinge). Het Wilhelmus heeft wat tekst betreft niets aan actualiteit ingeboet. Dat geldt niet voor de melodie, met name voor het gedragen, pathetische ritme, dat we associëren met nationale identiteit en trots en de daarbij behorende brok in de keel. Dat kan anders. Het muziekgezelschap Camerata Trajectina heeft een overtuigende reconstructie gemaakt van het vlotte marstempo waarmee het Wilhelmus in de van oorsprong Franse melodie in de zestiende eeuw werd gezongen. Iets voor het basisonderwijs?

Wim Vroom, oud hoofd afdeling Nederlandse Geschiedenis Rijksmuseum

Compromis

In zijn Stekel (Volkskrant, 19 augustus) stelt Pieter Klok schertsend voor om de politieke controverse over het Wilhelmus op te lossen door een compromis: laat de scholieren het zittend zingen. Dat herinnerde mij aan een verhaal over klarinettist Willy Langestraat in de bange jaren '40-'45. In een bar aan de Leidsestraat in Amsterdam eiste een Duitse officier dat de band het Horst Wessel Lied zou spelen. Wat te doen? Willy Langestraat was trots op de oplossing die hij vond: hij bleef zitten terwijl hij het nazilied vertolkte.

Bert Vuijsje, Amsterdam

Beetje respect graag

Een volkslied zal altijd nationalistisch klinken met bijbehorende nadelen, daarom mogen we blij zijn met ons volkslied, het slaat gelukkig nergens op. Het stamt uit oude tijden, heeft vijftien coupletten, op zich bijzonder, en het staat in de ik-vorm en heeft niets met de huidige bevolking van Nederland te maken. Het betreft de introductie van Willem van Oranje, de toenmalige aanvoerder van de opstand tegen de onderdrukkende heerser, de koning van Spanje, die wel zijn baas was maar Willem door zijn beleid dwong tot deze opstand.

Hij verontschuldigde zich hiervoor. Vandaar 'ik heb hem altijd geëerd', maar hij kon niet anders en droeg zo in belangrijke mate bij tot het ontstaan van de onafhankelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, wat behoorlijk bijzonder was in een tijd waarin overal om ons heen adellijke feodale heersers aan de macht waren.

Een beetje respect ten opzichte van ons volkslied en de vlag is mijns inziens wel wenselijk omdat in de Tweede Wereldoorlog mensen ter dood zijn gebracht omdat zij ondanks deze tijd toch voor deze symbolen hadden gekozen en dat vergeten nu velen.

Louis Bink, Zevenhuizen

Aanvaardbaar Wilhelmus

Het Wilhelmus is geschreven als autobiografie van de staatkundige grondlegger van ons land, Willem de Zwijger. In het kort: Ík ben Willem van Nassau. Ík blijf het vaderland trouw. Ík ben de prins van Oranje. Ík respecteer de soeverein. Dat zijn de woorden van Willem de Zwijger, niet van Nederlanders van nu, van allerlei herkomst. Met een kleine verandering kan iedereen het zingen: in de derde persoon, hij is niet bang, hij is zijn leven lang een prins van Oranje, hij is vrij en onverveerd. Dat zingt niet zo ongemakkelijk.

Ieder land heeft een volkslied, voor plechtige, feestelijke en sportieve gelegenheden. De melodie van het Wilhelmus is mooi, goed zingbaar en herkenbaar.

De tekst is poëtisch en historisch en veel aanvaardbaarder dan die van veel andere landen. Denk maar aan de Brabançonne, die de zogenaamde Belgische eenheid drietalig bezingt, aan de oorlogszuchtige en bloederige Marseillaise, aan God Save the Queen, met die Engelse monarchistische hielenlikkerij.

Charles Boissevain, Leidschendam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden