Hoe kregen we de Rembrandts 'naar huis'?

Welke troeven had directeur Pijbes om het Rembrandt-paar naar het Rijksmuseum te halen? En waarom wilden de Rothschilds ervan af? Kunstverslaggever Michiel Kruijt schreef er onlangs dit verhaal over, lees het hier terug.

Beeld ANP

Hoe het grootkapitaal uit Qatar af te troeven? Of de kwistig kopende collectioneurs uit China? Dat zal elke expert zich hebben afgevraagd na de verrassende bekendmaking van de directeur van het Rijksmuseum, Wim Pijbes. Hij wil 160 miljoen euro bijeen brengen voor de aankoop van twee portretten die Rembrandt van Rijn in 1634 van een aanstaand echtpaar maakte.

160 miljoen, dat is een schijntje vergeleken bij de bedragen die er over de grens voor dit soort buitenkansen worden neergelegd. 'Dus moet je met een heel bijzonder verhaal komen', zegt Fusien Bijl de Vroe, directeur van Vereniging Rembrandt, de particuliere organisatie die de aankoop van menig kunstwerk door Nederlandse musea meefinancierde.

Het is een smak geld, erkent ze, maar toch ziet ze kansen. Ze maakt de vergelijking met de aankoop van een Monet door het Zaans Museum dit voorjaar. Haar vereniging had de helft van de benodigde 1,16 miljoen euro toegezegd, waarna het museum de rest loskreeg bij lokale fondsen en bedrijven. 'Het is bijzonder knap dat zo'n klein museum zo'n duur doek weet te bemachtigen. Als het verhaal goed is en iedereen gaat erachter staan, dan lukt het.'

Wat zou het verhaal zijn dat het Rijks in staat stelt de twee Rembrandts te kopen? Welke pitch kan Pijbes afsteken?

Nieuws

Deze maandag werd duidelijk dat Nederland de twee Rembrandts koopt. Lees hier het nieuws

Imposante collectie

Natuurlijk zal hij wijzen op de imposante collectie van Rembrandt in zijn museum en de drommen bezoekers die het heeft getrokken met de tentoonstelling Late Rembrandt. De Amsterdamse kunstenaar heeft nauwelijks modellen ten voeten uit geschilderd. Om deze reden zouden de twee portretten goed passen in de verzameling van het Rijks.

Maar de doeken hebben ook een grote historische waarde. Ze tonen de Vlaamse immigrant Maerten Soolmans, die op het punt staat te trouwen met een dame uit de Amsterdamse elite, Oopjen Coppit. De twee staan symbool voor de opkomende burgerij, de nouveau riche die zoveel zou bijdragen aan de welvaart in de Gouden Eeuw. Waar horen deze 'staatsieportretten' beter thuis dan in het Rijks, dat na de heropening is geroemd omdat het geschiedenis en kunst zo mooi met elkaar heeft weten te verbinden?

En dan is er nóg een troef die het Rijks zou kunnen uitspelen, zegt Ruud Priem, de kunsthistoricus die onlangs is benoemd tot hoofdconservator van Musea Brugge. Een emotionele kaart: de komst van de portretten naar Amsterdam zou volgens hem een 'homecoming' betekenen.

Priem heeft lang geleden gepubliceerd over de Amsterdamse familie die de twee Rembrandts bezat. De portretten werden rond 1798 eigendom van Pieter van Winter, die rijk was geworden met de handel in verfstoffen.

'Hij had het pand Saxenburgh aan de Keizersgracht gekocht - nu onderdeel van het Pulitzerhotel - en zo'n mooi huis moest natuurlijk worden gevuld met een schilderijenkabinet', zegt Priem. 'Rond de eeuwwisseling telde hij gigantische bedragen neer voor kunst. Zo kocht hij na de Rembrandts Het straatje van Johannes Vermeer.'

Gouden Eeuw

Van Winter bouwde een collectie op van 180 werken, waarin bijna alle grote kunstenaars uit de Gouden Eeuw waren vertegenwoordigd. 'Allemaal vijf sterren', aldus de kunsthistoricus. De inhoud van die collectie is bekend. Niet omdat er wegens overlijden of faillissement een boedelbeschrijving is gemaakt, maar omdat - en dat is nogal bijzonder - de verzameling is nagetekend.

Priem: 'De erfgenamen van Pieter van Winter hadden een huismeester in dienst die ook amateurtekenaar was. De verzameling schilderijen is door deze Pieter Praetorius uitgetekend zoals ze aan de muur hing. Aan de hand daarvan zijn de meeste werken te herkennen. Je kunt zo een pop-up museum maken.' Nog een grappig detail: Praetorius zou decennia later voorzitter van de raad van bestuur van het Rijksmuseum worden.

Na de dood van Van Winter werd diens collectie opgedeeld door zijn dochters, Lucretia Johanna ('Creejans') en Anna Louisa ('Annewies'). De eerste bleek een oog voor kunst te hebben: ze kocht onder meer Het melkmeisje van Vermeer. Haar huwelijk met de kunstverzamelaar Six was de basis voor de beroemde collectie die nog steeds bestaat. Een deel hiervan is later door de overheid gekocht en aan het Rijksmuseum toevertrouwd. Die transactie markeerde het begin van overheidssteun bij kunstaankopen.

Met de collectie van de jongere zus Annewies, waartoe de twee Rembrandt-portretten behoorden, liep het heel anders. Toen zij in 1877 stierf, maakten tien kinderen aanspraak op de nalatenschap. Priem: 'Ze werden het niet eens, zoals dat wel vaker gaat met belangrijke bezittingen. Daarom gingen ze in op het aanbod van de Rothschild-familie, die een gigantisch fortuin had vergaard in het bankwezen en in heel Europa collecties aan het kopen was.'

Hernieuwd protest

De drie broers Alphonse, Gustave en Edmond de Rothschild namen alle schilderijen van Annewies over, samen met hun neef Lionel en hun achterneef Ferdinand. Ze betaalden daarvoor 1,5 miljoen gulden, een dikke 30 miljoen euro nu.

De verkoop leidde tot hernieuwd protest van Nederlandse kunstliefhebbers. Heel wat Amsterdamse collecties werden in de tweede helft van de 19de eeuw aan het buitenland verkocht. Daarom richtten enkele particulieren in 1883 een orgaan op dat waardevol cultuurgoed voor Nederland moest zien te behouden: de Vereniging Rembrandt.

Met de verkoop aan De Rothschilds verdwenen de portretten van Soolmans en Coppit meer dan een eeuw uit het zicht. Priem wist dat de bankiersdynastie die had gekocht, maar niet bij welke van de vele Rothschilds de werken waren gebleven.

Groot was de verrassing toen een Amerikaans website een half jaar geleden meldde dat de twee schilderijen te koop zouden zijn. De familie De Rothschild bleek de Franse overheid te hebben gevraagd of de doeken nationaal kunstbezit zijn, wat verkoop aan het buitenland in de weg zou kunnen staan. Die status werd de portretten niet toegekend, waardoor ze de grens over mogen.

In het relletje dat hierover in de Franse pers uitbrak, werd als een van de eigenaren van de werken de 74-jarige baron Éric de Rothschild genoemd, prominent lid van de Franse tak van de familie. Gustave de Rothschild, een van de vijf die de collectie hadden gekocht, was zijn overgrootvader.

Louvre

Net als de meeste mannelijke Rothschilds is ook Éric bankier. Maar dat is niet zijn grootste liefhebberij. De als ingenieur opgeleide baron nam veertig jaar geleden de leiding van Lafite Rothschild over, de wijngaard waar een van de duurste wijnen ter wereld wordt geproduceerd. Hij heeft ook een grote kunstcollectie, die niet alleen uit erfstukken zal bestaan: hij was bevriend met kunstenaars als Francis Bacon, Lucian Freud en Andy Warhol.

Hoe kan deze Rothschild de Rembrandts naar het buitenland laten gaan terwijl hij tegelijk bestuurslid is van de Vriendenvereniging van museum het Louvre, vroeg de hoofdredacteur van La Tribune de l'Art zich in maart verontwaardigd af. 'Wat een vriend!' Het artikel vermeldde niet dat de Rothschilds in de loop der eeuwen zo'n 50 duizend kunstwerken hebben weggeschonken.

Toch raakte de kritiek een snaar. Twee weken later liet de baron een krant weten dat zijn familie inderdaad de status van de Rembrandts heeft gecheckt 'in het kader van onze erfenis', maar dat nu alle tijd zal worden genomen voor de beslissing over de toekomst van de werken.

Mogelijk heeft de actie van de familie iets te maken met de afhandeling van de erfenis van Érics ouders. Zijn moeder overleed eind 2013, ruim dertig jaar na haar man. Over een nalatenschap met kostbare kunstwerken moet flink wat erfbelasting (successierecht) worden afgedragen. Dat zou een reden kunnen zijn dat de familie wil verkopen.

Zij doet geen mededelingen meer over de kwestie. Ook het Rijksmuseum zwijgt over de dans rond het Rembrandt-paar.

Beeld de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden