Hoe Korteweg Robeco verloor

Rabobank werd onlangs volledig eigenaar van Robeco. Pieter Korteweg, topman van de beleggingsreus, had zich de verhoudingen anders voorgesteld. Hoe hij Robeco opstootte in de vaart der volkeren, maar zelf verloor van Herman Wijffels....

OP 20 juli 1992 gaat voor Robeco-topman Pieter Korteweg een droom in vervulling. Die dag bouwt hij de Rotterdamse beleggingsreus om van een coöperatie zonder winstoogmerk tot een commerciële onderneming.

Tijdens de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Robecam, de beheersmaatschappij van de Robeco-beleggingsfondsen, staat een ingrijpende statutenwijziging op de agenda. De Robeco-groep heeft geld nodig om te groeien, en Robecam moet dat geld gaan verdienen.

Korteweg hoeft niet te vrezen voor opstandige aandeelhouders tijdens de vergadering over de nieuwe statuten. Bij Robecam en bij de Robeco-beleggingsfondsen, de feitelijke eigenaren van de coöperatie, keren steeds dezelfde gezichten terug.

Zo zitten Korteweg en Jaap van Duijn, de beleggingsstrateeg van de Robeco-groep, zowel achter de tafel als in de zaal. Beiden zitten in de directie van Robecam. Daarnaast is Korteweg bestuurder bij Robeco en Rolinco, en is Van Duijn bestuurder bij alle Robeco-fondsen.

De omvorming van Robeco slaagt, maar in de jaren die volgen zal Kortewegs commerciële missie verzanden. Bovendien verliest hij in die periode een subtiel gevecht om de macht met Herman Wijffels van Rabobank.

Het enige dat Korteweg en de zijnen overhouden aan dit avontuur, is een optieregeling, waarover opvallend weinig openbaar wordt gemaakt.

Voor Korteweg had de statutenwijziging bij Robecam de definitieve doorbraak moeten brengen. Hij maakt carrière als hoogleraar in Rotterdam en als thesaurier-generaal, de hoogste ambtenaar op het ministerie van Financiën. Net als veel van zijn voorgangers op het departement stapt hij in 1986 over naar het bedrijfsleven - van de glamour van het internationale monetaire circuit naar de wereld van financiële prestatienormen en daaraan gekoppelde beloningen. Korteweg wordt de nieuwe topman van Robeco, waar hij een rijke erfenis aantreft.

De afkorting Robeco staat voor Rotterdamsch Beleggings Consortium, dat in 1929 is opgericht door een groep ondernemers uit de havenstad met een vooruitziende blik. Robeco is opgezet als een coöperatie zonder winstoogmerk. Fondsbeheerder Robecam brengt slechts kosten in rekening. Alle winst komt ten goede aan de beleggingsfondsen, de leden die de coöperatie controleren. Lage kosten, maximale zeggenschap: fijn voor de fondsen, en dus voor de beleggers in die fondsen.

Na de oorlog maakt Robeco naam als zo'n beetje de enige onafhankelijke aanbieder van beleggingsproducten - van Nederland, zo niet van Europa. Tot in Frankrijk en Zwitserland verwerft Robeco een schare trouwe klanten.

Maar de intelligente en ambitieuze Korteweg is er de man niet naar om slechts op die rijke winkel te passen. Scherp ziet hij hoe de riante marktpositie van Robeco wordt bedreigd. De aanhoudende beurshausse van de jaren tachtig heeft de grote banken eindelijk de ogen geopend: wat Robeco kan, kunnen zij ook.

Grootmachten als Postbank en ABN Amro komen massaal met eigen beleggingsfondsen voor de consument. Die markt wil Korteweg afschermen. Daarom sluit hij in 1990 een alliantie met topman Herman Wijffels van Rabobank. De 'boerenbank' mag de Robeco-fondsen gaan verkopen via haar kantorennet, en in ruil krijgen de Rotterdammers toegang tot de miljarden aan spaargeld van de Rabo-klanten.

De initiatiefnemers zijn enthousiast over hun samenwerking. 'Wij zijn beide coöperaties tot op het bot en begrijpen elkaar', vertelt Korteweg destijds aan NRC Handelsblad. Maar de Robeco-topman heeft nog andere prioriteiten. Nu hij de particuliere beleggers met Rabobank heeft afgedekt, richt hij zijn aandacht op de institutionele beleggers.

Pensioenfondsen krijgen toestemming om hun premie-miljarden meer in aandelen te beleggen, maar het ontbreekt hen aan deskundigheid. Die markt wil Korteweg ontginnen, onder meer door overnames. Geld hiervoor heeft hij niet: de miljarden van Robeco zitten in de fondsen.

De statutenwijziging van 1992 moet daarin verandering brengen. Een luttele twee jaar nadat Korteweg de coöperatie bejubelde, rekent hij radicaal af met die structuur. De Rabo-top fronst de wenkbrauwen. 'Korteweg deed wat Wijffels nooit heeft willen doen', zegt een ingewijde.

Fondsbeheerder Robecam wordt een profit center. Door de fondsen hogere vergoedingen te laten betalen hoopt Korteweg een oorlogskas op te bouwen om zich in te kopen in de markt voor institutioneel vermogensbeheer. De fondsen worden aandeelhouder in hun beheersmaatschappij, en tegelijk monddood gemaakt: de aandelen worden gecertificeerd.

De filosofie uit 1929 - lage kosten, veel zeggenschap voor de beleggers - verkeert in haar tegendeel: hoge kosten, minimale zeggenschap.

Maar bezien vanuit Kortewegs ambities lijkt de nieuwe koers aanvankelijk een succes. In 1993 weet Robeco twee miljard gulden méér aan spaargeld aan te trekken. De bron: Rabobank, die haar spaartegoeden met bijna hetzelfde bedrag ziet teruglopen.

De gewezen ambtenaar, die Robeco leidt met strakke hand, lijkt dan nog de overhand te hebben op Wijffels, die zijn mensen meer de ruimte geeft. De samenwerking met Rabo moet verder worden uitgebouwd, zo laat Korteweg weten, maar een fusie is niet aan de orde: alleen een onafhankelijk Robeco kan een gezond beleggingsbeleid voeren.

Door zijn afrekening met de coöperatie heeft Korteweg de weg afgesneden naar een fusie op basis van gelijkwaardigheid met Rabobank. Dat zal hem later opbreken.

Terwijl Korteweg bezig is met zijn commerciële avontuur, spint Wijffels een web waaruit Korteweg niet meer kan ontsnappen.

Om de banden te versterken - Wijffels' eerste draad - maakt hij Korteweg in 1994 lid van de raad van toezicht van Rabobank, en wordt hij zelf commissaris bij Robeco. 'Het paste in Wijffels' strategie', stelt een ingewijde. 'Hij heeft Robeco stapje voor stapje aan zich gebonden.' Rabo mag dan spaargeld zien wegstromen, Robeco wordt wel steeds afhankelijker van het kantorennet van de bank.

In 1995 introduceert Korteweg in alle stilte een optieregeling voor zichzelf en een handvol andere topmanagers bij Robeco. Het zijn opties op aandelen in fondsbeheerder Robecam. Wijffels, die bekend staat om zijn grote reserves tegenover zulke moderne beloningsvormen, keurt de optieregeling als commissaris goed.

Wijffels gunt Korteweg de optieregeling - en spint hiermee zijn tweede draad - , maar maakt tegelijkertijd duidelijk wie echt de baas is. In strijd met de geest van de afspraken met Robeco lanceert de Rabobank in 1995 eigen beleggingsfondsen, waaronder een fiscaal aantrekkelijk spaarfonds. Dat trekt in korte tijd tien keer zoveel geld aan als een vergelijkbaar fonds van Robeco. Zo wordt definitief duidelijk dat het beleggingsconcern het niet langer kan stellen zonder het machtige Rabo-verkoopkanaal. De derde draad is een hele dikke.

Wijffels' web is klaar.

In juni 1996 valt Korteweg erin.

Dan namelijk wordt de samenwerking tussen Rabo en Robeco geïntensiveerd, maar heel anders dan Korteweg zich in 1993 had voorgesteld. Van gelijkwaardigheid is geen sprake meer: Rabo koopt Robeco gewoon, voor 1,2 miljard gulden, te betalen in twee tranches. De eerste tranche wordt meteen betaald, de tweede helft volgt in 2001, zoals eind augustus van dit jaar werd aangekondigd.

De overname door Rabo valt samen met een slechte periode voor Robeco. In 1996 en 1997 presteren sommige fondsen ondermaats en lopen beleggers weg. De concurrentie van de grote banken begint nu echt pijn te doen. 'We hebben een marktaandeel dat je alleen maar kunt verliezen', meldt Korteweg bij de presentatie van de jaarcijfers.

Korteweg zit gevangen in het web van Wijffels, maar geeft zich niet zomaar gewonnen. Hij doet in 1998 zijn eerste aankoop in de wereld van het institutionele vermogensbeheer: het Amerikaanse Weiss Peck & Greer. De rekening à een miljard gulden gaat naar Wijffels. Spoedig doet zich een tweede mogelijkheid voor.

Rabobank wil in het najaar van 1998 fuseren met bankverzekeraar Achmea, eveneens een coöperatie. Tot Achmea behoort PVF, Nederlands grootste pensioenuitvoerder. PVF past precies in Kortewegs institutionele ambities. Maar de Robeco-topman eist de zeggenschap op in de combinatie met PVF. Al is het niet de hoofdreden, mede door Kortewegs opstelling mislukt de fusie tussen Rabo en Achmea.

Korteweg blijft volhouden. Robeco meldt zich voor de veiling van de Britse vermogensbeheerder Garthmore. Vergeefs, zo blijkt: Garthmore is veel te duur. Korteweg benadert Aegon, dat zijn premiemiljarden op de beurs belegt. Hij biedt Aegon een belang in Robeco aan. Rabobank torpedeert dat plan.

Robeco is van Rabobank. De droom van Pieter Korteweg is over. Hij is definitief door Wijffels ingesponnen. In plaats van met de monetaire grootheden der aarde zit Korteweg nu aan tafel met de boeren van de Duitse DG Bank, met wie Rabobank wil fuseren.

'Dat is niet de onderhandelingspartner die Korteweg voor ogen had toen hij de coöperatieve structuur van Robeco afbrak', constateert een ingewijde. 'De vraag is hoe lang hij dit nog volhoudt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden